David Godman (red.), De leringen van Ramana Maharshi


Mirananda, Den Haag, 278 blz.


Ramana Maharshi is een van de grootste advaitaleraren van de 20ste eeuw. Hij sprak heel weinig en schreef nog minder. Hij vond zijn aanwezigheid de krachtigste manier om de waarheid te verkondigen. Van de gesprekken die hij voerde, bestaan geen geluidsopnames.
David Godman werd geboren in Engeland, ging in 1976 Ramana bezoeken en is er gebleven. Hij is lange tijd verantwoordelijke geweest voor de bibliotheek van de ashram, tot hij in 1985 boeken begon te schrijven over Ramana Maharshi.

De leringen van Ramana Maharshi is wellicht wereldwijd het meest gelezen werk over Ramana. Het begint met een korte levensschets. Verder is het ingedeeld in hoofdstukken met uitspraken van Ramana die telkens over één bepaald onderwerp gaan. Ramana had de gewoonte de mensen die hem benaderden de waarheid te zeggen op het hoogst mogelijke niveau. Het boek is ingedeeld van het hoogste niveau naar lagere niveaus. De eerste hoofdstukken gaan over het Zelf en de overgave, verder in het boek gaat het over meer filosofische, theoretische kwesties. Elk hoofdstuk begint met een samenvatting van de leer van Ramana over het onderwerp, waarna vragen en antwoorden volgen die de basis vormen voor deze samenvatting. De hoofdstukken zien er op het eerste zicht uit als één gesprek, maar bestaan in feite uit een compilatie van samengesprokkelde aantekeningen. Soms, doordat vertrokken diende te worden van gebrekkige nota's, is de taal nogal stroef, maar het valt al met al nog mee.

Ramana Maharshi probeerde blijkbaar meestal met grote hardnekkigheid de vraagsteller de essentie direct te laten vatten. Hij zegt dikwijls dat het enige probleem is, dat de vraagsteller niet inziet dat hij zich al verwezenlijkt heeft (p. 32). Hij probeert veelal de pas af te snijden van elke subject-object voorstelling. Meestal antwoordt hij met een vraag, bedoeld om de vraagsteller te laten inzien dat er geen individueel zelf is. Vragen in de zin van: "Wie zegt er dat hij ontwetend is?" (p. 44). Als dit inzicht niet spontaan doorbrak, raadde hij de techniek van het Zelfonderzoek aan. Een aantal citaten die zijn manier van werken verduidelijken: "Hij raadde zijn toehoorders aan het besef van de 'ik'-gedachte te bewaren totdat deze opgelost werd in de bron waar ze vandaan kwam." (...) 'Het ervaren van het subject zonder bewustzijn van het object is de hoogste fase van het zelfonderzoek'." (p. 62). Hij legt in detail uit dat het ik een onophoudelijke stroom is van identificaties met gedachten-objecten. "Het zelfonderzoek bestaat erin het 'ik' te scheiden van gedachten-objecten"(p. 62). "Naarmate de praktijk zich ontwikkelt, gaat de gedachte 'ik' over naar een subjectief ervaren gevoel van 'ik', en als dit gevoel ophoudt zich te verbinden en identificeren met gedachten en voorwerpen verdwijnt het volkomen. Wat overblijft is een ervaring van zijn waarbij het gevoel van individualiteit tijdelijk heeft opgehouden te opereren. Het is geen Zelf-realisatie aangezien de 'ik'-gedachte met tussenpozen weer de kop opsteekt. (...) Als de greep van de vasana's (geestelijke neigingen) voldoende verzwakt is, vernietigt de kracht van het Zelf de overgebleven neigingen zo volslagen dat de 'ik'-gedachte nooit meer boven komt. Dit is de onomkeerbare staat van Zelf-realisatie." (p. 71)

Verder in het boek worden alle klassieke onderwerpen behandeld: de goeroe, satsang, meditatie, mantra, leven in de wereld, yoga, samadhi, visioenen, psychische krachten, ... Waarbij opvalt dat Ramana zonodig afdaalt naar het niveau van de toehoorder. Hij erkent bijvoorbeeld dat reïncarnatie bestaat zolang er onwetendheid is (p. 217). Ook vertelt hij veel mooie verhaaltjes die veel duidelijk maken.

[J.-P.V.]



Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Verdwijnende scheidingen

    Douwe Tiemersma
     

    Verdwijnende scheidingen

    Proeven van intercultureel filosoferen

    276 pagina’s, paperback

  • Meditatieboekje

    Korte teksten die je meenemen naar openheid

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod