De relatie tussen leraar en leerling

Inzicht 11 nr. 2 (mei 2009), p. 24-26


Het septembernummer van vorig jaar, dat seksualiteit en relaties als thema had, bevatte een interview met Douwe Tiemersma waarin dat thema uitgebreid aan bod kwam. Een deel van het oorspronkelijke interview draaide om de speciale relatie tussen leraar en leerling. Dat onderdeel maakte toen geen deel uit van het interview in de vorm waarin het geplaatst werd, maar past uitstekend in dit themanummer over satsang.

Interview met Douwe Tiemersma – door Pia de Blok



Op ik-niveau wordt er meestal afgestemd op de ander. De authentieke leraar is Openheid. Als mensen die leraar niet begrijpen, of zich zelfs aangevallen voelen, zeggen ze soms: “Die leraar stemt zich niet op mij af.”
Vanuit de openheid is er geen leraar, geen persoon die zich afstemt op iemand anders. Vanuit echte openheid is er een universele afstemming, als je dat woord wil gebruiken. Dus ‘de leraar’ is openheid en doet niets. De leerling voelt zich ergens geraakt; ‘de leraar’ doet niets. Een andere leerling voelt zich ook geraakt, op een heel ander punt; ‘de leraar’ doet niets. Dat komt door het open-zijn met een universele afstemming. Daardoor leert men van de leraar wat men nodig heeft. Bij iedereen is dat iets anders.

Mensen kunnen zeggen: “ Dat is geen goede leraar want die begrijpt me niet,”
Dat kan. Dan is er een situatie waarin de leerling de relatie niet meer bevredigend vindt. Laten we er van uitgaan dat een leraar authentiek is, dat hij totaal open is. Wanneer dan de leerling zegt: “Die leraar is niet geschikt voor mij”, zul je de oorzaak bij die leerling moeten zoeken. Blijkbaar opent hij zich niet voor die grote ruimte waarin die dingen gebeuren die voor hem nodig zijn. Dat was heel sterk bij Nisargadatta Maharaj. Allerlei mensen kwamen bij hem en zeiden: “O, dit is geen echte leraar; die begrijpt me niet” en gingen weg. Maar als ze zich meer open hadden opgesteld, hadden ze gemerkt dat ze hun eigen verdediging moesten opheffen en dat dan de realisatie zou doorgaan.


Bevrijdend inzicht en overgave


Een leraar die niet helemaal open is kan dit ook zeggen.
Dat is zo. De bezoekers zullen dus ontzettend helder moeten zijn en moeten blijven bij hun eigen hoogste besef van openheid. Dan zou er een inzicht kunnen komen dat de betreffende leraar niet dé leraar is. De consequenties van dit inzicht zullen ze dan onder ogen moeten zien. Alles blijkt wel vanzelf als er helderheid is.
Ook in het positieve geval blijft het hoogste besef cruciaal, al is dat bij de bezoeker niet volledig correct. Het inzicht gaat dan in de goede richting. Dan kan hij in de leraar iets herkennen waardoor het besef bevestigd wordt. Dan kan hij in de leraar zelfs een nog ruimere sfeer ontdekken die het eigen hoogste vermoeden volledig helder maakt. Dat is dan de basis waarop de eigen weerstanden en zelfverdedigingsmechanismen los komen.

Helder blijven is dus het belangrijkste.
Absoluut. Daarbij komt dan de overgave aan die helderheid.

Is een leraar-leerlingrelatie altijd nodig?
Bij de meeste mensen is het vastzitten op het individuele niveau van de ik-persoon wel erg hardnekkig. De problematiek van verlangen naar eenheid en het aanhouden van de scheiding blijft dan aanwezig. Het is dan de vraag of het bevrijdende inzicht en de overgave gemakkelijk doorbreken. Op dit punt zie je de functie van de leraar. Voor zover de leerling iets ervaart van de onbeperktheid in de leraar, is dat de basis waarop hij zijn oude standpunt kan opgeven. Dan is er een vertrouwen in en een overgave aan de open sfeer van de leraar, die dan ook de eigen open ruimte wordt. In de praktijk zie je achteraf dat die relatie vrijwel altijd nodig is geweest voor de uiteindelijke overgave.

Zijn er namen te noemen van vroegere leraren die geen leraar nodig hadden?
Ramana Maharshi heeft weliswaar geen duidelijke leraar gehad, maar hij zat in een sfeer waarin de spiritualiteit leefde. Bij heel weinigen zie je dat er nooit een duidelijke relatie van leraar-leerling is geweest.

Soms denken mensen: “ Ik weet het nu wel” en gaan ze niet meer naar een leraar,terwijl ze niet echt het laatste gerealiseerd hebben.
Blijkbaar is de tijd dan niet rijp voor een werkelijke doorbraak. De beperkte en problematische situatie blijft dan voortduren. Hopelijk voor hen niet erg lang. Je ziet het tegenwoordig zelfs bij mensen die satsang gaan geven, dat ze de radicaliteit van overgave missen die ze bij een authentieke leraar hadden kunnen leren.

Wat is nu de waarde van de advaitatraditie?
Voor zover je de waarde van een leraar ervaart, ervaar je de waarde van de traditie waarin hij staat. De advaitatraditie gaat terug op de oudste tijden. Steeds zijn er blijkbaar doorbraken geweest bij leerlingen die leraren werden en zelf leerlingen kregen. Er is een doorgaande lijn van de oudst bekende tijden naar nu toe. Iemand die zich daarin opgenomen weet, is daar ontzettend dankbaar voor.


Bevrijdende realisaties


Moet je niet oppassen met ‘de traditie’?
De traditie moet je niet belangrijk maken. Het is alleen in het perspectief van de tijd dat er een traditie is. Het mooie van de advaitabenadering is die uitstijgt boven elke traditie en elke cultuur. De culturele gescheidenheid van mannen en vrouwen en van de kasten bijvoorbeeld wordt in India bij de echte advaitaleraren niet aangehouden. Er is daarom ook geen instituut van een advaita-‘kerk’, van een priester- of monnikenklasse en van een ‘lineage’ die moet worden voortgezet. Alleen zijn er de vier Shankarâchârya’s met hun monniken, die destijds onder invloed van het boeddhisme zijn ingesteld. Die hebben in de advaitatraditie slechts een beperkte betekenis. Ergens in de tijd en in de ruimte komen zomaar advaitaleraren op, zonder een duidelijke oorzaak. Ze geven een tijdlang onderricht, omdat er mensen komen die dat vragen. Na hun dood is er niets meer van hen op die plaats te vinden, maar dan is er wel weer op een andere plaats een leraar naar voren gekomen. Zo gaan de bevrijdende realisaties door.

Het doorzien van de leerlingen door de leraar lijkt me heel belangrijk. Vroeger had je het lievelingetje van de meester in de klas, dat eigenlijk een snertmeid of snertknul was als de meester het niet zag. De meester zag alleen de mooie kant. Zie jij de andere kant wel?
De beperktheden in mensen zijn zo duidelijk, ook in mensen die zich te goed voordoen. Dan is er iets kunstmatigs. Meestal gebeurt er weinig van de kant van de leraar, omdat het nu eenmaal de situatie is, behalve als het op dat moment zinnig is om het door te prikken. Vaak is het nuttiger om het positieve dat ook in de ervaring van de ander aanwezig is, te versterken. Kijk, er zit daar dan iemand met verschillende aspecten. Er kan een aanval zijn op het minder mooie, zodat de ander misschien gaat zien wat hij niet is. Het ligt vaak meer voor de hand om het positieve te versterken, het inzicht in wat hij wel is. Van daaruit kan de ander bewust terugkijken naar de minder mooie aspecten. Dan hoor je ze zelf zeggen: “Dat was inderdaad belachelijk.”

Soms kan dat wel eens heel lang duren.
Ja, dat is zo. Maar de ander moet er ook rijp voor zijn om de harde confrontatie aan te gaan. Die harde confrontatie komt er trouwens toch vanzelf wel, zonder dat een leraar zich daar specifiek op richt. Want die ander voelt het doordringende bewustzijn van de leraar en dat geeft een ongemakkelijk gevoel voor zover nog wat wordt vastgehouden. Een leraar doet niets, zelfs als er gesproken wordt. De werking is er automatisch.


Verliefdheid en afhankelijkheid


Als leraar ben je open. Wanneer de leerling in de relatie met de leraar ook in die openheid komt, kan er naast Licht en Stilte, ook verliefdheid naar voren komen. Voor de leerling die daarna weer in de dualiteit schiet kan dat afhankelijkheid en lijden veroorzaken. Hoe ga jij daar mee om?
Ik ga daar niet mee om. De verliefdheid is wel te begrijpen. Als de leerling dichter bij de openheid van de leraar komt en zo meer eenheid met de leraar gaat ervaren, ontstaat er een grote intimiteit. Die wordt door een ego gemakkelijk op het niveau van verliefdheid en erotiek vertaald. De dualiteit die daarin zit zal lijden tot gevolg hebben, als het inzicht niet verder gaat. Het non-duale open één-zijn van de leraar gaat verder dan verliefdheden en andere duale situaties. Het gaat er om dat ook de leerling zich dat gaat realiseren. Verliefdheid is afhankelijkheid en ook deze afhankelijkheid zal in de heldere openheid aan het licht komen en oplossen.

Ook los van verliefdheid ontstaat wel afhankelijkheid, als de leerling blijft denken:”Ik weet het niet en hij wel”. Die afhankelijkheid kan lang duren. Een vader en moeder laten op een gegeven moment een kind los; zo wordt je onafhankelijk. Dat zag ik in onze tuin toen de koolmezen geen eten meer gaven aan hun jongen. Toen moesten ze wel het nest uitvliegen.
Het gaat zoals het gaat. Een ‘leraar’ is niet afhankelijk van ‘leerlingen’. Van de kant van de leraar zal op het geschikte moment iets komen waardoor de afhankelijkheid wordt doorbroken. Het gaat om de zelfstandigheid van de leerling. Hoe sneller die zelfstandigheid ontstaat, des te beter. Een periode waarin iemand denkt iemand anders nodig te hebben, kan zijn nut hebben, maar zal zo kort mogelijk moeten zijn.

Denk je dat de leraar-leerlingrelatie kan veranderen door het internet? Komt er ooit een virtuele Douwe?
Een internet-satsang? Die onzin van advaita-chatten? Natuurlijk kunnen beelden en teksten wel een werking hebben. Ze kunnen in de gevoelsmatige verbeeldingswereld doorwerken. Hoe ver dat gaat? Ja, dat is alleen maar af te wachten. Als je de werking van het beeld van Jezus ziet bij christelijke mystici, zie je dat ‘geloof' veel tot stand kan brengen. Voorlopig lijkt het erop dat het directe contact met een levende leraar de grootste mogelijkheden heeft. Veel is er niet over te zeggen. Vragen over een mogelijke toekomst zijn weinig zinvol. Het gaat om de eigen situatie nu.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Chakrayoga

    Yoga is de weg naar bevrijding van de beperkingen in alle onderdelen van het bestaan. Dit boek richt zich op de bevrijding van de verschillende levensenergieën: de mentale, expressieve, gevoelsmatige, vitale, seksuele en andere energieën.

  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

  • Naar de Openheid

    De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie. 
    Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod