|
Hij maakte tekeningen, etsen, schilderijen, Anton Heijboer, de opmerkelijke beeldende kunstenaar en bohémien met zijn serie ‘bruiden’ in Den Ilp. Toch schreef hij ook. Onlangs is een boek verschenen met teksten: De filosofie van een oorspronkelijke geest (Samsara, Amsterdam 2006). Daaruit komt het onderstaande.
*
Rust
Er is rust als de schuld van alles altijd bij jezelf ligt. Deze stilte heet in zen ‘Mu’: geen ‘ja’ en geen ‘nee’. Ja, want met een mening verspeel je je boeddhaziel
*
Tekst bij ‘Hexagram 8’
De meester zegt: Met het orakel is men alleen.
Het vertelt de onuitlegbare eenheid van waaruit yin en yang nog ontspruiten moeten. Het orakel spreekt over de vibraties van de ziel; het IS de vibraties van de ziel. In het ogenschijnlijke begrijpen tussen mensen ontstaat het ‘twee-zijn’ of ‘meer-zijn’, want ieder mens heeft andere vibraties van de hersenen. Menselijk of rationeel, is er geen eenheid mogelijk. Het alleen-zijn in de eenheid vóór yin en yang is de grote rust in het bestaan. Dan is er geen scheiding meer met het gehele universum. Elke aansluiting tot een ander mens berust op totaal alleen-zijn. Als men niet reikt tot de eenheid van het alleen-zijn, is verbinding met een ander niet mogelijk.
*
Tekst bij ‘Hexagram 16’
De meester zegt: Men moet nooit zijn wie men is.
Al vroeg in de geschiedenis van de mensheid heeft men het ‘leren’ uitgevonden en door het ‘leren’ werd men wie men is. Maar dan is men slechts ‘het leren’. Men moet zijn: ‘die van vóór het leren’. Men moet de ander zijn En het beeld van de ander is de olifant, omdat de olifant groot en wijs is, en omdat men met al het leren nooit een olifant zou kunnen worden. De olifant neemt trauma’s en problemen weg Hij spreekt in tegengesteldheden. Hij brengt ook anderen in een andere geestesgesteldheid, waardoor zij ook een olifant worden en vergeten met wat voor problemen zij zelf zaten, omdat hun ‘zelf’ dan niet meer bestaat.
*
Tekst bij ‘Hexagram 30’
De meester zegt: Dit is het paradijsverhaal.
Als de mens neemt wat aan de hemel toebehoort, dan verliest hij het paradijs. Hij vangt vogels om te overleven. En het verlies van het paradijs is ook nodig om te overleven. Hij verwerft het vermogen om goed en kwaad te onderscheiden en hij ontwikkelt het vuur van bewustzijn dat zijn gedachten en gevoelens verlicht. Hij leert om zich te handhaven en te manifesteren. De eenheid van het paradijs wordt verdeeld in de honderdduizend dingen van de wereld, en het wordt de levenslange taak van de mens om weer te verenigen wat hij zelf gescheiden heeft.
*
Over zichzelf en zijn werk
Kijk, het is zo stom want een ander kan het niet. Dat is natuurlijk het voordeel. Een ander probeert iets, en ik probeer niets. Dat is ook het voordeel.
*
Ik heb geen eis aan het leven. Het zal mij een rotzorg zijn of ik geslaagd ben of niet geslaagd ben in het leven. Het is voor mij alle twee hetzelfde.
*
In mijn kop ben ik nog heel jong. Ik ben nooit iets opgeschoten. Ik ben gewoon niks gebleven
*
|