Maria Dermoût (1888-1962)


Twee romans en vier bundels verhalen heeft Maria Dermoût geschreven. Ze gaan over het oude Nederlands Indië. Ze beschrijft op een levendige wijze allerlei situaties en voorvallen in het Indië zoals zij dat had leren kennen. In de verhalen is de vluchtigheid van het bestaan opvallend. Alles verandert in de loop der tijd. Daarbij heeft ze oog voor al het mooie, maar ook voor het lelijke, voor het goede en het kwade. Dat komt duidelijk uit in het onderstaande fragment uit De tienduizend dingen, hoofdstuk Allerzielen (Verzameld werk, Querido, Amsterdam 2001, 295-298). Veel duidelijke verwijzingen naar non-dualiteit geeft Dermoût niet, maar onder de titel van De tienduizend dingen geeft ze een citaat van Ts’ên Shên:
“Wanneer de ‘tienduizend dingen’ gezien zijn in hun eenheid, keren wij terug tot het begin en blijven waar wij altijd geweest zijn.”
Zij ziet deze dingen en vertelt ervan, ook van mensen met hun verschillende belevenissen die vermoord werden.

*

Voor het eerst die avond moest zij aan de anderen denken, aan de moordenaars – waarom?

Zij drukte de vingertoppen van haar ene hand tegen het voorhoofd vlak boven haar wenkbrauwen hoeveel moordenaars waren er! Zij werd er duizelig van en tegelijkertijd verbaasde zij zich over iets: terwijl zij aan hen dacht, voelde zij niet de woede, de afschuw van altijd, maar bijna medelijden, niet het groot en brandend gevoel van medelijden zoals met die vermoord waren, een klein gevoelen van ongeduld, van verdrietigheid – waarom nu toch, ezels die jullie zijn! – zonder wraakgevoelens, zonder haat meer. Alsof zij niet de moordenaars waren, maar ook mee de vermoorden.
En toen waren er niet meer moordenaars en vermoorden.
Het was zo wazig, het liep alles zo door elkaar in haar hoofd, dus toch het een-én-het-ander, zoals haar zoon het wilde.

De ooievaar , de vogel Lakh-lakh met zijn lange snavel en zijn vuurrode poten was er, en de briesende jonge leeuwen; tussen hen in zat het jongetje Himpies op zijn mat en keek met toe met zijn grote verrukte ogen, en overal de kleine zilveren golven, en een stem zei met langzaam met lange tussenpozen van ver weg: de baai –de binnenbaai – je zult toch – nooit – de binnenbaai – vergeten – o ziel – van -?
Wat gebeurde er met haar, ging zij dood, waren dit haar ‘honderd dingen’?
Zij zat rustig in haar stoel, het waren ook geen honderd dingen, veel meer dan honderd dingen, en niet alleen van haar, honderd keer ‘honderd dingen’, naast elkaar, los van elkaar, elkaar rakende, hier en daar in elkaar overvloeiende, zonder ergens enige binding, en tegelijkertijd voor altijd met elkaar verbonden…
Een verbondenheid die zij niet goed begreep; dat hoefde niet, het viel niet te begrijpen, haar voor een ogenblik gegeven om te aanschouwen boven het maanverlichte water.

Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod