7-10 Je bent alles en je bent er toch vrij van; hoe kan dat?

Jaargang 7 nr. 10 (25 mei 2006)
7-10kind


We hebben het af en toe over ‘worden als een kind’. In iedereen zit nog het kind. In jezelf kun je je nog als kind terugvinden dat totaal open was, als je maar ver genoeg teruggaat. Dat geeft de herkenning dat dát je natuurlijke zijnswijze is: het zonder grenzen zijn. In het herkennen en het hervinden gaat de situatie boven die van het kind uit. Er is namelijk nu bewustzijn van. Dat heeft het kind niet en daarom wordt het ook gemakkelijk geïndoctrineerd met het idee een ik-persoon te zijn en gepakt door de verschijnselen. Als je nu die open zelf-sfeer op bewuste wijze ervaart, kan niemand je meer iets anders wijs maken. Maak jezelf dus niet iets anders meer wijs.


Tekst

Uit een inleiding op Stoutenburg, 28 augustus 2005 – deel 2 – Bewust-zijn, vreugde-zijn

Spirituele ontwikkeling betekent een verdergaande bewustwording van je bewuste zelf-zijn. In het bewust-zijn stel je vast: er is geen grens, er is nergens een scheiding. Bewust-zijn zet zich oneindig door en dat oneindige bewust-zijn ben je zelf. Bewust-zijn is niet iets wat je kunt pakken. Bewust-zijn (altijd met een streepje ertussen) is een oneindige eigen zijnssfeer met de kwaliteit van helderheid van bewustzijn, van helderheid waarin iets duidelijk wordt of kan worden. Dat is je eigen sfeer. Daarom is het werkwoord ook wederkerig en zeg je: ‘Het wordt mij duidelijk’, ‘Ik ben het mij bewust.’ Wat bedoel je daarmee? Dat in de eigen sfeer van helder-zijn de dingen opkomen die daarin worden vastgesteld. Zo zit het! De verschijnselen komen zomaar op en dan zijn ze duidelijk. Zo zit het! Het vaststellen is geen denken. Nee, het is een direct verschijnen, zonder middelen, in het eigen licht. Zo is er ook de bewustwording van je eigen bewuste zijnssfeer zelf. Een verdere spirituele ontwikkeling heeft dat in zich. Daarbij is er ook weer het herkennen dat die sfeer oneindig is, zonder grenzen, en dat je zelf als oneindig bewust-zijn niet afhankelijk bent van wat voor condities dan ook. Als je jezelf als bewust-zijn op een heel heldere wijze ervaart, is het duidelijk dat dit primair is ten opzichte van alle verschijnselen. Er zal licht moeten zijn, wil er iets kunnen verschijnen. Die verschijnselen tasten het bewustzijn niet aan. Ze komen erin op en ze verdwijnen er weer in. Zelf als oneindig bewust-zijn blijf je er vrij van. Natuurlijk, je bent ook alles, want de verschijnselen zijn niet anders dan je bewuste zijnssfeer. Maar, dit is zo op een heel andere wijze dan wanneer je ergens inschiet. Nee, je bent alles. En je bent er toch vrij van. Hoe kan dat? Juist omdat het gaat om die onbegrensdheid van zijn-bewust-zijn. De gevoelsmatigheid heeft de kwaliteit van vreugde. Wanneer er ruimte komt, zit er altijd iets bij van ‘heerlijk’, ‘prachtig’, ‘ruimte’, ‘vrijheid’. Bij elke doorbraak naar een grotere ruimte of naar een ruimer bewustzijn is er die emotionele of gevoelsmatige kwaliteit van vreugde. Verruiming geeft vreugde. Omgekeerd kun je ook zeggen: wanneer er vreugde is, is er blijkbaar verruiming. Die verruiming zoeken mensen, op alle mogelijke wijzen. Waarom? Omdat die vreugde geeft. Men wil steeds meer over grenzen heengaan. Als ergens nieuwe grenzen ervaren worden, is er de neiging om opnieuw datgene wat over die grens ligt te bereiken. Als je daarvoor open staat, zet het proces zich verder voort. Dat geldt ook ten aanzien van vreugde en geluk. Iedereen heeft er een notie van. Wanneer iets zich in je wereld gaat verruimen, word je enthousiast. Er is vreugde. Maar, blijf open voor de totale vreugde, het totale geluk. Dat betekent een open-staan voor het oneindige. En kijk, dan zet het proces zich verder voort. Dan zie je ook, terugkijkend, dat het zoeken naar vreugde wel iets kan opleveren dat enige vreugde geeft, maar dat er meteen weer nieuwe grenzen waren. Dan zet het proces van verlangen en zoeken zich opnieuw voort. Laat het proces nu eens volledig doorgaan; laat het zich radicaliseren tot in het oneindige. Dan is er de oneindige vreugde. Vreugde, geluk, inzicht zijn oneindig. Zij zijn er niet platonisch, in een aparte hemel of zo. Nee, zij zijn er hier en nu. Zij zijn direct aanwezig, als je ze herkent. ‘O, zo zit het!’ Iedereen die heeft de vreugde en geluk in zich. En wanneer je daarbij blijft, tonen zij zich op stabiele wijze als oneindig.
In de spirituele ontwikkeling gaat dit zich verder ontwikkelen. De vreugde wordt steeds minder afhankelijk van de omstandigheden, van specifieke situaties, van speciale dingen. Waarom? Omdat het voorafgaat aan alles. Omdat het hoort bij de eerste en laatste kwaliteiten van die omvattende sfeer die alles in zich heeft. En dat is je eigen zijnswijze. Het is goed om dit te herkennen: zo zit het. Dan weet je ook dat het steeds weer gaat om een openstelling van jezelf. Dit openstellen voor het grote is het enige wat je kunt doen. Er is niets anders dat je zou kunnen doen. Je kunt er niet naar op zoek gaan of het ontwikkelen. Nee: laat het oneindige zijn-bewustzijn-vreugde/geluk/liefde-zijn maar komen en laat ze maar blijven.

Douwe Tiemersma


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Mediteren leren

    Dit boek geeft een handleiding bij het leren mediteren voor beginners en voor de gevorderden die nog eens bij het begin willen beginnen. Het uitgangspunt is de spontane meditatie, die iedereen af en toe heeft. 

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod