3-15 Vrijheid vieren: in stille openheid de energieën spontaan kosmisch laten stromen

jaargang 3 nr. 15 (30 april 2002)


We zien ervan af een pand te kopen. Vorige woensdagavond en in enkele antwoorden op e-mail-vragen heb ik dat uitgelegd.
Het is me in de afgelopen tijd duidelijker dan ooit geworden, hoezeer bij de mensen van de Advaita Kring persoonlijke beperkingen doorspelen als ze helpen bij het nodige organiseren en in relatie tot mij. Het is het beste zoveel mogelijk organisatie af te kappen.
Een minimum aan organisatie en activiteit blijft nodig, bijvoorbeeld om een ruimte te huren en het geld over te maken.
Op zich is activiteit niet beperkend, maar dat wordt vaak wel zo ervaren omdat het denken alles zo gecompliceerd maakt. Dat wordt dan soms weer op mij geprojecteerd. Het gaat om de hallucinatie dat je zelf beperkt wordt door complexiteit die je als muren in de wereld ziet. En deze hallucinatie wordt weer op anderen geprojecteerd. Zo gaat dat. Onbegrijpelijk.

Bij deze Advaita Post vindt als bijlage u een deel van een interview door Patricia van Jac Zitman. Enkelen kennen hem nog. Zijn website-adres is www.jaczitman.nl

Ten slotte: vorig jaar hadden we een avond met de film ‘De zee die denkt’ met de regisseur Gert de Graaff. Deze film wordt woensdag 1 mei vanaf 20.02 uur uitgezonden op Nederland 3. Verdere informatie over de film: www.dezeediedenkt.nl

Tekst

Uit een gesprek op Schiermonnikoog, 11 juni 2001 (1)

Ja, we hebben al heel wat gesproken over vrijheid en over vrijheid vieren. De eerste dagen ging het om een speciale betekenis van het vieren, namelijk loslaten. Af en toe kwam de andere betekenis van het vieren ook wel naar voren in de zin van vrijheid vieren als een feest. Het eerste punt blijft belangrijk, dat die lijntjes van spanning naar allerlei zaken die we belangrijk vinden worden losgelaten, dat ze langzamerhand zo verdwijnen dat de knoop van je ego, die daar haast onontwarbaar zit, toch vrijkomt; de touwtjes glijden weg, verdwijnen, je houdt niets over.
Nu hebben we het over vrijheid vieren, de vrijheid víeren. Dat betekent dus dat er vrijheid is. We zijn er vanuit gegaan: de vrijheid is er. Alleen, die zal dan zo duidelijk moeten zijn dat er ook werkelijk op een heel bewuste manier die vrijheid te vieren is. Wanneer het nog niet echt helder is, is het verleidelijk om te zeggen: hatsiekadee, een lekker muziekje en pilsje, we gaan vrijheid vieren. Maar, let eens op wat er dan gebeurt. Het is natuurlijk altijd gezellig en leuk om wat te vieren, maar wat wordt er gevierd en op een welke wijze? Dat ‘wat’ en de speciale ‘wijze’ mogen er zijn, dat is mooi, aardig, gezellig, maar hoe vrij zijn zij? In hoeverre worden ze door ideeën, verlangens en belangen beperkt? Hier gaat het om Vrijheid vieren. Die Vrijheid is levensgroot aanwezig als de Openheid die gevierd wordt en als de wijze waarop die gevierd wordt. Deze Vrijheid is open en deze openheid blijft er. Alleen daarin kan iets plaatsvinden dat helemaal spontaan is, maar dat totaal vrij blijft.
Als je te snel vrijheid wilt vieren zonder dat de Vrijheid er is, ervaar je al snel weer beperkingen. Dan is het alleen maar gezellig en dat is natuurlijk ook een tijdje de moeite waard, maar het is niet Vrijheid vieren. Het hangt ervan af wat je onder vrijheid verstaat. Met een paar hadden we zo-even een gesprekje over de jongeren die naar de waddeneilanden trekken; die gaan ook vrijheid vieren met een aantal kratten pils en weet ik wat allemaal.
Het gaat om werkelijke vrijheid. Dan is er een stille openheid, die blijft bestaan en daarin komt dat vieren. Dat bewust-open-zijn is het vieren. Wat er dan ook gebeurt, het is in ieder geval open, spontaan. Die stille openheid blijft aanwezig. De problematiek is, dat maar al te gemakkelijk die open vrijheid weer verengd wordt door ik-verlangens en -ideeën. Dan is duidelijk dat je weer in de problemen komt. Dan zeg je achteraf: nou het feestje viel toch weer tegen. Vrijheid vieren gebeurt in de grote, oneindige openheid van sat-chit-ananda. In die prachtige sfeer van ananda, stromen de energieën op een spontane manier, zonder egocentrische krachten, terwijl, heel helder, de stille openheid aanwezig blijft. De energieën stromen, ongehinderd door een ‘ik’, in de grote sfeer van gelukzaligheid.

Bijlage

Het is niet iets om te bereiken, maar om te herkennen
Interview met Jac Zitman (deel 1)
door Patricia van Bosse

In het dorpje Oosterzee Buren in het zuiden van Friesland woont Jac Zitman. Zijn praktijkruimte is gevestigd in een oud kerkje, waar bij de deur een bord staat ‘magnetiseur en paragnost’. Als je binnen gaat is er een winkeltje met grote potten kruidenmengsels. We zitten te praten in de praktijkruimte aan het bureau. Aan de muur hangen schilderijen en op allerlei plekken, binnen en buiten, staan beelden die Jac voor een groot deel zelf heeft gemaakt. Op deze dag neemt Jac de tijd te vertellen over zijn leven en zijn spirituele inzichten. Begin jaren tachtig bezocht hij ‘een jaartje’ de gespreksbijeenkomsten van Douwe Tiemersma. Hij vertelt hoe het na zijn doorbraak, intussen wel twintig jaar geleden, verder is gegaan met zijn kinderen en het werk in zijn praktijk.
Jac schrijft wekelijks columns in het streekblad de ‘Zuid Friesland’. Op zijn website (www.jaczitman.nl) zijn er een aantal te lezen, onder andere over zijn spirituele ontwikkeling en de paranormale ervaringen in zijn jeugd.

In je columns heb je geschreven over je ervaringen in je vroege jeugd op paranormaal en spiritueel gebied. Hoe is je spirituele ontwikkeling gegaan?
Eigenlijk is het vanzelf gegaan. Ik vind het wel interessant om te zien wat er nou precies is gebeurd. Hoe kwam het nou dat een jongetje van zes, zeven jaar dat soort inzichten had? Een van de eerste ervaringen die ik op paranormaal gebied had, was op die leeftijd. Wij woonden in het huis van mijn oma en toen ik de trap afliep zag ik nog net een zwarte piet wegschieten in de schoorsteen. Toen wist ik dat daar een cadeautje zou liggen. Ik was me er al gauw van bewust dat het beeld dat ik zag een tussenschakel was om me informatie te geven waar ik met mijn zintuigen niet bij kon. Je kon het cadeautje niet zien, niet horen, niet ruiken, maar door het zwarte pietje wist ik dat het er lag. Ik mag blij zijn dat ik niet een beeld van Jezus Christus heb gezien, dan was het misschien slecht met me afgelopen. Maar met zo’n zwarte piet wordt het al gauw duidelijk dat je dat beeld zelf hebt gecreëerd Het heeft me altijd geholpen om te begrijpen dat het niet om het beeld gaat, maar om de informatie die dat beeld je geeft.

Je beschrijft in je columns nog andere ervaringen, bijvoorbeeld dat je buiten met een buurmeisje een vogeltje ging begraven, praatte over God en dat je toen werd opgenomen in licht.
Als je als klein jongetje je op God richt en dan dat licht vindt, ja wat is dan God? In ieder geval niet wat de dominee je erover vertelt. Ik heb het eerst jarenlang laten liggen. Ik had wel allerlei boeken in huis van Gerard Croiset, Bhagwan en Sai Baba, maar ik had geen tijd om te lezen, ik was druk met werken en geld verdienen. Voor die tijd was ik een provo geweest, altijd aan het ageren tegen de maatschappij, altijd aan het vechten. Daarna was ik een yup, ik had een florerend elektricienbedrijf opgebouwd, dat was eigenlijk ook vechten. Toen raakte ik dat plotseling kwijt, eerst was ik heel rijk en toen had ik in een keer niets. In die periode kwam het paranormale terug. Maar juist daardoor begreep ik al snel dat al mijn waarnemingen gekleurd waren door de persoon en ik wilde erachter komen wie nou degene was aan wie het zich voordeed.
Wat ook belangrijk was dat ik mijn vader pas leerde kennen toen ik 27 was. We zouden gaan emigreren naar Zuid Afrika en hij was vooruit gegaan. Mijn moeder zou met de kinderen later komen, maar dat is nooit meer gebeurd. Toen ik hem weer ontmoette, zag ik dat een groot deel van de persoonlijkheid erfelijk is. Er waren zoveel dingen in hem die ik in mezelf herkende, dat waren gewoon de genen. Als ik in mijn familie ga kijken, zie je dat er heel veel zijn met die paranormale gave, maar ook dat het allemaal mensen zijn geweest die alles loslieten, vechters die dat zoeken in zich hadden. Die energie zie ik terug bij heel veel familieleden en die kleurt altijd je persoonlijkheid. Dat speelt nog steeds, dat stopt niet. Door dat inzicht weet ik nu dat het maar gebeurtenissen zijn in de grote ruimte waar ik altijd weer naar terug kan. Als die energie niet beperkt wordt dan kan het gewoon zijn gang gaan in de ruimte. Als buskruit in een kleine ruimte ontploft gaat de hele boel kapot, maar als je het buiten aansteekt hoor je pfff en is het weg. Ruimte is belangrijk en die ruimte in jezelf is er altijd.
Ieder mens kent wel die momenten dat je aan het fietsen bent en het gewoon automatisch gaat. Jij bent er niet meer bij, hoogstens nog als waarnemer. Meestal ga je het achteraf wel claimen, dan zeg je dat heb ik zo goed gedaan of ik redde me uit die situatie, maar in werkelijkheid was je er helemaal niet bij als persoon.
In de confrontatie met mijn vader begreep ik dat je gemakkelijk de boel naar de knoppen kunt laten gaan. Toen hij terugkwam, was hij ook alles kwijt, maar hij was er niets beter van geworden. Zijn vrouw had een probleem met haar longen en met haar ben ik naar de bekende paragnost Croiset gegaan. Die vroeg mij waarom help je haar niet zelf? Ik had dat paranormale en ik had ook die ervaring van dat licht, maar ik begreep niet wat het was, dus ik ging zoeken. Croiset kende dat licht ook wel, maar meer als een ik die het licht beleeft. Hij raadde me aan naar yoga te gaan, dan konden mijn energieën in harmonie komen. Ik heb toen in Scheveningen waar ik woonde les in yoga gekregen van een vrouw. Op een gegeven moment zei ze dat ze me niet meer kon helpen, maar wel iemand kende die in India was geweest en die er wat van had begrepen. Dat was Douwe.
Zo kwam ik daar in dat gymnastiekzaaltje in Gouda terecht. Ik was natuurlijk van een heel ander slag, dat ben ik nog steeds. Veel mensen volgden een yogaopleiding, maar ik had wel in de gaten dat dat allemaal bijzaak was, daar zocht ik niet naar, ik zocht naar de waarnemer. Ik probeerde te begrijpen wat je nu in werkelijkheid bent, dat je niet die persoon bent met al die eigenschappen, maar dat je het licht bent waar alles in verschijnt, de ruimte waar alles in verschijnt en de stilte waar alles in verschijnt, datgene wat niet meer te begrenzen is. Tegelijkertijd zeg je als je praat honderd keer ik en eigenlijk kan dat niet, dat stoort elkaar en dan ga je zoeken. Aan het einde van het verhaal kwam ik erachter dat de waarnemer ook maar een waarneming is, dat de waarneming en de waarnemer bij elkaar horen. Als er niets waar te nemen is, is er ook geen waarnemer. Opeens is er een waarneming. Het komt op in dat wat ik in wezen ben. Dat is geen zelf, dat is geen iets, dat is niet te definiëren. Het gaat altijd gepaard met een gevoel van heerlijkheid. Het gaat bij mij altijd gepaard met licht en een gevoel van kracht.
Dat zoeken was van binnenuit, ik heb nooit de behoefte gehad naar India te gaan, ik zocht in alles altijd de ervaring zelf. Daarom pas ik niet in een traditie, daar ben ik veel te eigenwijs voor. Ik had ook geen zin om me met de mensen die yoga deden te bemoeien. Ik had mijn eigen zoektocht en ik hoefde nergens bij te horen.

Je bent nooit geïnteresseerd geweest in Advaita of andere stromingen?
Ik ben even binnen komen lopen bij Douwe met een vraag: wat is er aan de hand, waar gaat het om. En daarna ben ik gewoon weer verder gegaan. Hij wist iets dat ik niet wist, ik ben even in de buurt gebleven en dan zag ik wel of dat voldoende was. Ik had met andere mensen gepraat die me een stapje dichterbij hadden gebracht, maar die niet het antwoord hadden. Toen ik Douwe zag, dacht ik dat die het wel zou kunnen weten. Ik heb tenslotte ook dat helderziende erbij.
Wat Douwe doet vind ik heel waardevol, Douwe is rationeel bezig, ook op de universiteit. Ik heb het eigenlijk allemaal vanuit de mystieke kant gedaan. Maar ik waardeer erg wat Douwe doet, want het is belangrijk dat hij dit soort dingen naar het niveau van wetenschap kan brengen. In mijn praktijk heb ik er vaak mee te maken dat men zegt dat het niet wetenschappelijk is, wetenschap is een autoriteit.
In de satsangs van nu zie je dat het weer een bepaalde groep mensen is die op een bepaalde manier wordt aangesproken. Het is toch een soort semi-religieus gebeuren. Ik zit ook wel op internet te kijken en als ik zie wat er gebeurt met al die guru’s moet ik me inhouden. Ik ben een vechter, het liefst zou ik een knuppel in het hoenderhok gooien. Waar zijn jullie nou eigenlijk mee bezig? Ze komen niet met eigen, nieuwe dingen, maar baseren zich teveel op oude Indiase geschriften. We hebben nu niets aan het beeld van een witte olifant, dat zijn dingen uit heel oude religies die samengaan met een manier van denken en een bepaalde leefwijze van toen en je ziet dat als dat hier gebracht wordt, mensen dat een beetje na gaan lopen doen.
In mijn praktijk komen soms mensen van heel ander slag, geen lieverdjes, maar jongens die het vuile werk opknappen en bijvoorbeeld bij het vreemdelingenlegioen hebben gevochten. Die zie je nooit in spirituele bewegingen. Die kennen ook dat licht. Het zijn vechters die leren vechten zonder aan zichzelf te denken. Die jongens zijn in de war en ze zoeken iets. Ik kan ze direct pakken waar ik ze moet hebben, want ik ben er zelf geweest en ik ken hun manier van denken. Dan gaat het soms heel snel.
Je moet goed voor ogen blijven houden dat het een algemene menselijke eigenschap is. Bij mannen zie je het heel vaak gaan in de vorm van vechten. Bij vrouwen zie je veel meer dat ze het wel al begrijpen, maar vrouwen hebben door hun hormonen meer de neiging te manipuleren, zorgen dat alles in orde blijft, zorgen dat de jongen geaccepteerd worden in de kudde.
Mannen zijn de strijders, die huis en haard willen verlaten op zoek naar iets nieuws. Bij de natuurvolken werden de mannen ingewijd, je werd weggestuurd en je moest terugkomen met een beer die je had gedood. Dan zie je de dood in de ogen en daarna ben je de beste vechter, want dan ben je niet meer bang voor de dood. Mijn zoon heeft bij een auto-ongeluk zo’n soort ervaring gehad. Als je aan het einde van de film komt, is er alleen nog maar wit licht en dan gaat de film wel weer verder, maar zoals mijn zoon zei, het had net zo gemakkelijk toen kunnen stoppen. Na zo’n ervaring ben je niet meer bang voor de dood- als dat nou alles is dan hoef je daar niet bang voor te zijn. Dat wordt natuurlijk wel weer gebruikt, ingekaderd, door die vechters. Maar in feite is het niet te claimen door een richting of een geloof. Het is veel algemener dan dat.
Ik ben iemand die zijn leven lang tegen conventies heeft gevochten, dat zit in mijn genen. Ik kan daar heel goed mee omgaan, ik heb er inzicht in. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat je beseft wat je in werkelijkheid bent en al het andere is gewoon rotzooien en hoe spontaner je kan zijn hoe meer de dingen vanzelf gaan en dan geeft het ook geen problemen. Het is allemaal niet zo belangrijk, er is niets te bereiken verder. Toen ik mijn doorbraak had, besefte ik ook dat het leven helemaal geen zin heeft, dat er verder helemaal niets te bereiken valt. Je weet dat je altijd alles weer terug kan brengen naar die ruimte, het is maar iets dat opkomt en verdwijnt, zoals een geluid in de stilte. Normaal gesproken luister je van geluid naar geluid, maar het kan ook dat de stilte er is en dat er geluiden in opborrelen, maar die stilte wordt er niet anders van, wat voor herrie of wat voor mooi gezang er ook is.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • Pranayama

    Dit boek is een praktische handleiding bij het beoefenen van pranayama. Alle onderdelen van de traditionele pranayama komen hierbij aan bod.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod