5-11 Dan blijft er helderheid, zelfs wanneer er lichamelijke onhelderheid is

Jaargang 5 nr. 11 (2-06-2004)


Dit is de laatste Advaita Post voor de zomer. Vorige woensdagavond was er de laatste satsang met veel stilte. A.s. zaterdag begint de eerste retraiteweek op Schiermonnikoog.
De gebeurtenissen in de tijd gaan door, de versterking van de realisatie niet aan tijd en gebeurtenissen te zijn gebonden ook. Misschien is voor dit inzicht de zomer een goede periode. Er is in de vrije weken de mogelijkheid je te ontspannen, laat die ontspanning dan maar in helderheid komen. Wie weet gaat dat proces nu door tot in het absolute.

In deze zin een goede zomertijd gewenst.

Eindelijk is het boek De elf grote Upanishaden – tekst en toelichting verschenen. Het is een mooi boek geworden, dikker dan gepland (282 bladzijden). De klassieke teksten blijven de moeite waard. Degenen die het al hebben besteld, krijgen het zo snel mogelijk toegestuurd. Anderen kunnen het alsnog bestellen.

Als bijlage is de aankondiging van dit boek opgenomen; verder zijn er het derde en laatste deel van de Osho-lezing en het tweede en laatste deel van het interview met Wouter door Patricia.

Douwe Tiemersma

Tekst

Vrijzijn van condities
Gesprek 3 maart 2004 te Gouda – Deel 2

Douwe, heb je als je echt vrij bent van condities nergens meer last van? Onderga je geen invloed meer van de dingen die op je afkomen?
Hoor eens hoe jij de zaak formuleert: ‘dingen die op je afkomen’. Hoewel in zekere zin alles gewoon doorgaat, is er geen specifiek standpuntje van een ‘je’ waar de dingen op af kunnen komen.

Het laatste jaar heb ik veel met mijn eigen familie te doen. Ik had daar al behoorlijk afstand van genomen, maar dat is nu veranderd. Door het omgaan met mijn familie zijn de oude associaties van vroeger weer naar boven gekomen.
Zie welke identificatie van jezelf dat veroorzaakt.

Ik ben me ervan bewust wat gebeurt. Ik werd bijvoorbeeld wagenziek, toen ik met mijn broer en zus in de auto zat. Dat word ik nu weer, terwijl ik er jarenlang geen last van heb gehad.
Wie is er nu wagenziek? Als je werkelijk openheid bent, kan alles gewoon doorgaan, maar je bent niet meer geïdentificeerd met dat persoontje op die plaats in die familie.

Ik zie het wel, maar toch voel ik me in het beeld van vroeger getrokken.
Als je dat ziet, dan zit je er toch niet écht in?

Nee, aan de ene kant niet.
Nu, om die ene kant gaat het.

Ik blijf het toch raar vinden: ik zie het en tegelijkertijd voel ik dat de dingen van vroeger terug komen.
Zie precies hoe het zit met jezelf. Waar heb je je zwaartepunt?

Blijkbaar zit er nog wat in de beelden waar ik nog in geloof.
Ga terug naar degene die die krachten ziet. Dat ben je zelf. Hoe zit het met jezelf? Als waarnemer is er toch een totaal andere situatie? Je blijft vrij, terwijl de oude processen zich rustig mogen uitwerken.

Ja, je laat het gewoon door je heen gaan.
Dat ‘je’, wie is dat? Dat moet duidelijk zijn.

Dat is het bewustzijn.
Dat ben je zelf als bewust-zijn. Je bent als bewust-zijn niet afhankelijk van de verschijnselen die zich voordoen.

Toch merk ik ze wel.
Wat betekent dat? Soms krijg je blijkbaar toch weer die vernauwing tot het ik-zijn op een bepaalde plaats in die bepaalde familie. Wanneer dat weer open kan komen, ben je weer bewust-zijn waarin de verschijnselen opkomen. Die kunnen zich dan uitwerken totdat ze verdwijnen.

Gewoon door het zien?
Ja, als je helder blijft ten aanzien van je eigen situatie. Je bent ruim, onafhankelijk van de verschijnselen, vrij van de condities, terwijl de verschijnselen doorgaan. Dat kun je heel precies zien. Jij bent oneindige ruimte en daarbinnen heb je de verschijnselen. Daarom blijven zij betrekkelijk en doorzichtig. Blijf je bewust van jezelf als dat bewust-zijn. De rest gaat vanzelf door, zolang dat blijkbaar nog moet. Zie je dat, de verenging en de herkenning van ruimte-zijn?

Blijf bij jezelf, blijf dat bewuste zelf-zijn dat altijd ruimer is dan wat er ook verschijnt inclusief de lichamelijke, psychische en sociale condities. Je bent groter dan alle neigingen en emoties, groter dan alle gebeurtenissen die er zijn. Je eigen zijn gaat dieper dan tijd en ruimte. Dat is je natuurlijke staat, het meest vanzelfsprekende zelf-zijn. Als je een luchtballon hebt met hete lucht of met gas, dan is het de natuurlijke staat van die ballon dat hij in de lucht zweeft. Als hij aan de grond wordt gehouden, kost dat inspanning. Als je het touw loslaat gaat de ballon de lucht in, op natuurlijke wijze. Dat is veel natuurlijker dan de kunstmatige hechting aan de aarde. Als je de banden loslaat met al de dingen die je belangrijk acht dan is er automatisch vrijheid.
Je hebt weet van die vrijheid. Blijf daar niet zitten met zo’n anker in de grond, ook al vier je het touw een eindje en denk je ‘dat is mooi’. Je hebt weet van de totale vrijheid, omdat die je eigen aard is. Wat er verder gebeurt, hangt dus echt af van wat je nu wilt. Je fundamentele oriëntatie blijft bepalend, tot op de voorlaatste fase. Dat is de meest fundamentele keuze, hoewel je daarvoor niets doet. Het is een bewustwording en dat is geen doen.

De absolute sfeer van stilte zonder vormen is er altijd al. Alleen, als je je déze stilte niet bewust bent, verdwijnt de stilte steeds weer en je hebt er niets van geleerd. Eerst is er nog de stille ruimte waarin nauwelijks meer vormen zijn, waar alleen de laatste kwaliteiten van jezelf nog aanwezig zijn. Dan kan het gebeuren dat je in die stilte over een grens glijdt in een stilte-dimensie die continu bewust open blijft. Dan is er geen terugkeer meer naar de oude beperkte situatie. Die stilte-dimensie blijft dan als de meest wezenlijke, de meest werkelijke en de meest ware eigen werkelijkheid. Het binnenste is buiten, het buitenste in binnen. Binnen is buiten, buiten is binnen, wanneer de verschijnselen weer komen, wanneer de wereld doorgaat. De mantra wordt steeds subtieler, steeds subtieler, en leid je verder tot op het laatst, tot hij als middel niet meer nodig is. Als je echt wakker wordt, vallen de niveauverschillen weg. Dan is de onafhankelijkheid van condities duidelijk. Dan blijft er helderheid, zelfs wanneer er lichamelijke onhelderheid is, een wakker zijn, zelfs al slaapt het lichaam. Iedereen die hier zit ervaart er veel van, de zijnservaring is er. Alleen de helderheid erin, de wakkerheid erin, laat die nog sterker worden.

Eerste bijlage

Aankondiging van het boek De elf grote Upanishaden – tekst en toelichting (kies 'annuleren' als u na het aanklikken van de link wordt gevraagd om een naam en wachtwoord in te voeren)

Tweede bijlage

Advaita en Osho’s betekenis voor de 21e eeuw
Douwe Tiemersma
In: Nandan Bosma (red.), De wetenschap van het hart, Ganymedes Productions, Blaricum 2004

DEEL 3 (Slot)

Aan de eerder genoemde punten over de vorm en openheid van de leraar, kunnen enkele stellingen worden toegevoegd.

9) Alleen door wat er in een relatie gebeurt, kun je iemand leraar noemen. Waar het om gaat is ontgrenzing tot openheid. Soms herken je openheid in wat iemand zegt, doet of is, waardoor je eigen vrijheid en openheid zich meer gaat manifesteren. Voor zover er zo’n hulp bij ontgrenzing uitgaat van de ander, is die ander je leraar. Er is niet zomaar iemand met een bordje ‘leraar’ of ‘master’op de deur. Alleen in de praktijk kun je soms zeggen dat je bij iemand een grotere ruimte hebt leren kennen. Die is blijkbaar je leraar op dit punt. Een verabsolutering van het leraarschap slaat nergens op.

Opmerking van iemand uit de zaal: Ik kan ontzettend veel over mijzelf leren van iemand die mij rot behandelt: mijn irritaties, mijn reacties. Die ander is dan ook mijn leraar.

Dat is een mooie aanvulling.

Je had het over ontgrenzing en dat je daar grenzen aan kunt stellen. Kun je daar nog iets over zeggen?
In de advaita-traditie wordt meteen doorgestoten in de richting van het absolute. Het gaat om absolute ontgrenzing. Dat gebeurt bij een voortdurend bewustzijn van je eigen situatie. Je merkt dan de variatie in begrenzing en ontgrenzing, maar ook de volledige vrijheid zonder beperkende vormen. Ga maar terug naar de bron van jezelf en je kunt direct vaststellen dat je geen grenzen hebt. Zodra je weer in een vorm schiet, kun je doorhebben dat er weer een begrenzing plaatsvindt. Dan vraag je je weer af: hoe zit het werkelijk met mij? O ja: volledig ruim-zijn. Soms ontstaat de definitieve realisatie heel snel, soms is er langere tijd een grote alertheid noodzakelijk om het proces van vastzetten steeds te doorbreken.

In de meditatie die u gaf, ga je steeds meer terug, alles valt weg in het absolute en dan hoeft er niets meer gedaan te worden, alles wordt gedaan. Het traject terug naar onszelf vraagt veel: het opschonen van barrières, de opoffering. Als we in het uiteindelijke zijn, wat is dan de weg terug?
Een weg terug naar het vastzitten in het lichaam en de wereld hoeft er niet te zijn. De wereld kan wel weer verschijnen, maar dan op zo’n wijze dat deze niet meer beperkend is. Daarom mag er alles zijn. In de grote ruimte van zelf-zijn mag alles komen. Daarin is alles aanwezig, als jezelf, de hele wereld. Daarin gaat alles vanzelf, er is niet iemand die iets hoeft te doen. Net zoals het ademen vanzelf gaat.

Moet je dan niets doen voor de wereld? Is de verlichting geen gift waarmee je iets moet doen?
Wie zou er iets moeten doen? Als elke egocentriciteit is opgelost is er geen persoon meer. Er is ruimte en alles gaat vanzelf op de beste wijze, in het grote geheel.

[Vervolg inleiding]

10) Het herkennen en leren vindt plaats vanuit je eigen zelfstandige zelf-zijn. Als eerste persoon zit je aan geen etiket of eigenschap vast. Het eigene is oneindig, onherleidbaar. Van daaruit stel je vast of je iets hebt geleerd en of het de moeite waard is je open te stellen voor wat hij of zij leert. Het openstellen is geen afhankelijk worden, want wat geleerd wordt is juist vrij te worden. De leraar zal de leerling helpen dit zo snel mogelijk te beseffen dat hij of zij principieel volledig zelfstandig en onafhankelijk is, ook van zichzelf als leraar. Het gaat om ieders vrijheid en vormloze openheid in radicale zin, een vrijheid en openheid die de leerling altijd al was.
11) Je open stellen doe je voor de openheid die je in of via de ander ervaart, nergens anders voor, dus niet voor een persoon. Dat is de openheid die zich dan sterker gaat manifesteren en oplossend werkt.
In elke situatie kan opnieuw het proces van het verdwijnen van vormen verdergaan, tot er geen vormen meer zijn. Juist in de relatie met de leraar kan het proces plaatsvinden van de bewustwording dat er geen scheiding is, ook al zijn er nog doorzichtige vormen.

Ik gaf al aan: als de vormen verdwijnen vallen het licht dat je daar in de leraar ervaart en het licht dat je in jezelf herkent, samen. Van een paar mensen heb ik gehoord en gelezen dat ze deze ervaring hadden bij Osho. Dat is prachtig en ik heb er respect voor. Er zijn echter verschijnselen in Osho’s optreden die vragen oproepen ten aanzien van de genoemde stellingen over de leraar. Iets hiervan zal op deze plaats ook aan de orde moeten komen. Het gaat mij daarbij niet om allerlei beschuldigingen die in de literatuur zijn te vinden – veel dingen zijn op verschillende wijze te interpreteren - maar om één punt dat centraal staat bij het leraarschap: afwezigheid van een beperkt zelf, een ego. Dat komt erg precies, tot op de meest subtiele niveaus. Daarom enkele voorbeelden die laten zien waarin die precisie afwezig lijkt.
In Osho’s toespraken komt vaak het woordje ik voor, als een ik dat iets doet, bijvoorbeeld, in een Rajneesh Nieuwsbrief gaat het achter elkaar:6
‘de weg die ik leer’, ‘ik leer’, ‘ik aanbid het leven’, ‘ik koester de controverse’ [met de godsdiensten], ‘Ik maak me er geen zorgen over’, ‘Ik heb er absoluut op gerekend’ [Onderstrepingen van DT]. In ieder geval in Bombay had hij een doek achter zich hangen met de tekst: ‘Surrender to me, and I will transform you. That is my promise’.7 Toen hij in 1980 in de Verenigde Staten uit het vliegtuig stapte, zou hij hebben uitgeroepen: “I am the Messiah America has been waiting for.”8
Het gebruik van het woordje ik door een leraar is gevaarlijk. Natuurlijk is er het conventionele gebruik van het woord, maar snapt u dat de voorbeelden die ik gaf, de vraag doen rijzen naar de zuiverheid van de situatie?

Opmerking uit de zaal: Je kunt er toch om lachen?
Natuurlijk, maar als ik om iemand lach die zoiets op serieuze wijze roept, is het de vraag of ik met hem doorga als leraar. Het zou kunnen, maar dat hangt van de hele context af.

Je kunt het toch zien als spelen?
Het hangt ervan af hoe het verder zit.

Als het de waarheid is, wat hij zei ...
Als het steeds weer een ‘ik ben ...’, een ‘ik doe ...’ is, is dat op zijn minst verdacht.

Osho heeft beweerd dat alles een grote grap is.
Wie ziet het als een grap? Verschillende mensen die lange tijd dicht bij Osho hebben geleefd en de minder mooie verschijnselen zagen, niet. De verzamelingen die hij aanlegde van pennen, sierraden, Rolls Royces was volgens hen geen grap. Het aanzetten tot molestatie van mensen uit Antilope was geen grap.
Kort gezegd, naast de ruimte die hij was en gaf, was het relatieve ik van Osho aardig prominent aanwezig. Het gaat om de waarheid, de directe relatie met en realisatie van het hoogste, voorbij alle vormen, voorbij de leraar. Een ik van een leraar, dat niet het zuivere Zelf is, is een obstakel daarvoor.
Ik werd meer geraakt door Nisargadatta Maharaj, omdat bij hem de vormen er totaal niet toe deden. Hij ramde meteen door alle vormen heen, grap of geen grap. Als je bij een grap blijft, daar zit je dan met een grap. En dan? Natuurlijk voor zover in het doorzien van de grap (mâyâ) de verlichting doorbreekt, is zijn bovengenoemde grappen functioneel. Maar, bij wie is dat het geval geweest?

7. De 21e eeuw - conclusies
De betekenis van Osho voor de 21e eeuw? Betekenis komt alleen naar voren in het nu. In het hier en nu blijkt in hoeverre en op welke wijze Osho doorwerkt, of wie dan ook. Of het nu de 20e, de 21e of een andere eeuw is, doet er niet toe. Aansluitend bij de tijdsbeleving van mensen, kun je over de 21e eeuw spreken, maar als het om betekenis gaat, is het altijd de huidige actualiteit, het nu.

Nu, van Osho zijn er de praktische middelen van diverse meditatievormen, er zijn de boeken. Beide kunnen doorwerken bij meer mensen dan degenen die Osho hebben ontmoet. De meditaties en de boeken kunnen doorgegeven worden, en zo kunnen ze nuttig zijn. Het is de vraag in hoevérre Osho als leraar nog kan doorwerken bij de groep die hem niet fysiek hebben ontmoet. Als Osho het heeft over de relatie met een meester, is dat een levende meester. Dat wordt ook traditioneel zo gesteld. Alleen al de actualiteit van het begeleiden van een leerling vraagt een levende aanwezigheid. Inspiratie door een zich richten op het beeld van Osho kan natuurlijk altijd plaatsvinden, maar ik zei al, de vraag is in hoeverre dit zal gaan.

Voor mensen die Osho in levende lijve hebben ontmoet, ligt het anders. Zij hebben een speciale relatie met hem door wat er destijds is gebeurd. De leraar kan op zo’n wijze aanwezig zijn geweest en zo’n impact hebben gehad dat hij aanwezig blijft, ook al is hij niet meer in zijn fysiek vorm.
Wanneer de leraar overlijdt voordat de werkelijke non-dualiteit (advaita) is gerealiseerd, is dit voor de leerling alsnog een unieke kans. Ook wanneer de persoonlijke vorm van de leraar nog steeds belangrijk is, geeft dit verdwijnen van de materiële vorm een geweldige mogelijkheid voor de leerling. In de relatie met een leraar kan zijn vorm een poort worden waardoor je de openheid realiseert. Maar die poort kan ook het aspect hebben van een muur. De vorm kan zo sterk zijn, dat je daar steeds weer tegenaan blijft hikken. De vorm is dan een obstakel voor de verdere realisatie van Eenheid. Die uiterlijke vorm die altijd min of meer een rol in de relatie met de leraar speelt, houdt ook tegen. Wanneer die vorm van het fysieke lichaam plotseling verdwijnt, kunnen sommigen dit als een geweldige gave ervaren, als een genade, als de grootste gift die de leraar kon geven: dood te gaan. De vorm verdwijnt, openheid verschijnt. Wanneer de leerling dit direct ervaart, is dit de realisatie. Dat is de grote kans die de leerling heeft. Trouwens ook wanneer de leraar niet overlijdt, zal de leerling, zo wordt in de zen gezegd, de (vorm van de) leraar op een gegeven moment moeten doden. Je weet nu waarom: omdat ook de vorm zal moeten verdwijnen.
Wanneer je gerichtheid die zich vastzet op een vorm ineens wegvalt, schiet die gerichtheid ineens oneindig ver door. Ze heeft geen houvast en vliegt in de openheid, jij vliegt in die openheid. Dat is de grote kans van je leven die de leraar je nog geeft: dat het vasthouden totaal verdwijnt en er Eenheid is.

Osho en de advaita-traditie - conclusies
1) Osho bevond zich ten dele in de advaita-traditie. Zijn onderricht was gericht op non-dualiteit van subject en object, van ik en de ander, van de ene oorsprong en de veelheid van de wereld.
2) Zijn onderricht was wel ruimer dan die van de advaita vedanta. Ze bevatte o.a. de tantristische benadering.
3) Veel uitspraken en toespraken waren niet op het hoogste gericht, maar op het scheppen van de nieuwe mens in ‘a golden future’. ‘Mijn boodschap aan de mensheid is: schep een nieuwe mens – ongespleten, geïntegreerd, één geheel.’9 Hoe mooi dat ook is, meteen komt de betrekkelijkheid vanuit het hoogste advaita-niveau naar voren. Die betrekkelijkheid is inhoudelijk duidelijk, voor zover Osho gelooft in een meritocratie (mensen die gestudeerd hebben krijgen de macht) en in de wetenschap (‘science has arrived on the scene in time to accept the challenge’, in genetic engineering ...10 Die betrekkelijkheid is er ook ten aanzien van de gerichtheid op de nieuwe mens als zodanig. Is dat het hoogste ideaal? Is gerichtheid hierop het hoogste? Is dat ideaal-beeld van synthese de belangrijkste spirituele ‘boodschap aan de mensheid’? Osho: ‘Ik wil een synthese van religie en wetenschap, welke een volkomen mens en ook een volkomen cultuur geboren doet worden ...’11

Op de uitnodiging voor het Osho-symposium staat de tekst van Osho over het samengaan van Oost en West in een wereld die één geheel is. Osho heeft aan deze synthese bijgedragen en zou hieraan in de 21e eeuw een verdere bijdrage kunnen leveren via zijn boeken en degenen die door hem worden geïnspireerd. Mijn aanvulling hierop is, dat een synthese slechts kan plaatsvinden in een grotere sfeer. Welke sfeer is groter dan onze wereld: de kosmos. Bekijk de wereld vanaf de maan of vanaf Mars. Welke sfeer is groter dan onze kosmos? Dat is geen sfeer meer, maar het absolute. Alleen vanuit het absolute – noem het Brahman - is het grote kosmische geheel mogelijk en zo de wereld als geheel, zo elk geheel. Maar, het is duidelijk dat elk geheel betrekkelijk is ten opzichte van het absolute. Dat geldt ook voor het ideaalbeeld van Osho van de nieuwe mens en van zijn ‘blauwdruk’ van een nieuwe wereld, dat hij enthousiast verkondigt.12 Beelden staan tegenover andere beelden, enthousiasme staat tegenover dofheid, de gouden toekomst staat tegenover het verstarde verleden, individuele levensvrijheid tegenover de vrijheid van anderen, gehelen staan tegenover delen. Is dat advaita? Waar gaat het nu eigenlijk om?
Gehelen moéten ook betrekkelijk blijven, want als ze verabsoluteerd worden, worden ze totalitair. Alleen door het openlaten van het absolute is er de garantie dat er geen totalitair systeem ontstaat. Zelf ben je niet verschillend van het geheel van de wereld, je bent het geheel van de kosmos in sat-chit-ananda, je oorsprong ligt in het absolute.

De functie die Osho had in de verruiming van mensen is duidelijk. Voor zover dat heeft plaatsgevonden en plaats vindt is dat prachtig. Dan doen de vormen er weinig toe. Het openstaan van dat absolute, dat in het hoogste advaita-onderricht centraal staat, relativeert veel van wat hij zei en wat rondom hem gebeurde.

Voor degenen die zijn geraakt door Osho’s optreden, ligt het voor de hand om terug te gaan naar het hoogste onderricht van Osho, de kern van wat Osho leerde. Die kern blijkt terug te gaan op het absolute. Het enige wat je kunt doen, is deze dieptedimensie open houden als helder bewust-zijn. De absolute openheid krijgt dan de kans zich snel volledig te manifesteren.

Noten
1. Deze tekst is een uitwerking van de lezing gehouden op het Osho Symposium, 13 december 2003.
2. Shri Nisargadatta Maharaj, I am That. Talks with Shri Nisargadatta Maharaj, Chetana, Bombay 1973 etc.
3. Bhagwan Shree Rajneesh, Tantra, het allerhoogste inzicht, Ankh-Hermes, Deventer 1978, p. 243 e.v.
4. Hugh Milne, Bhagwan, the god that failed, Caliban Books, London 1986, p. 17
5. Shankara, A thousand teachings. The Upadesasâharî of Sankara (Sengaku Mayeda, transl., introd., notes), University of Tokyo PressTokyo 1979
6. Bhagwan Shree Rajneesh, ‘Het geheim der geheimen’, lezing no. 31, 10 september 1978, in: Rajneesh Nieuwsbrief 7, 1978
7. Milne, o.c., p. 68
8. Milne, o.c., p. 15
9. Bhagwan Shree Rajneesh, De nieuwe mens, Zorn Uitg., Leiden 1985, p. 7)
10. Bhagwan Shree Rajneesh, The greatest challenge: the golden future, The Rebel Publishing House, Cologne, z.j.
11. Swami Deva Amrito, Bhagwan Shree Rajneesh: een introductie, Ankh-Hermes, Deventer 1983, p. 46
12. O.a., idem, p. 69 en The greatest challenge: the golden future, o.c.

Verdere literatuuropgaven en teksten zijn o.a. te vinden op de website www.advaitacentrum.nl

Derde bijlage

Dit is zeker niet de waarheid
interview met Wouter Koert - deel 2
door Patricia van Bosse

Je hebt een periode bewustzijnsverruimende middelen gebruikt?
Ja, vroeger zeiden we, dat we die middelen gebruikten, omdat er geen Jezus is die je bewustzijn verruimt. Het voordeel is dat allerlei structuren waarin je verstrikt zit er tijdelijk door oplossen. Ik stelde het vaak zo voor: door je zenuwstelsel en het stelsel van ideeën en overtuigingen, waarmee je je hebt geïdentificeerd, die je als waar hebt aangenomen, zit je gevangen in een soort kooi van Faraday. Dat is je als realiteit aanvaarde wereld en die lost op door zo’n middel. We gebruikten het om inzicht te krijgen, als een hulp bij meditatie. En alleen als we ons goed voelden, niet om ons goed te voelen.
Er is een middel waardoor structuren op gevoelsniveau oplossen, daardoor kom je in onvoorwaardelijk liefde, die zich uitbreidt naar alles en iedereen. Je kunt herkennen dat je dat bent en je zou bij dat besef kunnen blijven. Misschien gaat het bij sommige mensen wel in één keer en realiseren ze zich dat ze liefde zijn; ze zijn dan vanaf dat moment in ananda. Maar kennelijk is het vaak zo dat die structuren die je gevoel afschermen, tijd nodig hebben om op te lossen.
Er zijn andere bewustzijnsverruimend middelen die ook structuren oplossen in het denken, dan ervaar je allerlei andere werkelijkheden. Het is alsof je door de chakras heen reist en naar verloop van tijd in steeds ijlere structuren belandt. Uiteindelijk vallen die ook weg en is het totaal stil. Die stilte kan je herkennen als jezelf. Je kunt zien dat je in een creatie kunt gaan, die je dan zal ervaren. Maar je hoeft dat niet te doen, je kunt er vrij van blijven. Met deze middelen worden alle structuren uitvergroot en direct zichtbaar. Dus als mensen angstig zijn maken ze met deze angstbeelden projecties, waar ze nog banger van worden. Als je in het waarnemen kunt blijven, dan lossen die structuren vanzelf op en blijft er stilte, ruimte, openheid of leegte over.

Jij hebt het zo ervaren dat die middelen in een bepaald stadium nuttig zijn geweest omdat ze je inzicht hebben gegeven in wat je bent en hoe creaties ontstaan?
Ja. Op een gegeven moment als het middel is uitgewerkt merk je dat langzamerhand de structuren weer terugkomen. Als je ze zou kunnen blijven doorzien, zou je ‘klaar’ zijn. Maar ook hier geldt, dat ze vaak nog te sterk zijn en dan hervind je jezelf weer in een structuur en leef je weer in een identificatie met een of andere vorm, meestal je lichaam en een of andere denkstructuur. Je vergeet echter niet meer wat je hebt ervaren, je weet dat je eigenlijk niets bent.
Een ander bewustzijnsverruimende middel wat wij wel hebben toegepast is een tiendaagse vipassana silent retreat, waarbij je al die tijd alleen maar afwisselend loop-en zitmeditatie doet. In die periode is er totaal geen communicatie is met de buitenwereld, alleen zo nu en dan een kort gesprekje met de leraar. Met deze methode kun je herkennen dat je de waarnemer bent van alle structuren, die dan in de loop van de retraite kunnen oplossen, dan kun je uiteindelijk de stilte herkennen als jezelf.
Nog een bewustzijnsverruimend middel dat we het laatste half jaar een aantal keer hebben bijgewoond is een Zikr. In een kring zing je een bepaald Soefi lied onder begeleiding van één of twee harmoniums. Dat werkt heel direct op het hart, alsof alle structuren daar worden opgelost. Je kunt aan het einde van zo’n Zikr je bewust worden dat je liefde bent, alles bent. Douwe zei onlangs, dat hoef je maar één keer te doen.
Maar het allerbeste bewustzijnsverruimende middel is de leraar! Bij een leraar lossen door zijn openheid alle structuren op en kun je bewust worden van wat je werkelijk bent: niets, openheid, stilte. En alleen dit middel is niet nadelig voor je lichaam.
De twee eerstgenoemde middelen zijn in principe wel wat nadelig voor je lichaam, en het is zaak dat je die maar heel zelden gebruikt. Toch is het aan de andere kant zo dat structuren van spanning en stress ook heel nadelig zijn voor je lichaam en die lossen tijdens het gebruik van een bewustzijnsverruimend middel wel op. Wat je werkelijk bent is echter onmiddellijk beschikbaar, omdat je het altijd al bent: niets, leegte, openheid. Het oplichten van bewustzijn, het gebeuren, vindt als liefde plaats in jou. Als je dat eenmaal weet heb je geen middel meer nodig.
Eigenlijk heb je altijd geweten dat je meer was dan dat lichaam-geest complex. We hadden er eigenlijk altijd een hekel aan ergens door bepaald te worden, door je geboortedatum of je naam of door je geslacht, je leeftijd of je functie in de maatschappij, altijd vonden we al dat dat niet genoeg was. En met het ouder worden realiseer je je ook steeds, dat je van binnen niet ouder wordt, je blijft altijd dezelfde.

Je kijkt dan ook anders tegen de dood aan?
Zeker, maar ik kan me niet herinneren, ooit bang te zijn geweest voor de dood. Misschien komt dat door mijn oudoom, waarbij ik van mijn 5e tot mijn 8e in huis woonde. Hij stierf toen ik 7 jaar was en op de avond van zijn overlijden gaf hij iedereen een hand en ik kon nog even bij hem in bed komen liggen en daarna ging hij dood. Dat ging zo natuurlijk.
Ik kan me ook wel een paar grappige voorvallen herinneren. Toen mijn jongste zoon 4 jaar was, ging ik met hem naar een klein circus. De messenwerper vroeg om een vrijwilliger uit het publiek en toen ben ik naar voren gestapt, waarschijnlijk om mijn zoon te laten zien, dat je niet bang hoeft te zijn. Ik moest op een behoorlijke afstand met mijn rechter schouder naar hem toe staan. Hij wierp een tiental nogal brede messen om mij heen en toen hij klaar was schudde hij mij breed lachend de hand, waarschijnlijk omdat hij blij was dat hij niet mis had gegooid.
Het tweede voorval speelde, toen ik in een rechtszaak was verwikkeld. De broer van degene, waartegen die rechtszaak speelde, liep een avond met me op en vroeg me of ik niet bang was voor een mes in mijn buik. Ik antwoordde hem doodleuk, dat ik mijn lichaam niet was en daar dus niet bang voor was.
Ik zou echter niet graag Hansje alleen laten, maar ja, je weet nooit hoe het spel verder gaat..

En wat als Hansje zou sterven?
Hansje is mijn grote vriend en geliefde, die zou ik erg missen. We hebben zoveel beleefd in deze bijna twaalf jaren. We zijn zo één met elkaar. Ja, dat zou me veel verdriet doen.
In absolute zin is het één geheel, is er geen leven en geen dood, dat zijn slechts verschijnselen in bewustzijn. In het absolute ben ik één met alles dus ook met Hansje en kan haar dus nooit missen. Deze antwoorden zijn dus betrokken op de persoonlijke situatie en alleen daar geldig. Maar ook al is er een besef van het absolute, het leven op het niveau van de persoon gaat wel door en dat gaat helemaal vanzelf. Je weet dus nooit wat er echt zal gebeuren.
Als je diep naar binnen gaat kun je zelf vaststellen, dat je niet weet waar de impulsen vandaan komen. Dus weet je eigenlijk echt niets. Het enige wat je weet is dat je niets bent. Er is niemand die iets kan weten. Er is geen doener. Het hele gebeuren vindt vanzelf plaats en is slechts een oplichten van dat ene absolute bewustzijn.

Je geeft nu les in kundalini yoga?
Ik vind het leuk om les te geven in kundalini yoga. Het is dynamischer dan hathayoga en gebruikt veel diverse soorten van ademhaling en mantras tijdens de oefeningen. Ik gebruik ook veel van de pranayamacursus van Douwe. Die heb ik zo vaak gevolgd dat ik daar gemakkelijk les in kan geven. Mijn lichaam is niet eens zo geschikt voor yoga. Ik ben er te laat mee begonnen en kan niet eens alle houdingen goed voordoen. Maar de leerlingen vinden dat niet zo erg, we kunnen er met z’n allen om lachen als een bepaalde houding ons allemaal moeite kost. Misschien, dat ik zo dichter bij ze sta. Met pranayama kan ik ze redelijk helpen en meditatie ben ik eigenlijk zelf, zeker als ik les geef, dan kom ik vanzelf in een soort meditatieve staat en dat kan ik ze wel mee geven. Verder leid ik ze een beetje naar gewaarzijn en dat is waarschijnlijk genoeg.
Als ik les geef, ben ik me op dat moment nog sterker bewust van wat ik ben. Mijn lichaam opent zich en ook mijn stem verandert als ik les geef. Het is een verandering van het laatste jaar dat de woorden steeds makkelijker komen, dat komt misschien mede door het lesgeven.

Denk je dat zich dat ooit ontwikkelt tot een soort satsang?
Geen idee. Daar zou alleen sprake van kunnen zijn als werkelijk alle egostructuren opgelost zijn en er geen kans meer is dat er ineens zo’n structuur te voorschijn komt. Een bezoeker van een satsang moet er op kunnen vertrouwen dat er totaal geen eigenbelang meer is, dat alles bij de leraar is uitgezuiverd. Nou dat moet dan eerst maar blijken. Maar buiten dat is het niet erg waarschijnlijk. Er zijn al zoveel mensen die satsang geven. Laat ze maar fijn naar Douwe gaan. Die kan dat zo goed. Die heeft zo’n eindeloos geduld en accepteert zo volkomen wat er ook gebeurt. En hij vindt het blijkbaar niet erg dat hij jaren lang hetzelfde moet zeggen. Of laat ze maar naar Marianne gaan of naar één van die vele anderen.
Maar je kunt het niet weten, het spel speelt zichzelf, daar heb je geen zeggenschap over. Er is nu eenmaal geen doener. Er is niemand die ook maar iets kan bepalen.

Na het doorlezen was je conclusie ‘wat een verhaal, eigenlijk allemaal leugens’.
Ja, wat een verhaal. Dit is zeker niet de waarheid. Dit interview geeft de indruk, dat er iemand zou zijn die een verhaal te vertellen heeft. Maar er is helemaal niemand, er is geen verhaal. Dit was slechts een liefdevol oplichten van onbeweeglijk bewustzijn. Er blijft niets van over alleen leegte, openheid.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Satsang

    Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • Naar de Openheid

    De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie. 
    Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod