Advaitacentrum


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.

Nederlands (NL-BE)English (United Kingdom)
Home Studie en praktijk Poëzie en proza
  • 0
  • 1
  • 2
  • 3
prev
next

Chakrayoga

News image

  Douwe Tiemersma Chakrayoga  Yoga is de weg naar bevrijding van de beperkingen in alle onderdelen van het bestaan. Dit boek richt zich op de bev... lees meer

De bron van het zijn

News image

Nisargadatta Maharaj, De bron van het zijn ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden?  …dat Ik dat ... lees meer

Non-dualiteit

News image

  Jij bent, ik ben dat licht, | licht dat overal zijn centrum heeft; | universeel stralen wij van binnenuit | onbeperkt de rijkdom | van het kleur... lees meer

Openingen naar Openheid

News image

    Als er een kleine bres in de dijk is, is de zee niet meer te houden.  Door ontspanning vallen grenzen weg en meteen is er vreugde.   Opening... lees meer

Maria Dermoût (1888-1962) PDF Afdrukken

Twee romans en vier bundels verhalen heeft Maria Dermoût geschreven. Ze gaan over het oude Nederlands Indië. Ze beschrijft op een levendige wijze allerlei situaties en voorvallen in het Indië zoals zij dat had leren kennen. In de verhalen is de vluchtigheid van het bestaan opvallend. Alles verandert in de loop der tijd. Daarbij heeft ze oog voor al het mooie, maar ook voor het lelijke, voor het goede en het kwade. Dat komt duidelijk uit in het onderstaande fragment uit De tienduizend dingen, hoofdstuk Allerzielen (Verzameld werk, Querido, Amsterdam 2001, 295-298). Veel duidelijke verwijzingen naar non-dualiteit geeft Dermoût niet, maar onder de titel van De tienduizend dingen geeft ze een citaat van Ts’ên Shên:
“Wanneer de ‘tienduizend dingen’ gezien zijn in hun eenheid, keren wij terug tot het begin en blijven waar wij altijd geweest zijn.”
Zij ziet deze dingen en vertelt ervan, ook van mensen met hun verschillende belevenissen die vermoord werden.

*

Voor het eerst die avond moest zij aan de anderen denken, aan de moordenaars – waarom?

Zij drukte de vingertoppen van haar ene hand tegen het voorhoofd vlak boven haar wenkbrauwen hoeveel moordenaars waren er! Zij werd er duizelig van en tegelijkertijd verbaasde zij zich over iets: terwijl zij aan hen dacht, voelde zij niet de woede, de afschuw van altijd, maar bijna medelijden, niet het groot en brandend gevoel van medelijden zoals met die vermoord waren, een klein gevoelen van ongeduld, van verdrietigheid – waarom nu toch, ezels die jullie zijn! – zonder wraakgevoelens, zonder haat meer. Alsof zij niet de moordenaars waren, maar ook mee de vermoorden.
En toen waren er niet meer moordenaars en vermoorden.
Het was zo wazig, het liep alles zo door elkaar in haar hoofd, dus toch het een-én-het-ander, zoals haar zoon het wilde.

De ooievaar , de vogel Lakh-lakh met zijn lange snavel en zijn vuurrode poten was er, en de briesende jonge leeuwen; tussen hen in zat het jongetje Himpies op zijn mat en keek met toe met zijn grote verrukte ogen, en overal de kleine zilveren golven, en een stem zei met langzaam met lange tussenpozen van ver weg: de baai –de binnenbaai – je zult toch – nooit – de binnenbaai – vergeten – o ziel – van -?
Wat gebeurde er met haar, ging zij dood, waren dit haar ‘honderd dingen’?
Zij zat rustig in haar stoel, het waren ook geen honderd dingen, veel meer dan honderd dingen, en niet alleen van haar, honderd keer ‘honderd dingen’, naast elkaar, los van elkaar, elkaar rakende, hier en daar in elkaar overvloeiende, zonder ergens enige binding, en tegelijkertijd voor altijd met elkaar verbonden…
Een verbondenheid die zij niet goed begreep; dat hoefde niet, het viel niet te begrijpen, haar voor een ogenblik gegeven om te aanschouwen boven het maanverlichte water.