6-9 Ervaar je ruimte die er was voordat problemen ontstonden; die ruimte ben je nog steeds

Jaargang 6 nr. 9 (10 mei 2005)

Het is een mooie tijd: de lente, Bevrijdingsdag, Hemelvaart en Pinksteren. Door daarin mee te gaan ontstaat een radicaal nieuw leven, bevrijding, een hemelse thuiskomst en spiritualisering. Wat een mogelijkheden!
Maar ook: wat een tegenstelling tot de situatie waarin mensen zich afschermen en opsluiten. In enkele schrijnende toestanden die zich nu voordoen, blijkt weer hoe bewustzijnsvernauwing een ontzettend onvermogen en lijden veroorzaakt. Ook blijkt weer dat de situatie des te ellendiger is, naarmate men zich meer in het beperkende ik-denken vastzet.
Voor hen, maar ook voor de meeste andere mensen, geldt dat alleen het opgeven van dat denken en voelen ruimte geeft, het opgeven van alles wat met de ik-persoon heeft te maken. Dan pas is er lente, bevrijding, hemelvaart en pinksteren.

Even een berichtje over de uitgeverij voor degenen die in België boeken willen bestellen (zie www.advaitacentrum.nl onder Uitgeverij). De bestellingen kunnen via de gewone wegen worden doorgegeven, maar ook via Carmen (carmen.tulkens@skynet.be). Via haar gaan ook de factuur en de betaling, zodat er geen extra kosten zijn voor het overmaken van geld naar het buitenland.

Tekst

Inleiding 17 oktober 2004, Hoorneboeg (2) - Kennis van de Vreugde

De vastzittende gevoelsmatige energieën lossen sneller op naarmate de kwaliteit van lege ruimte sterker is. Als er bijna een vacuüm is, verdampt een vloeistof heel snel. Een vaste stof verdampt dan zelfs met een heel korte vloeistoffase. Dat heet sublimatie. De vaste vorm verdampt en ‘ploep’ hij is weg. In de ruimte met zo’n onderdruk kan geen vorm zich handhaven. Dat geldt ook voor de ervaringsmatige sfeer. Misschien heb je wel eens ervaren dat de kwaliteit van leegte en de onderdruk heel sterk zijn. Alle geconcentreerde energieën lossen dan op, ook al zitten zij nog zo diep en zijn zij nog zo hard. Ze lossen op wanneer er ruimte komt. En die beweging van uitbreiden en oplossen is meteen ook vreugde.
Als het je niet meer lukt om in een bepaalde situatie ruimte te ervaren, misschien kun je dan nog ergens een vonkje van vreugde vinden. Wanneer je dat gevonden hebt, gaat het zich ontwikkelen. In deze situatie kan herinnering een positieve rol spelen. Natuurlijk de herinnering speelt vaak een negatieve rol omdat zaken uit het zogenaamde verleden worden vastgehouden. Ze kan ook een positieve rol spelen, als je ergens een stukje vreugde kunt hervinden. Iedereen heeft ooit wel eens een vreugdevolle ervaring gehad en die is nooit helemaal weg. Als de herkenning er is, gaat de ontwikkeling door en als die doorgaat, ontstaat vreugde, zomaar, alleen door het opkomen van ruimte. Dan kan die vreugde totaal, oneindig worden.
Die vreugde ken je altijd al. Je herkent haar van vroeger, heel vroeger. Iedereen komt vanuit een sfeer waar zij aanwezig was. De eerste stap van de schepping vindt plaats in die sfeer van positieve vreugde, al is die nog zo ijl. Het is de positiviteit van de uitbreiding in de vorm van schepping, die positief en vreugdevol is. Wanneer daar een negatieve kwaliteit in zou zitten, zou meteen alles verkrampt en tegengehouden worden. Dan zou de schepping niet doorgaan. God schept de schepping in vreugde, omdat hij/zij het prachtig vindt. Die oorspronkelijke vreugde gaat vooraf aan de lotgevallen in de wereld. Dus wat voor trauma’s er ook zijn ontstaan, zij zijn altijd secundair ten opzichte van die oorspronkelijke vreugde en goedheid. Het punt is dus om bij trauma en gebrokenheid iets van die vreugde weer te herkennen. Dan is de basis weer goed en dan lossen daarin alle trauma’s op. Het is de ruimte die groter dan alles is. Dus alles lost daarin op.
Dus of het nu om lichtere problemen gaat, om zwaardere zoals in de psychiatrie, of principiële zoals die bij de advaitabenadering, steeds gaat het om hetzelfde: ervaar de ruimte die er was voordat die problemen ontstonden. Die ruimte is er nog steeds. Jij bent die ruimte nog steeds. Dan is er direct weer de vreugde en meteen is die vreugde weer een motor voor het verdergaan van de verruiming en oplossing. Die vreugde, dat plezier, heeft de neiging om oneindig te worden.
Misschien herinner je je het wel van heel vroeger en zie je het ook weer bij jonge kinderen. Wanneer zij ergens plezier in hebben, bijvoorbeeld in hardlopen of in het gek doen, komt er steeds meer vreugde en enthousiasme. Zo gaan ze door en zo gaat het proces door, als het niet wordt tegengehouden, tot in het oneindige. Natuurlijk, meestal komt de beweging ergens in botsing met de harde wereld en dan eindigt het enthousiasme in geblèr. Maar, het principe van oneindige vreugde is er wel. Als eenmaal het vuurtje een kans krijgt, wordt het ‘pfiet’ weer oneindig.

Douwe, was dat allemaal niet erg gewoon? Dan komt het bewustzijn en dan moet je het opnieuw vinden. Het denken bemoeit zich er mee en dan kun je je nauwelijks ontspannen.
Je ziet bij zo’n kind dat het steeds weer de gevoelsmatige oneindigheid zoekt, omdat het er nog dichtbij staat. Je herkent het bij jezelf. Je ervaart wel de harde werkelijkheid, bijvoorbeeld van een stoel waartegen je valt, en denkt ‘O, ik moet beter oppassen.’ Hoe harder de werkelijkheid zich manifesteert, des te sterkere afscheiding er ontstaat. ‘Ik hier en de wereld daar’ en ‘ik moet een beetje oppassen met die wereld.’

Natuurlijk, die wereld zorgt ervoor dat jij geen kind kan blijven. Dat accepteren ook anderen niet.
Wat voor harde stoelen en de grond geldt, dat geldt ook voor mensen uit de omgeving. Zo is er het proces waarin een afgeschermd ik wordt gevormd. Dan is er de scheiding. Maar, het verlangen naar de ontplooiing tot in het oneindige blijft er. De kennis ervan blijft er. Dat is de basis van het verlangen.

Wat is dan eigenlijk het verschil tussen zo’n kind en de verlichte staat?
Dat is het bewust-zijn, de bewuste herkenning. Als je het proces van scheiding heel duidelijk ziet, wordt de huidige toestand begrijpelijk. Je ziet dan ook dat wat eraan voorafgaat veel wezenlijker is en dat dat er nog steeds is. Dat oorspronkelijke zelf-zijn hoef je niet te koppelen aan dit lichaam. Alleen als je dat doet, word je geconditioneerd door de harde wereld omdat er dan botsingen zijn van zelf en wereld. Dus, dan ga je terug naar je oorspronkelijke identiteit en ziet dat het nog steeds is zoals het vroeger was: de non-duale, oorspronkelijke sfeer. Die is er direct en dat is je ware zijn. De onwetendheid van het kind in het paradijs, is nu een wetend-zijn, zodat er geen kringloop meer nodig is om Dat bewust te leren kennen.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod