Ian Kesarcodi-Watson, Hindoe metafysica en de filosofische scholen: shruti en darsana

International Philosophical Quarterly 18, 1978, 413-432.

In het Westen is men geneigd om de relatie tussen metafysica en filosofie op een van de volgende wijzen te zien:
1) Filosofie is metafysica, met de bedoeling om het te onderscheiden van andere dingen die het ook had kunnen zijn, bijvoorbeeld logica, ethiek, epistemologie etc.
2) Metafysica is slechts een onderdeel van filosofie. Op de westerse universiteiten wordt filosofie gezien als de generieke term en metafysica als een zeldzame en nogal verwaarloosde species.
Beide zienswijzen zijn inaccuraat en misleidend wanneer ze op het hindoeïstische denken wordt toegepast. In het hindoeïsme wordt er onderscheid gemaakt tussen een enkelvoudig iets dat ‘hindoe metafysica’ wordt genoemd en meerdere andere zaken die ‘hindoeïstische filosofische scholen’ worden genoemd. Gedeeltelijk komt dit overeen met het onderscheid tussen essentie en vorm, tussen nama en rupa, tussen de inhoud die wordt overgebracht en het middel waardoor het wordt overgebracht. Uiteindelijk is de inhoud die wordt overgebracht door alle verschillende hindoeïstische stromingen de Sanatana Dharma, de Eeuwige Waarheid of het cluster van Eeuwige Waarheden.
In de geschiedenis van het westerse denken kan bijna ieder conceptueel systeem dat een bepaalde mate van consistentie en duidingskracht bezit een ‘filosofie’ genoemd worden. Dit is echter niet het geval voor het hindoeïstische denken. Een ‘filosofie’ is daar een poging om een bepaald doel te bereiken, namelijk moksha, een wijze van zijn gebaseerd op ware kennis (vidya) van de Realiteit (Brahman). Deze transcendentale zijnswijze is de metafysische Waarheid van een bepaald corpus van geschriften waaraan de zes filosofische scholen trouw verschuldigd zijn. De zes verschillende scholen zijn enkel verschillende perspectieven of zienswijzen (darshanas) met betrekking tot de Waarheid die in deze geschriften is vastgelegd. Alle zes vatten zij deze geschriften op als shruti, ‘dat wat gehoord is’, in de zin van ‘dat wat onmiddellijk ontsloten is’. Deze geschriften belichamen de wijsheid van de rishis die de werkelijkheid onmiddellijk gevat hebben, zonder dat er denkprocessen aan te pas zijn gekomen.
Een gevolg hiervan is dat voor een hindoe een filosofische school, voor zover het een werkelijke darsana is, nooit in conflict kan verkeren met een andere darshana. Een werkelijke darshana moet op zijn minst een bepaald aspect van de Waarheid tot uitdrukking brengen en kan dus nooit botsen met een andere darshana die hetzelfde beoogt: Waarheid met betrekking tot het Ultieme is Een. Ofwel, zoals de Rig Veda zegt: ‘Het Ultieme is Een, hoewel mensen Het op verschillende manieren benaderen’.
Dit alles is waar, zolang als de filosofische expressie zuiver een overbrengen van de Waarheid blijft. Polemiek overschrijdt dit louter overbrengen der Waarheid en duidt op de werking van het denken (manas). Filosofie als een waarachtige darshana moet, wil het tenminste die naam verdienen, een poging tot bevrijding of op zijn minst een poging tot verbetering in de richting van totale bevrijding zijn. Omdat verbetering een of meerdere stappen in de richting van de Waarheid inhoudt en omdat de Waarheid belichaamd wordt in de als shruti gekenmerkte geschriften, moet elke ‘filosofie’ op de een of andere wijze een reflectie van de shruti geschriften zijn. Als darshana van shruti kunnen filosofische stromingen niets anders zijn dan descriptieve metafysica, ofwel slechts een zuiver overbrengen van de Waarheid. Als commentaren (bhasyas) kunnen ze echter, maar dat is niet noodzakelijk, ten prooi vallen aan iets anders dan het louter overbrengen van de Waarheid.
Degenen die benamingen uit westerse filosofische systemen – zoals realisme, idealisme, monisme, pantheïsme, atomisme, dualisme, non-dualisme, etc. – gebruiken om de darshanas te karakteriseren, scheppen eerder verwarring dan helderheid. Al deze benamingen uit de westerse filosofie geven systemen aan die in een concurrentiestrijd met andere systemen gewikkeld zijn in een poging tot beschrijving van de waarheid. Niets kan meer misleidend zijn dan hetzelfde te suggereren aangaande hindoeïstische filosofische scholen. Alle darshanas onderzoeken slechts verschillende aspecten van de Waarheid, zoals die in de shruti geschriften tot uitdrukking komt:
- Nyaya: een kritisch onderzoek van ons vermogen tot kritisch onderzoek
- Vaisesika: een kritisch onderzoek van de gemanifesteerde kosmos
- Samkhya: een kritisch onderzoek van de principes achter de gemanifesteerde kosmos
- Vedanta: een kritisch onderzoek van het Ultieme achter deze principes
- Yoga: een kritisch onderzoek hoe men ‘vereniging’ met het Ultieme kan bereiken
- Mimamsa: een kritisch onderzoek hoe men shruti geschriften dient te begrijpen, te interpreteren, te lezen en te reciteren en vooral ook hoe men dient te handelen met betrekking tot deze geschriften.
Voor zover een ‘filosofie’ een darshana is, is het een product van een gemeenschappelijk doel, namelijk spirituele groei in de richting van moksha en dus in de richting van het ‘vatten’ van Waarheden die de tijd transcenderen of die, in hindoeïstische termen, nitya (niet-temporeel) of anantam (eeuwig) zijn. En aangezien Eeuwige Waarheden niet ontvankelijk zijn voor ‘groei’ of ‘evolutie’ in of door de tijd, staat in het hindoeïsme de zoektocht naar moksha ten allen tijde open voor iedereen. Als dit het geval is dan is het ook te verwachten dat de basispatronen van een ‘filosofie’, als een werkelijke darshana, waarschijnlijk eerder vroeger dan later in de tijd worden ontdekt. De ontdekking van deze basispatronen is namelijk volkomen onafhankelijk van een of andere specifieke historische gebeurtenis; ze is enkel en alleen afhankelijk van een intensief zelfonderzoek door spirituele zoekers. Verlichting, op geen enkele wijze historisch bepaald, is op elk moment in de geschiedenis mogelijk.

J.C.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod