7-13 Wat duidelijk gezien en gevoeld is, verdwijnt niet meer

Jaargang 7 nr. 13 (23 augustus 2006)
7-13SchierBalg
Het einde van de wereld op de Balg


Het liep weer aardig uit de hand op Schiermonnikoog. Velen begonnen zelfs te zingen. Dat krijg je als oude blokkades worden doorzien en verdwijnen. De energieën stromen dan vrij in het grote geheel van helderheid waarin zelfzijn opgaat.

‘Ja, ik stroomde over’
‘Laat je container-ik dan ook maar los. Dan stroomt alles vrij in de grote ruimte

Pia: ‘Het allermooiste was het zien Opengaan van de mensen zoals bloemen zich in de warmte en liefde van de zon door de zonnestralen openen. Stralend. Zo is dat.’

De nadruk lag vooral op de zelfervaring te beginnen met de stevige buik bij het ademen. Als deze lichamelijke zelfervaring er niet duidelijk is, blijft de nondualiteit gemakkelijk een mentale notie. Als de adem instroomt in een stevige buik (goede houding!), ontstaat er een sterke inwendige druk in de buikholte. Als dit als zelfzijn wordt ervaren, geeft het dit zelfzijn een stevigheid, stabiliteit en uiteindelijk een onaantastbaarheid en vrijheid van condities. Maar dan is er al een diepe inkeer en heeft dit zelfzijn zich al ontplooid tot een ruimere zachte sfeer zonder ik-patronen. In het onaantastbare centrum van zelfzijn is alles leeg, maar ook totaal open. Zelfs het centrum is opgelost. Dat is dan een duidelijke ervaring van openheid. Deze lijn werd niet alleen op het niveau van de algemene energie onderzocht en ervaren, maar ook op dat van het hart (universele liefde en gelukzaligheid) en op dat van het bewustzijn (universele helderheid) – stabiel en open.
Opvallend was deze keer de deelname van eilanders en gasten aan diverse bijeenkomsten. De kapel hielden we ’s middags een paar uur open. De retraite krijgt daardoor ten dele een open karakter.
Na zo’n week komen de deelnemers weer in hun alledaagse sfeer, maar wat duidelijk gezien en gevoeld is verdwijnt niet meer.

Woorden

Op een spiritueel pad hebben mensen vaak problemen met woorden, omdat ze de woorden een te belangrijke plaats geven. Woorden zijn van betrekkelijk belang. Ze kunnen in het begin helpen meer inzicht te krijgen in de eigen situatie en in dat wat wezenlijk is. Dat wezenlijke is niet in woorden uit te drukken. Woorden kunnen er alleen maar naar verwijzen. Als je daar een duidelijk besef van hebt, is het goed om vaak stil te zijn, bij dat besef te blijven en daarin te verzinken.
Toch blijven woorden vaak ook dan nog nuttig. Natuurlijk moet je niet meer op de woorden gericht zijn, niet meer naar woorden luisteren. Dat betekent echter niet dat je alle woorden moet mijden, maar dat je in de sfeer blijft waar de woorden naar verwijzen. Dan kunnen woorden nog de functie hebben van een bevestiging van wat je ervaart en ook nog van een aanwijzing van belangrijke dingen in die sfeer. In die sfeer van zijnservaring gaat het inzicht verder. Je bent dan niet met de woorden bezig, maar laat alles gebeuren, ook de werking van woorden. Het blijft dan fundamenteel stil, terwijl er nog wel degelijk in die subtiele sfeer verandert. Als je zo aanwezig blijft bij een satsang of cursus, kan deze de moeite waard zijn.
In het Programmaboekje onder Advaitabijeenkomsten / satsangs staat er het volgende over.
‘Het onderricht vindt plaats op verschillende niveaus. Ten eerste is er de basale informatie in woorden. Ten tweede is er het herstellen van de goede oriëntatie door aanwijzingen. Ten derde is er de directe werking rondom de woorden. De antwoorden op een gestelde vraag zijn niet voor iedereen relevant. Belangrijk is het bij jezelf te blijven. Dan blijkt wel wat voor jou van belang is.
De werking ‘rondom de woorden’ blijkt het belangrijkste te zijn. De woorden zelf zijn dan nauwelijks meer dan een middel om niet te gaan suffen of om het vreugdevolle samenzijn te bevestigen – zoals in een vlucht ganzen ‘gak-gak-gak-gak’ – als er maar de open oriëntatie blijft. Dan gaat de werking van openheid verder.

Tekst

Uit een gesprek op de Hoorneboeg, 9 oktober 2005 over Licht

...

Nu, dat is de functie van het licht als vuur. In het licht lost alles op. In het vuur wordt alles gereinigd. Alles wordt verbrand wat niet zuiver is. We hadden het gisteren al even over het vagevuur. Dat heeft hier mee te maken. Het was niet zomaar een beeld ... Nee, het licht heeft te maken met zuivering. Als het licht sterker wordt, als je dichter bij het licht komt, komt alles wat duister is aan het licht, maar meteen krijg je ook een zuiverende werking. Prachtig. Maar, hoe zwaarder je vasthoudt aan je eigen donkere vorm, des te moeilijker wordt het.
...

Ja, zo gaat het bij heel veel mensen. In een bepaalde ontwikkeling kan er groei zijn, zelfontwikkeling. Dat is mooi... Maar, moet je eens kijken wat er vaak gebeurt. Er komt een vermomming van het ego en er gebeurt niets fundamenteels. Totdat er nog meer licht komt. Dan wordt alles doorstraald en het wordt duidelijk dat het uiterlijk een vermomming is. Als je daarin vast blijft zitten, terwijl je steeds duidelijker dat licht voelt ... als het steeds duidelijker wordt dat er nog van alles zit en je blijft er toch in zitten ... ja, dan krijg je zware problemen. Je merkt dat het licht de neiging heeft om alles te doorstralen, te zuiveren, te verlichten, ook wat je nog vasthoudt. Het licht wordt steeds helderder en feller ... ja, dan krijg je tijdelijk een vagevuur. Maar, als je er helemaal aan vasthoudt, wordt het een hel waarin je geroosterd wordt.
Dus, laat alles maar los ...

* * *

Alles is licht,
licht dat geen grenzen kent;
daarom is er geen schaduw,
geen zweem in de transparantie;
alleen kleurenspel
van oneindig licht
ben jij, ben ik
zolang er iets is;
alles is licht.

Een hartelijke groet,
Douwe Tiemersma


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • Naar de Openheid

    De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie. 
    Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod