|
Uit: Douwe Tiemersma (red.), Psychotherapie en non-dualiteit. 3e Advaita Symposium
Psychotherapie en advaita-onderricht - discussiestuk
- Over Openheid kan men niet psychologisch spreken, daarover moet men zwijgen1 - - Er is een ander spreken, zonder woorden -
1 Psychotherapie en advaita-onderricht, een eerste bepaling 2 Psychotherapie in het advaita-onderricht 3 Advaita-onderricht voorbij de psychotherapie 4 Advaita-gerichtheid in de psychotherapie 5 Psychiatrie en advaita-onderricht 6 Enkele concluderende opmerkingen
[...]
5 Psychiatrie en advaita-onderricht
5.1 De problematiek
5.1.1 De problematiek op het terrein van psychiatrie komt voort uit conflicten die zwaarder doorwerken dan degene die aandacht krijgen in de psychotherapie. Iemand die in een psychose dreigt te raken wordt op absolute wijze in zijn bestaan bedreigd. De angsten die optreden zijn dan ook navenant.
5.1.2 Deze ervaren absoluutheid van het conflict van zijn en niet-zijn komt ook voor bij de advaita-benadering, waarin het vroeg of laat om een totale overgave gaat (3.2.2). Het gevoel dood te gaan of in het Niets te verdwijnen treden vaak op. Ook hier kunnen zware angsten en angstreacties optreden.
5.1.3 De problematiek op beide terreinen is vergelijkbaar op het punt van het als absoluut ervaren conflict tussen de wil om te blijven leven en het dreigende wegvallen van dit leven.
5.2 Oplossing van de problematiek is het accepteren van de situatie, de overgave, het loslaten van ik-zelf-zijn.
5.2.1 Het gebruik van chemische middelen geeft zelf geen echte oplossing. Meestal is er sprake van uitschakeling van een deel van het gevoelsleven. Hoogstens kunnen de middelen een conditie kweken waarin men met de angst kan leven of waarin de oplossing bevorderd kan worden.
5.2.2 De poging om het ik-zelf van de persoon min of meer te herstellen, heeft weinig of geen kans van slagen, omdat het sterke vasthouden van het persoonlijke ik-zelf juist de grootste problematiek is.
5.2.3 Bij een psychose is het Niets en de angst ervoor zo fundamenteel dat deze nooit zonder overgave (5.2) verdwijnt.
5.2.4 In tegenstelling tot de psychiatrie is het advaita-onderricht direct gericht op de oplossing 5.2 (zie 5.3).
5.3 De middelen
5.3.1 Omdat de angst het grootste probleem en het grootste obstakel voor de oplossing vormt, is het vertrouwen het belangrijkste middel.
5.3.2 Dit vertrouwen kan ontstaan bij het inzicht en de zijnservaring dat het eigen zelf-zijn geen vormen nodig heeft, dat het zelf-zijn niet afhankelijk is van omstandigheden en samenvalt met Niets en Alles. Een overgeleverde context zoals die van de advaita waarin dit centraal staat, kan van doorslaggevend belang zijn.
5.3.3 Het lijkt erop dat voor het fundamentele vertrouwen een ander nodig is die de angst voor de bedreiging van het eigen bestaan en dus de hechting aan het eigen bestaan heeft losgelaten. Dat wil zeggen dat die ander (de psychiater, de leraar, etc.) verlicht moet zijn, wil hij/zij de psychoticus echt kunnen helpen.
6 Enkele concluderende opmerkingen
6.1 Overeenkomst
6.1.1 Op het terrein van de psychotherapie, van de psychiatrie en van de bevrijdingswegen zoals de advaita bestaat de problematiek uit existentiële conflicten, de opheffing van de problematiek uit de opheffing van de conflicten, het middel daartoe uit de overstijging van de sfeer waarin de conflicten zich voordoen naar een grotere ruimte waarin de tegenstellingen niet aanwezig zijn.
6.1.2 Hulp is er op de genoemde terreinen alleen voor zover de zijnservaring van die grotere ruimte wordt aangeboden en door de cliënt/patiënt/leerling wordt overgenomen.
6.2 Verschil
6.2.1 Hoewel er allerlei overgangen en overlappingen zijn tussen psychotherapie en de advaita-weg, blijft er het principiële verschil dat het terrein van de tweede niet alleen dat van de psyche en de persoon is, zoals bij de psychotherapie, maar ook de bovenpsychische en bovenpersoonlijke zijnssferen tot het absolute omvat. De westerse vormen van psychologie en psychotherapie hebben, evenals de Transpersoonlijke psychologie en psychotherapie voor zover deze een psychologie en psychotherapie willen zijn, hun grens bij het 'getuige-bewustzijn' (2.2). Zij blijven daarmee binnen de sfeer van de dualiteit waarin het basisconflict niet opgelost kan worden.
6.2.2 Een verschil tussen de advaita-benadering en die boeddhistische benadering waarin de afwezigheid van het zelf (an?tman) centraal staat, is dat de eerste de weg van het zelf-zijn volgt (2.2 en 3.2). Dat heeft een groot voordeel.
6.3 De advaita-benadering
6.3.1 In de advaita-benadering heeft psychotherapie een plaats in een eerste fase, én bij een verdere zuivering na de verlichtende doorbraak.
6.3.2 In hoeverre psychische problemen oplossen door bewustwording van de sfeer voorbij de psychotherapie zal de praktijk uitwijzen. Het vindt in ieder geval gedeeltelijk plaats.
6.3.3 De openheid van 'de bevrijde' of 'verlichte' werkt in de psychotherapeutische fase en daarna. Het is niet vanzelfsprekend dat hij in dit leven als een goede psychotherapeut kan optreden. De kennis en vaardigheid op het terrein van de psychologie en psychotherapie zal moeten blijken. In veel gevallen van psychische problemen zal het raadzaam zijn te verwijzen naar de psychotherapie.
6.3.4 De centrale gerichtheid van het advaita-onderricht is de overgang van dualiteit naar non-dualiteit, waarin er geen ik-psyche, meer is.
6.4 De thematiek en opzet van het symposium impliceert een discussie tussen verschillende vormen van psychotherapie en bevrijdingswegen, zowel binnen de westerse cultuur als intercultureel. Deze discussie betreft direct de grondslagen, dat is de filosofie (metafysica, zijnsleer, kenleer, waardenleer, ethiek), van de psychotherapie. Het nut van de discussie zit in het beter begrijpen van mensen, ook uit andere culturen, de bewustwording van eigen vooronderstellingen, de mogelijkheid het eigen kader van denken, voelen, ervaren en van het therapeutische handelen te verruimen en de mogelijkheid het bevrijd-zijn of de verlichting als eigen mogelijkheid te gaan zien.
[pag. 24, 33-36]
|