9-1 Niemand kan me meer wat anders wijsmaken: ik ben zo groot als de kosmos; er is geen dualiteit

Jaargang 9 nr. 1 ( 9 januari 2008 )
9-1Meer


Alles is een wonder in het licht van eindeloos zelf-zijn
zonder constructie boven-onder, dichtbij-veraf, ...
en toch: boven-onder, dichtbij-veraf, ...




Ook voor de retraitedag op 30 december geldt dat mensen verschillende dingen uit eenzelfde satsang halen. Dat blijkt uit diverse reacties. Eén van die reacties wil ik hier naar voren halen.
"Bij mij is vooral het volgende blijven hangen: 'Heel velen van wie hier zitten zijn ingedommeld, zijn blijven hangen. Ze draaien rondjes, en zijn zich daar niet helemaal bewust van. Het ego is al grotendeels weg, daardoor is het leventje vrij aangenaam. Ze hebben de indruk: voor mij hoeft er niets te veranderen. En toch weten ze ergens: het is toch dàt niet. Het zijn maar enkele individuen die tot het einde gaan.'."

Ja, daar hebben we het over gehad. Echte doorbraken zijn er gelukkig ook, maar een grotere groep mensen die al veel hebben begrepen en losgelaten, blijven ergens zitten. Dat is niet erg. Er gebeurt wat gebeurt. Maar, als mensen eerlijk voor zichzelf zijn en het besef hebben dat er geen volledige openheid is die ze wel verlangen, zal er dus wat radicalers moeten gebeuren. Wat houdt dat in?
Blijkbaar is er nog een ‘ik’ en dat lijkt niets meer te kunnen doen. Toch is er tot op het laatst iets dat van de zijde van jezelf moet komen: een openheid voor de Openheid. Het enige is je niet te laten afleiden, gevoelsmatig helemaal open te staan, ontzettend helder te blijven bij de grote open ruimte en dat alles in een oneindige ontspanning. Die Ruimte grijpt dan zijn kans.
Het is steeds Nieuw-jaar in de zin dat die mogelijkheid er voortdurend is. Die mogelijkheid is des te groter naarmate de intensiteit van dit ontspannen open-zijn sterker is. Dat hangt van jou af!

Tekst

Meditatieve Inleiding – Non-dualiteit
tijdens het Open Huis van het Advaita Centrum, Gouda 12 mei 2006

Wat is Advaita
We beginnen bij het begin; dat is onvermijdelijk voor iedereen, ook voor de mensen die denken erg gevorderd te zijn, want het gaat altijd om het begin. Dat begin is non-dualiteit, de afwezigheid van tweeheid. Het Sanskrietwoord is advaita. Al in de oude Indiase Upanishaden (8e eeuw v.Chr.) wordt over advaita gesproken – ‘a’ is afwezigheid, van ‘dvaita’ komen onze woorden duaal (tweeledig) en duo (twee). In de Upanishaden wordt de non-dualiteit gezien als het begin van alles. Van hieruit ontstonden de splitsingen en scheidingen die leidden tot de veelvormige kosmos en de scheiding tussen zelf-zijn en het andere. Toch blijft de non-dualiteit de grondslag van alles.
Dat kan weer worden herkend. Je kunt een besef hebben dat je zelf zo ruim bent dat andere mensen en al het andere daarmee samenvallen, dat er een universele non-dualiteit is van jezelf en de essentie van het universum. In de Upanishaden wordt dit uitgedrukt als Atman (het eigenlijke zelf-zijn) is identiek aan Brahman (de wereldgrond).

Het lichaam is een geheel
Om dit wat duidelijker te herkennen, beginnen we met een eenvoudig onderzoek van het eigen lichaam.
Als je naar je lichaam kijkt, is er meestal een dualiteit. Kijk maar naar je hand. Er is dan een scheiding van mijzelf en de hand. De hand is een object, een ding dat ik zie. ‘Ik zie mijn hand.’ In deze uitspraak is ‘ik’ is het onderwerp en is ‘mijn hand’ het lijdend voorwerp. Met deze instelling kan ik, bijvoorbeeld, een splinter uit mijn hand halen. Er is een scheiding tussen mezelf en de hand en tussen de verschillende delen van de hand.
Maar, ga nu eens intern je hand ervaren. Stel vast hoe je hand er is van binnenuit. Zoek eens naar scheidingen ... Zijn er scheidingen?
Iemand: Ja en nee.
Waar zit dan die scheiding?
Bij de huid.
Oké, eerst maar binnen de huid; zit daar een scheiding? Ga binnen de huid kijken, intern, in je eigen zelfsfeer.
Ik ervaar daar verschillende plekken.
Ja, die kun je wel onderscheiden. Maar zit er werkelijke een scheiding? Een kloof?
Ja, dat bedoelde ik eigenlijk, met ja en nee. Ik ervaar eigenheid en diverse plekken; ze vloeien ook in elkaar over.
Zit er een echte kloof?
Nee, van voeten tot hoofd ervaar ik het lichaam wel als een geheel.
Wat voor soort geheel is dat? Waarom ben je dan geheel? Omdat je daarin jezelf bent. Dat is je leven, daarin ben je jezelf. Dus, in dat leven, in je lichamelijke zelf-zijn, zit geen scheiding. Dat is een ontzettend belangrijke vaststelling. Als in je levenssfeer geen scheiding zit, als er een eenheid is, hoewel je daarin best wel wat kan onderscheiden, dan is er geen echte scheiding tussen het ene deel en het andere deel. Biologisch gezien: in een organisme hebben alle delen met elkaar te maken. Als één onderdeel ziek is, lijdt het hele lichaam. Intern kun je dat vaststellen, in je eigen gevoelsmatige lichaam. Belangrijk is te herkennen: het leven is één sfeer van zelf-zijn en daarin zitten geen scheidingen.

De zelfsfeer is oneindig
Houdt die levenssfeer van je op bij de huid? Zit je binnen de huid opgesloten? Ervaar je van binnenuit je huid als een grens? Is er een grens? Ga maar kijken. Begin maar weer met de innerlijke ervaring van je lichaam en laat je aandacht dan naar rechts gaan. Je hebt geleerd: daar ergens zit een huid, daar houdt mijn lichaam op en begint de buitenw ereld.Alsjezoinnerlijkjelichamelijkezelf-zijn onderzoekt, merk je dat het beeld van je lichaam met zijn huid een fictieve voorstelling is in je denken.
Dat denken kun je nu eens weg laat vallen, je kunt dan op je eigen ervaring afgaan, niet op wat je weet. Ga dan met je aandacht nog eens naar rechts toe in de sfeer van je lichamelijk-gevoelsmatige zelf-zijn. Ga dan nog verder naar rechts. Hoe ver kun je naar rechts gaan zonder dat die sfeer van lichamelijk zelf-zijn wegvalt? Blijf concreet en nuchter ervaren: de sfeer van je gevoelsmatige zelf-zijn. Maak geen cognitief beeld van je lichaam, maar ga met je gevoelsmatige kennen verder. Hoe ver kun je gaan? Waar zit een grens? Ga dan naar links op dezelfde wijze ... Hoe ver kun je gaan? Ga dan met je aandacht respectievelijk naar voren en naar achteren, naar boven en naar onderen ... Hoe zit het nu?. Stel je dan ook vast dat je eigen lichamelijke zelfsfeer oneindig is, zo groot als de hele kosmos? Is er iemand die wel grenzen ervaart? Blijkbaar niet. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dat wel ervoer.
Die zelfsfeer blijkt dus oneindig ruim te zijn, als je heel duidelijk en helder van binnen gaat vaststellen hoe het zit. Dan gebruik je niet je cognitieve kennis, wat je hebt geleerd, maar ervaar je werkelijk hoe het zit. Je onderzoekt ervaringsmatig, proefondervindelijk, je eigen sfeer. Je gaat naar rechts, naar links, naar voren, naar achteren, naar beneden, naar boven …
Je stelt dan vast dat er in je lichamelijke zelfsfeer geen echte scheidingen zijn. In de hele kosmos is geen echte scheiding te vinden. Het is een kosmos van zijn-zelf-zijn. Ervaar dit heel duidelijk, zoals je je lichamelijk gevoel ervaart. In die sfeer is geen grens, geen scheiding, geen dualiteit te vinden.

Hoe zit het dan met de dingen van de wereld?
In het universele zijn-zelf-zijn, kunnen er best materiële dingen komen, allerlei zaken die je zintuiglijk ervaart. Maar hoe verschijnen die? Zij verschijnen in die sfeer van universeel zelf-zijn. Zij verschijnen in de sfeer waarin geen scheidingen zijn. Dus de dingen die verschijnen, zijn niet verschillend van jezelf. Zij zijn jezelf, op dezelfde wijze waarop je handen en je voeten tot je zelfsfeer behoren. Als je ervaart dat je lichamelijke sfeer oneindig is, kosmisch is, komen daarin de dingen. Ze nemen een bepaalde plaats in zonder dat er ergens een scheiding optreedt. Er blijft een sfeer van ongescheiden zelf-zijn. Het is de sfeer van het eigene waarin alles is opgenomen. Dus, dan blijft er helemaal niets ‘anders’ over. De ‘andere’ mensen die er zijn, zijn geen echte anderen, want ze zijn opgenomen in je eigen zelfsfeer. Hun zelf-zijn is ook jouw zelf-zijn. Zie, dat allerlei conflicten tussen mensen dan niet meer optreden. Als de ander wordt herkend in de sfeer van zelf-zijn, verdwijnen automatisch ontzettend veel problemen.

De concrete vaststelling van de natuurlijke situatie
Ga zo maar heel concreet vaststellen wat er is vast te stellen. Dan wordt het ook bevestigd: er is geen grens aan zelf-zijn. Zo zit dat. Vanuit je eigen zijnservaring is het overduidelijk. Dan is er geen gescheidenheid meer. Dan ontstaat er geen echt conflict meer. Het betekent een eindeloze ontspanning. In het terugkeren naar het ervaren van je eigen sfeer, verdwijnt alle andersheid. Daarom ontstaat er een oneindige ontspanning.
Je ervaart het heel concreet: alle dualiteiten ontstaan vanuit de dualiteit, als je je afstandelijk gaat opstellen. Zij zijn secundair. De non-dualiteit is de basis. Zij is de oorsprong. Gescheidenheid komt op de tweede plaats.
Je ziet hoe concreet het kan zijn, je kunt het zelf precies ervaren: vanuit een beperkt gevoel breidt je universeel uit en dat is het uitvloeien van liefde. Daarin wordt alles liefdevol opgenomen als jezelf. Je stelt vast dat het helemaal niet nodig is terug te gaan en grenzen te maken tussen ‘dit ben ik’ en ‘dat zijn anderen’. Als er even ontspanning is, is de eenheid er weer overduidelijk. Die eenheid is blijkbaar een natuurlijke situatie. Je moet weer heel kunstmatig alles gaan ordenen, dit in dit vakje, dat in dat vakje, om de dingen te gaan scheiden Dat kost moeite; het is kunstmatig. Als het kunstmatige wegvalt, is er ontspanning en eenheid. Dat is de natuurlijke situatie.
Omdat je dit heel duidelijk hebt gezien, zeg je ‘niemand kan me meer wat anders wijs maken: ik ben zo groot als de kosmos; er is geen dualiteit.


Gedichtje (anoniem)
Lucht, water, vuur

lucht kan niet vallen
vuur verbranden of
water verdrinken
waarom vreest de
mens het sterven dan
Uit de pers

Culturele en religieuze eenheid is niet het hoogste. “De Heer als schepper heeft grote verscheidenheid gewild. Verscheidenheid is verrijking ... “
Pater Peter-Hans Kolvenbach, scheidende jezuïetenleider (Trouw 27-12-2007)
Verscheidenheid is in de ervaring van de meeste mensen een werkelijkheid die gegeven is en wenselijk is. De hoogste wijsheid is: op een goede manier met die verscheidenheid te leven. Maar, wat betekent dat? Het betekent een blijven schipperen op praktisch vlak, zodat het redelijk prettig blijft. Dat dat heel vaak niet lukt, is overduidelijk in de wereld.
Dat het meestal niet lukt, heeft met de aanname te maken dat er fundamenteel verscheidenheid is en blijft. Dat betekent een breuk die niet meer te helen is zolang die aanname blijft bestaan.
Die aanname is echter niet nodig. In de ontspanning is het duidelijk dat er geen tweeheid bestaat en dat er geen conflicten nodig zijn. Als die vaststelling zich meer en meer uitbreidt, zal er in de wereld veel veranderen. Dat begint bij elk van ons zelf.
Als de non-dualiteit duidelijk is, is verscheidenheid geen fundamenteel gegeven meer. Dan zeg je ook niet meer dat ‘De Heer’ dat gewild heeft. Dat blijkt een projectie van eigen aannames te zijn, waarbij je zelf de verscheidenheid en het eigen bezit wilt vasthouden met een beroep op het Absolute. Dat heeft al veel te veel ellende in de wereld veroorzaakt. Verscheidenheid is dan de rijkdom binnen het grote open geheel, waarin iedereen het zelf-zijn van alles en iedereen herkent als het eigen zelf-zijn.

Non-dualiteit in de behandelrelatie

Samenvatttende opmerkingen
Bijeenkomst Projectgroep Psychotherapie 21 december 2007
Douwe Tiemersma

De belangrijke elementen van elke behandelrelatie zijn dus:
1) bewust laten worden van, inzicht laten krijgen in de actuele eigen situatie met problemen gevende elementen; het gaat dan om de hele situatie, inclusief de krachten in het sociale veld en in de eigen psyche, de sociale en intern-psychische conflicten, de beperkte identiteit, de ideeën, de vervelende gevoelens, dat wat je niet echt bent;
2) bewust laten worden van, inzicht laten krijgen in de ruimere zijnswijzen van zelf-zijn, uiteindelijk in wat je werkelijk bent, zonder gescheidenheid en daardoor zonder problemen, conflicten;
3) ruimte geven door empathie, (h)erkenning, acceptatie, gezamenlijkheid, eenheid; daarbij kunnen ook ontspanningsoefeningen, lichamelijke oefeningen en meditatie helpen.

Het belangrijkste element van de ‘behandeling’ is dus: ‘bevordering van een ruimer bewust-zijn’, een grotere zijnsruimte die bewust wordt ervaren.
Zie: met ‘bewustwording’ (1 en 2) is bedoeld het verkrijgen van een inzicht in de eigen zijnswijze (a), waarbij zich een ruimere zijnswijze (b) verwerkelijkt, zodat de hechting aan (a) verdwenen is of verdwijnt.
Zie: de ‘ruimte’(3) is de ruimte van het eigen zijn, die dan ook door de cliënt wordt herkend.

De belangrijkste factoren in de behandelsituatie zijn dus die die het ruimere bewust-zijn het sterkst bevorderen.
De belangrijkste factor is de ruimte van bewust-zijn van de therapeut zelf.
De bevordering van een ruimer bewust-zijn gaat in de psychotherapie minder ver dan in de advaita-benadering (zie Psychotherapie en non-dualiteit p. 24 e.v.).
Toch is het goed ook in de psychotherapie de non-dualiteit te noemen: deze vormt altijd al het punt van oriëntatie en mensen hebben er altijd al een besef van als het hoogste.
Dan is ook duidelijker te maken wat de niet-specifieke, niet goed onder woorden te brengen factoren zijn in de behandelsituatie.
De behandelsituatie is optimaal als de belangrijkste factor (de ruimte van bewust-zijn van de therapeut zelf) maximaal is, dat wil zeggen, als er bij de therapeut een totale openheid is.

Het zou goed zijn dat deelnemers aan het project Psychotherapie en non-dualiteit verder zouden gaan met
a) het verzamelen en samenvatten van bestaande literatuur waarin (iets van) de non-dualiteitsaspecten onder woorden worden gebracht (ook de Presentietheorie, Carl Rogers);
b) het opschrijven van eigen ervaringen waarin non-dualiteit als factor belangrijk bleek;
c) het zelf formuleren van (aspecten van) zaken die met non-dualiteit in de behandelsituatie hebben te maken.
d) ook ontspanningsoefeningentjes in de ‘behandeling’ zouden inbouwen om op vóór-talig niveau iets van de non-duale ruimte te laten ervaren.

Het is onophoudelijk Nieuwjaar: onophoudelijk volledig geluk toegewenst en hartelijke groet,
Douwe Tiemersma


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Satsang

    Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft.

  • Verdwijnende scheidingen

    Douwe Tiemersma
     

    Verdwijnende scheidingen

    Proeven van intercultureel filosoferen

    276 pagina’s, paperback

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod