|
bij de paragrafen .7 in de chakrahoofdstukken
Eenvoudig uitgedrukt, gaat de ‘ interne bevrijding’ om: jezelf laten zakken in de kern of essentie van een bepaalde energie, waardoor a) jezelf als subject samenvalt met het object, en b) je (weer) samenvalt met het zelf van je dat in die energie zat.
Als voorbeeld: de weg via het âjñâchakra
Je begint op het niveau van inzicht als inzichtzelf met je externe zien en je inzichtslichaam. Je ziet je lichaam op een afstand als een object, een materieel object: het voedsellichaam, het kosha van het voedsel (annamayakosha). Daar ga je doorheen. Bij die beweging wordt dit lichaam doorzichtiger, lichter, subtieler en ga je door de kosha van de levensenergie (prânamayakosha). Zo kom je in het subtiele veld van het voorhoofdchakra (âjñâchakra), dat is de kosha van de denkende geest (manomayakosha). Je bent daar met je heldere inzichtbewustzijn in het veld van het denken en denkende waarnemen. In het âjñâchakraveld wordt het chakra en ook de kern (bindu) van het chakra waargenomen, eerst als objectpunt. Als je als Shiva, steeds diepgaander en grootser éénwordend met Shakti, in die richting gaat, merk je dat de ruimte steeds lichter wordt. Je gaat dan door de kosha van inzicht (vijnânamayakosha), die al als inzichtslichaam je eigen kosha was. Als de beweging doorgaat, kan dat alleen als je jezelf als inzichtzelf loslaat. Je gaat dan als het ware ruggelings door en laat jezelf oplossen in het oneindige en zuivere sat-chit-ânanda: de kosha van gelukzaligheid (ânandamayakosha). Ten slotte is er de onuitsprekelijke eenheid van Shiva-Shakti, zonder condities, zonder dualiteit.
Je bent dus het heldere inzichtbewustzijn dat als inzichtShiva de donkerder gebieden van de schepping (Shakti) binnengaat en die verlicht. Shakti wordt eerst als lichaam (met de diverse graden van verdergaande subtiliteit) in objectieve zin waargenomen. Als jezelf als Shiva dat lichaam binnengaat is er een eenwording met Shakti in het betreffende subtiele chakraveld, die met de doorgaande beweging steeds dieper gaat.
De beweging is dus die van jezelf als inzichtzelf met twee aspecten: bewustzijn en lichaam; daarom heeft de bevrijdingsbeweging ook twee aspecten. 1. Als bewustzijn ben je gericht op de essentie, de bindu. Dat is een steeds verdergaande toespitsing van jezelf. Je laat je licht komen in steeds diepere en ruimere lagen van het objectlichaam; je verlicht deze gebieden en laat ze los. Als bewustzijn word je oneindig. Shiva is opgegaan in Shakti. 2. Als inzichtlichaam (zijn, objectaspect) kom je eerst in de lagen van het voedsel en van de levensenergie waar het energetische zijnsaspect sterk is. Je bent Shakti. Je gaat als Shakti richting Shiva/bewustzijn. Daarbij verschuift de kwaliteit van de energie van donker naar licht. De ruimte gaat naar beperkt naar onbeperkt. Als Shakti ga je op in Shiva. Zie ‘kundalini’ en zie ‘De externe weg naar het andere/de ander’. 1 en 2 zijn aspecten van dezelfde beweging die leidt tot (zie boven) de onuitsprekelijke eenheid zonder condities, zonder dualiteit.
Douwe, 3 oktober2011
|