Advaitacentrum


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.

Nederlands (NL-BE)English (United Kingdom)
Home Studie en praktijk Poëzie en proza
  • 0
  • 1
  • 2
  • 3
prev
next

Chakrayoga

News image

  Douwe Tiemersma Chakrayoga  Yoga is de weg naar bevrijding van de beperkingen in alle onderdelen van het bestaan. Dit boek richt zich op de bev... lees meer

De bron van het zijn

News image

Nisargadatta Maharaj, De bron van het zijn ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden?  …dat Ik dat ... lees meer

Non-dualiteit

News image

  Jij bent, ik ben dat licht, | licht dat overal zijn centrum heeft; | universeel stralen wij van binnenuit | onbeperkt de rijkdom | van het kleur... lees meer

Openingen naar Openheid

News image

    Als er een kleine bres in de dijk is, is de zee niet meer te houden.  Door ontspanning vallen grenzen weg en meteen is er vreugde.   Opening... lees meer

Martinus Nijhoff (1894-1953) PDF Afdrukken


In de laatste strofe van 'De Wandelaar' laat Nijhoff een 'stoet van beelden' zijn geestesoog passeren, gezien op een afstand van iemand die er aan is ontstegen, wiens ogen kalm de dingen aanzien, het vergankelijke en de doelloosheid ervan begrijpend. Een ander motief in zijn werk is het ongerept kind-zijn, wat duidelijk is in 'De kinderkruistocht'.
Uit: Verzamelde gedichten, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1976 (zesde druk; eerste druk: 1927)

 

*

De wandelaar


Mijn eenzaam leven wandelt in de straten,
langs een landschap of tussen kamerwanden.
Er stroomt geen bloed meer door mijn dode handen,
stil heeft mijn hart de daden sterven laten.

Kloosterling uit de tijd der Carolingen,
zit ik met ernstig Vlaams gelaat voor 't raam;
zie mensen op een zonnig grasveld gaan,
en hoor matrozen langs de kaden zingen.

Kunstenaar uit de tijd der Renaissance,
teken ik 's nachts de glimlach van een vrouw,
of buig me over een spiegel en beschouw
van de eigen ogen het ontzaglijk glanzen.

Een dichter uit de tijd van Baudelaire,
- daags tussen de boeken, 's nachts in een café -
vloek ik mijn liefde en dans als Salomé.
De wereld heeft haar weelde en haar misère.

Toeschouwer ben ik uit een hoge toren,
een ruimte scheidt mij van de wereld af,
die ik kleiner zie en als van heel ver-af,
en die ik niet aanraken kan en horen.

Toen zich mijn handen tot geen daad meer hieven,
zagen mijn ogen kalm de dingen aan:
een stoet van beelden zag ik langs mij gaan,
stil mozaïkspel zonder perspectieven.

*

De kinderkruistocht


Zij hadden een stem in het licht vernomen:
"Laat de kinderen tot mij komen."

Daar gingen ze, zingende, hand in hand,
ernstig op weg naar het Heilige Land,

dwalende zonder gids, zonder held,
als een zwerm witte bijen over het veld.

In de armen van een der kinderen lag
een wolkewit lam en een kruis met een vlag.

De mensen gaven hun warme pap
en brood en vruchten en melk in een nap,

en kusten hen, wenend om het woord
dat de kinderen lachend hadden gehoord.

Want iedereen blijven Gods woorden vreemd,
behalve hem die ze van God zelf verneemt. -

Zij zijn bij de haven op schepen gegaan
en sliepen op 't dek tegen elkander aan.

De grootste der sterren schoof met hen mee
en wees de stuurman de weg over zee.

Soms schreide er één in zijn droom en riep
over het water totdat hij weer sliep.

Met een dunne hand voor haar gezicht
dempte de maan de helft van haar licht.

Zij voeren voorbij de horizon
waar de dag in een hoek van de hemel begon.

Toen stonden ze zingend voorop het schip
en zagen in zee een wit huis op een klip.

Wie alles verlaat vindt in vaders huis
dat vele woningen heeft, zijn thuis.

Het anker rinkelde en viel in zee.
- Domine infantium libera me -

Het hart van een kind is zo warm en los,
- Pater infantium liberet vos -

zo buiten de wereld en roekeloos,
- Domine infantium libera nos -

dat ze gingen en zelfs geen afscheid namen.
- Libera nos a malo. Amen.

 

*