|
There are no translations available.
Marcel Messing studeerde antropologie, filosofie en vergelijkende godsdienstwetenschap. Hij verbindt al jaren de diepere inzichten van de esoterie met wetenschap, kunst en poëzie in voordrachten, boeken, artikelen en gedichten. In zijn verzen komt het bewustzijn van eenheid, het loslaten en de stilte sterk naar voren; het is de bewogen thematiek van alles wat hij schrijft en dicht. Uit: Er is geen dag, er is geen nacht. Gedichten, gedachten en mijmeringen, Altamira-Becht, Haarlem 2002.
*
Niemandsland
Ik zocht wat grond, maar al wat ik vond was een handvol korrels zand, een oud, grijs niemandsland. De korrels liet ik door mijn vingers glijden om hechten te vermijden spreidde ik mijn vingers verder uit en voelde zanderig stromen langs mijn huid. En ik wist: ik heb mij niet vergist. In iedere korrel zand stroomt verleden, duizenden verlangens en gebeden. In iedere korrel zand ligt een wens verborgen, miljoenen zorgen in een handvol niemandsland. Dit is mijn vader, moeder, broer en zus. Heel het leven stroomde tussen mijn vingers door. Een glimlach, pijn, smart, een liefdeskus, een beweging zonder spoor. Toen ik mijn handpalm sloot en alles éven vast wilde houden, voelde ik leven en dood, alle zeeën, bergen en wouden. In iedere druppel water is vroeger en later, in iedere korrel zand is niemandsland. Niemand kan het betreden, niet vatbaar voor rede is het tijdloos heden in toekomst en verleden. Wil je het zijn? Stop jouw en mijn. Nú is het daar. Ben je klaar?
*
Troubadour, zo noemde men hem
Geen horizon was hem te ver geen bergtop ooit te hoog geen kasteel te ver gelegen geen vallei te diep om het leven te verstaan en zijn pad tot het eind te gaan. Op kastelen zong en speelde hij in valleien danste hij zijn eenzaam lied onder de tamarinde droomde hij het leven en bij de laurier zag hij een andere horizon. Zo vergat hij waar het leven eens begon en liet los zijn steeds maar streven. In een heldere sterrenwacht in glooiend ochtendlicht bij het zachte avondvuur en de late middagzon speelde en zong hij zacht over leven zonder duur. Hij zocht en vond de aarde hij zocht en vond de lucht hij zocht en vond de zee hij zocht en vond het vuur en in zijn verstilde stervensuur ging niets meer met hem mee. Een troubadour, zo noemde men hem, een zanger met onaardse stem Een minnestreel met de hemel in zijn keel die, toen de volle waarheid in zijn geest verscheen, de stroom inging en voorgoed uit het zicht verdween.
(Troubadourskasteel Puivert, in la salle des musiciens, juni 1999)
*
|