Brief 52 – Oordelen over relaties


Als ik naast mijn vaste relatie een relatie met een andere vrouw heb, heb ik toch schuldgevoelens. Ik heb de neiging het af te keuren, maar het leven heeft zijn eigen gang.


Uit het antwoord

Het leven heeft inderdaad zijn eigen verloop. Laat dat leven maar op een goede manier doorstromen. Daarbij hoeven geen oordelen te worden gegeven.
Wat dan de ‘goede manier’ is, hangt van de hele situatie af. Daarin kunnen wel directe vaststellingen zijn, bijvoorbeeld als er door een bepaalde relatie lijden bij iemand anders ontstaat. Deze vaststellingen zijn dan niet persoonlijk en werken ook niet beperkend. Ze helpen hopelijk een grotere ruimte te creëren waarin het lijden minder wordt.
Juist als er geen beperking in zelf-zijn is, ben je de ander. Het leven stroomt dan vanzelf de richting uit van het goede voor de ander. Er is dan geen ‘ik’ wiens belang voorop staat. In het zelf-zijn mogen dan gevoelens en seksuele energieën bepaalde kanten uitgaan, omdat je alles bent, zijn het energieën in het grote geheel. Daarin worden ze niet vastgehouden, zijn ze vrij en lossen op. Als alles vrij is in het geheel, moet er niets speciaals. Alles is mogelijk, maar het leven zal dan, rekening houdend met alle aspecten van de situatie, op de beste wijze stromen.
Bij de ervaring van een relatieproblematiek gaat het er dus niet zozeer om deze op het vlak van de problematiek te proberen op te lossen, maar om te gaan beseffen wie je werkelijk bent.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod