Liefde: jezelf loslaten en samengaan

In: Koorrddanser 26, nr. 264 (juni 2009), p. 10

Douwe Tiemersma


Het vorige artikel ging over de aard van spiritualiteit als een bewuste verruiming en transformatie van zelf-zijn en zo van de wereld, een openbreken en bevrijding tot een openheid zonder tweeheid (non-dualiteit), tot een vrij-zijn van de droom van je beperkte zelf-zijn, vrij voor alles en iedereen. Het eindigde met “Dat is Liefde.” De redactie vroeg daarover iets meer te schrijven.

Het principe van liefde

Het principe van liefde is heel gemakkelijk te formuleren en te begrijpen vanuit de verruiming van jezelf. Als je zelf-zijn ruimer wordt, ontstaat er een nieuwe ruimere zijnssfeer. Daarin laat je a) je oude beperktere zelf los en laat je b) dat wat eerst anders of de andere was tot jezelf toe als niet verschillend van jezelf. Deze beweging heeft een gevoelssfeer die we liefde noemen. Deze wordt Liefde, als deze ontperking zich radicaal doorzet, als er een totaal loslaten is van de beperkingen en belangen van zelf-zijn en een toelaten van universele non-dualiteit.
Dit proces is gemakkelijker te formuleren dan werkelijkheid te laten worden. De formulering kan hierbij wel helpen, namelijk als je daardoor preciezer gaat zien wat er bij Liefde speelt. Inzicht blijft een doorslaggevende factor bij de realisatie. Daarom kan het nuttig zijn bovenstaande beschrijving nog iets verder toe te lichten.

Waar doet zich liefde voor? In relaties met anderen: je geliefde, je gezin, je ouders, enzovoorts, in relaties met dieren, planten, dingen, of ook zomaar, zonder dat er sprake is van een duidelijke relatie. De vorm kan steeds verschillend zijn, maar in alle gevallen is er een zelf-zijn dat ruimer is dan de individuele persoon, doordat het zichzelf ook herkent in of zich vindt in een ander of het andere.

Egocentrisme en liefde

Ook op egocentrisch niveau is er een uitbreiding mogelijk. Sterker nog: vanuit een ik wordt altijd geprobeerd het eigen territorium uit te breiden. Je hebt dan voortdurend een verlangen naar iets of iemand anders en hebt het idee dat dit of deze persoon bij je hoort, je bezit is. Je laat je zelfgevoel in die ander of dat andere stromen. Als de verlangde uitbreiding onmogelijk blijkt te zijn, ontstaan harde reacties en pogingen om alsnog tot een resultaat te komen. De uitbreiding vindt plaats op basis van een ‘liefde’ die zijn centrum heeft in een gecentreerd ik met een eigenbelang en een zorg voor zichzelf. Deze ‘liefde’ is geen liefde, maar wil tot macht, bezit en consumptie. Andere principes kan het beperkte zelf (ego) niet volgen, omdat het zichzelf vasthoudt.
Het is duidelijk dat deze weg niet tot de liefdevolle eenwording leidt. De twee bovengenoemde punten van liefde komen bij je als ego niet aan de orde. Laten we dat bekijken voor de relatie met iemand anders, maar bij andere levende wezens en dingen geldt hetzelfde. Ten eerste laat je vanuit je ego dit oude beperkte zelf niet los. Je wilt je eigen identiteit bewaren. Ten tweede laat je de ander niet echt tot jezelf toe. Je bent op iets speciaals gericht, op wat voor jou voordelig of prettig is; je ervaart de ander vanuit een beperkt standpunt, om te bezitten. Aan liefde als de belangeloze uitbreiding en het openstaan voor de onherleidbaarheid van de ander, kortom het oplossen van de grenzen tussen het ik en de ander, kom je als ego niet toe. Het ego is de ontkenning van liefde. De ego-gerichtheid, als middelpuntzoekende tendens, is de tegenstelling van liefde, als de middelpuntvliedende, gevende beweging. Het ego is als geslotenheid en hardheid het tegendeel van liefde als openheid en vloeibaarheid.

Van ego naar liefde

Belangrijk is echter te zien, dat er zelfs bij egocentrische liefde een openstelling en uitbreiding van het zelf en een zoeken naar eenwording aanwezig is. Dit kan de basis zijn voor een hogere vorm van liefde, namelijk als bij die verruiming de ik-gerichte krachten verdwijnen.
Op het niveau van het ego heeft de liefde een sterk gevoelsmatig aspect. In seksuele relaties spelen driftmatige affecten en sterke energieën een grote rol. Hoewel daar een sterke egocentriciteit en zelfs egoïsme bij kan zijn, betekent de seksuele toenadering al een opening van het eigen territorium en heeft dit de mogelijkheid van verdere opening in zich.
Wanneer dit laatste plaats vindt, werkt het vuur van de echte liefde door. Als het sterk is, verteert zij het ego en wordt kosmisch.
Echte liefde gaat boven de ik-persoon uit. Ze is er al, voor zover je jezelf als ik-persoon loslaat. Ze is er op een volledig duidelijke wijze, wanneer je geen tegenstellingen tussen jezelf als ik en de anderen/het andere meer schept, wanneer je je naaste liefhebt als jezelf. Ze is de sfeer waarin alles en iedereen is opgenomen. In Liefde ben je het Zelf van alles en iedereen.

Vreugde

Bij de verruiming van je eigen sfeer en het loslaten van je oude zelf worden alle aspecten van zelf-zijn gezuiverd, ook de gevoelssfeer. Elke verruiming geeft een gevoel van vreugde. Beide gaan altijd samen. Daarom wordt op ego-niveau voortdurend verruiming gezocht, een overschrijding van bestaande grenzen. Dat gebeurt in het hard autorijden, in elke sport, in elke studie, maar ook door middel van alcohol en drugs. Als grenzen opschuiven of verdwijnen geeft dat vreugde. Vanuit een ik blijft die verruiming beperkt, gericht op iets speciaals en daarom afhankelijk van de condities en tijdelijk. Daarom is ook de vreugde geconditioneerd en tijdelijk. Deze beperkingen vallen weg voor zover je jezelf loslaat. Er is dan niet een beetje verruiming met persoonlijke gevoelens van vreugde, maar een oneindige verruiming voorbij de grenzen van tijd en ruimte en daarmee ook een onbeperkte vreugde, gelukzaligheid (ânanda).

Spiegel

Pas van werkelijke betekenis wordt liefde dus, als ze meer dan een mooi gevoel wordt. Daarvan heeft iedereen een besef. En als je dat veronachtzaamt en blijft bij je egocentriciteit? Dan komt die afgrenzing vroeg of laat duidelijk naar voren in de spiegel van de liefde. Dan wordt liefde als iets hards ervaren: ze oordeelt ook, veroordeelt alles wat er nog van het ego over is. Dit oordeel kan hard aankomen en angstreacties geven. De neiging bestaat vaak deze openheid af te weren en weer in de zachte en prettige gevoelssfeer te duiken. Maar Gods liefde heeft twee kanten, die geaccepteerd moeten worden, voordat de eenheid zich kan manifesteren. Kâlî en Shiva in hun vernietigende vorm verslinden het ego. Pas vanuit de overgave wordt duidelijk dat dit oneindige liefde is.

Je hartenergie

Meestal zit je vanuit je hoofd alles te bekijken en te denken. Je kunt je echter zelf als  standpunt daarvandaan naar beneden laten zakken, in de richting van je hartstreek. Waarschijnlijk kun je al snel ervaren dat je hartstreek zacht is. Die zachte plaats kun je al tastend benaderen. Het zachte hartgevoel wordt sterker naarmate je zelf daar meer naar binnen gaat. De gevoelsmatige hartenergie gaat dan ook stromen, golven. En dat heen en weer gaan wordt steeds sterker. Ervaar het maar als een sterke golvende energie. Het is een vloeibare lichte energie. Inademend komt er energie naar binnen, uitademend vloeit en straalt de energie uit naar alle kanten uit. Het is een duidelijk gevoel, maar misschien zie je het ook als een lichtende energie. Visualiseer dat anders maar, zodat je het heel concreet ervaart. Wanneer je het heel duidelijk voor je ziet, kun je langzamerhand zelf steeds meer naar binnen gaan, zodat je zelf van binnenuit mee doet met die dynamische beweging, met dat golven en dat stralen. Laat je er steeds meer in zakken. Vanuit het hoofd met het bewustzijn laat je je steeds meer zakken in het gevoel, in het hart. Zo komen hoofd en hart, bewustzijn en gevoel bij elkaar. Al golvend stroom je als hartenergie naar buiten. Alles en iedereen wordt daarin liefdevol opgenomen. Het proces van uitbreiding gaat oneindig door tot een universele eenheid. De gescheidenheid van een ego, zijn verlangens en weerstanden zijn verdwenen.

Alles is liefde

Wanneer je de eenheid realiseert, zie je alleen maar liefde, ook in het persoonlijke. Het leven als persoon blijkt dan een schijnbare afgrenzing te zijn en een duiken in de beperkte ruimte van de grenzen. De liefde wordt dan niet meer gezien. Hoewel de liefde altijd en overal aanwezig is, wordt zij niet zo ervaren. Zij uit zich wel op egoniveau, namelijk als de drang naar liefde. Maar dit verlangen uit zich in het nastreven en oppakken van compensaties, compensaties voor het gemis van de onbeperkte liefde. Toch is dit te zien als een uiting van liefde. Als je alles in liefde openzet en laat smelten, zijn er geen grenzen meer aan liefde en geluk. Dan is er een universele liefdessfeer van ongescheidenheid, non-dualiteit.
Wanneer deze sfeer ijler en ijler worden, wat blijft dan nog over? Laten we dat maar absolute openheid noemen. Als die aanwezig mag blijven, blijft de Liefde in de kosmos zonder sluiers.


Douwe Tiemersma geeft satsangs en cursussen in het Advaita Centrum te Gouda – info: www.advaitacentrum.nl.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • Psychotherapie en non-dualiteit

    De psychotherapie en oosterse bevrijdingstradities zoals advaita vedânta en boeddhisme hebben in de laatste jaren een steeds grotere belangstelling voor elkaar gekregen. Ze hebben elk specifieke noties en werkwijzen, maar overlappen elkaar voldoende om een vergelijking mogelijk te maken.
    In dit boek worden diverse westerse psychotherapeutische stromingen en twee bevrijdingswegen die van oorsprong respectievelijk hindoeïstisch (Advaita Vedânta) en boeddhistisch zijn, met elkaar geconfronteerd.

  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod