2009/06 Het spirituele leerproces lijkt op een wandelen op de razor's edge (O.D.)

Jaargang 10 nr. 11 ( 30 juni 2009)
 
10-11Haai
 
Blijf ook deze zomer universeel bewust
 
Mededelingen


Het centrum heeft weer een grote schoonmaakbeurt gekregen. Een aardig aantal mensen heeft hieraan meegewerkt. Ook vanaf deze plaats: allen hartelijk bedankt.

De nieuwe website komt eraan. De oude liep door zijn verouderd basisprogramma tegen zijn grenzen aan. Met het nieuwe programma voor de bouw van websites wordt alles weer up-to-date.

Een aantal mensen helpt bij het overzetten van teksten vanaf de oude website. Als er nog anderen zijn die ook wat willen doen: dan graag aanmelden bij Douwe. Eind juli wordt de nieuwe website gelanceerd.

We komen nu in de zomertijd. Op het centrum is het rustig. Van 21 - 28 augustus is er de retraiteweek op Schiermonnikoog. Op 30 augustus is er de eerste reguliere bijeenkomst op het centrum: de Retraitedag bij het begin van het nieuwe seizoen.

Nieuwe cursussen vanaf september - opgave Nieuwe Cursussen ,tel. 071-5618828.

* Non-dualiteit in de praktijk, op de vrijdagochtenden - zie Non-dualiteit in de praktijk 2009
* Bijscholing op de vrijdagen 1x per maand: Meditatie - kennis en bevrijding van de geest - zie Meditatie
* Bijscholing op de zaterdagen 1x per maand: Chakrayoga - kennis en bevrijding van de levensenergieën en lichamen - zie Chakrayoga
* Bijscholing/opleiding 'Onbeperkt ontspannen' van Pia: Activiteiten.
* Hathayoga, eenmaal per maand op de maandagavond; zie Hathayoga
* Meditatie, éénmaal op de maandagavond; zie Meditatie
Informatie: op de website en bij het secretariaat. Ook zijn cursusboekjes beschikbaar op de bijeenkomsten.

De retraiteweken op Schiermonnikoog 2010 (Advaita-weken)
1) Van 5 - 12 februari. Op verzoek is De Aude Schuele besproken. Deelnemers kunnen zich opgeven voor onderdak in de Schuele. De huurprijs is laag (kleinere kamer: € 146,-, grote kamer met twee of drie bedden: € 220,-) en het is gezellig met een groepje, ook in de grote keuken. De yogalessen zijn in de oude kerk.
2) Stilteweek 11 - 18 juni
3) 20 - 27 augustus.

De Tekst hieronder
Enkele delen van de presentatie van het boek Non-dualiteit - de grondeloze openheid zijn al in Advaita Post opgenomen geweest. Hieronder volgt de uitgewerkte toespraak van Otto Duintjer. Zoals bekend (zie o.a. Advaita Vedânta. De vraag naar het zelf-zijn) heeft hij, naast een grote affiniteit, ook bedenkingen tegen en vragen over aspecten van het advaita-onderricht. Die bedenkingen en vragen zijn voor iedereen die de advaita-benadering belangrijk vindt, de moeite van het kennisnemen waard. Ze roepen op tot een kritisch bewustzijn van waar het werkelijk om gaat. Daarom is Otto's tekst hier integraal opgenomen. Omdat de tekst vrij lang is, volgt de reactie van Douwe, zoals die op de presentatiebijeenkomst werd gegeven, in de volgende AP. In de zomerse tussentijd heeft iedereen de gelegenheid zelf na te gaan welke betekenis de punten van Otto voor de eigen oriëntatie hebben.
 

Tekst


Uit de bijeenkomst met de presentatie van het boek Non-dualiteit, 21 november 2008 in Boekhandel Donner
Otto Duintjer

Om te beginnen: Douwe, gelukgewenst met de publicatie van al weer een boek. Er zijn al jaren meerdere aanwijzingen voor dat het in Gouda bruist van de energie. Dat is na je actieve periode aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam niet minder geworden. Wat de complimenten betreft houd ik het hier even bij, want ik heb gehoord dat ik maar een beperkte spreektijd heb.
Ik zal over het onderwerp 'non-dualiteit' vrij duaal praten en daarbij wat voorbehouden en wat tegenwerpingen maken. We zijn bij andere gelegenheden vaker met elkaar in gesprek en toen Douwe mij vroeg om hier iets te zeggen, wilde ik er eigenlijk voor bedanken. Ik heb namelijk wel wat tegenwerpingen bij dingen die Douwe brengt. Vermoedelijk heb ik daarbij een wat ander levensgevoel dan hij in sommige verwoordingen laat blijken en om dat naar voren te brengen bij een boekpresentatie leek me niet zo geschikt. Maar Douwe heeft toen toch aangehouden en, non-duaal als hij is, gezegd dat het juist wel moest doorgaan. Dus in mijn bijdrage voel ik me nu verder vrij.
Tegelijk was de uitnodiging wel een uitdaging, omdat ik ook voor mezelf eens wat preciezer wilde kijken. Wat is nu het genre van spiritualiteit waardoor Douwe geraakt is, dat hij vertegenwoordigt en op niveau verwoordt? Op de kwaliteit van de verwoording zal ik niet afdingen, maar inhoudelijk zie ik toch vaak punten die een tegenstem oproepen. Dat betreft niet alleen maar een fragmentje. Waar loopt dan die rode draad , waar ik liever een draad van een andere kleur zou hebben gezien? Ik moet zeggen: hij is niet voor één gat te vangen. Soms had ik het gevoel dat ik een hoofdpunt van verschil te pakken had, tot gisteravond toe. Maar vanochtend , dacht ik: "Ja, maar hij zegt ook dat en dat." Dus dan treft de kritiek weer niet helemaal. Toch wil ik enkele aanduidingen van mogelijke verschilpunten noemen. Ik kan ze hier niet helemaal uitwerken, laat staan dat ik echt kan uitleggen hoe ik het zelf zie, want daar is de tijd nu niet voor.

Voorkeur voor het ongedifferentieerde
Het begint bij de hoofdzaak die nu al door drie sprekers genoemd is: het soort nadruk dat Douwe legt - anders dan ik geneigd zou zijn te doen - op een bepaald type ervaring, namelijk de ervaring van wat hij noemt "de grote lege ruimte", of "het Niets waarin alle dingen wegvallen en samenvloeien". Het heet een ervaring van totale openheid zonder vormen, zonder scheidingen en zonder eigenschappen. Dat betreft bij uitstek wat hij met 'non-dualiteit' bedoelt.
Nu betwist ik niet dat zo'n ervaring kan optreden en hij is zo'n goede didacticus dat hij die zo nu en dan ook kan oproepen. Ik heb er wel een vraagteken bij dat die ervaring als het hóógste wordt voorgesteld (waardoor het optimaal kan lijken om altijd in die toestand te verkeren) en dat de dan ervaren werkelijkheid zonder meer dé werkelijkheid zou zijn.
Eén van zijn aanduidingen van die ervaring is bijvoorbeeld dat het de toestand is van vóór elke schepping, dus ook vóór alle onderscheid. Ik ontken niet dat zulke ervaringen voorkomen. Ik ontken niet dat ze waardevol en leerzaam kunnen zijn, maar dat ze het hóógste, het belangrijkste zijn en eigenlijk de standaard waar dé kwaliteit en hét belang van alle andere ervaringen aan afgemeten zou moeten worden, -- dat betwijfel ik. Dat kun je betwisting noemen, maar bescheidener is het hier de vraag te stellen: waarom zou de toestand die aan alle schepping voorafgaat voor ons belangrijker zijn dan al het grootse en hachelijke wat dan juist begint (zoals de evolutie, en heel de menselijke geschiedenis), belangrijker dan alle mooie en dan alle moeilijke dingen die mettertijd te voorschijn komen, die ons te leren geven en per situatie respectvolle aandacht verdienen? Waarom zou dat allemaal minder belangrijk zijn dan die toestand van een Niets zonder onderscheidingen dat altijd bestaat? Natuurlijk, Douwe zelf is subtiel genoeg om per geval weer te nuanceren, als je met bezwaren komt. Maar zijn nadruk kan genomen worden in een zin waar op z'n minst het risico in zit dat dualiteiten, en dus onderscheidingen, minder belangrijk worden gevonden. Zijn vaste trefwoord voor die ervaring begint ook met een negatie: 'non-dualiteit'; een traditionele uitdrukking, maar niet zo'n gelukkige, want het klinkt alsof dualiteit iets is wat ontkend of genegeerd wordt. Zelf probeer ik die 'non- duale' dimensie te benoemen met woorden die wel het eigene ervan aanduiden, maar dan zo dat daardoor juist ook het belang van het duale tot uiting komt. Ik noem het bijvoorbeeld een grenzeloze manifestatie-ruimte waar elk eindig bewustzijn deel aan heeft en waarbinnen alle verschijnselen en dualiteiten zich kunnen manifesteren. Niet zo maar een kwaliteitsloze leegte, maar manifestatie-ruimte , die alle verschijnselen de mogelijkheid verleent om te verschijnen en daarmee hun belang waarborgt als verschijnsel. Besef van die open manifestatie-ruimte versterkt en verlicht zo de aandacht voor wat daarin verschijnt, voor wat zich daarin manifesteert, dus voor wat we te zien, te horen en te voelen krijgen.
In verband met het voorgaande noem ik nog een bedenking bij een bepaald woordgebruik dat veelvuldig bij Douwe voorkomt, ik bedoel zijn gebruik van de uitdrukking 'loslaten', de betekenis waarin hij dat woord neemt en de primaire nadruk die hij er op legt. Iedereen hier weet dat het van belang is te leren dingen los te laten, in de zin van : niet vastklampen, niet verslaafd raken. Mij lijkt het even belangrijk om te leren dat wat we te zien, te horen en te voelen krijgen eerst toe te laten tot je bewustzijn, tot je door te laten dringen, je ermee uiteen te zetten. Dan kan het loslaten bewust aan de orde komen. Het woord loslaten zelf neemt Douwe vooral in de zin van 'laten oplossen' ( zoals bepaalde stoffen oplossen in water), laten vervloeien, wegvloeien. Hij geeft ergens ook als voorbeeld een amoebe die zijn plasma laat uitvloeien. 'Oplossen in de Openheid'--de vanzelfsprekendheid waarmee dit medicijn steeds wordt aanbevolen zou ook weer kunnen wijzen op genoemde voorrang voor de ongedifferentieerde werkelijkheid, waarin dualiteiten en onderscheidingen geen rol spelen, zodat problemen en spanningen die zich bij en tussen onderscheidbare manifestaties voordoen, in die richting kunnen worden afgevoerd en wegvloeien. Maar hebben zulke manifestaties dan wel eerst gelegenheid gekregen om hun boodschap af te geven?
Ik zou Douwe geen recht doen, als ik zou zeggen dat hij voor onderscheidingen geen enkele belangstelling zou hebben. Er is bijvoorbeeld sprake van in mooie passages in het derde en zesde hoofdstuk. In het derde hoofdstuk schrijft hij over de veelheid van 'standpunten': elke diersoort neemt op zijn eigen wijze de wereld waar en dat geldt meer nog bij mensen met hun wisselende standpunten en perspectieven in de loop van de tijd en in diverse situaties. Dus verscheidenheid speelt didactisch zeker een rol bij hem. Maar ook dan ligt de volle nadruk en de pointe toch weer bij datgene waarin alle standpunten 'oplossen'.

'Overhellen' naar het positieve
Als Douwe over onderscheiden zaken en verschillende verschijnselen komt te spreken, lijkt zijn aandacht en interesse voornamelijk uit te gaan naar rooskleurige kanten van het leven. Nare dingen lijkt hij nogal eens te bagatelliseren, naar mijn gevoel. De toestand zonder vorm en eigenschappen leidt bij hem voortdurend tot vrijheid, vrede, vreugde, harmonie, en dat is godzijdank een belangrijke kant van de werkelijkheid. Wanneer we wat opener worden, zullen we af en toe kunnen ervaren dat er genoeg is om ons in verrukking te brengen, of althans tevreden te stemmen en een vrij gevoel te geven. Maar opener worden - dat woord zou ik net zo graag en veel gebruiken als Douwe doet - betekent mijns inziens opener worden voor wat zich sowieso voordoet en dat is telkens toch ook een andere kant, dus dualiteit (een woord dat gewoon tweevoudigheid en onderscheidenheid betekent; 'dualisme' is iets anders). Dualiteit van zomer én winter, van dag én nacht, van geluk én lijden, kunnen ontspannen én moeite doen, van tederheid en botheid, eerlijkheid en bedrog, dapperheid en lafheid enzovoort, om ons of in ons. Daarmee leren te leven en daarmee je uiteen te zetten lijkt mij minstens zo belangrijk als te leven met een werkelijkheid waarin alle onderscheid verdwenen is.
Over een bepaald punt heb ik wel eens kritiek gehad op de christelijke mysticus Johan van het Kruis, die bij herhaling zegt dat we moeten leren meer 'over te hellen', volgens hem juist meer naar het moeilijke dan naar het makkelijke, naar het zware dan naar het lichte, meer naar het onaangename dan naar het aangename. Daarentegen lijkt mij het spirituele leerproces eerder een soort evenwichtskunst, koorddansen, wandelen op de razor's edge , waarbij je bewustzijn naar weerszijden met beide extremen contact onderhoudt en juist niet te veel gaat overhellen. Het is al heel wat om tussen beide polen het evenwicht te bewaren , ze recht te doen en je door geen van beide te laten overweldigen, maar ze wel tot je bewustzijn toe te laten als ze zich manifesteren. Bij Douwe zie ik ook een tendens om wat over te hellen, maar dan juist naar de kant van het rooskleurige, de idyllische kant, 'de wind in de duinen' en dergelijke.

Lichamelijkheid
Ik sluit af met een specifieker punt van verschil tussen hem en mij, of eigenlijk een punt waar ik een vraag bij heb omdat het kan zijn dat ik iets verkeerd begrijp. Als dat zo is, lossen we vandaag meteen iets op in de openheid, maar het kan ook zijn dat het gewoon niet klopt wat hij zegt. Deze vraag lijkt mij op een antwoord met ja of nee te kunnen uitlopen. Dat is toch ook wel eens aardig.
Het onderwerp ligt toevallig op het terrein waarvan ik al jaren aanneem dat we op dat gebied het meest verwant zijn, namelijk de verbinding van spiritualiteit met lijfelijkheid, de lichamelijkheid. Dat is in mijn leven een ontdekking geweest. Na jaren lang vooral intellectualistisch geleefd te hebben, had mijn eerste expliciet spirituele doorbraakervaring de trant van een 'uittredingservaring' alsof persoon en lichaam sterven.. Lichaamsgevoel (je hele lichaam van binnenuit kunnen voelen) was toentertijd bij mij niet sterk ontwikkeld. In diezelfde tijd (eind jaren '60 en begin '70) vonden er ingrijpende veranderingen plaats in mijn concrete leefsituatie : maatschappelijk, in mijn gezin, mijn positie en werk aan de universiteit. Nog vol van die 'verticale' ervaringen met oneindige openheid, werd ik meteen geconfronteerd met allerlei turbulenties in mijn 'horizontale' omgeving. Gelukkig kreeg ik vervolgens duidelijke signalen en gelegenheden om te leren meer met beide dimensies in verbinding te blijven. Ontwikkeling van meer lichaamsgevoel ('van kruin tot voetzool') bleek daarbij een belangrijk onderdeel (naast contact met verdrongen gevoelens e.d.), kortom leren 'aarden' of 'gronden'. Zo heb ik via taichi-leraars, via een leraar hathayoga en een paar jaar met harde hand van Nadine Scott, de Amerikaanse psychotherapeute (uit de school van Lowen) die werkte met Gestalt en bioenergetische oefeningen --, geleerd mijn body te voelen van binnenuit. Toen ik later met Douwe in contact kwam, dacht ik: hoezeer ik ook vraagtekens heb bij zijn nadruk op die uiterste openheid, wij hebben minstens gemeen dat we allebei die lijfelijkheid ook serieus nemen. Dat is als het ware een complementair tegenwicht. Dan blijft de zaak in balans en dan blijf je de grond voelen en de ademhaling volgen die altijd hier en nu plaatsvindt. Dus wanneer je bijvoorbeeld met je gedachten her en der uitwaaiert, kom je via het lichaamsgevoel altijd weer terug bij de grond en bij de situatie waarin je je lijfelijk bevindt. Voor mij betekent dat ook : gevoelsmatig contact houden met je eindigheid, omvat door het oneindige.
Maar nu merk ik geleidelijk aan - en in dit boek viel me dat uitdrukkelijk op - dat Douwe vooral geïnteresseerd is in lijfelijkheid als iets 'energetisch'. En dat betekent dat ook lijfelijkheid deels geassocieerd wordt met het vloeiende en contourloze. Lichaamsgevoel zou volgens hem zelfs de snelste weg naar de grenzeloosheid zijn. In mijn levenservaring echter is mijn lichaam er juist-- behalve als contactpunt met de oneindige openheid-- als sterfelijk lijf zich bevindend op een bepaalde plek in concrete situaties. Nu zegt hij in dit boek letterlijk - en in dat verband denk ik een ja- of nee-antwoord te kunnen krijgen - dat de snelste weg naar die oneindige openheid is via het voelen met de lichamelijke tastzin. Dus, met je lijfelijke tastzin zou je de grenzeloosheid van het heelal kunnen voelen. Met behulp van directieve oefeningen laat hij je je lichaam van binnenuit voelen en vraagt dan: "Waar voel je een grens?" Sommigen zeggen dan: "Bij de huid." "Dat is toch niet echt een grens", zegt Douwe dan. En zo gaat het verder. "Voel nu naar links en voel dat er geen grens is; en naar rechts, naar voren en naar achteren, en drie zinnen verder zijn we aan het einde van het heelal! Nee, ook niet aan het einde natuurlijk, aan de grenzeloosheid van het heelal. Je voelt telkens 'er is geen grens' en zo kom je met grote stappen snel thuis (daar is een middeleeuws godsbewijs nog niks bij!). Nu had ik wel gemerkt, sinds ik wat lijfelijker ben gaan voelen, dat het lichaamsgevoel verder kan reiken dan de fysieke huid. Ik kan voelen of er mensen in de buurt zijn, of er een dier langs loopt en zo. Ik kan lijfelijke gewaarwordingen hebben als ik een huis binnenkom waar een gespannen sfeer heerst, en aan den lijve het verschil voelen tussen de sfeer in een ziekenhuis, in een fabriek of in een kerk. Maar mijns inziens houdt de lijfelijke gewaarwording vrij snel op in de ruimte. Hoe ver kun je tastenderwijs voelen met je lichaam? Ik kan niet lijfelijk voelen of mijn buren thuis zijn, laat staan dat ik binnen in de huizen kan voelen aan de overkant van de straat door alle muren en voorbijgaande auto's heen. En dan ben ik steeds nog maar in Amsterdam Oud-West. Misschien vergis ik me. Vandaar nu mijn vraag : bedoelt Douwe echt dat je op dergelijke afstanden dingen lijfelijk kunt voelen en tasten en dan voelend grenzeloos door alles heen kunt gaan? Of gaat het hier in feite niet over voelen, maar over een imaginatie-oefening ?
Dit betrof dan een paar verschillen met wat Douwe zegt. Maar we weten ons verbonden.
In non-dualiteit verbonden,

een verlichtende zomer gewenst,

Douwe Tiemersma


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Psychotherapie en non-dualiteit

    De psychotherapie en oosterse bevrijdingstradities zoals advaita vedânta en boeddhisme hebben in de laatste jaren een steeds grotere belangstelling voor elkaar gekregen. Ze hebben elk specifieke noties en werkwijzen, maar overlappen elkaar voldoende om een vergelijking mogelijk te maken.
    In dit boek worden diverse westerse psychotherapeutische stromingen en twee bevrijdingswegen die van oorsprong respectievelijk hindoeïstisch (Advaita Vedânta) en boeddhistisch zijn, met elkaar geconfronteerd.

  • Naar de Openheid

    De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie. 
    Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod