7-12 Het mooie wordt bevrijd als je je eigen verkramping loslaat.

Jaargang 7 nr. 12 (31 juli 2006)
7-12wolk

Even verschijnt soms de vorm van een mens, niet verschillend van de oceaan.
Relatie

De relatie met anderen, met een ander, blijkt vaak een struikelblok te zijn waardoor beperktheid ontstaat. In de relaties zal blijken in hoeverre er openheid is gerealiseerd. Hieronder staat iets uit een e-briefwisseling.
Het mooiste is, als er een 'relatie' is zonder ik-ken, een wederzijdse herkenning van elkaar als je Zelf. Als jullie je ik kunt relativeren en ergens nog een herkenning in elkaar hebben van het Ongescheidene, zou het de moeite waard zijn hiernaar nog eens te kijken. Een scheiding lost niet de fundamentele ego-problematiek op. ...
Een goede relatie veronderstelt zelf-zijn, en dat heeft twee kanten.
Het zelf-zijn van elk is een volledig zelf-standig-zijn, een vrij-zijn.
Ten tweede is het Zelf-zijn oneindig, oneindig liefde-zijn, en zo is er eenheid met de ander.
Als zelfstandigheid en eenheid samengaan, blijven de praktische verschillen en patronen erg betrekkelijk.
Je bent toch oneindig je zelf? De ander is toch oneindig zich-zelf? Er is toch geen scheiding tussen oneindige zelven?
Dan kun je ook de beperktheid die je in je zelf ziet en de beperktheid die je in de ander ziet accepteren en doorzichtig laten worden.
Zie ook Brief 34 op de website.

Tekst

Uit een inleiding op Stoutenburg, 28 augustus 2005 – deel 4: Sterven, ego, zelfzijn

Wat gebeurt er als je fysiek overlijdt?
Dat hangt van de situatie af. Hoe meer je je vereenzelvigt met het lichaam, des te zwaarder het is. Als je beseft wat je eigenlijke aard is, besef je ook dat alles wat verandert verschijnselen zijn. Er was ergens een begin van wat je je leven noemt. Maar, wat was er voor? Op een bepaald tijdstip kwamen er de vormen van dat leventje en op een gegeven ogenblik verdwijnen die.

Dan houdt ook de waarnemer op te bestaan?
Ja, voor zover die geconditioneerd is in die levensvorm.

Je brengt nu een beperking in: ‘voor zover’.
Voor zover je te maken hebt met een lichamelijke waarnemer, is dat een geconditioneerde waarnemer. Het waarnemen is bijvoorbeeld afhankelijk van de structuur van je ogen. Wanneer het lichaam dood is, stopt dat waarnemen. Heel eenvoudig.

Dan stopt ook je gevoel van zijn?
Ja, ook dat zijnsgevoel is een kwaliteit die gaat verdwijnen. Dan blijft er alleen je oorspronkelijke aard over die onafhankelijk is van condities. Dus dat betekent dat alle condities betrekkelijk zijn. Dat geldt dus voor alle kwaliteiten. Wat niet betrekkelijk is, is per definitie het absolute. Dat is vrij van alles. En toch hebben we daar intern weet van. Toch kan Dat zo duidelijk worden dat je kunt bevestigen: ‘Dit is het’, en: ‘de rest is betrekkelijk, betrokken op een bepaalde levensvorm’.

Het duidelijk worden van dat absolute betekent, denk ik, dat er een bewustzijn moet zijn dat veel ruimer is dan het alledaagse. Wij praten er nu over ...
Ja, wij kunnen er alleen over praten met woorden die in de richting wijzen van dat absolute. In de zijnservaring wordt het duidelijk dat de verschillende kwaliteiten steeds meer verdwijnen, ook het ‘ik ben’, en dat gaat in de richting van een volledig verdwijnen. Als dit proces werkelijk doorgaat, kun je niet meer spreken van bewustzijn, van ‘ik ben me ervan bewust’. Op een gegeven ogenblik is er het weten: ‘Dit is het onuitsprekelijke’.

Douwe, zoals jij het zegt, vind ik het enerzijds simpel. Ja, het is erg leuk om naar je te luisteren. Je komt vanzelf in die sfeer terecht. Maar anderzijds voel ik de beperktheid van het ego waar je het steeds over hebt, zo sterk. Die beperktheid van het ego, daar ontkom ik gewoon niet aan. Enerzijds weet ik dat het ego je op allerlei manieren weer teruglokt, door kiespijn, door dingen die je doet en zo. Dan denk ik: ‘Verrek, wanneer houdt dat nu eens op?’ Aan de andere kant vind ik het ook weer leuk, ben ik er ook weer aan gehecht. Ik ben er tegelijkertijd aan gehecht en ik heb er de pest over in …
Dat is toch het fundamentele conflict van mensen?
Hoe ontkom je daar nu aan?

Ga het nu eens op een andere manier bekijken. Dat ego is zelfzijn. Het is zelfzijn in een beperkte vorm. Je bent jezelf, als een ik. En ‘ik’ ben aan dat ik-leventje gehecht. Dat is een vorm van zelfzijn, een beperkte vorm van zelfzijn. Wie stelt het vast dat het beperkt is? Dat is toch een zelfzijn dat een veel ruimere blik heeft? Je stelt vast: daar zit dat ego; daar zitten de beperkingen; daar zitten de hechtingen; daar zit plezier en daar pijn. Dus je bent niet alleen die vorm van zelfzijn die we het ego noemen. Er is dus blijkbaar al een zelfzijn als een ruimer bewust-zijn. Terugkijkend stelt die de beperkingen vast. Als je je daar bewust van wordt, zit je al niet meer specifiek in dat ego. Het zelfzijn van het ego heeft een diepte en een hoogte die er altijd al is maar die het ego niet kent. Maar in je ego kun je je bewust worden van jezelf. Die diepte zit er in. Het ruimere bewustzijn is niet een ander zelfzijn, nee, het is hetzelfde jezelf-zijn, maar met minder beperkingen. Je kunt op dat standpunt blijven en dan merk je dat je losser komt van de beperkingen op egoniveau.
Ga, voor zover die beperkingen aanblijven, er een beetje verstandig mee om. Net zoals je met kinderen omgaat, geef je hier en daar een beetje toe en laat je het globaal de goede kant uitgaan. Je blijft je bewust van jezelf, als een zelfzijn dat ruimer is, meer volwassen is. Die sfeer blijft ruimer dan alleen die van het kleine ikje dat alles op zichzelf betrekt en aan van alles gehecht is.

Terwijl ik met mensen bezig ben en zo, voel ik een soort eenzaamheid en beperktheid van mijn ego.
Je ziet hoe leedvol het ego is. Moet je maar kijken: het ego wil alles tegelijk, wat onmogelijk is. Het wil eenheid en het wil zelf groots worden. Het wil eindeloos genieten en het wil één zijn met andere mensen. Maar op dat niveau lukt het niet. Waarom niet? Het ego brengt scheidingen aan tussen zichzelf en anderen. Die scheidingen zijn niet overbrugbaar, omdat die scheidingen nu eenmaal inherent aan het ego zijn. Je kunt echter bij jezelf te rade gaan en ervaren dat jezelf veel ruimer bent. Vanuit een grotere ruimte kijk je terug naar het ego en zie je de oorzaak van de problemen. Je stelt ook vast dat er hier en nu geen problemen zijn, want die scheidingen zijn er niet. Je stelt ook vast dat deze situatie veel waardevoller is dan die met alle ellende. Zo verschuift langzamerhand je zwaartepunt. Als je die verschuiving opmerkt, is dat een prachtig mooi gebeuren. Alles wat dat ego eigenlijk wil maar nooit kon klaarkrijgen, dat wordt hier gerealiseerd. Wat het ego zoekt komt vrij als je je beperkte vormen loslaat. Dan wordt alles groots en vreugdevol. Je hoeft niets wat mooi is op te geven, niet wat mooi is in de wereld en niet wat mooi is in jezelf. Dat mooie wordt alleen bevrijd als je je eigen verkramping loslaat.

Douwe Tiemersma


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Satsang

    Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft.

  • Psychotherapie en non-dualiteit

    De psychotherapie en oosterse bevrijdingstradities zoals advaita vedânta en boeddhisme hebben in de laatste jaren een steeds grotere belangstelling voor elkaar gekregen. Ze hebben elk specifieke noties en werkwijzen, maar overlappen elkaar voldoende om een vergelijking mogelijk te maken.
    In dit boek worden diverse westerse psychotherapeutische stromingen en twee bevrijdingswegen die van oorsprong respectievelijk hindoeïstisch (Advaita Vedânta) en boeddhistisch zijn, met elkaar geconfronteerd.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod