Het yoga-onderricht


In: Tijdschrift voor Yoga 10 nr. 4 (dec. 2010), 152-155



Voor zowel yogacursist als yogadocent kan het nuttig zijn zich bewuster te worden van de aard van de lessituatie. Dat kan de effectiviteit van de les vergroten en valkuilen kunnen vermeden worden. De volgende tekst is een uitwerking van een deel van een inleiding die yoga- en advaitaleraar Douwe Tiemersma in de yogaweek van de Europese Yoga Unie te Zinal in augustus van dit jaar hield.



Informatie-overdracht

Tijdens een les zijn er verschillende niveaus die relevant zijn. De eerste is die van de informatie. De leraar spreekt woorden die informatie bevatten en die de anderen (ik zal in het vervolg de woorden leerling(en) en hij gebruiken) verwerken in hun aanwezige kennis. Informatie over de vorm en de werking van het middenrif bijvoorbeeld, kan alleen worden begrepen door deze informatie in het kader te plaatsen van de reeds aanwezige kennis over het lichaam. Hetzelfde geldt voor de praktische instructies bij de oefeningen. Bij ‘Ga liggen en voel het contact met de grond’, weet iedereen dat het lichaam niet moet blijven staan, maar languit moet gaan liggen op de grond. Zo werkt de informatie als een stimulus voor een bepaald gedrag. Tussen stimulus en respons zit de informatieverwerking, waarbij de al aanwezige kennis van belang is. De informatie zal voor de leerlingen met hún kennis en ervaring duidelijk moeten zijn. Als dat niet voldoende het geval is, blijkt dat in de les direct. Eén of meer deelnemers zullen de oefening  fout uitvoeren. Dan is het zaak voor de leraar om aanvullende informatie te verschaffen.

Nadoen

Bij yogalessen speelt niet alleen de informatie-overdracht in woorden een rol, maar ook het nadoen van het voorbeeld dat de leraar geeft. Een beeld zegt meestal meer dan woorden. Het voordoen van de oefening geeft veel meer informatie dan in kort bestek door woorden mogelijk is. Dat geldt vooral voor het aanleren van vaardigheden, wat yoga voor een groot gedeelte is. Daarbij is het nadoen van iemand die meer ervaring heeft dan jezelf, belangrijk. Ook hier kan er iets fout gaan. Dat gebeurt als de leerlingen niet goed kijken, maar ook als de mondelinge en visuele informatie strijdig lijken. Bij de zijwaartse boog bijvoorbeeld, zijn er altijd mensen die meegaan met de visuele indruk in plaats van met de woorden ‘buig naar links’. Zij buigen dan naar rechts: de richting van de beweging van de leraar die voor hen staat met het gezicht naar hen toe.
Het niet volledig begrijpen van de informatie zal altijd wel in de lessen voorkomen. Daarom is het zo belangrijk dat er een lijfelijk aanwezige leraar is, die zonodig een verdere uitleg kan geven en foutieve uitvoeringen van de oefening kan bijstellen.

Samenvallen

Bij het nadoen van de leraar, neemt de leerling als het ware het standpunt van de leraar in. Van daaruit voert hij dezelfde handelingen uit en doet hij dezelfde ervaringen op als die van de leraar. Als het goed is, is er een verschuiving naar hetzelfde perspectief, dezelfde actie, dezelfde ervaring, kortom hetzelfde bestaansveld als dat van de leraar. De bestaansvelden van leerling en leraar komen voor een deel samen, worden daarin één. Dan begrijpt de leerling de leraar echt. Wil dat plaatsvinden, dan zal de leerling de bereidheid en motivatie moeten hebben op deze wijze te leren. De leraar zal op zijn beurt de bereidheid moeten hebben om zijn eigen bestaansveld open te stellen en de leerling daar binnen te leiden. Een vorm van initiatie, een inwijding in het veld waarin de leraar al aanwezig was en waarin nu de leerling mag binnenkomen.
Deze situatie is er een van intimiteit, dat ervaart iedereen die iets belangrijks van een ander heeft geleerd. Er is dan sprake van dankbaarheid dat die ander dat mogelijk maakte. Natuurlijk kan die intimiteit meer of minder sterk zijn. In een yogales zal die meestal niet erg opvallend aanwezig zijn. Maar, als iemand ineens doorheeft waar de leraar het over heeft, is er toch iets van duidelijk: ‘O, die ervaring bedoelde hij.’ Als het grootste gedeelte van een groep iets doorheeft, is het ook duidelijk. Bijvoorbeeld, bij het gezamenlijk doen van de Kapâlabâthi in een gelijk ritme, kan ineens de eenheid met de leraar en de anderen ervaren worden.

Verdergaande initiatie

Steeds gaat het bij het onderricht om de initiatie in een gebied waarin bepaalde waarden centraal staan. De waarden vormen de essentiële kwaliteit van het betreffende bestaansveld. Er zijn ‘lagere’ niveaus, waarin het om relatief oppervlakkige zaken gaat, bijvoorbeeld  een duidelijke fysiek-lichamelijke ervaring van een goed uitgevoerde Zittende neus-kniehouding (Pashchimottanâsana). Op een iets ‘hoger’ niveau wordt alles als energetisch ervaren. Het ervaren van energieën is dan een waarde die ‘gerealiseerd’, of verwerkelijkt, kan worden.  Deze ervaring kan als doel van een yogales of –cursus gelden en wordt waardevol gevonden. In de yoga zijn er waarden van ontspannen zijn, zelfkennis en één-zijn. In hun volledige en uiteindelijke zin behoren zij tot de ‘hoogste’ waarden. Als zij volledig worden gerealiseerd, wordt dit de uiteindelijke bevrijding of verlichting genoemd.

Sommige waarden in je leven vind je belangrijker dan andere. Degene die je erg belangrijk vindt, gaan je ‘aan je hart’. Waarden zijn kwaliteiten van verschillende sferen van je bestaan. Het gaat om bestaanssferen die rond de kern van je zelf-zijn zijn gerangschikt. Degene die dichterbij liggen, ervaar je als waardevoller, belangrijker  en meer als eigen. Zij doordringen de lagen die verderaf staan, of meer oppervlakkig zijn. Bijvoorbeeld, de waarde van één-zijn zorgt er voor dat er een overgang is van het materiële naar het energetische lichaam, omdat daar meer eenheid wordt ervaren. De uitvoering van de Zittende neus-kniehouding is bij het laten doorwerken van de waarde van eenheid anders dan wanneer deze waarde niet meespeelt. In het eerste geval zal een bewuste acceptatie van het lichaam en een samengaan van de beweging en de adem een plaats krijgen. De waarden zijn leidende principes in het onderricht en de lessen.
In welke waardenvelden de leerling wordt geïnitieerd, hangt af van de leerling en van de leraar. De leerling moet er aan toe zijn. Als de leerling vast zit in een materialistische wereld, is het moeilijk om hem mee te laten gaan naar een energetische wereld. De leraar kan leerlingen alleen in die velden inleiden waarin hij zelf thuis is. Initiatie blijft een inwijding in een veld van het eigen bestaan, in een bepaalde sfeer van zelf-zijn met bepaalde waarden. Alleen in deze sfeer van zelf-zijn kan de leraar een leerling binnenleiden.  Hoe dichter dat veld ligt bij de kern van zelf-zijn, des te intiemer de inwijding is. Als de leraar zichzelf ervaart als één met alles en iedereen, betekent de inwijding hierin een volledig samenvallen allereerst met de leraar en dan ook met alles en iedereen. Ontwikkelt zich dat verder, dan is er sprake van een opgaan in de grondeloze openheid. Dat is de werkelijke bevrijding uit de sferen van beperkte waarden en van alle condities.

Conclusie

Een bewustwording van bovenbeschreven processen laat belangrijke conclusies zien. Allereerst, zal de leraar in zijn informatie-overdracht in woorden en gedrag moeten aansluiten bij de kennis van de leerlingen. Hij zal dus een duidelijke kijk op en gevoel voor de leerlingen moeten hebben en waar mogelijk zijn informatie moeten aanvullen en bijstellen. Omdat het gaat om het bestaan, de existentie, van zichzelf en van de leerlingen, zal hij alleen vanuit zijn eigen zijn moeten lesgeven en zich moeten richten op het zijn van de leerlingen. Hij zal zich moeten openstellen voor de leerlingen, de scheidingen laten wegvallen. Dan is er een direct onderricht, vaak zonder woorden, van binnenuit.
Daarop aansluitend zal de leerling zich ook open moeten stellen voor de informatie, maar ook voor het perspectief en de wereld van de leraar. Hoe meer dat het geval is, des te sneller gaat het leerproces en des te verder zet zich dat voort. Als het echt verder gaat, komt de leerling tot een zijnskennis die gelijk is aan die van de leraar, dat wil zeggen dat er een eenheid is met de leraar.
Tot slot, wat er bij het yoga-onderricht plaatsvindt kan op verschillende wijzen worden bekeken en beschreven. De meest relevante wijze is wel die waarop de bestaansvelden van leraar en leerling een plaats hebben, omdat de kwaliteit van de eigen existentie centraal staat. Beide vertonen een interactie, hebben invloed op elkaar, kunnen overlappingen vertonen en uiteindelijk gaan samenvallen. Eigenlijk is er één omvattend veld waarin de bestaansvelden van leraar en leerlingen een onderdeel zijn. Daarom zijn ze niet uit elkaar te halen. Bij het begin van een lessituatie is er een verbond aangegaan, een co-existentie, om een ontwikkeling mogelijk te maken in de richting waarin belangrijke waarden worden gezien. Daarbij is er van beide kanten een open stellen van zichzelf, een geven en ontvangen. Als dit verder gaat in de richting van de hoogste waarden, schuiven de perspectieven in elkaar, vallen niet-essentiële vormen weg en ontstaat een zijnservaring van non-duale eenheid.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • Chakrayoga

    Yoga is de weg naar bevrijding van de beperkingen in alle onderdelen van het bestaan. Dit boek richt zich op de bevrijding van de verschillende levensenergieën: de mentale, expressieve, gevoelsmatige, vitale, seksuele en andere energieën.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod