De natuurlijke toestand

Uit een inleiding en gesprek met Douwe Tiemersma, 4 februari 1998

In: Zien. Teksten over Nondualiteit nr. 14 (1999 1e kwartaal), p. 21-26

Het natuurlijke en het kunstmatige
Je bent hier gaan zitten in de stilte. Wat gebeurde er toen? Kijk precies naar wat er plaatsvond. Eerst was je naar buiten gericht toen je met anderen praatte, daarna keerde je in in jezelf. Daarbij viel veel spanning weg. Blijkbaar is er bij je praten in de wereld een zekere spanning. Deze verdwijnt wanneer je de wereld loslaat en naar binnen gaat. Zie heel duidelijk hoe het zit met je spanning. Deze is kunstmatig, een kunstmatige spanning. Soms is de kunstmatigheid erg duidelijk. Iedereen ervaart dan de tegenstelling tussen het natuurlijke, spontane, harmonische aan de ene kant, en het kunstmatige, het gemaakte aan de andere kant. Sommige mensen willen zich erg mooi of interessant voordoen en gedragen zich daarom op een gespannen en gemaakte manier, op een sterk geconstrueerde wijze. Het is goed om in eerste instantie hier naar te kijken, zodat het verschil met natuurlijkheid duidelijk is. Wanneer je dat duidelijk ziet, ga je terug naar de vormen en patronen die je in jezelf kunt ervaren. Hoe zit het daar? Je herinnert je waarschijnlijk situaties waarin je gespannen was, waarin je je mooier wilde voordoen dat je bent. Vooral wanneer het een belangrijke gelegenheid is, doe je je best om goed over te komen.

Maar ook buiten die specifieke situaties zul je door moeten hebben hoe het zit het natuurlijke en het kunstmatige in je. Ga daarom terug naar jezelf, je gevoelsmatige zelf, naar het subtiele vlak waar je gemakkelijk overheen ziet. Als je met anderen praat kun je je bewust worden van de wijze waarop je spreekt. Zit er een stuk kunstmatigheid bij, een geconstrueerdheid? En hoe zit het met de wijze waarop je kijkt, waarop je ziet? Is het een gespannen kijken waarin allerlei ego-zaken doorheen spelen of kun je ook op een heel ontspannen manier naar alles en iedereen kijken? Je houding, je gedrag, de manier waarop je beweegt: ga steeds weer duidelijk na hoe het zit met natuurlijkheid en gemaaktheid. Ga verder tot in de ademhaling. Zit daar een spanning en gekunsteldheid in? Of kan het ademen ook heel natuurlijk gaan? Nogmaals, het gekunstelde is in veel gevallen duidelijk, het zit dan aan de oppervlakte en wordt op een bewuste manier geregeld, maar op het voorbewuste en gevoelsmatige vlak vind je het ook. Dat is het terrein van de lichamelijke uitdrukking, de lichaamstaal, de psychosomatiek, de ademhaling. In de afgelopen week was ik op Bali. Degenen die er ook zijn geweest weten dat de mensen op Bali over het algemeen erg open zijn; niet helemaal en niet in alle omstandigheden, maar er is wel een verschil met de meeste toeristen die daar rondlopen. Het is het wonderbaarlijke van Bali dat de mensen iets van hun spontaneïteit en openheid bewaren, ook hun openheid voor de spirituele, religieuze sfeer, terwijl het eiland veel van de buitenwereld te verwerken krijgt. De tegenstelling tussen het kunstmatige en het spontane, natuurlijke is daar erg duidelijk. Zie beide aspecten dan ook in je eigen leven, op een steeds subtieler vlak.

De oorzaak van de kunstmatigheid
Wanneer je gaat kijken naar de oorzaak van je kunstmatigheid, zie je direct het ik dat zich in stand probeert te houden, zich sterk wil maken, zich wil uitbreiden, zich machtiger wil maken. Daarvoor heeft het anderen nodig. De anderen fungeren als spiegel en het ik koestert zich daarin terwijl het zich mooi en sterk maakt. Het is een bevestiging van de grootsheid van het ik. Als dit niet lukt zijn er allerlei verdedigingsmechanismen, bijvoorbeeld de anderen nog sterker willen overtuigen van de eigen grootsheid, maar ook zich van de anderen afsluiten. Kunstmatigheid geconstrueerd en dat gebeurt door het ik. Bij nader inzien blijkt ook het ik niets anders dan een kunstmatige constructie te zijn. We kunnen zeggen dat de definitie van het ik niets anders is dan die constructie, het maken van een beeld dat er niet is, het maken van een schijnbeeld. Daarom is het ik kunstmatig.

Zie nu hoe je eigen situatie is. Zie je kunstmatigheid, de mooie buitenkant, de gekunsteldheid van het ik dat in de loop van je leven is ontstaan. Het heeft een naam gekregen. Het heeft allerlei ideeën verzameld, ideeën op grond waarvan je je op een bepaalde manier gaat gedragen. Meestal is er een zekere identiteit met dat ik, het ik is de eerste persoon. Je zit erin en van daaruit werk je in de wereld, van daaruit zie je alles, streef je naar alles. Dat streven is de kern van het ik. Dat maakt dat alles gekunsteld wordt, want het ik dat is nooit zichzelf. Het wordt bepaald door wat het wil bereiken. Dat andere is altijd op een andere plaats: “Daar wil ik heen.” De mooie plaatjes van het andere op afstand zijn dan belangrijk in het leven, zij geven oriëntatie aan het leven. Dat andere is ook altijd op een andere plaats in de tijd: “Dat wil ik bereiken.” en “Dat was mooi, en dat was verschrikkelijk.” Zo wordt het Zelf beperkt en het ik gedefinieerd vanuit de toekomst en vanuit het verleden. Het ik is eigenlijk niets, alleen het geheel van al die plaatjes en van al die schema’s van waaruit je je gedraagt. Het is volledig kunstmatig. Het is een constructie, waarbij het zich van het andere afgrenst. Ik ben ik en daarnaast is het andere, de ander.

Wanneer die constructie een beetje los komt, voelen mensen zich geweldig kwetsbaar. Ze willen niet kwetsbaar zijn en grijpen terug op de oude verdedigingsmechanismen. Zo ontstaat weer opnieuw een mooi plaatje aan de buitenkant waar de anderen naar kijken en waar achter je jezelf kunt verschuilen. Natuurlijk, als de verdedigingslinies minder sterk worden, terwijl het ik nog blijft voortbestaan, voel je je kwetsbaar. Zo lang als je uitgaat van een ik dat per definitie in oorlog verkeert, ervaar je de aanvallen als zwaarder naarmate je verdediging afzwakt. Zolang het ik bestaat, komt er van alles op je af en nu zonder verdediging! Haast iedereen die met dit proces bezig is, komen in zo’n situatie terecht. De kans is groot dat je steeds weer naar de oude situatie teruggrijpt, omdat je vreest wat op je afkomt. Dat is de angst om jezelf te zijn. Dat is de oorzaak van het maken van al die constructies, van je gemaakt gedragen, van de mooie beelden van jezelf en je verdediging. Daar zit de angst van het ik achter, de angst dat het ik overweldigd wordt, uit elkaar zal vallen.

Naar de natuurlijke situatie
De gekunsteldheid en de angst besef je en dit besef is er in jezelf voor zover je er niet door wordt beheerst, in jezelf als bewustzijn voor zover je los staat van het geconstrueerde ik, waarin je jezelf bent, zonder gemaaktheid. Elizabeth Kübler-Ross heeft gezegd dat er drie groepen mensen bestaan die zichzelf zijn: de psychiatrische patiënten, de geesteszieken en de stervenden. Met de laatsten heeft ze zich vooral beziggehouden, met mensen in hun laatste levensfase. Die hebben niets te verdedigen. Ze weten dat hun wereldse leven is afgelopen. Er is geen toekomst meer. Zij hoeven zich niet meer te verdedigen en mooi te maken voor een stralende toekomst. Dan onstaat er een fase van echt zijn. Dat is dus een situatie waarin er geen persoon, geen persoonlijk ik meer aanwezig is. Kijk naar de situatie van een geesteszieke, van de psychiatrische patiënt, van de stervende. Wat leert je dat? Dat je het ik met al zijn constructies zal moeten loslaten, dat je je leven als mens, zoals je dat gewend bent, moet loslaten. Dat betekent dat er een stervensproces komt. Net als bij de overgang naar de psychose betekent het dat je de menselijke wereld verlaat. Deze wereld wordt in je actieve leven geheel gevuld met je ik. Alleen aan de randen heb je iets anders. Dat is het geval in de diepe slaap, waar we vaker over hebben gesproken. De grenzen zijn ook ervaarbaar aan het begin van het leven in de baarmoede en aan het einde van het leven bij het sterven. Het is belangrijk om die grenzen heel duidelijk te zien, het zijn de grenzen van de ik-sfeer.

Wanneer je de grenzen niet duidelijk ziet, blijf je gemakkelijk in de ik-sfeer zitten en verandert er niets. Je kunt proberen het binnen die sfeer prettiger te maken, je kunt aan yoga en meditatie doen, maar je merkt toch op een gegeven moment dat deze sfeer grenzen heeft en dat de problemen niet zijn opgelost. Dat is dan weer de reden om opnieuw te gaan kijken hoe het met je eigen situatie zit. Let wel, die ik-sfeer vult je hele leven, je hele werkelijkheid en daar moet je niet te licht over praten of denken. Je moet al heel ver naar de grens gaan om iets van het andere te ervaren. Dat gebeurt bij stervenden. Zij krijgen op een gegeven ogenblik een andere gelaatsuitdrukking. Soms heb je het idee dat het hen allemaal niets meer kan schelen. Soms herken je de situatie waarin geen ik meer aanwezig is. Deze mensen zijn dan ontzettend eerlijk, omdat ze niets meer te verdedigen hebben.

Wanneer het gaat om het loslaten van de ik-constructies zal er dus iets fundamenteels moeten plaatsvinden. Dit fundamentele gebeuren is het in elkaar klappen van de kosmos van het ik. Dat gebeurt en je ziet het overblijfsel: “Dat is het leventje waar ik me altijd zo druk heb gemaakt.” Je ziet de kern van je leven op aarde, dat je gestreefd hebt naar allerlei zaken, het streven in het doen van allerlei dingen, goede dingen en slechte dingen. Dat was het leven. Je ziet het en juist omdat je het ziet is er een afstand tussen jezelf als ziener en het leven van je ik op aarde. Je ervaart de afstand en stelt vast dat je niet meer met dat leven geïdentificeerd bent, dat al de constructies van het ik zijn weggevallen. Dat betekent een geweldige ontspanning. Bij het ervaren van die ontspanning herken je de nieuwe toestand en stelt vast dat die je natuurlijke toestand is. Dat is het Zelfzijn.

Het gaat vanzelf in het vertrouwen
Het loslaten van het ik gaat vanzelf. Het vasthouden kost moeite. Terugkijkend zie je duidelijk welke inspanningen je moest verrichten om je rollen te spelen. Je zult wel uitkijken om opnieuw zoveel moeite te doen om een bepaald beeld van jezelf in stand te houden. Hoeveel energie kost dat niet, hoeveel moeite kost dat niet, hoe sterk moet je je daarvoor weer dwingen in een bepaalde vorm. Loslaten is de spanning laten gaan en dat gaat vanzelf. Juist omdat het vanzelf gaat ervaar je dat je in je natuurlijke toestand komt. Daarin is geen kunstmatige productie, zodat je geen energie hoeft te spenderen. Laat alles los en alles gaat vanzelf in een natuurlijke toestand. Alle constructies van het ik zijn dan verdwenen. Laat alles werkelijk los, totaal los. Laat dit doorgaan, totdat de natuurlijke toestand zich openbaart. Niets is gemakkelijker, want je bent die al!

Bezoeker: Je zult wel vertrouwen moeten hebben.
DT: Alleen in een sfeer van vertrouwen kan de ontspanning doorgaan. Voor dat vertrouwen kan het nuttig zijn te beseffen dat je wordt opgevangen in de grote ruimte, zodat je in deze sfeer niet alleen maar de aanval op het ik ervaart maar ook vertrouwdheid en liefde. In deze zin is de overgang steeds meer jeZelf worden. Wanneer je dichter bij jeZelf komt, ervaar je een steeds sterkere positieve sfeer, een sfeer van vertrouwdheid, van vrede, van rust, van acceptatie. Dat is de natuurlijke toestand van jezelf.

Bezoeker: Wanneer ik mezelf en mijn constructies enigszins loslaat, word ik door angsten besprongen. Dan voel ik dat ik weer wil teruggaan. Ik weet dat ik dat niet moet doen en in de ruimte moet blijven. Wat doe je op zo’n moment?
DT: Richt je op inzicht en op vertrouwen. Je hebt inzicht, je kent de structuur van de veranderingsprocessen. We hebben het hier voortdurend over. Je ziet je eigen situatie, de angst, de oorzaak van de angst in de resten van het ik. Je ervaart het ik duidelijk ergens in het lichaam: daar zit het. Je merkt de kunstmatigheid van het ik op. Je gaat weer terug naar je Zelf, dat is naar de sfeer waarin je totaal jezelf kunt zijn in een diep vertrouwen. Wat is er eenvoudiger dan jezelf te zijn? Dat ben je al. Dat is de natuurlijke situatie.
Het kan helpen te beseffen dat je in het proces niet alleen staat. Ook al is er nog een zeker ik, de sfeer waarin je aanwezig bent is niet beperkt tot dat ik. Juist daar hebben we een direct contact. Je ervaart dat je grenzen verschuiven, dat je in een grote ruimte komt waar alles en iedereen zichZelf is. Verschillen en grenzen zijn daar niet aanwezig. Dus je staat niet alleen. Je eigen natuurlijke toestand is universeel.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

  • Pranayama

    Dit boek is een praktische handleiding bij het beoefenen van pranayama. Alle onderdelen van de traditionele pranayama komen hierbij aan bod.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod