8-13 Je oneindige verlangen gaat al lang verder dan die mooie objecten; zelf ga je al lang verder

Jaargang 8 nr. 13 (4 september 2007)

8-13Openingen



Tekst
Uit een gesprek te Gouda, 17 januari 2007 (2): het oneindige verlangen

Ik lust graag chocola, maar als mijn verlangen universeel wordt hoef ik die chocola niet meer.
Dat klopt: de chocola zit dan al helemaal in je eigen zijnssfeer, volledig, oneindig. Je hoeft die niet meer naar binnen te werken.

Hoe zit het dan met het verlangen naar realisatie?
Daarbij geldt precies hetzelfde. Vanuit een beperkt standpunt projecteer je een beeld van de realisatie als een mooie toestand en je verlangt naar die toestand. Dat beeld komt in het verlangen dichterbij, maar op die manier zul je het nooit bereiken. Een beeld van de realisatie is geen realisatie, hoe eigen je je dit beeld ook maakt. Maar, bij het nader komen van het beeld kun je gaan ervaren dat je verlangen verder gaat dan elk beeld, dat het oneindig is. Bij het oneindig worden van je verlangen valt het beeld weg, val je zelf weg. Je kunt het ook zo ervaren dat de oneindige essentie van het beeld gaat samenvallen met de oneindige essentie van jezelf. Je ontoereikende besef was dan een richtingaanwijzer die leidde tot iets wat je niet verwachtte: het binnenste komt buiten. Dat is dan de realisatie zelf.

Het lijkt dus dat het verlangen losgelaten moet worden.
Het laatste verlangen verdwijnt bij de realisatie zelf. Dus wanneer het proces werkelijk doorzet. In de herkenning en het loslaten valt de hele structuur ‘ik verlang naar realisatie’ weg.

Dus voor die tijd geldt: hoe groter het verlangen, hoe groter het obstakel.
Ja, zolang het verlangen in zijn oude structuur ‘ik verlang dat’ aanblijft. Ik noemde al een andere mogelijkheid, namelijk dat het verlangen oneindig wordt. Dan stopt het niet ergens bij een beeld. Als je werkelijk met je oneindige verlangen meegaat; zonder dat het verlangen stopt bij wat voor beeld dan ook, dan vervliegt alle eindigheid.

Ik merk dat er altijd een object van mijn verlangen is. Zit er altijd een object aan vast?
Als je precies gaat kijken naar wat de aard is van je verlangen, wordt je duidelijk wat ik zei: aanvankelijk mag het gekoppeld zijn aan een object. Maar als je even verder gaat ... Vraag je maar eens af: als ik dat nu zou krijgen, zou dan mijn diepe verlangen dan worden gestild? Dat object kan wel even vreugde geven, maar stopt dan het verlangen definitief?

Eventjes.
Ja, zo werkt het feitelijk. Nu gaat het erom om door te krijgen dat het eigenlijke verlangen zo diep is dat het door geen enkel object gestild kan worden.

Een fractie van het verlangen wordt vervuld, maar ik zoek eigenlijk de situatie waarin er geen verlangen meer is.
Zo gaat het verlangen dus door, want je kunt je verlangen ook niet door verdringing kwijtraken.

Ik verlang naar het ophouden van verlangen.
Kijk naar wat dat betekent. Zie de aard van het verlangen. Het verlangen is oneindig, omdat geen enkel beperkt object dat verlangen kan vervullen.

Dat houdt dus in dat je het niet kunt beëindigen?
Als je werkelijk het oneindige verlangen oneindig zijn gang laat gaan, ga je mee met dat oneindige verlangen de oneindigheid in. Dan laat je alle eindigheid van jezelf los en daarmee alle dualiteit.

Dat begrijp ik niet.
Het is mentaal niet te begrijpen, wel kun je intuïtief gaan voelen dat als je werkelijk het oneindige verlangen als een impuls vrijlaat, je wordt meegenomen door het verlangen in de oneindigheid. Zie dat het verlangen werkelijk oneindig is, want anders stopt het verlangen weer ergens bij een object. Vrij van elk object, lossen het verlangen en het verlangende ik op in het oneindige.

Dan valt de beleving van het verlangen weg.
Ja, het verlangen valt weg en het ‘ik’ van het verlangen valt weg. Het zelfzijn dat is meegegaan, krijgt ook de ruimte en gaat ook op in de oneindigheid. Zodra je weer eventjes met je gerichtheid bij een object (ding of beeld) stopt, zit je daaraan vast.

Dat snap ik niet zo goed.
Als je een beetje doorhebt dat het eigenlijke verlangen oneindig is, zie je door alle aantrekkelijke objecten heen; je oneindige verlangen gaat al lang verder dan die mooie dingen. Je ziet dus door alle objecten heen tot in het oneindige, met je gevoel ga je tot in het oneindige.

Het verlangen bestaat toch uit een ik dat iets wil hebben?
Dat is het uitgangspunt; daar moeten we steeds maar mee beginnen; het is niet anders. Maar, als je met mijn suggestie meegaat, verdwijnt de hele structuur van ‘ik verlang’.
Als je gevoelsmatig bewustzijn zich tot in het oneindige uitbreidt, zich werkelijk uitbreidt tot in het oneindige, slaat die verruiming ook terug op jezelf. In je eigen oorsprong van de gerichtheid, van het verlangen, ontstaat ook oneindigheid. ‘Ik ben me bewust van iets anders’ gaat oplossen . Maar dan moet het bewustzijn wel daar die ruimte ingaan, oneindig. Dan vergeet je jezelf als beperkt uitgangspunt. Dat is een heel normaal proces. In je oneindige verlangen gaat alles helemaal open.
Met liefde is precies hetzelfde het geval. Als je liefde bindt aan een object, weet je dat dat niet de echte liefde is. Echte liefde is de liefde die de ruimte krijgt, oneindig wordt. Dat betekent dat je zelf als hartenergie oneindig wordt. Als je die niet tegen houdt, blijkt die oneindig te zijn.
Stel, je wilt heel graag op Bali zitten met het mooie strand, de golven, de palmbomen. Als je je er werkelijk op richt, ga je er energetisch-lichamelijk helemaal naar toe. Als dat zo is, kan de gerichtheid totaal open komen. Die eindeloze gerichtheid betekent dat de zelfenergie, dat ben je zelf, zich ook gaat uitbreiden en universeel wordt. De cirkel van het verlangen (samsâra) is dan doorbroken. Dat is toch niet moeilijk?

Een hartelijke groet en tot ziens,
Douwe Tiemersma

Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod