Swami Vivekananda, Jnana Yoga


Ankh-Hermes, Deventer 1975, 159 blz.
Nederlandse bewerking door W. Van Der Worff


Vivekananda (1863-1902), leerling van Ramakrishna, studeerde rechten en filosofie te Calcutta. Hij vertegenwoordigde het hindoeïsme op het 'Wereldcongres van Godsdiensten' te Chicago in 1893.
Het volgende citaat (p. 148) vat het boek goed samen: 'Voor mij is het nu weggelegd, hetzelfde antwoord nogmaals in een nieuwe vorm te geven, in de taal onzer dagen, zodat de oude idee begrijpelijk wordt voor de mens van nu.'
Het voordeel van een dergelijke benadering is dat het werk verteerbaar is voor mensen die gericht zijn op de wereld en de spiritualiteit in vraag stellen. Hij verdedigt op een logische en overtuigende manier de spiritualiteit in een tijd dat deze snel aan invloed verloor ten gunste van een (overspannen) geloof in de wetenschap.

Hij schrijft onder andere over:
- de universaliteit en het nut van religie
- wat is werkelijkheid?
- het verlangen naar geluk
- Atman is alles
- Maya: als oorzaak en hoe te overwinnen
- de godsidee
- de vrijheid
- de verhouding tussen de verschillende godsdiensten
- de verhouding tussen loslaten en activiteit
- realisatie
- de evolutietheorie.

Het nadeel van zijn benadering is, dat zijn werk na 100 jaar ietwat verouderd aandoet. Wat van de teksten van Shankara (die meer dan 1000 jaar oud zijn) helemaal niet kan gezegd worden.

[J.-P.V.]


* Aanwezig in de bibliotheek van het Advaita Centrum



Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • Mediteren leren

    Dit boek geeft een handleiding bij het leren mediteren voor beginners en voor de gevorderden die nog eens bij het begin willen beginnen. Het uitgangspunt is de spontane meditatie, die iedereen af en toe heeft. 

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod