|
There are no translations available.
Uitgeverij Prometheus, 2007 ISBN 978 90 446 0988 2
Boekbespreking
Het boekje bestaat uit drie essays over de jeugdcultuur opgehangen aan drie typische ‘jeugdwoorden’: Boeiuh, Chilluh en Pimpuh. De essays vormen een analyse van de maatschappij vanuit het perspectief van de jongeren zelf. De auteur is zelf jong, student filosofie en tevens opinieredacteur van NRC.next. Omdat het geschreven is vanuit het perspectief van de jongere is het volgens de auteur ook een product van onze postmoderne tijd. Het belang ervan is dat de jongerencultuur de beste spiegel is voor de tijdsgeest. Ook de vormgeving van het boekje is postmodern te noemen: de analyses en beschouwingen en de persoonlijke verhalen van drie studenten die samen in een huis wonen lopen door elkaar heen. De drie studenten hebben ieder uitgesproken karakters en geven drie verschillende reacties aan op de moderne tijd. In de loop van het boekje is beschreven hoe zij een gewone avond doorbrengen: ze zappen, blowen en gaan uit.
‘Boeiuh’ staat voor de onverschilligheid en lage maatschappelijke betrokkenheid van de huidige jeugd. De hoofdschuldige hieraan is de informatieoverload. Er is zoveel gaande in de wereld, ‘de informatiestroom is enorm en constant’ en de reactie om af te haken komt voort uit zelfbescherming. Omdat de jeugd minder dan de oudere generatie referentiekaders heeft, treft de informatieoverload hen sterker. Deels ligt onbegrip ten grondslag aan het afhaken rond maatschappelijke kwesties: de termen waarin die gepresenteerd worden zijn tegenstrijdig en onbegrijpelijk, ook is er weinig aandacht voor actuele maatschappelijke ontwikkelingen in het onderwijs. Bovendien is er een structureel wantrouwen ‘tegenover alles wat ons netvlies bereikt’: het verschil tussen nieuws en amusement is vrijwel weggevallen. Gelardeerd met vele voorbeelden van televisieprogramma’s betoogt de auteur dat ‘creality’ in de plaats is gekomen van werkelijkheid. Een derde aspect is het enorme aanbod aan hapklare meningen. Alles is al voorgekauwd. Als gevolg neigt men naar een oppervlakkige mening, of men vindt niks meer.
Het tweede deel is getiteld: Chilluh. Strikt genomen staat dit woord voor een manier van vrijetijdsbesteding die ongeveer overeenkomt met ‘relaxen’, maar het is ook een levenshouding. In meer omvattende zin staat het voor de ruimdenkendheid, gematigdheid en scepsis van de jeugd. De kinderen van de mediacratie ontwikkelen immuniteit toen opzichte van de neiging tot dramatiek. Politiek is tot theater geworden, het nieuws is als een soap. Zo gauw iemand de waarheid claimt te hebben, verliest hij of zij zijn geloofwaardigheid. Wel wordt in deze tijd heel veel gecommuniceerd: telefoon, msm, sms, blogs. De internetcommunities zijn ware smeltkroezen. Op zijn best staat ‘chilluh’ voor persoonlijke verantwoordelijkheid, redelijkheid en zelfvertrouwen, voor logisch en pragmatisch denken.
‘Pimpuh’ tenslotte. Letterlijk betekent het woord: opwaarderen en ook persoonlijk maken. De enorme ruimdenkendheid van de jeugd kan leiden tot een verlies van persoonlijke identiteit en eigenwaarde. De apathie en het ethische relativeren, het wegvallen van de grond voor idealen en kritiek leidt vaak ook tot het verlangen om ‘iemand te willen zijn’. Immers:’wie geen waarheid erkent ziet zijn identiteit langzaam verschrompelen tot niets’. Weer geeft de auteur als voorbeeld vele tv programma’s waar een uiterlijke metamorfose in beeld wordt gebracht, met het kennelijke doel dat iemand een goed gevoel over zichzelf heeft. Een aspect dat met dat identiteitsverlies te maken heeft is dat het blinde vertrouwen op elkaar verdwijnt, voor vertrouwen moet eerst een bewijs geleverd worden. Individualisme benadrukt de zelfredzaamheid en onafhankelijkheid. Zo is het niet tot iets behoren de regel geworden. De gemeenschappelijkheid schuilt in de desoriëntatie.
De ondertitel van het boekje is: het stille protest van de jeugd. De auteur maakt de apathie van de jeugd begrijpelijk en duidt haar als een gezonde reactie op de maatschappelijke ontwikkelingen. De oplossing zou zijn een rehabilitatie van de Romantiek, het weer gaan luisteren naar de overtuigingen van het hart.
Het is een zeer lezenswaardig boekje, de ideeëndichtheid is groot en de verhalen over de studenten zijn instructief en amusant. Het boekje is gericht op de gevolgen van de maatschappelijke werkelijkheid voor de jongeren. Het belicht vooral de richtingloosheid van de jeugd en de grote hoeveelheid impulsen die ze krijgen.
Vanuit het perspectief van de advaitafilosofie en advaita-weg vallen een aantal dingen op. Van de postmoderne maatschappelijke situatie kan je zeggen dat deze een grote mate van openheid heeft, er worden geen waarden of kaders als vaststaande werkelijkheid gezien. Door de overvloed aan standpunten die gepresenteerd worden is onontkoombaar duidelijk dat alles relatief is. Wat werkelijkheid is, is niet zomaar duidelijk. Dit is de uitgangspositie van de jeugd. Wat we de jongeren zouden toewensen is een helder en duidelijk bewustzijn van de grotere werkelijkheid of ruimte waarin al die verschillende standpunten voorkomen. En het besef dat ze dat werkelijk zijn. Het is een nieuw realiteitsbesef waarin ook op een nieuwe manier ervaren wordt wat we zelf zijn: als het ware een nieuw soort identiteit die meer gaat in de richting van wat we het Zelf noemen. Daarin is evenwicht, kracht en betrokkenheid te vinden. Als dat bewust ervaren en bevestigd zou worden hoeft de open sfeer niet weer te worden afgesloten door terug te grijpen op een persoonlijke identiteit. Het ‘iemand willen zijn’ kan dan ook doorzien worden en verliest zijn kracht.Het is juist zo dat als de grotere sfeer helder blijft, die individuele identiteit op een transparante manier vrij tot uitdrukking kan komen.
Rob Wijnberg stelt voor weer te gaan luisteren naar het hart. Hergeformuleerd kan je zeggen dat het besef niet iets speciaal te zijn, samen kan gaan met het gevoel alles te zijn. Dit is een openheid van het hart, van het gevoel. Wat hij signaleert als apathie en gebrek aan betrokkenheid zal als het gevoel zo open is, veranderen. Cruciaal daarvoor is het accepteren van die ruimere, meeromvattende open sfeer als wat we zelf zijn, als echtere of hogere werkelijkheid dan de persoonlijke identiteit.
Hoewel het weer eigen problemen met zich meebrengt, hebben jongeren in deze tijd prachtige mogelijkheden om op een open wijze te leven.
Patricia van Bosse
|