8-1 Wat betekent: ‘je uiterste best doen, zonder dat je iets kunt doen’?

Jaargang 8 nr. 1 (15 januari 2007)
8-1Water

Stilte in de beweging




Doel

Vaak komt de vraag terug of er nu een doel is bij de advaita-benadering of niet. Mijn antwoord komt vaak op hetzelfde neer, maar blijkbaar blijft de vraag terugkomen. Daarom komt hier nog eens het antwoord.
Zo lang er een dualiteit is van ik-persoon en wereld, van het verlangen en het verlangde, van uitgangspunt en doel op een spirituele weg, kun je over een doel spreken. Zo lang je je als een ik-persoon definieert, heb je te maken met deze structuur. Daarbij hoort ook: alles te doen wat mogelijk is om de voorwaarden gunstig te maken voor het wegvallen van die duale structuur.
Het inzicht zal moeten doorbreken dat die dualistische definities voortkomen uit een beperkt standpunt en onjuiste visie. Het doorbreken zelf is geen activiteit van een persoon. Deze kan alleen een bijdrage leveren door zich te ontspannen en bij de openheid te blijven voor zover die zich al heeft aangekondigd. Ga maar eens na wat het betekent: je uiterste best doen, zonder dat je iets kunt doen. Dat is de situatie.

Vanuit de cursus Upanishaden kwam dezelfde vraag. Over een doel wordt ook in de sanskriet-klassieken wel gesproken. Deze teksten gaan lang niet alle over de hoogste waarheid van non-dualiteit. Daarom maakt Shankara in zijn commentaren ook steeds een duidelijk onderscheid tussen de standpunten met verschillende waarheden: het relatieve standpunt (met o.a. de werkelijkheid van Brahman met eigenschappen (saguna Brahman, God) en het hoogste standpunt (de realisatie van Brahman zonder eigenschappen (nirguna Brahman of Parabrahman). De devotionele en meditatieve praktijken in verband met de eerstgenoemde situatie zijn dan alleen nuttig als een voorbereiding voor het inzicht in de hoogste waarheid. De vertalingen leiden soms tot verwarring als de vertaler zijn eigen ideeën er te sterk inbrengt. Het is altijd aan te bevelen om de oorspronkelijke sanskriet-tekst, andere vertalingen en Shankara’s onderscheid erbij te halen.

Opvoeden

Ook vragen over het opvoeden van kinderen komen regelmatig terug. Het stukje briefwisseling dat hieronder staat, is al opgenomen in de Brieven-rubriek van de website. Het is aangevuld met iets uit de laatste satsang van 2006.

Uit een brief
Ik ‘ben’ een moeder van een zoontje van bijna drie en merk steeds meer hoe moeilijk het is om een kind van deze leeftijd, die juist ontzettend bezig is met alles te benoemen, te onderscheiden (jij en ik, mooi en lelijk, etc) en te beoordelen (dualiteit), toch iets mee te kunnen geven van de onderliggende eenheid in alles. Ik zou hem zo graag een andere basis willen geven, niet hem nu iets leren waar hij later in zijn leven niet meer los van kan komen. Maar goed, misschien is hij hier nog te jong voor, en moet hij zich eerst bewust worden van de dualiteit in deze wereld (lijkt onvermijdelijk), om het eventueel later bewust weer los te kunnen laten, te kunnen doorzien?!

Uit het antwoord
Ja, velen zitten met dezelfde vragen rond de opvoeding. Bewustwording ontstaat vooral door je neus te stoten, bij het ontstaan van dualiteit. Dat is blijkbaar nodig om je van je non-duale grondslag bewust te worden.
Die omweg zou je zo klein mogelijk willen maken. Over de dingen die daarbij helpen kan best wat worden gezegd, maar het belangrijkste is dat het kind voelt dat de ouders van hem houden en dat hij door hen wordt gedragen, wat er ook gebeurt. Dat blijft dan een non-duale grondslag van het leven en die werkt dan op fundamentele wijze door in alle aspecten van zijn leven.
Het is dan ook de moeite waard het kind op een bewuste wijze die momenten te laten ervaren waarin nauwelijks of geen dualiteit is. Door even te wijzen op de situatie waarin dat duidelijk is, komt er bewustwording, bijvoorbeeld "Wat heerlijk hè, zo samen te knuffelen" , “Luister je ook naar de stilte?”, “Heerlijk, laten zo even nog genieten van de rust en ontspanning.” Het even bewust laten worden van een periode van leegte, van stilte, blijdschap, geluk, ontspanning, op het moment dat die zich voordoen, kan helpen de non-dualiteit bewust te worden.
Liefde geven en wijzen op de non-duale sfeer als die er is, zijn dus erg belangrijk.

Uit de satsang op de retraitedag 30 december
Hier kwam de opvoeding ook ter sprake. Toen ging het vooral over de patroonvorming en identificatie die bij de opvoeding worden veroorzaakt. Natuurlijk zijn er elementen in de relatie met een kind die structuur gaan geven aan zijn eigen bestaan, aan een eigen identiteit. Het punt is het kind zo weinig mogelijk vast te pinnen op een identiteit. Hoe? Het gaat hier om heel subtiele zaken, om de houding ten opzichte het kind, de woorden die je gebruikt. Zie eens de wijze waarop je iets zegt, als het kind vervelend doet, bijvoorbeeld: a) “Jij bent altijd zo’n vervelend kind,” en “Wat je nu doet, vind niemand prettig.” In het eerste geval wordt het kind vastgezet in een bepaalde identiteit en als dat steeds weer op dezelfde wijze gebeurt, zal dat grote gevolgen hebben voor het verdere leven. Door over zijn gedrag te praten, val je hem zelf niet aan maar leert hij ook kijken naar zijn gedrag en naar andere mogelijkheden. De liefdevolle acceptatie van het kind zelf blijft onder alle omstandigheden bestaan.
Laat dus alles in het gezinsleven zoveel mogelijk open. Dat gebeurt niet als de ouders met allerlei frustraties zitten en die op het kind afreageren. Het heeft de grootste kans als de ouders zelf open blijven. Als er volledige openheid is, is het opvoeden geen probleem.

In laatste Advaita Post voor de jaarwisseling schreef ik: ‘Besef maar dat het licht dat midwinter verschijnt ook de voleinding van de tijd betekent: tijd-geen tijd.’ Daarover is vorige woensdag op de satsang verder gesproken. Wat betekent ‘voleinding’? Iedereen heeft er een besef van, al was het alleen maar in ‘alle tijd hebben’ wat iedereen wel eens heeft meegemaakt. Als je ‘alle tijd’ hebt, valt de tijd weg ...

Hartelijke groet,
Douwe Tiemersma


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • Mediteren leren

    Dit boek geeft een handleiding bij het leren mediteren voor beginners en voor de gevorderden die nog eens bij het begin willen beginnen. Het uitgangspunt is de spontane meditatie, die iedereen af en toe heeft. 

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod