Han F. de Wit, De lotus en de roos. Boeddhisme in dialoog met psychologie, godsdienst en ethiek


Kok Agora, Kampen 1998, ISBN 90 391 0732 7, f 35,-

Verscheen in Tijdschrift voor Yoga 10 nr. 1 (maart 1999), 26-27


In tegenstelling tot het meer afstandelijk overzicht van het boeddhisme in het boek van Schumann (zie de bespreking in TvY 3/98 ) geeft De lotus en de roos van Han de Wit een verheldering van het boeddhisme van binnenuit. Het boek is voortgekomen uit de praktijk van begeleiding en van dialoog met mensen uit andere tradities. De besprekingen sluiten dan ook aan bij de vele vragen die er in het Westen bestaan over het boeddhisme. De aansluiting bij en een vergelijking met westers christendom en humanisme zijn dan ook in het hele boek te vinden. Deze relatie komt ook al tot uiting in de titel van het boek: "De lotus en de roos", bloemen die De Wit ziet als symbool van ware menslievendheid respectievelijk in het boeddhisme en in de westerse cultuur.

Een kennismaking met het boeddhisme volgt de geschiedenis van de contacten tussen de westerse en boeddhistische cultuur, een geschiedenis met grote misverstanden in de interpretatie van het boeddhisme door christenen (het boeddhisme is een heidense godsdienst of bijgeloof), door Schopenhauer en andere cultuurpessimisten (in het boeddhisme gaat het om het uitdoven van de levenswil) en door individualisten (het gaat om de eigen verlossing). Tegenover deze misverstanden stelt Han de Wit de bevrijding uit het eigenbelang en daardoor het opbloeien van menslievendheid als kern van het boeddhisme. Een verdere kennismaking maakt de lezer vertrouwd met de essentiële visie van respectievelijk het Theravada-, het Mahayana- en Vajrayanaboeddhisme. In het hoofdstuk over het religieuze gezicht van het boeddhisme wordt duidelijk getoond dat het boeddhisme niet theïstisch is, wel humanistisch, rationeel en empirisch, maar op een spirituele wijze. Het boeddhisme biedt veel psychologie, maar deze psychologie is geen psychologie van derde persoonsobjecten, maar meer een van de eerste persoon. Zij gaat over de ervaring van de steeds veranderende, niet-substantiële verschijnselen. Zo komen egocentrische verbeelding, ervaring, geest, bewustzijn, ik/zelf en geluk aan de orde. Deze hebben ook een plaats in de westerse psychotherapie, die zich evenals het boeddhisme richt op het beïnvloeden van de menselijke geest en de opheffing van lijden. Zij streeft echter een bescheiden doel na: het hanteerbaar maken van het leven door neurotisch lijden op te heffen, terwijl het boeddhistische doel is het door het ego bepaalde leven en het existentiële lijden op te heffen. De oefeningen zijn op beide terreinen daarom ook verschillend. Een hoofdstuk over de praktijk van het boeddhisme, met paragrafen onder andere over meditatie, ethiek en karma, besluit het boek.

De Lotus en de roos is dus een zeer rijk boek. Het gaat daarbij niet zozeer om de vele informatie, maar om de vele verhelderingen. Steeds zijn er nieuwe perspectieven en gelukkige formuleringen van punten die nu eenmaal moeilijk helder in woorden zijn te vatten. De waarde van het boek ligt dus vooral op de aansluiting van de besprekingen op de eigen vragen. De lezer krijgt de indruk werkelijk wijzer te worden. Dat is iets dat een boek waardevol maakt.
Natuurlijk heeft het boek een persoonlijke kleuring. Een hinayanaboeddhist zou een ander verhaal geven. De praktijk van het boeddhisme laat soms ook echt theïsme en geloof in geesten zien. Het gaat Han de Wit om wat hij - en vele anderen - vanuit eigen ervaring zien als de kern van het boeddhisme of in ieder geval wat de kern voor de toehoorder/lezer is. Dat is de moeite waard. Het is dan wel jammer dat De Wit wel vaak het volkshindoeïsme tegenover het boeddhisme stelt en bijvoorbeeld de Advaita Vedanta buiten beschouwing laat. Zijn winst is dan wat goedkoop. Bij een aantal (onder)scheidingen kunnen vraagtekens worden geplaatst, onder ander bij die tussen waar en onwaar en die tussen neurotisch en existentieel lijden. De nadruk op het aspect van menslievendheid gaat ten koste van de radicale verandering bij de verlichting. De ervaring van zelfzijn wordt wat al te gemakkelijk terzijde geschoven. Heel wat punten roepen om een verdere bespreking, maar ook dat maakt het boek aantrekkelijk.

[DT]



Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod