Advaitacentrum


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.

Nederlands (NL-BE)English (United Kingdom)
Home Studie en praktijk Poëzie en proza
  • 0
  • 1
  • 2
  • 3
prev
next

Chakrayoga

News image

  Douwe Tiemersma Chakrayoga  Yoga is de weg naar bevrijding van de beperkingen in alle onderdelen van het bestaan. Dit boek richt zich op de bev... lees meer

De bron van het zijn

News image

Nisargadatta Maharaj, De bron van het zijn ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden?  …dat Ik dat ... lees meer

Non-dualiteit

News image

  Jij bent, ik ben dat licht, | licht dat overal zijn centrum heeft; | universeel stralen wij van binnenuit | onbeperkt de rijkdom | van het kleur... lees meer

Openingen naar Openheid

News image

    Als er een kleine bres in de dijk is, is de zee niet meer te houden.  Door ontspanning vallen grenzen weg en meteen is er vreugde.   Opening... lees meer

Willem Kloos (1859-1938) PDF Afdrukken

Kloos was een van de belangrijkste vernieuwers van de poëzie in de jaren tachtig van 19e eeuw. Hij richtte met anderen het tijdschrift De Nieuwe Gids op. In zijn gedichten beschrijft hij op directe wijze zijn gevoelens. De thematiek van de twee onderstaande gedichten, elk met een erg bekende beginregel, zal de lezer die enigszins met de advaita-benadering is meegegaan, gemakkelijk herkennen.
Uit: Geliefde gedichten, De Arbeiderspers, Amsterdam 1972, p. 119-120

*

Sonnet


Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij-zelf en 't al, naar rijks-geboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten, -

En als een heir van donker-wilde machten
Joelt aan mij op, en valt terug, gevloôn
Voor 't heffen van mijn hand en heldre kroon:
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.

En toch, zo eind'loos smacht ik soms om rond
Uw overdierbre leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie, te vergaan
Op uwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar 'k niet langer woorden vond.

*

Van de Zee


De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel, in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.

Zij wist zich-zelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd om, en keert weer waar zij vliedt,
Zij drukt zich-zelven uit in duizenderlei lijning
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

O Zee, was Ik als Gij in al uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst gehéél - en groot-gelukkig zijn;

Dan had ik eerst geen lust naar menslijke belustheid
Op menselijke vreugd en menselijke pijn;

Dan was mijn Ziel een Zee, en hare zelf-gerustheid
Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.

*