Martinus Nijhoff (1894-1953)


In de laatste strofe van 'De Wandelaar' laat Nijhoff een 'stoet van beelden' zijn geestesoog passeren, gezien op een afstand van iemand die er aan is ontstegen, wiens ogen kalm de dingen aanzien, het vergankelijke en de doelloosheid ervan begrijpend. Een ander motief in zijn werk is het ongerept kind-zijn, wat duidelijk is in 'De kinderkruistocht'.
Uit: Verzamelde gedichten, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1976 (zesde druk; eerste druk: 1927)

*

De wandelaar


Mijn eenzaam leven wandelt in de straten,
langs een landschap of tussen kamerwanden.
Er stroomt geen bloed meer door mijn dode handen,
stil heeft mijn hart de daden sterven laten.

Kloosterling uit de tijd der Carolingen,
zit ik met ernstig Vlaams gelaat voor 't raam;
zie mensen op een zonnig grasveld gaan,
en hoor matrozen langs de kaden zingen.

Kunstenaar uit de tijd der Renaissance,
teken ik 's nachts de glimlach van een vrouw,
of buig me over een spiegel en beschouw
van de eigen ogen het ontzaglijk glanzen.

Een dichter uit de tijd van Baudelaire,
- daags tussen de boeken, 's nachts in een café -
vloek ik mijn liefde en dans als Salomé.
De wereld heeft haar weelde en haar misère.

Toeschouwer ben ik uit een hoge toren,
een ruimte scheidt mij van de wereld af,
die ik kleiner zie en als van heel ver-af,
en die ik niet aanraken kan en horen.

Toen zich mijn handen tot geen daad meer hieven,
zagen mijn ogen kalm de dingen aan:
een stoet van beelden zag ik langs mij gaan,
stil mozaïkspel zonder perspectieven.

*

De kinderkruistocht


Zij hadden een stem in het licht vernomen:
"Laat de kinderen tot mij komen."

Daar gingen ze, zingende, hand in hand,
ernstig op weg naar het Heilige Land,

dwalende zonder gids, zonder held,
als een zwerm witte bijen over het veld.

In de armen van een der kinderen lag
een wolkewit lam en een kruis met een vlag.

De mensen gaven hun warme pap
en brood en vruchten en melk in een nap,

en kusten hen, wenend om het woord
dat de kinderen lachend hadden gehoord.

Want iedereen blijven Gods woorden vreemd,
behalve hem die ze van God zelf verneemt. -

Zij zijn bij de haven op schepen gegaan
en sliepen op 't dek tegen elkander aan.

De grootste der sterren schoof met hen mee
en wees de stuurman de weg over zee.

Soms schreide er één in zijn droom en riep
over het water totdat hij weer sliep.

Met een dunne hand voor haar gezicht
dempte de maan de helft van haar licht.

Zij voeren voorbij de horizon
waar de dag in een hoek van de hemel begon.

Toen stonden ze zingend voorop het schip
en zagen in zee een wit huis op een klip.

Wie alles verlaat vindt in vaders huis
dat vele woningen heeft, zijn thuis.

Het anker rinkelde en viel in zee.
- Domine infantium libera me -

Het hart van een kind is zo warm en los,
- Pater infantium liberet vos -

zo buiten de wereld en roekeloos,
- Domine infantium libera nos -

dat ze gingen en zelfs geen afscheid namen.
- Libera nos a malo. Amen.

*


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Verdwijnende scheidingen

    Douwe Tiemersma
     

    Verdwijnende scheidingen

    Proeven van intercultureel filosoferen

    276 pagina’s, paperback

  • Pranayama

    Dit boek is een praktische handleiding bij het beoefenen van pranayama. Alle onderdelen van de traditionele pranayama komen hierbij aan bod.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod