Trungpa, Chögyam, Shambala. De weg van de krijger


Servire, Cothen 1990 (1984)


De idee van krijgerschap bestaat in alle culturen. Ze is niet gebonden aan een bepaalde cultuur. Ze is gecentreerd in 'moed': niet bang zijn voor onszelf en voor de wereld. Ze heeft niets te maken met agressie en met egoïsme.

De Shambala-leer is die van de Tibetaanse krijgercultuur, een traditie die teruggaat tot de vóór-boeddhistische tijd.
Shambala is een legendarisch koninkrijk, een ideale samenleving, die volgens sommigen nog zou bestaan in een afgelegen valei in de Himalaya. De Shambala-heersers: de Rigden koningen. De eerste koning Dawa Zangpo zou de grondslag hebben gelegd, nadat hij tantrististische leringen van Shakyamuni Boeddha had gekregen. Deze zijn bewaard als de Kalacakra. Zie ook het epos over de krijger-koning Gesar van Ling (11e eeuw) die de Shambala-principes toepaste. In ieder geval is Shambala een ideaal van een verlichte samenleving dat we zouden moeten nastreven.


I. Fundamentele goedheid, zachtheid

De gewone ervaring leren waarderen als echt en als goed; de gewaarwordingen zijn goed; dit goede zit in elke ervaring van iets moois (iets esthetisch is iets goeds), van iets dat prettig is; er is non-agressie en frisheid in ons leven, zachtheid en waardering; het betekent ook de ander niet in de steek laten. Dit komt, omdat het in onze aard ligt met de goedheid van de situatie mee te gaan. Waardering voor eigen lichaam en geest.
Eenvoud, ontspanning;
Harmonie, zachtheid, sympathie, vrede ten opzichte van jezelf, en zo ook ten opzichte van anderen.
Krijgsman-zijn is niet hard-zijn, want dit een afstompen en afsluiten. Er is geen oorlogvoeren, omdat we allesoverwinnend zijn. Er zijn geen fundamentele problemen als we accepteren dat alles goed is.

In deze wereld is een natuurlijke bron van straling en glans aanwezig: de Grote Oostelijke Zon; schoonheid, goedheid, de zuivere basis.
Ook de ingeboren menselijke wakkerheid en waardigheid; daarom zuiveren.

- Ook de fundamentele goedheid in jezelf ontdekken; contact met jezelf, jezelf onbevreesd onder ogen zien; door eerlijkheid en oprechtheid;
Zo een oprecht en ontwaakt hart (bodhicitta); zo de fundamentele goedheid ervaren in jezelf.
Zitmeditatie een goed hulpmiddel.
Het ontwaakte hart blijkt echter niet te vinden;
het is de zachtheid, de tederheid, de openheid, droefheid in je; de ontvankelijkheid, gevoeligheid; het hart ligt volledig bloot, het is uiterst gevoelig, rauw vlees;
het is ook vol in de zin dat het overstroomt, wordt gedeeld met anderen in onbevreesdheid.
Rusten in de fundamentele goedheid.

- Zorg voor onszelf en voor de wereld
in de zachte benadering maken we er geen zootje van; we waarderen alles, alles is heilig; daarom dienen en schoonhouden; niet vervuilen, niet overconsumeren.
In de droefheid en zachtheid een grote rijkdom en volzijn van tranen; zo de zorg.

- Synchroniseren van lichaam en geest
een spontaan en gesynchroniseerd samengaan van alle lichaams- en geestesfuncties; zie calligrafie;
in de zachtheid en kwiekheid, onbevreesdheid, twijfelloosheid, door het accepteren van wat we waarnemen en van onszelf.
Via de uitademing: lichamelijk, maar ook geestelijk.

- Band met de wereld
Mensen vernietigen hun ecologie en tegelijkertijd elkaar. Zo beschouwd gaat het genezen van onze samenleving hand in hand met het genezen van onze persoonlijke, elementaire band met de waarneembare wereld (p. 126).
Verbinding van harmonie met de natuur en de sociale harmonie.


II. Verzaking, onbevreesdheid, nu-heid

- Verzaking, ja, maar deze alleen ten/ aanzien van dat wat ons scheidt van anderen, wat een barrière vormt. Zo een beschikbaarder maken, zachter, opener. De eigen grenzen openen, het eigen bezit, ook dat van de goedheid, opgeven. Het egoïsme laten varen.
Loslaten, ook de waarheid spreken.
Zo een onverschrokkenheid, op onverschrokken wijze zijn wat men is.
Wel eenzaamheid, alleen-zijn, maar ook verliefdheid op de wereld en zorg.

Geen referentiepunten hebben, in de ruimte zijn, zonder vormen, lege ruimte; iets is aanwezig - we kunnen er cosmetica op aanbrengen, koekjes eten, etc., maar we kunnen niets vinden, alleen ruimte.

- Nooit vrijaf nemen; onwrikbaar, allesdoordringende discipline, als de zon; nooit opgeven, geen luiheid.
Zachtheid inde discipline (boog), maar ook intelligente scherpheid (pijl) en meditatief gewaarzijn.
Zo gevoel voor evenwicht en vertrouwen, ontspanning en onbevreesdheid.
Zie het berijden van een paard;
Ook meer in het bijzonder: windpaard (lungta) is de op zichzelf staande energie die altijd ter beschikking is (zie drala), de energie van de fundamentele goedheid, en deze goed gebruiken.

- Ware onbevreesdheid betekent niet dat onze angst minder wordt, maar dat we we onze angst overschrijden. Dankzij de angst hebben het recht en het vermogen om onbevreesdheid te ervaren.
We hoeven ons ook niet te schamen voor het feit dat we op aarde zijn, voor onze baan, voor tekortkomingen; we kunen onszelf accepteren en waarderen.

- Nu-heid
Respect voor het verleden, de traditie in gezin, samenleving en cultuur, maar deze ervaren in het heden;
persoonlijke identiteit;
onafhankelijkheid, volwassenheid;
realisatie van ideeën, gedachten in het nu; vereniging van visie en praktijk in het nu;
ervaring dat het altijd nu is; de nu-heid blijven ervaren, de concrete situatie; een gewaar-zijn, interesse hebben voor wat zich aandient, interesse in de details, het concrete, wat dit ook is, ook voor het gewone, alledaagse;
het gaat om het nu.

- De oorspronkelijke staat, de kosmische lege spiegel, hiernaar terug; de oer-spiegel, die on-voorwaardelijk is, niet-afhankelijk; volledige ontspanning, volledige openheid, onbevooroordeeldheid; acceptatie van oneindig veel waarnemingsvelden, onbegrensdheid van de waarneming; non-dualistisch.
In deze acceptatie en openheid komt de wijsheid, de wijsheid in de dingen en in jezelf; de magie: de kracht der dingen verbonden met onze eigen visie. Alles bezit iets magisch, iets levends, het eigene, het wezen;
dit is drala: letterl. de vijand of de agressie te boven; zo is er het drala-principe (energie), maar we ontmoeten ook concrete drala's als elementen van de werkelijkheid, o.a. het water van het water; de elementaire kwaliteiten van de dingen, de fundamentele werkelijkheid waarin we ons bevinden.
De drala-energie is non-dualistisch: drala: de verbinding tussen de wijsheid van ons wezen met de kracht van de dingen zoals ze zijn.
Oproepen van drala:
1. van uiterlijk drala in de fysieke omgeving; door schoonheid, zachtheid, precisie, gastvrijheid in onze (woon)omgeving te bevorderen, zodat het een heilige plek wordt;
2. van innerlijk drala, in ons lichaam; ook schoonheid, correctheid, voelen van eenheid, gesynchroniseerdheid; moederlijke zachtheid, vaderlijke onbevreesdheid en, ten derde, onderscheidend gewaar-zijn
3. van geheim drala, na 1 en 2; een wakkerheid en nu-heid van geest.
De meester-krijger belichaamt het drala-principe (zie de Rigden-koningen).
Deze drala de energie die we goed moeten gebruiken, het windpaard dat we berijden.

- de universele monarch, waarachtige aanwezigheid, de vier waardigheden
De vervulling van krijgerschap: de volledige, oorspronkelijke realisatie van fundamentele goedheid. Dit steeds meer, daarom steeds meer een rusten in de staat van krijgerschap, vol vertrouwen en ontspanning; natuurlijke ego-loosheid of oorspronkelijke ruimte, maar ook een fatsoenlijk en goed persoon zijn. Dit de staat van wangthang, veld van kracht, waarachtige aanwezigheid.
Weg ernaar toe (gevorderde weg): dat van de vier waardigheden
1. zachtmoedig: eenvoudig, toegankelijk; fasen: bescheidenheid, onvoorwaardelijk vertrouwen, onbegrensdheid/zonder aarzeling zijn; symbool: de tijger in de kracht van zijn leven
2. kwiek: vol kracht, energiek, monter, gezond, gesynchroniseerd; symbool: de sneeuwleeuw; fasen: opgetogen, blijde geest, zonder twijfel zijn.
3. buitensporig: bezitten van kracht en macht van krijgerschap, op grond van onbevreesd-zijn; onbegrensde geest, onbegrensd-zijn; symbool: de garoeda met onbegrensde vleugels; 4. ondoorgrondelijk: onwrikbaar zijn; symbool: de draak; open, onbevreesd-zijn, zonder bevestiging. spontaniteit, speelsheid, wel met precisie en doorzetting.

De meester-krijger belichaamt het drala-princiepe;
zijn aanwezigheid roept de ervaring van de kosmische spiegel en de magie van de waarneming bij anderen op, transcendentie van dualiteit; hij heeft zich ontspannen in de onvoorwaardelijke zuiverheid van de kosmische spiegel, in de egoloosheid.

[...]

[DT]



Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Verdwijnende scheidingen

    Douwe Tiemersma
     

    Verdwijnende scheidingen

    Proeven van intercultureel filosoferen

    276 pagina’s, paperback

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod