36 - De levens bron is open

Iedereen zou wel graag open willen zijn naar anderen toe, maar angst om niet geaccepteerd te worden wanneer de ander je beter leert kennen, weerhoud je om open te durven zijn.
Die angst is minder groot tegenover iemand die minder moeite heeft met het oordeel van anderen en zich laat zien zoals hij is. Onder zulke omstandigheden laat ook de gesloten, angstige persoon meer van zichzelf zien en ervaart dit als positief.

Openheid legt contacten en door contacten wordt de eenzaamheid doorbroken. Als blijkt dat met jouw openheid goed wordt omgegaan, kan de openheid steeds groter worden en tot een relatie of een hechte vriendschap uitgroeien. Toch blijft de openheid tussen personen betrekkelijk. De goede eigenschappen staan in de etalage en altijd zijn er zaken die worden achter gehouden omdat je vindt dat het minder goede trekjes zijn. Hoe groot de openheid ook is er blijven toch altijd twee gescheiden personen die nooit tot een werkelijke eenheid kunnen uitgroeien.

Fedor de Hertog ( oud wielrenner ) zei: “De Hemel geeft, wie vangt die heeft.” Dat volledig openstaan voor wat de Hemel geeft, veroorzaakt een uitstijgen van de persoon boven zich zelf. Door het onomstotelijk vaststellen dat ‘de persoon’ de blokkade vormt om geheel open te zijn geeft de mogelijkheid dat de grenzen van de persoon, waar hij in gevangen zit wegvallen. Dan pas kan worden opgevangen wat de Hemel geeft. De persoon filtert de straling uit de Hemel en laat alleen toe wat voor hem acceptabel is en dat blijft dus een beperkte visie.

In de onbeperkte Openheid wordt de persoon terug gebracht tot het stadium dat vergelijkbaar is met die van de stamcellen. Deze cellen hebben de wonderbare eigenschap om uit te kunnen groeien tot ieder gewenst orgaan. Zo kan ook de persoon, in de toestand van Openheid, beschikken over de kennis en eigenschappen die voor dat moment nodig zijn zonder dat dit vaste vorm aan gaat nemen. Ondanks deze eigenschappen blijft er de niet gerichte, ongebonden Openheid waarin niets wordt gewild of geweten. Alleen in deze Openheid is men de ander en is er geen sprake meer van een scheiding.

Wim



Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Pranayama

    Dit boek is een praktische handleiding bij het beoefenen van pranayama. Alle onderdelen van de traditionele pranayama komen hierbij aan bod.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod