‘Ik’ ben niet het lichaam

Siddharameshwar Maharaj


Onderstaande is een vertaling uit Master of Self-Realization van Shri Sadguru Siddharameshwar Maharaj. Het zijn de aantekeningen die Nisargadatta op 18-9-1935 maakte tijdens een bijeenkomst met zijn guru Shri Sadguru Siddharameshwar Maharaj. Dit boek bevat naast ‘Master Key to Self-Realization’ van de hand van Siddharameshwar, meer dan honderd  satsangverslagen gemaakt door Nisargadatta.


Enkel ‘het Ene’ verlicht het verstand, het intellect en alle zintuigen en hun objecten. Het is slechts een valse notie dat men ‘iemand’ is. Als men het idee koestert dat men een ‘lichaam’ is, dan lijkt het zo te zijn dat het lichaam alles doet: het eet, het drinkt, etc. Dit is Onwetendheid. Het illusoire idee ‘Ik ben een lichaam’ creëert het individu (jiva), en het inzicht ‘Ik ben niet het lichaam’ maakt je tot God (Shiva). Het geloof dat zintuigen je plezier kunnen schenken is slechts een valse notie. De zintuigen worden enkel geprikkeld om objecten vast te pakken. De wereld van het lichaam is beperkt, zoals het lichaam ook maar een beperkte lengte heeft. Alle activiteiten worden enkel verricht ter wille van het lichaam. Alleen het lichaam ondergaat de genietingen en de gevolgen van de gehechtheden. De echte ‘Glorie’ is weggegeven ten faveure van de zintuigen en het is erg moeilijk om er weer naar terug te keren. De zintuigen zijn verslaafd, ongecontroleerd op jacht naar denkbeeldig genot. Dat is het wonderlijke! Dat is wat plezier wordt genoemd! Plezier is slechts een aanduiding van de prikkeling van de op de zintuigen betrekking hebbende zenuwbanen.
Er bestaat een waanzinnig spel, en er is besloten dat jij dit spel van winnen en verliezen, pijn en plezier moet blijven spelen en moet blijven ervaren. Je noemt het plezier, maar het is in feite slechts het spel der verbeelding. Je noemt het plezier, maar het moet gedood worden. Echt geluk ligt verborgen in het doden van plezier, maar mensen houden de verbeelding in stand die slechts uit lijden bestaat. Het doden van plezier is een goede zaak, maar degene die het plezier doodt moet ook sterven. Objecten zijn slechts imaginair en het genieten ervan ook. Het genieten is slechts een gedachte of een gevoel dat je bevalt. Je geniet als alles zich volgens je verwachtingen voltrekt. God (Shiva) heeft geen gedachten.
De objecten van alle zintuigen zijn verschillend. Ze trekken je allemaal in verschillende richtingen. Yama, de God van de Dood, rijdt op de ‘Buffel van Onwetendheid’ en valt je aan. Onwetendheid voert je naar het dodenrijk. De verlokkingen van de zintuigen en het verstrikt zijn in plezier zijn niets anders dan gehechtheid aan het lichaam. Alles voltrekt zich volgens het grote wereldplan, maar het individu zegt ‘Ik heb alles gedaan’. Hoewel hij in feite het Zelf is, zegt hij dat hij het lichaam is en gaat daardoor gebukt onder de last van verdienste en zonde. Deze ziekte van identificatie met het lichaam wordt het ego genoemd. Het lijkt op het geval van een hond die een kar trekt en denkt dat hij de bestuurder is. Op dezelfde manier zijn de trots en het idee van het individu dat hij de ‘doener’ is, nergens op gebaseerd. En hij doet dit zonder ophouden, alsof hij last heeft van een onbedwingbare vlaag van identificatie met het lichaam.
Er bestond een wet in de stad der blinden dat men de ogen zou afpakken als er iemand zou komen die zou kunnen zien. Uit deze stad valt slechts te ontsnappen met voldoende slimheid. Illusie voelt zich in zijn hemd gezet als iemand het Zelf realiseert en ze stelt dan ook alles in het werk om dit Inzicht te voorkomen. Je gehechtheid aan het lichaam en zintuiglijke genoegens houdt de cyclus van geboorte en dood in stand. Enkel wanneer je tot het inzicht komt dat plezier en lijden twee kanten van één en dezelfde medaille zijn, kun je het ware geluk deelachtig worden. Elke actie die verricht wordt omwille van het resultaat is uiteindelijk schadelijk. Het verlangen naar de vruchten en gevolgen van je daden is de oorzaak van een nieuwe geboorte van het Zelf, dat eigenlijk voorbij geboorte en dood ligt. Koester daarom geen verlangens naar de gevolgen van je daden. Maya kwelt het individu (jiva) met de luchtspiegeling van de identificatie met het lichaam, maar, helaas, het individu krijgt er geen genoeg van. Het individu wordt in opeenvolgende lichamen geboren en lijdt omwille van zichzelf. Het individu dat de ogen van het Zelf blinddoekt blijft maar ronddolen.
(J.C.)


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod