Anton Heyboer (1924-2005)

Hij maakte tekeningen, etsen, schilderijen, Anton Heijboer, de opmerkelijke beeldende kunstenaar en bohémien met zijn serie ‘bruiden’ in Den Ilp. Toch schreef hij ook. Onlangs is een boek verschenen met teksten: De filosofie van een oorspronkelijke geest (Samsara, Amsterdam 2006). Daaruit komt het onderstaande.

*

Rust


Er is rust
als de schuld van alles
altijd bij jezelf ligt.
Deze stilte heet in zen ‘Mu’:
geen ‘ja’ en geen ‘nee’.
Ja, want met een mening
verspeel je je boeddhaziel

*

Tekst bij ‘Hexagram 8’


De meester zegt:
Met het orakel is men alleen.

Het vertelt de onuitlegbare eenheid van waaruit yin en yang
nog ontspruiten moeten.
Het orakel spreekt over de vibraties van de ziel;
het IS de vibraties van de ziel.
In het ogenschijnlijke begrijpen tussen mensen ontstaat het
‘twee-zijn’ of ‘meer-zijn’,
want ieder mens heeft andere vibraties van de hersenen.
Menselijk of rationeel, is er geen eenheid mogelijk.
Het alleen-zijn in de eenheid vóór yin en yang
is de grote rust in het bestaan.
Dan is er geen scheiding meer met het gehele
universum.
Elke aansluiting tot een ander mens berust op
totaal alleen-zijn.
Als men niet reikt tot de eenheid van het alleen-zijn, is
verbinding met een ander niet mogelijk.

*

Tekst bij ‘Hexagram 16’


De meester zegt:
Men moet nooit zijn wie men is.

Al vroeg in de geschiedenis van de mensheid
heeft men het ‘leren’ uitgevonden
en door het ‘leren’ werd men wie men is.
Maar dan is men slechts ‘het leren’.
Men moet zijn: ‘die van vóór het leren’.
Men moet de ander zijn
En het beeld van de ander is de olifant,
omdat de olifant groot en wijs is, en omdat
men met al het leren nooit een olifant zou kunnen worden.
De olifant neemt trauma’s en problemen weg
Hij spreekt in tegengesteldheden.
Hij brengt ook anderen in een andere geestesgesteldheid,
waardoor zij ook een olifant worden en vergeten
met wat voor problemen zij zelf zaten,
omdat hun ‘zelf’ dan niet meer bestaat.

*

Tekst bij ‘Hexagram 30’


De meester zegt:
Dit is het paradijsverhaal.

Als de mens neemt wat aan de hemel toebehoort,
dan verliest hij het paradijs.
Hij vangt vogels om te overleven.
En het verlies van het paradijs
is ook nodig om te overleven.
Hij verwerft het vermogen om
goed en kwaad te onderscheiden
en hij ontwikkelt het vuur van bewustzijn
dat zijn gedachten en gevoelens verlicht.
Hij leert om zich te handhaven en te manifesteren.
De eenheid van het paradijs wordt verdeeld in de
honderdduizend dingen van de wereld,
en het wordt de levenslange taak van de mens
om weer te verenigen
wat hij zelf gescheiden heeft.

*

Over zichzelf en zijn werk


Kijk, het is zo stom
want een ander kan het niet.
Dat is natuurlijk het voordeel.
Een ander probeert iets,
en ik probeer niets.
Dat is ook het voordeel.

*

Ik heb geen eis aan het leven.
Het zal mij een rotzorg zijn
of ik geslaagd ben
of niet geslaagd ben
in het leven.
Het is voor mij alle twee
hetzelfde.

*

In mijn kop ben ik
nog heel jong.
Ik ben nooit
iets opgeschoten.
Ik ben
gewoon
niks
gebleven

*


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Naar de Openheid

    De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie. 
    Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod