3-40 Dat ieder die staat van Stilte en Vrede realiseert die vrij is van condities

jaargang 3 nr. 40 (23 december 2002)


Het einde van het kalenderjaar nadert. Wij eindigen de Advaita Post met nummer 40.
In een bijlage staat het tweede en slotdeel van Patricia’s interview met Wim Veelenturf.

De vorige woensdagavond ging het vooral over vrede, de vrede die voorbij de tegenstelling vrede-onvrede ligt. De oorzaak van onvrede ligt in de krachten van de ego’s die botsen en innerlijke krachten in het ego die tegengesteld zijn (scheiding/beperktheid en toch alles willen hebben). Vrede ontstaat vanzelf als er geen ego’s (ik-wil, ik-denk) meer zijn.
Twee illustraties van vrede -
Paul (Rozenburg) vertelde dat hij lange tijd probeerde de mussen uit zijn hand te laten eten. Ze kwamen wel dichtbij maar vertikten het op zijn hand te gaan zitten. Nu weet hij in het kader van meditatie zich volkomen leeg en stil te maken. Als hij leeg en stil wordt bij de vogels komen ze nu op zijn hand zitten.
Willem (Haarlem) stuurde een stukje dat hij voor het blad van zijn instelling schreef. Hier volgt een alinea hieruit. Het hele stuk over ‘Ziekteverzuim en stilte in de zorg’ is als bijlage toegevoegd.

‘Jaren geleden werkte ik op een afdeling met zwaar gehandicapte patiënten. De meesten konden niet lopen of praten. Ze lagen op matrassen in een grote ruimte en maakten vaak onrustige bewegingen en geluiden. Op een ochtend werkte ik alleen op die afdeling, en op een moment dat het zeer onrustig was kreeg ik een ingeving. Ik ben op een stoel midden in die ruimte gaan zitten en heb helemaal niks gedaan, dat wil zeggen, ik ben alleen maar stil geworden. Naarmate ik zelf stiller werd, nam de onrust om me heen af en binnen een paar minuten lagen alle patiënten heerlijk te soezen.’

Dat ieder die staat van Stilte en Vrede realiseert die vrij is van condities.

Vrede in het denken, in de gevoelens, in het contact met de wereld, in de wereld, boven de kosmos uit; Vrede in rust
Pia

Eerste bijlage

En dan ontdek je een nieuw leven
Interview met Wim Veelenturf - deel 2 - slot
door Patricia van Bosse

Hoe is de ontwikkeling na je pensionering doorgegaan?
Op een bepaald moment werden mijn rugproblemen erger. Het wonen op de boerderij werd daardoor een belasting. Mijn vrouw komt uit het oosten van het land, zij wilde ook liever wat beschermd wonen, ze vond het koud in de polder. Ik was het er meteen mee eens. Van Douwe had ik begrepen dat de boerderij me zo in beslag nam dat het een belemmering voor me vormde. Zo besloten we de boerderij te verkopen en dat ging veel sneller dan verwacht, binnen veertien dagen was hij verkocht.
We zijn toen hier gaan wonen in Wolfheze en dat is goed geweest. Ook de grotere afstand tot Douwe is goed geweest, want ik bouwde wel heel erg op hem, ik spaarde alles op tot ik weer naar hem toe kon. Eigenlijk was ik te weinig zelfstandig. En hier kreeg ik die zelfstandigheid terug.
Ik las bijna alleen maar de boeken van Nisargardatta, Ik ben en Zijn, die heb ik dan ook helemaal kapot gelezen. Iedere keer was het weer nieuw voor me en haalde ik er weer meer uit dan de vorige keer. Zo geleidelijk aan is toen alles tot rust gekomen, ik werkte niet meer en ook had ik geen zorgen meer over de boerderij. Aan de boerderij had ik vastgezeten, die had mij vast. Het was een bouwval toen we hem kochten, maar met mijn drie zonen heb ik hem opgeknapt. Naast mijn werk hebben we er eindeloos aan getimmerd en gemetseld, we waren een ploeg bouwvakkers. Het was wel mooi, je krijgt dan een heel bijzondere band met die kinderen. Maar het is wel zo, dan wordt het iets dat zo van jezelf is, dat je er niet meer los van kan komen. Die boerderij had mij in zijn macht.
Het verhuizen heeft veel invloed gehad, daardoor kwamen dingen steeds meer naar boven, ze kregen ruimte en eigenlijk zonder dat ik kan zeggen toen gebeurde het, is het op een gegeven ogenblik helemaal ruim geworden. Het is zo heerlijk, dan ben je dik in de zestig en dan ontdek je een nieuw leven. Dat is ongelofelijk. Ja ik heb heel veel aan Douwe te danken.

Je geeft nu meditatieavonden?
Ik vond dit zo belangrijk, dit is het enige belangrijke: dat je vrij bent, dat je niet meer in die persoon geblokkeerd bent en niet meer gedwongen bent te leven zoals je omgeving wil en je daarvan afhankelijk bent.
Die vrijheid was zo groot, dat inzicht was zo belangrijk voor me dat ik het niet voor mezelf kon houden. Ik vond het onverantwoord om het voor mezelf te houden. Ik ben een keer bij Douwe geweest, heb met hem ge-emailed over die behoefte om de boodschap in het Arnhemse door te geven.
We hebben een stukje in de krant gezet. Mijn vrouw en ik geven nu samen de avonden. Zij is toen ze zeventig werd gestopt met het geven van yogales, maar ik heb haar gevraagd of zij ter voorbereiding ademhalings- en ontspanningsoefeningen wil geven. Twee keer per maand houden we de bijeenkomsten. We doen het nu ongeveer een jaar en er is belangstelling voor. Er zijn een paar mensen echt geïnteresseerd die blijven komen. Na de ontspanningoefeningen bereid ik de meditatie voor door aan geven welke instellingnodig is als je stil bent. Ik probeer te verwoorden waar het om gaat, hoe moeilijk dat ook is omdat er geen woorden voor zijn. Dan hebben we twee periodes stilte en tussendoor lopen we. Daarna drinken we thee en is er tijd voor vragen. Zo ziet een avond er uit, gevarieerd en niet te zwaar, zodat het voor mensen makkelijk en aantrekkelijk is.

Als ik nou naga wat voor mij het belangrijkste is geweest zijn het de nachten. Het was vaak een heel heldere toestand, niet slapen en niet wakker zijn, ertussen in, zonder weerstand van de persoon. Die is dan vanzelf op de achtergrond en dan grijpt het zijn kans, dan openbaart het zich. In de nachten was het me zo duidelijk dat dat de vrijheid is, dat het persoon zijn zo’n verenging en vernauwing is, dat je dan denkt dat zal ik nooit meer doen. En dan de volgende ochtend, ging ik toch weer terug in de persoon. Dat is een hele tijd op en neer gegaan. De nacht was echt belangrijk en nog, als ik denk hoe zal ik de komend meditatieavond proberen duidelijk te maken waar het om gaat dan krijg is ‘s nachts vaak een hint, een helderheid dat het goed is er op die manier iets over te zeggen zodat daar die openheid zou kunnen komen.
Ik ga er steeds van uit ook op de avonden dat iedereen het allemaal al heeft, we hoeven niets te leren. Je moet het zo zien, er zit wat in de weg, eigen ideeën die je hebt aangeleerd, wat je denkt dat je bent. Het is zo klaar en duidelijk dat je dat niet bent. Het is zo’n verarming van je leven als je je beperkt tot dat persoontje wat je denkt dat je bent.

Je legt meer de nadruk op meditatie dan op de gesprekken?
Op de gespreksavonden krijg je dingen aangereikt. Om ze door te laten dringen bij jezelf gebeurt toch in stilte. Mensen proberen toch altijd er eerst nog zelf iets van te maken. Dat proces stop te zetten gebeurt pas in die stilte. Voor mij is dat heel duidelijk zo gegaan. Als je je openstelt in die stilte, neem je belemmeringen weg. Misschien niet op dat moment zelf, maar op een moment dat zich ertoe leent komt dan een inzicht of een aanwijzing. Ik heb dat veel gehad in nachten en in dromen. Als je veel over de stilte leest word je een kenner van de stilte, dat is een gevaar, dan denk je dat je er al veel aan gedaan hebt, maar dan blijf je denken.

Is er veel in je dagelijkse leven veranderd?
Ik ben altijd een doener geweest. De tuin kan ik door de fysieke problemen niet meer doen, maar ik ben bijvoorbeeld de kok thuis, dat vind ik leuk. Ik doe vrijwilligerswerk, ik ben voorzitter van de vrijwillige hulpdienst die we in zes dorpen in de omgeving hebben opgezet. Vroeger hield ik veel van literatuur, maar daar kom ik niet meer toe, ik lees uitsluitend wat mensen die bevrijd zijn zeggen: Douwe, Nisargardatta, Alexander Smit, Ramana Maharishi, Inzicht. Ook schilderen en tekenen doe ik niet meer. Als ik niets te doen heb vind ik het heerlijk om helemaal open te zijn, niet in beslag genomen door wat dan ook. Ik probeer nog wel iedere dag een half uur op een kussentje te zitten. Maar eigenlijk is die openheid er de hele dag, de ene keer duidelijker dan de andere. En je leert van situaties. Soms ga ik nog wel eens de oude fout in, dan moet ik echt om mezelf lachen dat het me toch weer te pakken heeft genomen. Maar het is weer snel hersteld en dan blijft er niets van hangen. Ook als ik terugdenk aan vroeger zie ik dat ik dat toen met de beste bedoelingen en inzichten deed die ik op dat moment had. Ik zou het nu misschien anders doen, maar ik heb nooit spijt van dingen. Blijkbaar moest het toch zo gebeuren.

Zijn je relaties veranderd na de realisatie?
De kinderen waren al vrij groot toen ik met deze ontwikkeling begon. Ze krijgen nu wel belangstelling en vragen me vaak wat ik over iets denk. Als ze beslissingen moeten nemen in hun leven, polsen ze me vaak.
Het komt toch ergens aan het daglicht. Tijdens een avondje met de buren komt naar voren dat ik met meditatie bezig ben. Nu hebben we een gespreksgroepje met zes echtparen, daar doet ook de dominee aan mee.
Ik zit ook in een oecumenische gespreksgroep, waar we steeds verschillende onderwerpen bespreken. Dat kon ik niet laten met mijn katholieke achtergrond. De laatste keer bespraken we Eckhart. Nou dan voel ik me helemaal op mijn plaats en laat ik me ook helemaal gaan. De meesten begrijpen er niets van en proberen je terug te voeren naar wat in de bijbel is geschreven. Maar er zijn er ook die zeggen je hebt gelijk. Maar daar gaat het helemaal niet om. Op zich is het niet belangrijk, iedereen heeft het, je ziet het ook in iedereen dat hij zo is, dat hij alleen belemmerd wordt door wat hij heeft aangeleerd en wat hij denkt van zichzelf, maar het is gewoon een bevrijd persoon. Mensen willen vaak iets hebben wat ze voldoening geeft en bevestigt in de manier waarop ze denken. Dat geef je ze niet meer, want je bent niet manipuleerbaar meer als je het eenmaal gezien hebt en je manipuleert zelf ook niet meer.

Het is heel wonderlijk, het is echt het enige, echt het enige. De rest valt allemaal weg als je ouder wordt. Daarom zijn zo veel oudere mensen zo ongelukkig. Ze hebben geleefd met de belangrijkheid van het werk en dat verdwijnt, het gezin bloeit uit, waar ze belang aan hechtten is weggevallen.
Bij mij wordt het steeds rijker, hoe meer er wegvalt, hoe meer ruimte er komt om te zijn wat je bent. Ik wil niet zeggen dat ik verlang naar de dood, maar als je een beetje krakkemikkig lichaam krijgt, is het wel heerlijk dat je de zorg daarover kwijt raakt. Je hebt het wel gehad. Ik ga wel naar een dokter toe en als er iets aan te doen is zal ik ook zeker wel doen, maar ik zal niet gaan zitten tobben over alternatieven en mogelijkheden. Dan leg ik me er heel gemakkelijk bij neer, dat weet ik nou al vrijwel zeker. Nisargadatta zei: toen ik werd geboren moest ik huilen en stonden de mensen om mij heen te lachen, maar als ik doodga is het precies omgekeerd, dan moet ik lachen en zij huilen. Ik denk dat het bij mij precies ook zo is.
Toch denk ik dat er bij mensen die doodgaan nog heel vaak die bevrijding komt, dan valt alles weg en is de persoon ineens niet meer belangrijk. Daar hoor je ook over bij bijna dood ervaringen. Die mensen zijn ineens zonder die persoon, niet dood, maar wel aanwezig. Na die ervaring zijn ze dan vaak een heel ander mens zijn geworden dan ervoor.
De afgelopen keer op de meditatieavond heb ik gezegd: het is zo simpel, het is er kant en klaar als je de foute ideeën over jezelf los kan laten. Zijn er dan geen tussenstappen vroeg iemand? Maar die zijn er niet, je ziet het of je ziet het niet, er is geen geleidelijke weg.

Maar je zegt tegelijkertijd dat er niet één moment is dat de doorbraak plaatsvond.
Je moet niet vast komen te zitten in werk maken van bevrijding. Het is veel meer een overgave, het toelaten en dat kan direct. Achteraf gezien lijkt het of ik de twintig jaar dat ik er mee bezig ben geweest, helemaal niets heb gedaan. Ze zijn blijkbaar nodig geweest anders was het niet zo gelopen, maar ik had het net zo goed twintig jaar geleden ineens kunnen zien.
Eckhart zei je moet niets meer willen, je moet ook willen dat je niets meer wilt. Dat is net een stap verder. Je moet je niet zo openstellen dat God zich in jou kan vestigen, je moet er helemaal niet meer zijn, het helemaal aan God overlaten. Zich ergens voor openstellen doen heel veel mensen, maar dan krijg je een open persoon, dat werkt niet. Dat laatste stuk, waarbij je tot op de bodem gaat, dat doen ze vaak niet, maar daar gaat het om.
Ieder verhaal is anders, maar het einde van het verhaal is hetzelfde.

Nadat Wim het interview had gelezen, sprak hij zijn aarzeling uit of een zo lang verhaal over hem persoonlijk wel nodig en nuttig was voor anderen. Een paar dagen later stuurde hij het volgende stukje op, waarin hij vertelt wat hem vervolgens is overkomen.

De bronchitis maakte het enkele dagen geleden noodzakelijk dat ik vroeg naar bed ging. Ik raakte in een toestand van halfslaap en dacht aan de gespreksavond met de buren die de volgende avond bij ons thuis zou plaats vinden.
Zonder verdere aanleiding zag ik de deelnemers van deze gespreksgroep de voordeur binnenkomen. Ze zagen er heel vreemd uit. Eigenlijk waren ze alleen maar stralende helderheid zonder lichaamsvormen. Het bijzondere was dat ze allemaal grote koffers met zich mee zeulden. Aan de koffers kon ik zien wie het was. Degene die zegt contact te hebben met voorgaande levens had een koffer met een aantal kleine koffers daar aan vast. En het enig kind die had verteld dat hij de ambities van zijn ouders waar moest maken had ook koffers bij zich met de namen van zijn ouders er op.
Dat was allemaal niet zo ingrijpend tot ik mezelf ook met een koffer zag. Ik schrok hevig want ik leefde in de gedachte dat ik de ballast van het verleden had achtergelaten. Op mijn koffer stond met grote letters “leraar “ Het was me duidelijk dat ik toch weer in de oude fout was gevallen en de openheid had gebruikt om me als leraar voor te doen. Ik was grenzeloos bedroefd dat dit had plaats gevonden en wist ook meteen dat het interview te veel over mijn persoon ging en te weinig over de “openheid “.
Deze ontdekking hield echter naast de bedroefdheid ook een grote bevrijding in. Als leraar moest ik van alles weten maar als openheid valt al het weten spontaan weg.
Op hetzelfde moment hoorde ik mijn vader heel opgelucht zeggen, nadat hij (20 jaar geleden) te horen had gekregen dat hij ongeneeslijke maagkanker had: "dan hoef ik gelukkig niet meer te eten!" Enkele weken later is hij volkomen rustig en vol overgave gestorven.
Voor mij was de opluchting om niets meer te hoeven weten minstens even groot. Hopelijk is het weten een definitieve dood gestorven.'

Tweede bijlage

Ziekteverzuim en stilte in de zorg

Naast alle organisatorische beslommeringen die ons in de zorg bezig houden is het wel eens goed om even stil te staan bij wat misschien wel het meest essentiële aspect van ons werk is: de ontmoeting van mens tot mens. Natuurlijk zijn er de verpleegplannen met lijsten vol middelen en doelen, maar altijd is daar ook de directe ontmoeting. Wat gebeurt er eigenlijk in het eerste moment van contact met iemand? Daar zijn geen verpleegplannen, daar zijn geen herinneringen aan wat er allemaal in het verleden is gebeurd, daar zijn geen verwachtingen voor de toekomst, daar is zelfs geen hulpverlener, daar is geen patiënt. Kortom; daar is geen enkel probleem. Natuurlijk hebben we allemaal de ervaring hoe gemakkelijk het is om dat jasje van de hulpverlener snel aan te trekken. We willen maar al te graag het gevoel hebben dat we iets kunnen ‘doen’. Ook de ‘patiënt’ springt binnen een seconde in zijn patiëntenrol, en het spel kan weer beginnen. Maar wat gebeurt er als we dat jasje (uniformen dragen we niet meer) nu eens niet aantrekken?

Jaren geleden werkte ik op een afdeling met zwaar gehandicapte patiënten. De meesten konden niet lopen of praten. Ze lagen op matrassen in een grote ruimte en maakten vaak onrustige bewegingen en geluiden. Op een ochtend werkte ik alleen op die afdeling, en op een moment dat het zeer onrustig was kreeg ik een ingeving. Ik ben op een stoel midden in die ruimte gaan zitten en heb helemaal niks gedaan, dat wil zeggen, ik ben alleen maar stil geworden. Naarmate ik zelf stiller werd, nam de onrust om me heen af en binnen een paar minuten lagen alle patiënten heerlijk te soezen. Dat ging zo door tot er een collega met veel druk en ‘gezellig’ gepraat binnenkwam!

Dat ‘stille moment’ in de ontmoeting met een ander is ook een ontmoeting met jezelf. Niet met jezelf als de verpleegkundige die nog dit of dat moet doen, maar met jezelf als ‘aanwezigheid’ zonder meer, heel eenvoudig. Natuurlijk kennen we dit allemaal. Het voelt als ‘tot rust komen’ of als ‘helemaal jezelf zijn’. In onze vakanties proberen we, bewust of onbewust, dit moment te vinden. Daarin rusten we uit en van daaruit kunnen we het leven en ons werk weer aan. Gelukkig hoeven we niet op vakantie te gaan om dit te vinden; het is altijd aanwezig.

Ik werk op een afdeling waar de gemoederen nogal hoog op kunnen lopen. Als personeelslid speel je daar altijd een rol in. Hoe stel je je op? Uiteraard zo tactvol mogelijk. Soms werk je met overredingskracht, soms zijn bepaalde maatregelen noodzakelijk, dat verschilt per situatie. Wat voorafgaat aan iedere maatregel, aan iedere zin die je spreekt en aan iedere gedachte die je hebt, is de kwaliteit van je aanwezigheid. Ben je zelf opgewonden, angstig, of zit je vol met ideeën over hoe het allemaal zou moeten zijn? Hoe rustiger je bent, des te rustiger wordt de omgeving. Juist mensen met een verstandelijke handicap zijn vaak erg gevoelig voor die subtiele kwaliteit van aanwezigheid. Hoe stil kun je innerlijk zijn?

Veel ziekteverzuim ontstaat doordat we het contact met die kwaliteit van stilte zijn kwijtgeraakt. Ons hoofd zit vol met alles wat we denken te moeten doen, wat niet goed gaat, waar we ons aan ergeren, waar we tegenaan lopen. We komen in een vicieuze cirkel terecht, want door onze onrust ontstaat er meer onrust. We zijn iets heel voor de hand liggends vergeten: onszelf! We zijn ons te veel gaan identificeren met al die rollen en toestanden. We zijn vergeten dat wij daar in wezen niets mee te maken hebben.

Is het voldoende om dit verstandelijk te begrijpen? Nee, want het gaat niet om een stukje kennis in de gebruikelijke zin van het woord. Het gaat meer om ervaringskennis. Maar we kennen die ervaring allemaal, zie de alinea over vakantie. Wat we diep moeten gaan beseffen is dat we niet afhankelijk zijn van die vakantie. De ervaring van dat ‘stille moment’ is altijd en overal mogelijk. Uiteindelijk blijkt dat moment helemaal geen moment te zijn, maar een voortdurend aanwezige, stille onderstroom waarin al je handelingen, gedachten en gevoelens gedragen worden. Wat er ook gebeurt, niets kan je wezenlijk raken want die onderstroom is altijd onaangedaan en vredig aanwezig. Wanneer je meer van daaruit gaat leven ben je een zegen – om dat ouderwetse woord maar eens te gebruiken – voor jezelf en anderen. En: zo is er altijd vakantie en ben je nooit meer ziek!

Willem Steetskamp


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Psychotherapie en non-dualiteit

    De psychotherapie en oosterse bevrijdingstradities zoals advaita vedânta en boeddhisme hebben in de laatste jaren een steeds grotere belangstelling voor elkaar gekregen. Ze hebben elk specifieke noties en werkwijzen, maar overlappen elkaar voldoende om een vergelijking mogelijk te maken.
    In dit boek worden diverse westerse psychotherapeutische stromingen en twee bevrijdingswegen die van oorsprong respectievelijk hindoeïstisch (Advaita Vedânta) en boeddhistisch zijn, met elkaar geconfronteerd.

  • Verdwijnende scheidingen

    Douwe Tiemersma
     

    Verdwijnende scheidingen

    Proeven van intercultureel filosoferen

    276 pagina’s, paperback

  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod