|
Erik van Ruysbeek (1915-2004) |
|
|
|
Er zijn nauwelijks mystieke dichters in het Nederlandse taalgebied. Nog schaarser zijn de dichters die zijnservaringen van non-dualiteit verwoorden. Erik van Ruysbeek, pseudonym van Raymond van Eyck, was zo'n dichter en wel een grote. Hij overleed in 2004. Zijn gedichten spreken voor zich. De gedichten komen uit Zangen van ongrond, Altamira-Becht, Haarlem 2000.
*
Niet ik maar u
Niet wat gij mij geeft heb ik lief u heb ik lief niet wat gij met mij doet heb ik lief uw doen heb ik lief.
Al was het Niet uw gave uw geven had ik lief al was het al uw geschenk uw schenken had ik lief.
Al naamt ge mij mijn wezen uw nemen is mijn al al gaaft ge mij uw grond uw geven is mijn grond.
Niet ik maar gij bestaat niet ik maar gij zijt waar door niet te zijn ben ik eerst u vernietig mij opdat ik zij
niet ik maar u niet ik maar u ...
*
Is dit nirvâna?
Het verlangen verlang ik niet het niet-verlangen verlang ik niet de diepte komt in mij en gaat haar gang. Ik ben mijn doen niet meer de diepte is mijn doen en door mij wordt haar doen gedaan en haar niet-doen, ik voer het uit.
Een spiegel ben ik zonder oordeel, zonder voorkeur, zonder afkeer. Toch is mij alles dierbaar want eenheid maakt alles één en ben ik het niet die liefheeft ik die niets meer heb de liefde heeft mij zij die alles is. Zij is de bron en niets ontsnapt haar.
Alles is nu Nirvana samen de dag doorbrengen eenzaam een cel bewonen pijn smaken en vreugd weten en niet-weten leven en niet-leven.
Voor altijd open is het al in al wat is. Uitblussing is nu in het uitblussen van het reeds uitgebluste.
*
Autobiografisch grafschrift
Tot het ruimteloze verinnigd tot het tijdloze ingewijd tot al vervolkomen, leef ik de vreugde van het nu in het onvatbaar ogenblik.
Nu niets meer kan veranderen terwijl de stromen vloeien kan ik liefdevol sterven: vonk uit een leven dat nooit vergaat.
Pinksteren 1999
*
|