12-13 Je weet dat je in je heldere zelfzijn jezelf kan herkennen voorafgaande aan alle, ook goddelijke, vormen en kwaliteiten

 
Jaargang 12 nr. 13 (31 augustus 2011)

12-13 zonder hoofd

 Zonder hoofd


 

 
Waarom kom je steeds meer open, naarmate je meer in jezelf inkeert?
Doordat je op deze weg steeds meer beperkingen van jezelf loslaat.
Daardoor vallen conflicten en tegenstellingen weg.
In het centrum is er een oneindig open-zijn.
 
Uit Chândogya Upanishad 8.1:
In dit lichaam, in deze stad van Brahman, is een klein huis in de vorm van een lotus en in dat huis is een kleine ruimte. Men moet weten wat daar is. Wat is daar? Waarom is het zo belangrijk? Er is evenveel in die kleine ruimte binnenin het hart als in de gehele wereld buiten. Hemel, aarde, vuur, lucht, zon, maan, bliksem, sterren; alles wat is en alles wat niet is, is daar. Indien alles nu in het lichaam van de mens is, ieder wezen, iedere begeerte, wat blijft er dan over, wanneer de ouderdom komt, wanneer het verval begint, wanneer het lichaam valt?
Wat in die ruimte ligt, raakt niet in verval als het lichaam in verval raakt, noch valt het als het lichaam valt. Die ruimte is het tehuis van Brahman. Iedere begeerte is daar. Het Zelf is daar, boven verval en dood; boven zonde en leed; boven honger en dorst …
 

 
Tekst


Uit een gesprek met Douwe Tiemersma op 5 maart 2003 te Gouda
 
 
Merk op wat er gebeurt, terwijl je zo helemaal stil zit.
Als de stilte komt, verdwijnt de hardheid van de materiële wereld, dan verdwijnt ook veel van de hardheid van jezelf. Heel veel zaken vallen weg.
Ga kijken wat er overblijft, steeds opnieuw. Juist in de helderheid zul je steeds meer ervaren dat je zelf het principe van gevoelsmatig bewustzijn bent. Over jezelf valt steeds minder iets te zeggen. Er komt een steeds grotere ruimte. De eigen sfeer breidt zich uit.
Waarom noemen we het een spirituele  beweging? Spiritualiteit staat tegenover materialiteit. Bij het materialisme staat de materiële werkelijkheid voorop. Wanneer er een verschuiving is naar spiritualiteit komt de geest dus voorop te staan. Niet dat de materialiteit helemaal verdwijnt, maar het krijgt een ander karakter, het krijgt een andere plaats. De materiële vormen worden meer doorzichtig. Dat geldt voor wat je ziet, maar ook voor je lichamelijke zelfzijn. Daarom komt er een steeds ruimere sfeer van zelfzijn.
Traditioneel was de spirituele beweging religieus gericht, op ‘hogere’ vormen. En zo is het voor een groot gedeelte nog. Op de advaita-lijn kijk je zo snel mogelijk door die vormen heen. Je blijft niet bij die vormen staan.
Toch is het belangrijk om precies te zien wat zich allemaal aandient, want ook de religieuze sfeer hoort bij je eigen aanwezig zijn. Die heel ruime sfeer heeft men leren kennen als iets wat tot het goddelijke behoorde. Zo is het ook gegaan in India, ook in de advaita-traditie. Eerst was er een notie van het Brahman als Schepper, een god die schept. Die notie van het goddelijke is hier in het Westen grotendeels verdwenen. Maar als je een spirituele ontwikkeling doormaakt, kom je er vroeg of laat toch mee in aanraking. Daarom is het goed om daar een duidelijke kijk op te krijgen. Het wegvallen van het vastzitten aan een godsdienst heeft hier in het Westen een negatieve kant, omdat de ervaring van transcendentie gemakkelijk verdwijnt. Aan de andere kant heeft het het voordeel dat je niet al te gemakkelijk blijft vastzitten in al die overgeleverde religieuze zaken. Het blijft dus belangrijk om de religieuze sfeer te herkennen, zonder daarin vast te komen zitten.
In de Upanishaden wordt gezegd: Dat, het Uiteindelijke, dat Absolute, Dat ben jij. Daar kun je een heel levende herkenning van hebben. Wat is je hoogste besef? Wat is je hoogste notie? Het hoeft geen vorm te hebben, maar het heeft in ieder geval te maken met onbeperktheid, met universele helderheid, universeel aanwezig-zijn, universeel geluk, vrijheid. In de religie wordt dat naar buiten geprojecteerd en zo ontstaat daar een theologie over. Ons gaat het erom dit te herkennen in de diepte van je zelf-zijn.
De advaita-benadering is geen religieuze mystiek, maar ze hebben wel veel gemeenschappelijks. Wat is het verschil? In de religieuze mystiek wordt dat wat als het ‘hoogste’ wordt gezien, ergens ver weg geprojecteerd. Er wordt uitgegaan van een duidelijke scheiding tussen God en mens, die misschien met veel moeite en genade overbrugd kan worden. Hier gaat het om een directe herkenning van wat je zelf altijd al was. In het kader van de mystiek zijn de fasen die de mysticus moet doormaken vaak op een rijtje gezet. Daarbij behoort ook de donkere nacht en het verlangen. Maar het is duidelijk dat dat soort zaken hoort bij een soort mystiek waarbij het doel ergens ver weg wordt geprojecteerd. Wanneer het goed is, komen God en mens weer bij elkaar, want ook de grote mystici zeggen: ik heb God in het centrum van mijzelf gevonden. Dat is hier en nu.
 
In het onderzoek van het zelf-zijn krijg je op een gegeven ogenblik een standpunt dat we de getuige noemen. Dit is een afstandelijk punt van bewustzijn van waaruit je alles waarneemt, alles vaststelt. Je ziet hoe het allemaal gaat in de wereld vanaf een grote afstand waarbij je niet meer helemaal in die wereld bent betrokken. Vaak is er nog een geobsedeerde wijze van kijken, zolang je toch nog bij al die processen betrokken bent. Maar wanneer die betrokkenheid steeds minder wordt? Dan kan de aandacht meer teruggaan naar jezelf. De beperkingen van jezelf als getuige – alleen al om daar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn – kunnen wegvallen.
Dan word je  jezelf bewust als onbeperkt zelfzijn. Dat is de sfeer van helderheid, van licht, zonder beperkingen, het universele, bewuste aanwezig zijn, zonder beperkingen. Er is alleen maar licht van onbeperkt zijn, onbeperkt bewust-zijn, onbeperkt gelukzalig zijn, Sat-Chit-Ananda. Dat zijn de kenmerken van die universele sfeer. Dat is precies datgene waar de religieuze mysticus op gericht is: de hemelse, goddelijke sfeer. In de advaita- benadering merk je dat dat vroeg of laat de duidelijk ervaren werkelijkheid van jezelf wordt. Als je daar iets onder zit, onder dat universele, dan zijn daar de ‘hemelse vormen’, vormen die veel meer mogelijkheden hebben dan de aardse vormen. Maar die lossen op als de ontwikkeling gaat in de richting van het zuivere Sat-Chit-Ananda. Die universele sfeer van Sat-Chit-Ananda heeft ook de neiging om steeds meer op te lossen, omdat dat kwaliteiten zijn. Het zijn universele en de ‘laatste’ kwaliteiten, maar het blijven kwaliteiten, kwaliteiten van een sfeer waarin je zelf universeel aanwezig bent. In die gelukzaligheid is er nog een universeel genieten. In het zijn, het Sat, is er nog een universeel ik-ben, zonder verdere eigenschappen. In het universele bewust-zijn is er nog een notie van: ik weet, ik stel vast, een weten, zonder vormen, universeel, met toch die kwaliteit.
Maar dan komt ook nog de ervaring en het weten dat ook die laatste kwaliteiten langzamerhand gaan oplossen. Wat blijft er over? Het onuitsprekelijke. Dat onuitsprekelijke is er altijd, hier en nu, ook wanneer er een wereld is. Dat is advaita, het niet gescheiden zijn.
Je stelt dan vast: ik zie inderdaad dat dingen gewoon gebeuren, in het grote geheel, dat ik daar zelf los van sta, hoewel ik alles ben. Ik kan ook zien dat er een verkramping komt op het moment dat ik me er wel mee ga bemoeien. Dan is er een beperkte ik-structuur die de zaken anders wil laten verlopen dan de stroom is. Hoewel ik misschien daar wel eens in word meegesleept, merk ik wel dat de helderheid daarover zich steeds meer uitbreidt, steeds groter wordt.
Laat dat gebeuren. Blijf dus werkelijk bij die verdere uitdijing van die helderheid. En blijf niet gefixeerd op al die zaken die in de wereld plaats vinden. Die mogen er allemaal zijn maar je hoeft er niet op gefixeerd te blijven. Je kunt je aandacht hebben in je eigen sfeer van helderheid, zodat die zich verder kan uitbreiden. Je weet nu dat dit verder gaat dan alle, ook goddelijke, vormen en kwaliteiten. Je weet dat je in je heldere zelfzijn jezelf kan herkennen voorafgaande aan alle vormen en kwaliteiten
 

Mededelingen


De activiteiten van Douwe vanaf september hebben natuurlijk het voorbehoud dat de gezondheid goed blijft.
 
De maandagavond-yoga en –meditatie zijn op 26 september, 24 oktober, 14 november en 12 december (evt. vervolg in 2012); de yoga van 19.30 – 20.45 uur en de meditatie van 21.00 – 22.15 uur. Kosten 40,- (voor de eerste vier lessen).


Ook komt er een bijscholing ‘Chakrayoga’, op vrijdagen 2 september, 7 oktober, 4 november en 9 december 2011 – evt. vervolg van drie lessen in 2012. Tijd: 10.00 – 16.00 uur. Kosten € 240, - voor de eerste vier lessen. Zie: Chakrayoga. Opgave.

In Leuven komt Douwe op 15 september - Vlaanderen.
 
Op 25 september is er een Stiltedag v.a. 10.00 uur o.l.v. Anke. Aanmelden is niet nodig.
 
In de komende herfst zal er geen weekend zijn op de Hoorneboeg. Voor het voorjaar 2012 is wel een weekend gepland: 10-11 maart.
 
Voor het Advaita Centrum geeft Pia de Blok in het najaar van 2011 een nieuwe cursus 'Onbeperkt ontspannen voor jongeren met inzicht in non-dualiteit', voor jongerenwerkers, yogadocenten, ouders e.a. geïnteresseerden, op drie zaterdagochtenden van 10.30-13.30 uur. Data: 12 november, 10 december, en 14 januari 2012. Zie de website Aankondiging Bijscholing Onbeperkt Ontspannen.


Kalender
2 september 10.00 Bijscholing Chakrayoga Douwe
Chakrayoga
7 september 20.00 Advaita avond / satsang Douwe
satsang
11 september 10.30 - 13.00 Werkgroep Yoga en nondualiteit Gisela
Yoga-werkgroep
15 september 20.00 Advaita-avond / Satsang
Leuven
Douwe
Vlaanderen
contact
016/24 65 03
016/22 95 01
21 september 20.00 Advaita avond / satsang Douwe
satsang
25 september 10.00 - 16.00 Stiltedag Anke
Stiltedagen

In Gent, Brugge, Leuven en Noordwolde (Groningen) zijn regelmatig bijeenkomsten zonder Douwe van mensen die zich betrokken voelen bij zijn benadering.
Zie voor informatie:
W: Vlaanderen-Brugge, E: advaitagroepbrugge, T 0486 97 65 69
W: Vlaanderen-Leuven, E: advaitagroepleuven, T: 016-40 03 77
W: Vlaanderen-Gent, E:  advaitagroepgent, T: 0746 89 65 04
W:  Groningen, E: advaitagroepgroningen, T: 050-301 50 69


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • Satsang

    Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod