3-22 Als je je werkelijk met de betekenis van de woorden mee laat gaan

jaargang 3 nr. 22 (1 juli 2002)


De avondgesprekken van de tweede retraite op Schiermonnikoog zijn opgenomen. Dus deze zullen nog wel eens in Advaita Post verschijnen. Hieronder staat een gedeelte van laatste avond van het seizoen in Gouda. Hierna is er een Schiermonnikoog-tekst van Wouter te vinden.
De bijlage bevat een brief met een aantal belangrijke vragen over de advaita-benadering en de korte reactie van mijn kant.

Uit een in leiding en gesprek te Gouda op 22 mei 2002


Dit is de laatste open Advaita-avond van dit cursusjaar. We zijn het afgelopen jaar een flink aantal keren bij elkaar geweest en hebben een aantal verschillende benaderingen gevolgd. De advaita-benadering was er steeds weer op een andere wijze. Duidelijk is dat het voortdurend over hetzelfde ging. Er zijn heel veel woorden gezegd, ik heb nogal wat inleidingen gehouden, over van alles en nog wat. Steeds weer was er hetzelfde: een beweging die naar een grens gaat. Woorden kunnen daarbij helpen. De beweging gaat naar een bepaalde grens toe. Wat daar gebeurt, daarover is niets meer te zeggen. Het is wel zo dat je er langzamerhand steeds meer kijk op krijgt. Wat gaat daar nu eigenlijk gebeuren? In ieder geval in negatieve zin, dat allerlei oude, vaste structuren verdwijnen. Allerlei vanzelfsprekendheden lossen op. Het is vreemd, maar welke weg je ook kiest, je komt op een gegeven moment in zo’n grensgebied. Je kunt heel letterlijk in de ruimte naar voren gaan, steeds verder vooruitgaan. Dan kom je op een gegeven ogenblik in het oneindige terecht waar de gewone, eindige zaken niet meer gelden. Je kunt ook achteruit naar binnen gaan, de weg van het zelfonderzoek die we al vaker zijn gegaan. Je gaat steeds verder terug naar de kern van jezelf. Maar, die kern blijkt steeds weer tussen je vingers door te glippen, hij is niet te pakken. Er blijkt steeds meer een moeras te zijn waarin steeds meer los komt.

Het is duidelijk dat wat in dit gebied gezegd wordt maar van heel betrekkelijk belang is. Juist wanneer het gaat om het essentiële. Wanneer er werkelijk iets gaat gebeuren, blijkt de betrekkelijkheid van de woorden. Woorden kunnen je wel helpen om naar een grens te gaan, om je iets te laten zien: kijk daar nu eens naar, let daar nu eens op, hoe werkt dat, wat is je conclusie. Veel fundamenteler is datgene wat onder de woorden plaatsvindt, wat er om de woorden heen gebeurt. Het is hier vaker vastgesteld: de belangrijke punten van de advaita-benadering kun je op een gegeven ogenblik gemakkelijk mentaal in woorden reproduceren. Dat is heel simpel. Maar de advaita realiseren, het hier op een levende wijze realiseren, dat is een heel andere zaak. Dan blijkt dus het terrein van het mentale en van de taal heel betrekkelijk te zijn. Op dat niveau kan er alleen iets in gang worden gezet. Wanneer je deze beweging zich laat voortzetten, dan komt er iets anders. Zolang je vastzit in het mentale, is het nuttig om alles op een rijtje te zetten, te gaan vergelijken, je af te vragen ‘hoe zit dit, hoe zit dat?’ Je hebt altijd gedacht dat het zo-en-zo was, maar er blijken ook andere ingangen te zijn, andere manieren om alles te bekijken, er zijn andere perspectieven die even sterke papieren hebben. Vanuit het mentale kun je in ieder geval de betrekkelijkheid van al wat gedacht wordt op het spoor komen, gaan inzien dat het denken slechts een weg is die naar de grens van het denken leidt en naar de conclusie: ik ben als denker zo verschrikkelijk betrekkelijk.

Wanneer er een voortdurende helderheid is, stel je de dingen op een directe manier vast, zonder twijfel: dit is het. De wereld is niet eenvormig, maar kan talloze vormen hebben. Er is niet is één soort werkelijkheid, maar er zijn allerlei typen. De werkelijkheid kan allerlei vormen hebben. Werelden komen op en ze verdwijnen weer. Ze zijn dus betrekkelijk. Langzamerhand krijg je de notie van de sfeer waaruit ze opkomen, waarin ze weer verdwijnen.  Dat is je eigen sfeer. Die staat los van al die veranderingen, van al die condities. Je ziet dan ook steeds weer, hoe gemakkelijk je meegaat met de uitnodiging van die condities om die sfeer als werkelijkheid te gaan ervaren, als dé werkelijkheid te gaan ervaren. Wanneer je helder bent, zie je dat gebeuren. Dan realiseer je je ook heel snel: dat kan allemaal het geval zijn, maar mijn eigen zelf-sfeer is veel ruimer, en deze is niet gebonden aan bepaalde vormen, aan een bepaald type van werkelijkheid. Je ziet duidelijker dat het heel verleidelijk is om steeds weer opnieuw een oude vorm van werkelijkheid te creëren. Je ziet het allemaal gebeuren en steeds weer heb je die dubbele beweging waar we vaak over gesproken hebben. Aan de ene kant zie je al die betrekkelijke dingen die toch een zekere aantrekkingskracht hebben en steeds weer besef je: nee, dat schouwspel is het niet, dat is niet alles, dat is niet het wezenlijke, het is maar een bepaalde uitingsvorm, een bepaalde wereld. Aan de andere kant, teruggaande naar jezelf, heb je de notie van het allesoverstijgende zelf-zijn, zonder vormen, zonder afstand te nemen, want het gaat om een interne vaststelling. Het gaat er dan om, om bij die hoogste notie, bij dat hoogste besef te blijven, daarbij geweldig helder te blijven, zodat niet opnieuw de openheid wordt ingevuld met een bepaalde vorm. Heb steeds weer door – daarvoor heb je het onderscheidend vermogen – wanneer een bepaalde vorm gaat overheersen. Blijf bij het Uiteindelijke, dat dwars door alles heen gaat, terwijl het nergens door wordt beperkt.

(Vr.) Wat bedoel je met dat ‘dwars door alles heengaan’?
(D) Het Uiteindelijke wordt door niets beperkt. Voor zover het nog een ruimtelijk karakter heeft, wordt het ook van niets afgezonderd, het gaat dwars door alles heen. Deze ruimtelijkheid blijft er tot op het allerlaatst. Daarom kun je Dit tot het allerlaatst bespreken in ruimtelijke termen. Uitgaande van de ervaring van afgesloten dingen, op een bepaalde plaats met grenzen, is er de zijnservaring van het Onbegrensde.

(Vr.) Dus al is het een ervaring van onbegrensdheid, dan heb je nog steeds een ervaring.
(D) Ja, dat is tot op het laatst nog een bepaald soort ervaring. En tot op het laatst blijf je met de taal daaraan vastzitten. Het is goed om dat heel duidelijk te zien. Het zijn de laatste dingen die je nog met woorden kunt aanduiden. Ook met de grote woorden van ‘oneindigheid’ of ‘ruimteloosheid’ blijf je nog steeds zitten met het woord ‘ruimte’. Maar, het is goed om te kijken hoe ver je met de taal kunt komen. Als je hiermee bezig bent, zit je in ieder geval op de grens. Probeer dan maar, zo goed en kwaad als het nog gaat, alles te beschrijven. Daar zijn we mee bezig, omdat dan – terwijl je helder blijft - de zaken werkelijk gaan kantelen. Door de woorden kun je er misschien wat meer gevoelig voor worden.
Je kunt het ook zo zien. Wanneer je zelf met een bepaalde aanduiding meegaat, bijvoorbeeld ‘het oneindige’, dan is het eerst nog een woord. Wanneer je werkelijk daarin meegaat, naar de betekenis ervan, vervluchtigt dat woord heel snel, terwijl de innerlijke betekenis zich steeds duidelijker gaat manifesteren. Het is als het ware als een soort beweging als van een raket. Je ziet de nachtelijke hemel en gebruikt het woord ‘oneindigheid’ als een soort doel. Je ervaart de ontzettend sterke impuls gericht op dat doel - wham! Je schiet de lucht in en blijft niet staan bij het woord als baken. Er is alleen maar een gerichte impuls … en dan zít je in die oneindigheid. Zo gaat het. Dat gaat ook zo met de mantra. Wanneer je werkelijk bezig gaat met de mantra, krijg je die raket-beweging. Als klank, als lettergreep, als woord, kun je er tegenaan gaan zitten kijken. Dan gebeurt er natuurlijk weinig, hooguit dat je geest een beetje rustiger wordt. Maar wanneer je je werkelijk met de wezenlijke betekenis ervan mee laat gaan …

Tekst van Wouter

in mij

zittend in de kapel
bij de meester van de eenvoud
ogen niet gefocussed
nam ik alles waar
de beweging van een voet
het optillen van een arm
een kuch
een zin gesproken door de meester
een antwoord door een leerling
alles vond plaats
in mij

vol verbazing
hoorde ik woorden
komen uit mijn mond
zich richtend tot de meester
“alles vindt plaats in mij,
ook deze woorden”
“je bent het niet gewend”
lachte de meester
zijn ogen keken
naar de mijne
in mij

“draai je om”
zo sprak de meester
in mij
schouwend nam ik waar
maar er draaide
niets om
in deze onbeweeglijkheid
in mij
alles werd hoorbaar stil
de ogen van de meester
keken naar de mijne
in mij

“de appel zal vallen
als hij rijp is”
zo sprak de meester
in mij
onbeweeglijk
werd alles waargenomen
in mij

“het ijs is dun”
zo sprak de meester
in mij
de wens er door te zakken
werd zichtbaar
in mij

Bijlage

Briefwisseling juni 2002

Zeer geachte heer Tiemersma
In maart en april heb ik deelgenomen aan uw satsangs in de Pauluskerk. Ik vond beide bijeenkomsten erg interessant maar ook zwaar. Op 23 mei heb ik buitengewoon geboeid geluisterd naar het debat tussen u en dr. Jan Bor. Ik stel het erg op prijs dat u en anderen zoveel moeite doen om mensen iets te vertellen over de Advaita Vedanta en over verlichting. Zelf ben ik reeds lang zoekende, al weet ik niet precies wat ik zoek en of het de moeite waard is. Zo af en toe overdenk ik de vragen die ook in de genoemde bijeenkomsten aan bod zijn gekomen:
1. Wat is verlichting?
2. Is het zinvol om verlichting na te streven?
3. Zo ja, hoe kun je het bereiken?
4. Welke rol kan een meester hierbij spelen?
In bijgaande 2 A4-tjes heb ik mijn eigen gedachten hierover op een rij gezet. Het zijn meer vragen dan antwoorden. Met enige schroom (vanwege uw drukke bestaan) wil ik u vragen om dit stukje te lezen en er uw gedachten over te laten gaan. Waarschijnlijk zijn mijn vragen niet uniek en kan het u
een beeld geven van de punten waar meer mensen mee worstelen. Nog mooier zou zijn als u mij advies kunt geven hoe nu verder te gaan, b.v. door deelname aan een van de door u zelf georganiseerde activiteiten. Misschien dénk ik wel te veel. "Zoekt en gij zult vinden", zo wordt gezegd, maar ook: "Door het zoeken wordt de zoeker versterkt. Laat al het zoeken vallen". Is dit de
les uit het bekende verhaal van de hoogleraar die vol vragen een zenmeester bezoekt? U kent het vast. De meester stelt voor eerst thee te drinken en blijft het kopje van zijn bezoeker volschenken tot het ruimschoots overloopt, zeggende: dit is wat u doet, u probeert het onmetelijke in uw begrensde hoofd te krijgen....
Met vriendelijke groet en wellicht tot ziens,
Theo van der Voordt

1.       Wat is verlichting?
Volgens sommige verlichten valt dit niet uit te leggen: zij die weten spreken niet. Anderen duiden verlichting als een bewustzijnstoestand, een ‘hoger’ bewustzijn, een zijnstoestand of een zijnservaring zonder vorm, zonder grens, zonder inhoud, volkomen leeg.. Weer anderen spreken van het verdwijnen van het ego, of van een ‘onmiddellijke’ ervaring: de waarnemer en wat wordt waargenomen zijn één. Ik kan me voorstellen dat in laatste instantie aan een onverlichte niet valt uit te leggen wat het is. Maar zo goed als je de smaak van cassis redelijk kunt beschrijven, al is het maar door aan te geven waar het niet naar smaakt, zo moet het toch ook mogelijk zijn om in de buurt van een heldere uitleg te komen. Gelukkig neemt u wél de moeite om een poging te doen. Toch blijven er veel vragen en misverstanden.
§         Zenmeesters zeggen wel: als ik hout hak, dan hak ik hout, maar wel ‘totaal’. Dit duidt op volledige concentratie op de activiteit van dat moment, hier en nu. Hoe verhoudt zich dat tot de uitleg van verlichting als een toestand van niet-denken? En helemaal in het hier en nu leven kan toch niet, want je moet toch ook plannen wat je morgen of op langere termijn gaat doen, al is het maar om je werk goed te kunnen doen of afspraken met anderen te kunnen maken? Hoe kun je dan volledig loskomen van tijd en ruimte?
§         Verlichting betekent bevrijding, het oplossen van alle grenzen, het vrijkomen van elk standpunt, het opheffen van elke identificatie. Maar waarvan wordt je precies bevrijd? Niet van je fysieke beperkingen (je kunt b.v. niet de 100 m in 5 sec lopen). Noch van je cognitieve beperkingen (ook verlichten weten en begrijpen niet alles). Gaat het dan om bevrijding van je verlangens, om onthechting? Maar het is toch onmenselijk om niet te verlangen, naar vrede, veiligheid, liefde en geluk? Of gaat het louter om bevrijding van zelfzuchtige verlangens? En hoe zit het met emoties? Een verlichte die in de metro wordt bedreigd zal zich toch ook angstig voelen? Hoe verhoudt zo’n situatie zich tot de uitspraak dat verlichting tot opheffing van lijden leidt? Wat voelt een verlichte die in de krant over verkrachtingen leest, of over de moord op Pim Fortuijn? Zoals ik ooit opmerkte in een satsang: het kan toch niet de bedoeling zijn dat mensen onverschillig staan tegenover het lijden van anderen? Wat is het verschil tussen onverschillig of apathisch en de ‘hogere waarheid’ van de stoïcijnen? Wat betekent ‘vrijkomen van elk standpunt’? Een van de uitspraken van de oprichter van de Soefibeweging in het westen, Inayat Khan, luidt: “Niets overkomt je wat niet voor jou is bedoeld”. Dit lijkt erg op het erkennen en aanvaarden van een “Goddelijk plan”. Ik geef toe dat dezelfde situatie vanuit een ander, hoger gezichtspunt heel anders geïnterpreteerd kan worden, dan wanneer je er middenin staat. Maar alles “onverschillig” (= zonder te oordelen?) aanvaarden gaat mij veel en veel te ver.
§         Verlichting wordt wel in verband gebracht met opperste gelukzaligheid. Zijn verlichten echt continu gelukzalig? Kennen zij geen enkele angst (zie ook het vorige punt) of verdriet? Hoe zit het dan met de woede van Jezus toen hij de geldwisselaars de tempel uit smeet, of bijbelpassages als “en Jezus weende bitter”? Was hij toen even niet verlicht, of gaat het hier niet om menselijke emoties, maar om iets heel anders? En zo ja, om wat dan?

2.       Is het zinvol om naar verlichting te zoeken?
Voor mij is het zoeken naar verlichting alleen zinvol als het je als mens gelukkig(er) maakt én als je eigen verlicht zijn bijdraagt aan het geluk en welzijn van je medemensen, of liever nog: aan al wat leeft. Verlicht zijn in een grot in de Himalaya hoeft voor mij niet. Meer spreekt aan de uitspraak: “in de wereld, maar niet van de wereld”. Of vergis ik me en is verlicht zijn een doel op zich? Draagt een verlichte alleen al door verlicht te zijn bij aan het collectieve welzijn? Kan het je helpen om beter te functioneren in de maatschappij? Of is dat hooguit een neveneffect en geen doel op zich?

3.       Hoe kan een mens verlichting bereiken?
Door lezen of nadenken is nooit iemand verlicht geworden, wordt wel gezegd. Toch wordt Socrates een verlichte genoemd. Deed hij méér dan nadenken? Het huidige toverwoord lijkt meditatie. Bijna elk esoterisch boek prijst dit aan. Zelf ervaar ik mediteren in mijn eentje als een kwelling, en heb ik prettige ervaringen met mediteren in een groep, even buiten de drukte van alledag. Maar hoe komt het dat mensen die serieus en jarenlang gemediteerd hebben, toch de verlichting niet kunnen vinden? Denk aan Jan Bor met zijn 10 jaar Zen-ervaring! En hoever moet je ermee gaan? Is negen jaar mediteren voor een muur – zoals van Boddidharma wordt beweerd –zinvol omgaan met je leven? Hij had die tijd immers ook anders kunnen besteden, b.v. door maatschappelijk zinvol werk te doen. Boeddha verliet vrouw en kinderen en zat jaren onder een Boddhi boom. Leuk voor zijn vrouw en kind… Je hebt toch een verantwoordelijkheid ten opzichte van je familie (ook al zegt Jezus bijvoorbeeld: “dit zijn mijn broeders”, wijzend op hen die hem volgen, en ook: “laat de doden de doden begraven”). In een boekje getiteld “De goeroe is dood” wordt verhaald van een Indiase zoeker, die na lang mediteren in een continue trance was geraakt. Zijn zoon kon geen enkel contact meer krijgen met zijn vader, maar in diens omgeving werd de man als een groot heilige vereerd. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? En hoe zit het met Ramana Maharshi, die door velen als een van de grootste verlichten (kennelijk is er een hiërarchie in verlicht zijn…) wordt gezien, maar tijdens zijn transformatieproces dood zou zijn gegaan als zijn volgelingen hem niet zo goed hadden verzorgd?

4.       Kan een meester mensen helpen?
Voor mij is dit eigenlijk geen interessante vraag. Natuurlijk kan iemand met ervaring een ander zonder ervaring op weg helpen. De vraag is veeleer: mag een meester onvoorwaardelijke overgave eisen, onder het motto dat hij weet wat goed voor je is en condities creëert die je verder kunnen helpen. Ik ben hier zelf nogal huiverig voor. Ik houd van de verhouding meester – leerling (gezel), maar niet van de verhouding meester – knecht. En te vaak wordt misbruik gemaakt van het vertrouwen dat mensen in hun ‘meester stellen. Hoe herken je eigenlijk een meester. Was Osho (voorheen Baghwan) een meester? Hij houdt ‘meesterlijke’ toespraken, maar ondanks zijn uitspraken over het laten vallen van het ego komt hij op mij over als iemand met een heel groot ego. Was Krishnamurti een meester? Zonder twijfel een bijzonder iemand, maar het verhaal gaat dat hij een verhouding had met een getrouwde vrouw. Op zichzelf in mijn opvatting niet per definitie altijd en overal verwerpelijk, maar in het licht van onthechtheid wel vreemd. Van Sai Baba wordt beweerd dat hij homoseksuele toenadering zoekt bij jonge bezoekers. Hij zelf ziet het als liefdevolle hulp bij het opheffen van blokkades. Wat is hier roddel en achterklap, wat voor leken niet te vatten hogere waarheid, wat gewoon onzin?

Th. v.d. V.

Korte Reactie Douwe Tiemersma

Aan de heer Van der Voordt,
In uw brief die de tekst over verlichting begeleidt, schrijft u over het zoeken. De tegengestelde aanwijzingen (zoeken, niet-zoeken) gelden verschillende fasen. Degene die een gevoel van onbehagen heeft, gaat zoeken naar opheffing van dit onbehagen. Als dit in de spirituele richting gaat en als zich alles goed ontplooit, blijkt men aan de randen van de denkende en zoekende persoon te komen. Dan kan een werkelijke bevrijding van het onbehagen plaatsvinden. Zolang dit niet heeft plaatsgevonden is het goed om alleen maar precies te gaan kijken, alle vragen open te houden en te doen wat u niet laten kunt.

1. Wat is verlichting
a) Als ik hout hak, denk ik niet.
Voor zover er denkprocessen zijn, vinden deze in het hier en nu plaats, inclusief het denken aan verleden en toekomst.
b) Bevrijding is bevrijding van verkramping, en zo van de beperking van de eigen identiteit. Daardoor wordt het lijden, dat wordt veroorzaakt door de beperking en scheidingen, opgeheven. Voor zover er de wereld is, is er een universeel gevoel, medegevoel en mededogen.
c) De menselijke gebeurtenissen gaan door zo lang er menselijk leven is, maar b) blijft er ook ongescheiden van (advaita).
2. Is het zinvol om naar verlichting te zoeken?
Zie 1b).
Verlichting is misschien aanvankelijk een doel, later niet meer, zie 1e alinea. Dan is er alleen een spontaan stromen van energie, zolang als dat gaat.

3. Hoe kan een mens verlichting bereiken?
Een mens kan als een beperkt persoon geen verlichting bereiken. Bij de verlichting valt elk begrip en elke definitie weg.
Verlichting is geen doel dat je kunt bereiken door een weg af te lopen. Dan zou er niets wezenlijks veranderen.
Mediteren is hooguit een weg naar de grenzen van de persoon (1e alinea).
Trance is een soort zelfhypnose en geen werkelijke bevrijding.
Bij de bevrijding vallen de beperkingen weg, ook die van de familie en die van de dood. Zij worden betrekkelijk, maar toch mogen ze er zijn (advaita).

4. De meester-leerling verhouding
Alleen voor zover mensen leren van iemand anders is er de meester-leerling verhouding.
In de advaita gaat het om het eigen bevrijdende inzicht. Dat houdt een onderscheidende en kritische blik in, ten opzichte van de eigen beperkingen, maar ook ten opzichte van die van de leraar. Gewaardeerd wordt alleen wat de leraar bijdraagt aan het eigen inzicht.

Wel ontstaat, als het goed is, een op ervaring gegrond vertrouwen in de leraar. Dit vertrouwen werkt positief bij het loslaten van de eigen beperkingen, uiteindelijk van de ik-kramp.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • Mediteren leren

    Dit boek geeft een handleiding bij het leren mediteren voor beginners en voor de gevorderden die nog eens bij het begin willen beginnen. Het uitgangspunt is de spontane meditatie, die iedereen af en toe heeft. 

  • Pranayama

    Dit boek is een praktische handleiding bij het beoefenen van pranayama. Alle onderdelen van de traditionele pranayama komen hierbij aan bod.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod