6-14 Wees geweldig helder, scherp en snel. Dan blijf je vrij van beperking

Jaargang 6 nr. 14 (22 augustus 2005)
Schiermonnikoog

Een van de onderdelen van de retraiteweek op het eiland is het experimenteren met de structuren van de waarneming en de lichamelijke oriëntatie. Wat is, bijvoorbeeld, horizontaal? Kijkend naar de horizon op het stille strand hoef je maar even je hoofd naar rechts te laten zakken, of de horizon gaat rechts omhoog. Als je je hoofd langer in die stand laat hangen, heb je rechts het strand en de zee, links de blauwe lucht: de horizon is verticaal. Als je iets naar rechts loopt, loop je tegen een verticale wand op. Verder lopend in een voor jou rechte lijn, merk je dat je een rondje loopt naar rechts en dat je weer op het uitgangspunt terecht komt: de ruimte is gekromd.
Het doorbreken van vaste structuren geeft vrijheid. Als diepzittende structuren van oriëntatie worden doorbroken, ontstaat een grote vrijheid. Soms is er eerst duizeligheid, wat wordt veroorzaakt door het vasthouden aan de oude oriëntatie. Als deze wordt losgelaten, is er een grootse ruimte-ervaring op diep-lichamelijk niveau, een dieper niveau dan degene die een mentalistische advaita-benadering bereikt.
Zaterdag, net terug van de augustus-retraite, liep ik met mijn kleinzoontje door de straat. Hij liep krom naar voren en met zijn hoofd helemaal scheef. Daar had hij schik in. Niemand had hem dat geleerd, maar blijkbaar experimenteren kinderen graag met allerlei vormen van oriëntatie en waarneming. Dat is ook in de eigen herinnering van de kindertijd nog te vinden. Eigenlijk is die vrijheid van patronen nooit geheel weg. Je hoeft maar even die spelletjes weer te spelen en die open situatie zonder een vast assenstelsel is er weer. Enkelen zeiden op Schiermonnikoog dat ze weer kind waren geworden. Prachtig. ‘Ja’, zeg ik dan, ‘maar nu is het bewust, zodat die vrijheid er altijd kan blijven.’

Mededelingen

Als u nog wilt deelnemen aan de dagretraite op Stoutenburg bij Amersfoort op zondag 28 augustus, kunt u zich tot en met woensdag nog opgeven via de website (www.advaitacentrum.nl onder Nieuws en via Advaita Spirituele Weg - Advaita Dagen). ’s Ochtends en ’s middags zijn er dan advaita-gesprekken / satsangs.

Maandag 29 augustus beginnen de cursussen hathayoga en meditatie weer, zie de website.

Tekst

Uit een inleiding en gesprek op 13 juni 2005 op Schiermonnikoog (2) - Asparsha-yoga

Het enige wat je kunt doen is in die ijle ruimte te blijven, je bloot te stellen aan de wind, het wegwaaien niet tegenhouden.

Velen vertellen over het terugvallen in beperktheid. Juist in de blanco situatie kun je helder zien hoe dat plaatsvindt. Als je heel helder bent, zie je wat er gebeurt: de creatie van een centrum, van lichamelijke en gevoelsmatige vormen. Daar duik je dan zelf in en daarmee vereenzelvig je je. Als je dit proces ziet, als je het door-ziet, heb je de mogelijkheid dit te stoppen. Je stelt vast: niet aankomen, niet aankomen, ook al is er eerst de neiging om ermee bezig te gaan en erin te duiken. Meestal gaat het proces zonder dat je het doorhebt en zit je er in voordat je het weet. Het gaat zo ontzettend snel. Wees daarom zelf geweldig helder, scherp en snel. Dan heb je door wat er gebeurt en hoef je er niet aan te komen. Dan blijft dat wat je aantrekt een verschijnsel. Dat verschijnsel komt op en het verdwijnt weer.

Waarschijnlijk heb je dat in een diepere meditatie wel eens vastgesteld. In een goede meditatie met een blanco situatie kan iets opkomen wat de aandacht vraagt. Eerst is er het verschijnsel, dat blijkbaar daar met een zekere aantrekkingskracht wordt gecreëerd. Je weet dat je, als je maar even toegeeft, er helemaal inschiet en dat je dan van daaruit actief wordt in een beperkte wereld. Maar juist in een heel stille en heldere toestand kun je vaststellen dat je daar niet naartoe hoeft te gaan. ‘Ik hoef dat niet te pakken, ik hoef daar niets mee te doen, ik blijf er op afstand van, ik raak het niet aan. Dat is asparsha-yoga. Steeds blijf je je situatie bewust, als iets specifieks je aandacht vraagt en je uitnodigt erin in te duiken. Je weet: ik hoef er niet aan te komen. Dan lost die hele situatie weer op, de hele structuur van het aantrekkelijke object en van jezelf voor zover je je daardoor aangetrokken voelde.

Dit gaat tot op heel subtiele niveaus door. De beperkende identificatie vindt daar heel gemakkelijk plaats. Je hoeft alleen maar even iets speciaals te denken en meteen is het er. In die bepaalde vorm wordt het zelf onmiddellijk gevangen, alleen dus al door het geven van enige aandacht. Dan is er weer een werkelijkheid met een bron van aandacht en het object van aandacht, het zelf tegenover iets anders, maar samen bevinden zij zich in een beperkte wereld. Dat begint al op heel subtiele niveaus. Het zal dus op die subtiele niveaus steeds helderder moeten worden. Als daar helderheid is, zet zich de vorming van beperkende structuren niet door, zodat de eigen zijnssfeer open blijft. Daarom beoefenen we yoga op kosmisch niveau. Daar werken de oefeningen veel sterker door dan wanneer je ze meer fysiek uitvoert. Wanneer het daar goed gaat, is de fysieke beoefening haast niet meer nodig, omdat de effecten op subtiel vlak zo sterk zijn. De subtiele werking is dus veel fundamenteler dan die op een grover vlak. Als het op subtiel vlak verkeerd gaat door onbewustheid, zie je dat het in het leven met de fysieke vormen al helemaal misgaat. Daar kun je wel allerlei regels geven, en regels volgen, maar dat is geen echte oplossing. Dat geldt ook voor de moraliteit. Het gaat om de allereerste vormgeving, op heel subtiel niveau, niet om dingen te regelen op het fysieke vlak, want dan is het al te laat. Hetzelfde geldt voor de wereld van de gevoelens. Als er sterke gevoelens zijn van verlangen en van hechting op het niveau van het gewone leven in de wereld, verander je die situatie niet zo gemakkelijk, omdat de krachten daar zo sterk zijn. Ga dus terug naar die lagen die al eerder zijn gevormd, naar de eerste vormgeving, juist ook gevoelsmatig.

De advaitabenadering is dus een weg terug naar die oorspronkelijkheid waarin er nog geen vormgeving is. Als die wordt gekend, als die wordt gerealiseerd, kan de rest helemaal worden vrijgelaten en komt alles open. Dat oorspronkelijke is zonder beperkingen. Er zijn geen scheidingen, je bent jezelf zonder centrisme. Zolang er leven is, zijn er natuurlijk vormen. Maar zolang die oorspronkelijkheid open blijft, is er geen tweeheid en daarom zijn er ook geen gewrongen situaties en geen conflicten. Vanuit de non-dualiteit zie je hoe gemakkelijk de identificatie met iets speciaals ontstaat. Je ziet dat er een bepaalde vormgeving is, dat het volgen van een weggetje daarnaar toe tot problemen leidt. Dan ontstaat er een beperkt ik dat is afgegrensd van ‘het andere’. Direct ontstaat een stuk verlangen naar eenheid, maar vanuit het beperkte ik wordt dit verlangen altijd op iets anders gericht dat beperkt is. Dat ik heeft dus een fundamenteel conflict in zich. Zolang er nog een grens is, blijft er een onbevredigd zijn. Het is duidelijk: het verlangen kan niet worden vervuld door iets specifieks. Het enige is dus, om die hele structuur te laten ontspannen en wakker te worden, zodat de non-dualiteit weer duidelijk aanwezig is. Dat is een thuiskomst in de sfeer zonder scheidingen en zonder centrum.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Verdwijnende scheidingen

    Douwe Tiemersma
     

    Verdwijnende scheidingen

    Proeven van intercultureel filosoferen

    276 pagina’s, paperback

  • Naar de Openheid

    De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie. 
    Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.

  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod