2-23 Daar je de verlichting niet als persoon kunt bereiken, laat je de persoon los

jaargang 2 nr. 23 (23 augustus 2001)
Nieuws

Nu de reguliere activiteiten langzaam weer beginnen, is het ook weer tijd voor een volgende Advaita Post, de 23e al weer dit jaar. In de zomerweken is wel veel gebeurd. Daarvan meld ik het volgende.

Eindelijk is het boek met de teksten van het 1e Advaita Symposium verschenen: 'Advaita Vedânta. De vraag naar het zelf-zijn. Symposium 2000'. Het is een prachtig boek geworden, mede dankzij uitgeverij Asoka. In een bijlage is een verdere aankondiging te vinden. Naast de daarin vermelde wijze van bestellen, is het natuurlijk ook mogelijk het boek direct op de bijeenkomsten aan te schaffen.
De voorbereidingen voor het 2e Advaita Symposium op 18 oktober zijn in volle gang. Het thema is 'De ander en ik. Eenheid en scheiding in westerse, joodse en hindoeïstische tradities'. In een volgende Post wordt hieraan verdere aandacht besteed. Een dezer dagen gaat een mailing uit naar postadressen.
Een van de dingen die afgelopen weken zijn klaargemaakt, is het nieuwe nummer van Inzicht over ouderworden en sterven. Hieronder volgt een stukje dat ik er voor schreef.

Verzorgingshuis

De laatste jaren kom ik steeds vaker in verzorgingshuizen. Vrienden uit Afrika en Azië vinden het verschrikkelijk dat ouders dààr en niet in het gezin van hun kinderen worden verzorgd. De maatschappelijke en individuele ontwikkelingen hebben hiertoe wel geleid. De aftakeling en het sterven zijn voor een groot deel uit de openbare samenleving verdwenen en in dit soort huizen geconcentreerd. Een bezoek aan een verzorgingshuis - om van een verpleeghuis maar niet te spreken - is inderdaad niet iets om vrolijk van te worden. Veel jongeren komen er alleen voor zover ze er niet onderuit kunnen en zien mensen uitgerangeerd en min of meer apathisch op hun stoel zitten alsof ze er nooit meer uit zullen komen. Deze oudjes praten over lichamelijke ongemakken en over de verzorging. Een aantal jaren geleden stonden ze nog volop in de maatschappij en het familieleven. Ze hadden op hun plaats verantwoordelijkheid, ze hadden eigen meningen en idealen. Nu is hun wereldje wel erg klein geworden en hun lichamelijke en geestelijke toestand zorgwekkend.
Voor zover dit het geval is, wat is de houding van de jongere die even op bezoek komt? De maatschappelijke conditionering is die van de afweer. Het betekent namelijk een sterke confrontatie met de eigen toekomst, terwijl iedereen toch jong en groots wil blijven leven. Voor een gedeelte lukt het die confrontatie te ontlopen, maar niet in een verzorgingshuis. Ik ken mensen die er beslist niet tegen kunnen, omdat ze gedwongen worden hun eigen komende aftakeling onder ogen te zien.
Soms helpt een oudere echter met deze problematiek. Laatst kwam een verwarde dame in de gang naar me toe en maakte me moeizaam duidelijk dat haar TV het niet goed deed en of ik wilde helpen. Ze keek me aan en ik zag haar verwarring. Voordat er medelijden kon ontstaan, ging ik met haar mee naar haar TV. Juist wanneer de ander je hulpeloos aankijkt, verdwijnt de obsessie met je eigen veroudering. Er verschijnt dan iets anders. Een andere keer zag ik een oude dame die haar aftakeling had geaccepteerd en een diep zelfbesef van vrijheid had. Ook wanneer de ander je vanuit een vrij Zelfbesef aankijkt, verdwijnt de obsessie met je eigen veroudering en verschijnt er iets anders.
Ouderen kunnen jongeren iets leren. Jongeren hebben de kans iets van ouderen te leren: mededogen en zelfkennis. Als je de vele mensen ziet die zozeer vast zitten in hun beperkingen en in hun lijden, is er, zonder de afweerreactie van het ik, alleen maar mededogen en een bereidheid te helpen waar dat voor de hand ligt. Als je een kijkje krijgt door het oppervlak van ouderdom heen, is er de herkenning van een gezamenlijk zelf-zijn dat onafhankelijk is van leeftijd, aftakeling en dood. Deze laatste verschijnselen mogen er dan zijn; ze spelen alleen nog aan de oppervlakte een rol. Het Andere als het open Eén-zijn leren zien, heeft een grote kans in contact met ouderen. Laten we hen daarvoor dankbar zijn.

Douwe Tiemersma


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Meditatieboekje

    Korte teksten die je meenemen naar openheid

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod