Advaitacentrum


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.

Nederlands (NL-BE)English (United Kingdom)
Home Teksten van betrokkenen Teksten van Wim
  • 0
  • 1
  • 2
  • 3
prev
next

Chakrayoga

News image

  Douwe Tiemersma Chakrayoga  Yoga is de weg naar bevrijding van de beperkingen in alle onderdelen van het bestaan. Dit boek richt zich op de bev... lees meer

De bron van het zijn

News image

Nisargadatta Maharaj, De bron van het zijn ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden?  …dat Ik dat ... lees meer

Non-dualiteit

News image

  Jij bent, ik ben dat licht, | licht dat overal zijn centrum heeft; | universeel stralen wij van binnenuit | onbeperkt de rijkdom | van het kleur... lees meer

Openingen naar Openheid

News image

    Als er een kleine bres in de dijk is, is de zee niet meer te houden.  Door ontspanning vallen grenzen weg en meteen is er vreugde.   Opening... lees meer

Teksten van Wim PDF Afdrukken


*

De Levensbron is volmaakt zichzelf

Volmaakt zichzelf zijn; geen enkele neiging of noodzaak om te veranderen; ook geen mogelijkheid om te veranderen ... Waarin zou het veranderd moeten worden. Het omvat alles en is volmaakt in zichzelf.

‘Geen mogelijkheid om te veranderen’ geeft een stabiliteit en onbeweeglijkheid die vanuit het menselijk denken niet is voor te stellen.

Als het in zichzelf volmaakte niet kan veranderen of verbeteren, dan heeft het geen toekomst, want tijd bestaat alleen door veranderingen. Geen toekomst houdt ook in geen verleden. De volmaaktheid is altijd ‘nu’ en dat is het kenmerk van tijdloosheid. Het ‘nu’ heeft geen toekomst en geen verleden.

Als een mens streeft naar volmaaktheid, dan ontstaat in zijn voorstellingsvermogen een beeld waaraan hij gelijk wil worden. Dat beeld is een menselijk bedenksel met alle beperktheid van alle menselijke bedenksels. Volmaaktheid is met ons menselijk streven of willen niet bereikbaar.

Wat we ons ook aan beperkingen opleggen en hoe zuiver ons streven naar volmaaktheid is, het zijn alleen maar belemmeringen om tot de volmaaktheid te komen. Ze leggen ons vast op een idee, een voorstelling van volmaaktheid en deze volmaaktheid heeft niets te maken met de volmaaktheid van de Bron.

Een ‘toestand’ die onbereikbaar is voor de menselijke geest, moet op een ‘niet menselijke’ manier worden gerealiseerd. Als we er volkomen zeker van zijn dat de inspanning om de volmaaktheid te bereiken zinloos is, pas wanneer dat werkelijk wordt aanvaard, dan bestaat er een kans dat we kennis maken met de echte Levensbron.

Al het persoonlijke streven, hoe goed en heilig dit ook bedoeld is, is een hinderpaal om de ‘niet-persoonsgebonden’ Levensbron te gaan ervaren. Het is uit die bron dat de volmaaktheid voortkomt. Alleen het Leven vanuit die bron is volmaakt zichzelf. Het zichtbaar worden van de Bron vindt plaats via de menselijke geest en het lichaam.

*

De Levensbron is helder

Het leven buiten de Levensbron is duister en ondoorzichtig. Er wordt daar geleefd als een ik, een ego, als een persoon. Zo’n levenswijze heeft geen basis; het hangt als los zand aan elkaar. Er moet constant moeite worden gedaan om het ‘gebouw’ van het ik in stand te houden. Als een mol die door zijn gangen holt op zoek naar prooi moet er worden gecontroleerd of het gebouw van het ik nog in tact is, waar het  moet worden gerepareerd of worden verfraaid.

Het leven buiten de Bron is nooit af en vereist een voortdurende zorg ook naar derden toe. Als iemand waardering uitspreekt over onze persoon, dan wordt die een  vriend genoemd. De kritische toeschouwer die op de zwakke punten in de constructie van ons ‘persoonsgebouw’ wijst, wordt gemeden.

Dat zelf-geconstrueerde ik wordt als het hoogste goed beschouwd, Het is uniek  en wee degene die dat ontkent. We willen bedrogen worden. De strooplikker zoeken we op, de helder denkende wordt gemeden.

Iedere eigen ‘ik-constructie’  staat de Bron van helderheid in de weg. Het loslaten van het ons zelfbeeld is echter niet mogelijk. Het ik zal nooit afstand doen van zichzelf. Het zal zichzelf niet verloochenen. De pogingen om van dit zelf af te komen werden door Wolter Keers al vergeleken met het benoemen van een dief tot politieagent met de opdracht om de dief op te brengen. Misschien doet de agent wel alsof hij de dief (zichzelf) aan zal geven maar als het puntje bij het paaltje komt zal het ik weer te voorschijn komen als het konijn uit de hoed van de tovenaar. Pas na veel twijfelen en vele malen de dief tot agent te hebben gemaakt, rijpt het inzicht dat deze weg heilloos is.

Er zit maar een ding op: ophouden met het stoppen van energie in het eigen gevormde ik-beeld. Met hart en ziel begrijpen dat het ik de oorzaak is van het ontbreken van de Helderheid in ons leven. Niet door een volmaakt ik wordt de Helderheid verkregen, maar door een leven zonder ik.

Overgave aan het ‘niet-ik’, aan het niets, waarin alle constructies van het ik zijn  opgelost, laat de altijd al aanwezige Helderheid schijnen. Het kan niet anders dan helder zijn want niets staat dan nog de Helderheid in de weg.

Zodra er weer een constructie ontstaat, is het zicht op de helderheid weg. Helemaal duister wordt het, wanneer het ik de Helderheid als eigenschap wil claimen Een verlicht ik bestaat niet. Nee, elk ik, mooi of lelijk, groot of klein, ontneemt het zicht op de Helderheid.??Vanuit het niets, volkomen kwetsbaar, zonder enige bescherming leven, laat de altijd aanwezige Bron van alle leven in volmaakte Helderheid schijnen. De noodzakelijke dingen van het leven gebeuren dan vanuit de  Bron, zonder ik-binding.

Ga er maar aan staan: leven zonder houvast, zonder grenzen, zonder toekomst, zonder verleden, zonder enig bezit. Geen ik, ego, of persoon is tot zo iets in staat. Als dat tot op de bodem is begrepen lost het ik, geheel buiten ons ik om, vanuit de Helderheid, op.

Het is dan duidelijk dat er nooit een ik is geweest, dat er altijd al de Helderheid was maar dat we verblind waren door de begoocheling van het beperkte ik.

*

De Bron is absoluut

In het dagelijkse leven is niets absoluut. De betrekkelijkheid der dingen blijkt uit het feit dat aan alles een keerzijde verbonden is. Johan Cruyfff begreep dit al toen hij op z’n Amsterdams zei: “Elk nadeel hep zijn voordeel.

”??Ook als het ernstige zaken in ons leven betreft blijken deze betrekkelijk, ziekte of ongeval kunnen leiden tot inkeer en bezinning. Omgekeerd geeft een ‘probleemloos’ leven misschien geen aanleiding tot verdieping.

Alle levensomstandigheden zijn betrekkelijk, omdat het omstandigheden zijn en niet het Leven zelf. Het Leven zelf is de Bron waaruit alles voortkomt en kan niet anders dan absoluut zuiver zijn, pas wanneer de stroom de Bron verlaat ontstaan er omstandigheden. De stroom wordt bepaald door het landschap waar hij doorheen stroomt. Snel bij het passeren van vernauwingen, langzaam in de wijde vlakte, bij hoogteverschillen valt de stroom klaterend naar beneden om daarna weer in rust verder te stromen. Het zijn de gebeurtenissen die in elk mensenleven plaats vinden.

Dit is het onderscheid tussen ‘Kern’ en de omstandigheden. De Kern is één en ondeelbaar, de omstandigheden zijn veelzijdig en gecompliceerd.

Gezien vanuit de Kern hebben de omstandigheden geen wezenlijke waarde. Laat het maar stromen, arm of rijk, ziek of gezond, jong of oud, dood of levend, vanuit de absolute helderheid stelt dit allemaal niets voor.

Zijn is zijn, een alles overheersende aanwezigheid los van alle omstandigheden. Zodra de zon opkomt, verbleekt het licht van de maan en de sterren.

Zolang er sprake is van een lichaam zullen de verplichtingen die daaraan verbonden zijn in acht worden genomen.

Niet gedreven of gestuurd door welke drijfveer dan ook, maar moeiteloos zonder iets te doen. Dat wat gedaan moet worden doet zichzelf zonder dat daar een Ik bij betrokken is. Geen persoonlijke voorkeuren geen eigenbelang beïnvloeden de handeling. Vanuit de absolute Bron is er een absoluut zien. In dat zien vindt de handeling op de meest efficiënte wijze plaats.

Niet gehinderd door twijfel omdat er binnen het Absolute geen alternatief is kan er dus ook geen twijfel ontstaan.

Zodra er geen hinder meer is van persoonlijke interpretaties komt de Bron aan het licht. Elke handeling die daar uit voortkomt is naar de aard van zijn oorsprong absoluut.

*

De Levensbron is niet beïnvloedbaar

Steeds is er de neiging om dingen en zaken te beïnvloeden. Veranderingen die tot stand zijn gekomen door onze beïnvloeding geven een sterk gevoel van voldoening. Bij een positief resultaat is er trots dat dit door onze invloed tot stand is gekomen. We stellen wat voor! We hebben iets gepresteerd!

Het sterkt onze persoonlijkheid als door onze specifieke kennis als bijvoorbeeld in een gebouw of een tuin harmonie is geschapen. Een sterke persoonlijkheid wordt in de wereld hoog gewaardeerd. Sterke persoonlijkheden gaan zich steeds meer gedragen als mensen die het weten. Hun beïnvloeding beperkt zich niet meer tot zaken en dingen, maar al gauw zullen ze ook de medemens gaan beïnvloeden. Het zijn toch de mensen die het weten!

Ook al zijn de bedoelingen nog zo goed, het resultaat zal altijd negatief uitvallen.De gedachte dat wij door onze invloed een wezenlijke verandering bij een ander tot stand kunnen brengen schept een relatie van leraar-leerling, van deskundige tegenover een leek.

Alle mensen zijn echter in wezen gelijk en ieder bezit, als geboorterecht, de kern van het totale geluk. Hoe is het dan mogelijk om een ander door onze invloed te veranderen. Totaal geluk is totaal geluk en daar kan niets aan worden veranderd of aan worden toegevoegd. Het enige wat kan worden gedaan, is het wijzen op de blokkades die het ervaren van dit totale geluk in de weg staan.

Onze pogingen een medemens te veranderen beperken zich tot het plakken van een stukje ‘niet-eigens’ op de ander dat binnen de kortste tijd weer zal worden afgestoten.

Zolang we niet in contact staan met de Bron van het leven zullen we onze voldoening blijven zoeken in het versterken van onze persoonlijkheid. Als dit wordt nagestreefd door het beïnvloeden van dingen en zaken, heeft dit alleen gevolgen voor ons zelf. Als we proberen om onze medemens te beïnvloeden dan heeft dat zowel voor ons zelf als voor de medemens nadelige gevolgen.

Hoe sterker en invloedrijker de persoonlijkheid is, des te moeilijker is het om met de Bron van het leven in contact te komen. De persoonlijkheid is namelijk de blokkade waardoor we de Bron niet kunnen ervaren. Kettingen van ijzer worden gemakkelijker weggegooid dan die van goud.

Alleen het ervaren van de Levensbron brengt blijvend geluk in ons leven. Dat vinden van de Bron is het enige dat echt belangrijk is in ons leven. Die Bron is het leven. Zolang deze niet wordt ervaren, leven we niet maar bestaan we alleen. Bestaan is vallen en opstaan, net zo lang tot wordt ingezien dat bestaan de schommel is die zwaait tussen geluk en ongeluk, tussen hoop en vrees, tussen vallen en opstaan.

Om tot het ervaren van de Bron te komen zullen we eerst een waarnemerspositie in moeten nemen, daar waar de touwen van de schommel aan zijn opgehangen. Toezien als de verwonderde waarnemer, hoe we steeds tussen de uiterste heen en weer zwaaien. Die waarnemer staat al een stukje los van de heen en weer zwaaiende persoon. Gezien wordt dat de persoon steeds in stand moet worden gehouden door naar alle kanten zijn invloed te laten gelden. Maar ook wordt gezien dat de persoon volledig opgesloten zit in zijn opvattingen. Hoe groter de persoonlijkheid, hoe sterker de opsluiting.

Langzaamaan gaat de waarnemer steeds losser staan van de persoon. Wanneer deze constructie duidelijk en doorlopend wordt gezien, dan pas is er de bereidheid om te gaan twijfelen aan de echtheid van de persoon. Als hij niet meer wordt gevoed dan stort de persoon in elkaar.

Gezien wordt dat de persoon niet meer is dan een gedachte constructie die door ons en door alle mensen om ons heen in stand wordt gehouden. De onechtheid van je eigen persoonlijkheid doorzien is de beperking en de onechtheid van alle persoonlijkheden doorzien.

Er blijft dan niets over. Een niet-iets zonder beperkingen. Beïnvloeding hiervan is ondenkbaar. Wie zou het moeten beïnvloeden. Er is geen persoon meer. Er wordt ervaren hoe alles uit deze Bron stroomt zonder dat de Bron er door wordt beïnvloed. Alleen door het volledig wegvallen van beperkingen van de persoon wordt deze ‘ervaring’ mogelijk. Er is geen ik en er is geen jij . Alleen maar de Bron die door lichaam en geest gestalte krijgt.

Waar geen ik is en geen jij, is beïnvloeden een onzinnig begrip geworden.

*

De Levensbron is zonder grenzen

Wat moet je daar nog over zeggen? Iets wat grenzeloos is, is per definitie onbeschrijfbaar.

Neem het heelal. Vanaf de oerknal dijt het al uit. Er zijn sterren die al miljarden lichtjaren van ons verwijderd zijn. De snelheid van het licht is 300.000 km per seconde. Acht maal om de aarde in een seconde en dat niet gedurende een seconde of een uur maar gedurende miljard jaren en dat is in getallen 1.000.000.000 x 8.000 x 3600 x 300.000 km. Onvoorstelbaar! Om duizelig van te worden, als je probeert het te begrijpen. Het gooit alle kaders waarbinnen wij denken aan diggelen.

Dat is precies wat de Levensbron doet. Alle kaders waarbinnen wij leven,waarin we gevangen zitten, worden onderuit gehaald. Vanuit die onvoorstelbare ruimte waar alle grenzen zijn vervaagd is het mogelijk om in te zien dat het niet nodig is om binnen de beperkingen van grenzen te leven.

Alle beperkingen komen voort uit de gedachte dat we een lichaam en een geest zijn die samen een ik, een persoon huisvesten. Het is alleen mogelijk om dat in te zien wanneer we buiten de grenzen van het ik zijn in die grenzeloze ruimte.

Hoe kom je in die onbeperkte ruimte

Door de andere kant op te kijken!

Hoe onzinnig dit misschien ook klinkt, toch is het de enige weg om uit de boeien van het ik te breken. De andere kant op kijken wil zeggen. Gewoon alles achter je laten. Je omdraaien en geen aandacht meer schenken aan al het bekende, het verleden, de verwachtingen en de gedachten en al het andere waar een mens steeds mee bezig is.

Omdraaien naar de kant die niets bevat dan leegheid, stilte, helderheid en grenzeloosheid. Geen inhoud van menselijke maat, maar waarin de herinnering van de oorspronkelijke natuur weer ruimte krijgt om zich te manifesteren. Het zich toevertrouwen aan de totaliteit, in de absolute zekerheid, dat wat nog moet gebeuren, zolang we het tijdelijke met ons meedragen, zonder enige moeite haar beslag zal krijgen.

Het is toch volmaakt duidelijk dat wanneer er geen belemmeringen zijn, het handelen volmaakt kan plaats vinden.??Wat zich ook aanmeldt binnen de grenzeloosheid, niets is in staat om het besef van de grenzeloosheid te beperken, laat staan te niet te doen.

*

De Bron is onverwacht

 

Wachten om kennis te maken met de ervaringen van de Levensbron leidt tot niets. Je kunt wachten tot je een ons weegt, maar dan nog zal de Levensbron niet gaan stromen. Er is een blokkade die het onmogelijk maakt de altijd aanwezige Levensbron te ervaren. Die blokkade is het feit dat wachten altijd iets is van de persoon. Ook al wacht je op iets bekends, dan nog ligt het in de bedoeling iets toe te voegen aan de persoonlijke ervaring. Iemand die ergens op wacht is niet echt thuis bij zichzelf. Iets bekend of onbekend dat in de toekomst is gelegen is het onderwerp van de belangstelling en wordt begeerd.

Alleen wanneer alle muren, verwachtingen en kennis van onze persoon zijn verdwenen kan het onverwachte tot onze wezenlijke kern doordringen. Zolang dit niet het geval is wordt de oorspronkelijke natuur afgeschermd en is deze kern onbereikbaar. Pas wanneer er geen voor of achterkant meer is, maar alleen doorzichtigheid, alleen dan is al het persoonlijke belang verdwenen.

Er zijn geen grenzen meer en geen scheidingen tussen ‘persoonlijk’ en niet persoonlijk. De wereld buiten het persoonlijke gaat samen met het persoonlijke. Het is een groot geheel. Dit in tegenstelling tot de ‘oude’ situatie waar de persoon als een spin in het web van zijn eigen afgesloten wereldje zit. Alle grenzen zijn weggevallen. Het heeft dan geen zin meer om te spreken van een ik in een wereld. Alles is zo groot en grenzeloos, zonder enige scheiding.

Er is geen ik meer, dus geen verwachtingen meer. Wie zou ze moeten hebben? Als er geen verwachtingen meer zijn, dan is alles automatisch ‘onverwacht’ geworden. Niet te beschrijven, maar des te beter te ‘ervaren’ Het verloren zijn als persoon, op geen enkele manier meer kwetsbaar, geen angsten, nooit geboren en onsterfelijk.

Een onbegrensde ‘ervaring‘ van puur zijn met een rotsvaste zekerheid zonder dat tijd of ruimte er enige invloed op kunnen uitoefenen.

Iedere keer als de grenzen van de persoon wegvallen is de ‘ervaring’ van de totaliteit volkomen onverwacht en onvoorstelbaar.

Tijd speelt geen rol. Er op wachten heeft geen zin. Overgave en loslaten van al het bekende brengen ‘onverwacht’ datgene waar geen verwachting van kan worden gevormd.

*

De Levensbron is altijd Nieuw

De Levensbron is niet nieuw in de zin van iets waar je nog nooit van gehoord hebt of een situatie die onbekend is, maar nieuw in de zin van een andere orde. Zij is verrassend en tegelijk zo eenvoudig dat er met het menselijke verstand geen voorstelling van te maken is. Het is of een zware mist plotseling optrekt en er een groots panorama zichtbaar wordt. Er valt iets weg dat steeds de werkelijkheid heeft vervormd. Het zien en het horen en ook de andere zintuigen werken nu direct zonder dat er een ‘ik’ tussen zit. Alles wordt ervaren vanuit de eerste hand zonder beperkingen.

Zoals een kuiken in het ei of de baby in de baarmoeder geen voorstelling kunnen maken van de wereld waar in ze terecht komen na de geboorte is het onmogelijk om een voorstelling te maken van de situatie waarin de Levensbron vrij is gaan stromen. Het past niet in het normale proces van kennis nemen van onbekende situaties, van alles inpassen in het al eerder geconsumeerde, van een naam geven en toevoegen aan het geestelijke bezit.

De Levensbron laat zich niet consumeren. Verstand en gevoel zijn te klein om invloed te kunnen uitoefenen op deze Bron van het Leven, hierdoor is de Bron blijvend nieuw. Iedere keer dat er kennis van wordt genomen is ze weer even nieuw en verrassend dan de vorige keren. Als een vliegende vogel laat het geen enkel spoor achter in de menselijke geest. Er ontstaat op geen enkele manier een gewoonte in het kennen waardoor nooit enige slijtage in de nieuwheid ontstaat.

Dat alles wordt ervaren wanneer het oude ‘ik’ niet meer op de troon zit maar begrepen heeft dat het een dienende functie heeft binnen een veel groter geheel, wanneer begrepen is dat het niet weten de ruimte schept voor het echte weten. Deze oorspronkelijke nieuwheid helpt krachtig mee om de oude mens in al haar betrekkelijkheid te tonen. De nieuwe situatie gaat de oude mens consumeren. Er blijft van de werkende, willende mens niets anders over dan een glimlach van bewondering dat er zo iets nieuws bestaat.

De Bron is meer jezelf dan je lichaam of je geest. Zo dicht bij en nooit opgemerkt!?Je bent één met de Levensbron. Je bent altijd nieuw.

*

De Levensbron is eeuwig

 

Eeuwig is het tegenovergestelde van tijd.

Meestal verstaan we onder eeuwig een eindeloze tijdsduur. Iets wat zo lang duurt?dat we er ons geen voorstelling meer van kunnen maken. Als gedacht wordt aan?de levensduur van de aarde en er gesproken wordt over miljarden jaren dan gaat?dat ons bevattingsvermogen ver te boven, maar het is en blijft een afgemeten?tijdsduur.

Eeuwig heeft niets met tijd te maken. Om de eeuwigheid te kunnen ervaren moet?er uit de tijd worden gestapt. Het is niet mogelijk om dat met een voor op gezette bedoeling en met behulp van de wil te doen. Zo van ‘nu ga ik uit de tijd stappen’ Alles wat de persoon zich voor kan stellen is gebonden aan de tijd. De hele persoon bestaat bij de gratie van tijd (en ruimte). Zonder tijd, dus in de eeuwigheid, kan er geen persoon bestaan

Dat volledig tot je door laten dringen, dat de persoon een product is van tijd en ruimte, daar naar kijken met een grote openheid, verwondering en intensiteit, laat de grenzen van?de persoon in eerste instantie minder scherp worden en op de duur geheel vervagen.

Geen verleden meer, geen toekomst, alleen maar het nabije ogenblik ‘nu’.

Een nu zonder afmetingen. Ongrijpbaar maar ongelooflijk echt.

Zonder ingrijpen van de persoon, blijft nu altijd nu.

Dat verblijven in het nu is het ‘ervaren’ van de eeuwigheid. Eigenlijk is het woord ervaren hier niet op zijn plaats, want dan maken we er weer een ervaring van en weg is de eeuwigheid.

Er helemaal van afblijven, niet pakken, maar er in oplossen: dat is de eeuwigheid worden.

*

De Levensbron is open

Iedereen zou wel graag open willen zijn naar anderen toe, maar angst om niet geaccepteerd te worden wanneer de ander je beter leert kennen, weerhoud je om open te durven zijn.

Die angst is minder groot tegenover iemand die minder moeite heeft met het oordeel van anderen en zich laat zien zoals hij is. Onder zulke omstandigheden laat ook de gesloten, angstige persoon meer van zichzelf zien en ervaart dit als positief.

Openheid legt contacten en door contacten wordt de eenzaamheid doorbroken. Als blijkt dat met jouw openheid goed wordt omgegaan, kan de openheid steeds groter worden en tot een relatie of een hechte vriendschap uitgroeien. Toch blijft de openheid tussen personen betrekkelijk. De goede eigenschappen staan in de etalage en altijd zijn er zaken die worden achter gehouden omdat je vindt dat het minder goede trekjes zijn. Hoe groot de openheid ook is er blijven toch altijd twee gescheiden personen die nooit tot een werkelijke eenheid kunnen uitgroeien.

Fedor de Hertog ( oud wielrenner ) zei: “De Hemel geeft, wie vangt die heeft.” Dat volledig openstaan voor wat de Hemel geeft, veroorzaakt een uitstijgen van de persoon boven zich zelf. Door het onomstotelijk vaststellen dat ‘de persoon’ de blokkade vormt om geheel open te zijn geeft de mogelijkheid dat de grenzen van de persoon, waar hij in gevangen zit wegvallen. Dan pas kan worden opgevangen wat de Hemel geeft. De persoon filtert de straling uit de Hemel en laat alleen toe wat voor hem acceptabel is en dat blijft dus een beperkte visie.

In de onbeperkte Openheid wordt de persoon terug gebracht tot het stadium dat vergelijkbaar is met die van de stamcellen. Deze cellen hebben de wonderbare eigenschap om uit te kunnen groeien tot ieder gewenst orgaan. Zo kan ook de persoon, in de toestand van Openheid, beschikken over de kennis en eigenschappen die voor dat moment nodig zijn zonder dat dit vaste vorm aan gaat nemen. Ondanks deze eigenschappen blijft er de niet gerichte, ongebonden Openheid waarin niets wordt gewild of geweten. Alleen in deze Openheid is men de ander en is er geen sprake meer van een scheiding.

*

De Levensbron is moeiteloos

‘Voor niets gaat de zon op’ is een oud Nederlands gezegde.

Met andere woorden als je iets wil bereiken in je leven, dan zal je er moeite voor moeten doen. Alleen de zon gaat vanzelf op.

In zekere zin is dat ook waar en ontkom je er niet aan om ergens moeite voor te doen. Toch blijft het resultaat altijd beperkt. Eerst wordt er een idee gevormd dat iets aantrekkelijk is en daarna ontstaat het plan om er moeite voor te doen om dat aantrekkelijke te bereiken. Het is een bekend patroon. Het beeld moet duidelijk zijn, het moet de moeite waard zijn en het moet een zeker voordeel met zich mee brengen. Het blijft zich afspelen op het persoonlijke vlak, het blijft dus moeizaam.??Van een ander kaliber is een verrassende, onverwachte, onverdiende en overweldigende ervaring van, bij voorbeeld, een wonderschone zonsondergang. Daar hoeft geen enkele moeite voor te worden gedaan om er intens van te genieten.

Zo gauw er moeite wordt gedaan, bij voorbeeld, om een foto van die zonsondergang te maken, dan is die diepe ontroering verdwenen en is het resultaat van een prachtige foto er tussen gekomen.

Piekervaringen zijn piekervaringen omdat ze ons moeiteloos en onvoorbereid overvallen. Piekervaringen kunnen ons overkomen wanneer we nergens mee bezig zijn dat onze aandacht en interesse bindt. Maar ook op de meest onverwachte ogenblikken wanneer we er helemaal niet op bedacht zijn kan zich dat grote Bewustzijn zich ontvouwen en al het persoonlijke wegvagen.

Een van de zuiverste kenmerken dat er een contact is met de oorspronkelijke natuur, is de spontaniteit en moeiteloosheid van de ervaring. Het overvallen worden door een inzicht of overzicht of een verband tussen dingen die niet door denken of studie tot stand komen, zijn uit de zuivere Bron afkomstig. Er zit geen enkel eigenbelang in, niet direct en ook niet indirect. Het gaat veel dieper dan alles wat wij zelf kunnen produceren door denken of werken. Op het moment dat zo’n moeiteloze ervaring zich voordoet is het absoluut duidelijk dat die van een andere orde is en niets persoonlijks heeft.

Hoe groter de moed is om de persoonlijke belangen los te laten en in openheid en aandacht te aanvaarden wat het ‘werkelijke Leven’ in petto heeft des te meer zullen deze moeiteloze ervaringen op gaan treden.

De persoonlijke belangen en de behartiging daarvan zijn ons met de paplepel ingegeven.

Ze zijn ons bij de opvoeding en in het onderwijs ingeprent en voorgehouden. Toch is het van het grootste belang om er geen persoonlijke belangen meer op na te houden en uitsluitend in openheid en aandacht voor wat is te leven.

Als dat wordt ingezien dan wordt alles moeiteloos.

*

De Levensbron is gelukzalig

Het verschil tussen plezier, vreugde en genot enerzijds en gelukzaligheid anderzijds is dat de eersten een oorzaak hebben die buiten ons zijn gelegen of in het geheugen.

Gelukzaligheid is echter zonder oorzaak. Daar zit niet iemand in die gelukzalig is. Wat zich ook aandient in het geheugen, het lost onmiddellijk op in het grote Bewustzijn.

Plezier en genot hebben een begin en daardoor ook een einde. Het zijn tijdelijke verschijnselen, geheel afhankelijk van de omstandigheden.

Gelukzaligheid als Levensbron is voortdurend aanwezig. Het is de onbeweeglijke achtergrond van het leven waarin zich alles spiegelt en oplost.

Plezier en genot kennen hun tegenpolen in verdriet en pijn. Het persoonlijke leven bestaat uit een eb en vloed van vreugde naar verdriet en omgekeerd.

Gelukzaligheid als Levensbron is van een andere orde. Het bevat alles zowel de persoonlijke vreugde als het persoonlijke verdriet. Vreugde en verdriet worden meegenomen naar de overzijde waar ze in een onbeschrijfelijke overvloed totaal van karakter veranderen. Ze zijn er wel maar worden herkend als tijdelijke zaken van een zeer beperkte betekenis. De hechting wordt doorbroken waardoor oplossing plaats kan vinden.

Weten volkomen bij je zelf thuis te zijn. Alles in een onbeschrijfelijke overvloed ter beschikking te hebben. Niet als een iemand met een rijk bezit, maar begrijpend dat bezit alleen maar vastlegt en bindt. Dat is gelukzaligheid.?Het grootste geluk is het beseffen niets nodig te hebben. Het volkomen zonder enige twijfel begrijpen dat vrijheid het loslaten is van alle bindingen. Geen vrijheid voor de persoon maar bevrijd zijn van de persoon.

Deze gelukzaligheid is geen toestand van opwinding of extase maar een diep rustig begrijpen dat vreugde en verdriet voorbijgaande verschijnselen zijn die niet worden vastgehouden of worden ontlopen. In die aanvaarding ligt de diepe gelukzaligheid.

Wim Veelenturf