Opvoeden

Interview met Douwe Tiemersma door Pia de Blok

In: InZicht. Wegen van radicaal zelfonderzoek

Opvoeden is in de eerste plaats een bewustwordingsproces van de ouders, waarin rust, authenticiteit en openheid nadruk horen te krijgen. Daarnaast moet kinderen ook duidelijkheid geboden worden over wat kan en niet kan.

Bij een pasgeboren kind is er nog niets ingevuld. Het is nog helemaal open en ontspannen.
Hoe kun je als opvoeder het kind vanaf het begin die toestand laten behouden en tegelijk ook een plekje in de wereld laten krijgen?
Bij deze vraag heb je het over ouders die denken ‘ik moet dat kind opvoeden.’ Je kunt er zo over spreken op het praktische vlak. Hoe het gaat met het kind, hangt af van de situatie bij die ouders. Er een open situatie bij het kind en dat is duidelijk voor die ouders. Als ze het kind zien, vinden ze het prachtig, omdat het totaal open is. Dat trekt aan. Aan de andere kant is er ook een leventje dat groeit en in de maatschappij een plaats krijgt. Als de ouders beide aspecten zien, kunnen beide een plaats krijgen. Allereerst zullen zij bij zichzelf die openheid van het kind in zichzelf moeten herkennen. Dan kunnen ze ontdekken dat er een totale openheid kan zijn, terwijl de maatschappelijke processen en relaties op een goede manier doorgaan. Als ze dat niet in zichzelf herkennen, gaan ze zo opvoeden dat de aanpassing aan de maatschappij de nadruk heeft. De herkenning van de openheid hoeft niet tot de periode van het jonge kind beperkt te blijven. Het is echt een punt van bewustwording bij de ouders zelf.

Kinderen van nu hebben het hartstikke druk. Op de peuterzaal zijn er al stressverschijnselen. Hoe kunnen we in deze drukke wereld waarin kinderen van alles moeten doen en zo gestrest raken toch zorgen dat er die stille ondergrond blijft?
Het mooiste is dat ouders zelf die sfeer van stilte hebben en dat dat thuis duidelijk ervaren wordt. Daar groeit een kind in op. Daarbij kan het inzicht groeien dat niet overal achterheen gevlogen hoeft te worden. JeZelf blijven in een sfeer van stilte: dat ervaart en waardeert een kind.

Vanzelfsprekendheden
Volgens recente onderzoeken heeft 68% van de jongeren tussen de tien en veertien jaar stress. (bron www.kidsweek.nl).
Je schudt je hoofd bij het zien van die toestand en vraagt je af hoe dat veranderd zou kunnen worden. Je ziet wat voor lijden dat is. Je hoopt dat langzamerhand meer mensen de oorzaak gaan zien waardoor het lijden ontstaat. Je kunt niet één factor als oorzaak aanwijzen, want er zijn in de maatschappij vele verschillende factoren, zoals de drukte en dat ouders gestresst zijn. Vroeger speelde dat ook al, maar nu is die stress haast epidemisch.

Er zijn tegenwoordig teveel mogelijkheden en veel jongeren doen daarom maar niets meer. Ze gaan bijvoorbeeld van school af. In Rotterdam zwerven anno 2008 duizend jongeren op straat. Wat is juist in deze tijd de kernoorzaak van al die problemen bij jongeren?
Vanzelfsprekende vormen van met elkaar omgaan en om het leven vorm te geven, zijn nu veel minder aanwezig dan vroeger. Vroeger was het gewoon dat de zoon van de timmerman timmerman werd. Deze vanzelfsprekendheden zijn er niet meer. Toch kun je het kind laten zien dat er bepaalde vanzelfsprekendheden zijn, bijvoorbeeld, je leeft en hebt vitaliteit om wat te doen, dus het ligt voor de hand dat je dingen gaat doen en als je dat niet doet dan is er iets mis.

Als jongere ben je ook op zoek naar geluk en alle mogelijkheden staan open, maar mis je nog de realiteitszin van de volwassene dus ‘alles is mogelijk’, denk je. Je probeert dus alles uit. Deed jij dat vroeger ook?
Ja. Dat doen alle jongeren. Dat is beslist niet erg, behalve als zich dingen gaan doorzetten en vastzetten zoals roken, drugsgebruik, drankgebruik. Dan wordt er een nieuwe gewoonte gevormd en ontstaan er niet-noodzakelijke beperkingen. Het is dan geen uitproberen meer, maar een verder gaan zodat die toestand normaal wordt. Dan zitten de jongeren er aan vast.

Het gedrag van pubers heeft volgens psychologisch inzicht te maken met de hersenen.
Als je vanuit een bepaalde optiek kijkt, vind je bepaalde verschijnselen. Zo kun je vanuit de neurologische optiek zeggen dat wat er in de hersenen gebeurt, een grote invloed heeft. Dat breng je in verband met het veranderende gedrag. Maar je kunt overal naar kijken natuurlijk. naar het gedrag, naar de hersenen, naar de ervaring, naar de energetische sferen waarin ze zitten. Die aspecten kun je wel met elkaar verbinden, maar je moet er niet eentje uitlichten en dat als de oorzaak van alles zien. Van de andere aspecten zou je dat ook kunnen zeggen.

In een kliniek in Delft worden jongeren vanaf elf jaar opgenomen in coma met een delirium. Waar ligt de verantwoordelijkheid van de ouders?
Ja, dat is heel bar, ze zuipen zich lens. Vanaf zestien jaar wordt de verantwoording van de ouders steeds minder, maar bij twaalf-jarigen zeg je: ‘Stop’. En dat handhaaf je. Hier geldt het punt dat je kinderen beschermt in de voor hen gevaarlijke situaties.

Jongeren verwachten ook van ons dat we zeggen ‘dat is niet goed.’
Ja natuurlijk, dat is heel normaal.

Maar soms zie je dat ouders vriendje willen blijven met hun kind.
Als dat te sterk is, dat fout. Een relatie van ouder en kind is niet die van vriendjes. Je kunt wel vriendschappelijk met ze omgaan. Maar alleen al door het generatieverschil en de taak die ouders hebben ten opzichte van het kind ligt de relatie heel anders dan in een vriendschap.

Loslaten van de ik-concentratie
Wat vind je er van dat kinderen als volwassenen beschouwd worden?
Dat is niet terecht omdat zij niet het overzicht hebben dat een volwassene heeft.

Hoe is dit idee eigenlijk ontstaan?
In de jaren 70 was elke autoriteit verdacht en als reactie kreeg je de antiautoritaire opvoeding waar kinderen helemaal vrij werden gelaten. Het was een correctie van een te strakke autoritaire patriarchale toestand. Dat daar een doorbreking is gekomen is goed. Maar, als alle regulering wordt weggegooid, zie je dat kinderen helemaal geen houvast meer hebben. Die hebben ze wel degelijk nodig. Dat houvast hoeft geen absolute regels te zijn, maar vooral al een vertrouwde gang van zaken in huis. Dat geeft rust. Die rust kan een goede basis zijn voor openheid.

Jonge kinderen ervaren dat nog alles met elkaar verbonden is, dat onnoembare waarin alles vanzelf gaat en goed is. Ze raken dat al voor de puberteit kwijt. Is dat ‘kwijt zijn’ van dat onnoembare de reden van het ontstaan van vaak voorkomende angst en eenzaamheid in de puberteit?
Dat kwijtraken van de eenheidservaring gaat samen met de vorming van een afgescheiden ik-persoon. In de puberteit gaan grote horizonten open, terwijl er vaak een instabiel ik is. Dat ik is erg bezorgd om zichzelf en het is onzeker over de keuze van aanpassen of een eigen weg gaan. De grote ruimte wordt dan vaak ervaren als ‘Niets’ dat op je afkomt en dat wereld en zelf-zijn zinloos maakt. Dat wekt eenzaamheid, onzekerheid en angst op.

Wat vind je van de vele antidepressiva die uitgeschreven wordt voor jongeren?
Dat is een poging om op het niveau van de chemie van de hersenen de depressie aan te pakken. Tot op zekere hoogte wordt die depressie dan minder zwaar. Er zijn vele aspecten van depressie: de hersenen, het gedrag, de ervaring. Je kunt kijken of zo’n stofje in de hersenen kan helpen, maar dat blijkt maar tot op zekere hoogte en tijdelijk te zijn.

Hoe vang je dan een depressief kind op?
Een belangrijke factor is dat er wat meer inzicht komt, dat het een beetje bewust wordt van zichzelf. ‘Ik kan daar in die beperking blijven zitten en ik kan ook een beetje ruimer gaan kijken.’ Dat laatste is al iets dat een andere kant uitwijst dan die van de depressie. Kleine oefeningetjes waardoor ze ontspannen worden, kunnen ook verder helpen. De definitieve oplossing is er alleen bij het loslaten van de ik-concentratie. Ouders die zelf het ik-centrisme hebben losgelaten kunnen daarbij behulpzaam zijn.

Ik hoorde laatst een jonge man tegen zijn moeder zeggen: ‘Vroeger kreeg ik nooit merkkleding van je, maar daardoor werd ik op school wel buitengesloten en dat draag ik heel mijn leven met me mee.’
Geen enkele regel is in absolute zin belangrijk of waar. Merkkleding is opgelegd door de leeftijdsgroep en de reclame. Je kunt ze laten zien dat je niet overal mee in mee hoeft te gaan. Zijn er andere overwegingen, zoals buitengesloten worden, dan zou je tijdelijk toegeeflijk kunnen zijn. Dan staan er grotere belangen op het spel, zoals opgenomen worden in een groep. Dit kan dan even op de voorgrond blijven staan. Door dit open te bespreken, zal het kind later ook soepel met alternatieven om kunnen gaan vanuit een stabiel zelf-zijn.

Inzicht, openheid en liefde
Ze noemen de jongeren ook wel de MSN-generatie. Ze kijken gemiddeld vier uur per dag TV, volgen drie soaps. Ze zitten uren lang achter de computer en luisteren tegelijk naar muziek. Ze surfen en zappen, en ‘je doet het allemaal tegelijk’. Veel ouders hebben daar problemen mee. In hoe verre moet je daar in sturen?
Hopelijk heb je een ruim inzicht. Als je een duidelijk inzicht hebt in jezelf, in de kinderen en in de krachten achter de verschijnselen die je noemt, zal dit inzicht vanzelf doorwerken in wat je zegt en in wat je doet in je relatie met je kinderen. Dat zal dan aangepast zijn aan de situatie van de kinderen. Allereerst komt dus de algemene situatie van jezelf. Is er inzicht, openheid en liefde? En heb je er zicht op wat er met je kinderen gebeurt?

Moet je verbieden?
Natuurlijk zul je aan de ene kant je eigen visie mee laten wegen en aan de andere kant zul je rekening houden met de situatie van de kinderen.

Opvoedenis  dus aanpassen?
Ja, er is aanpassen aan het kind, maar het eigen inzicht speelt ook mee. Bij inzicht en liefde gaat alles vanzelf op de meest juiste wijze. Dan is er vanzelf een aanpassing aan de situatie.
Dat er bij het opgroeien van het jonge kind een ik-persoon ontstaat, is onvermijdelijk door zijn geringe mate van bewustzijn. Er is een incarnatie van zelf-zijn en dit loopt in de fuik van de lichamelijke situatie in de wereld. Door de hardheid van de wereld ontstaat een individueel bewustzijn en dat kan zich bewust worden van zijn oorspronkelijke staat. Dat is een positief punt van de incarnatie. De ouders doen er goed aan de beperkte identiteit niet te hard te maken, het kind niet vast te pinnen op een identiteit, zodat die bewustwording een grotere kans krijgt. Dat betekent de aanpassing waar we het over hadden.

Het belang om ontspanningslessen te geven op scholen is al grotendeels bewezen; (zie www.advaitacentum.nl Studie/Jongeren). Hoe kun je scholen zover krijgen dat het als een vak net als het vak sport gegeven gaat worden.
Alleen al dat er zoveel stress is bij scholieren, ook bij examens en toetsen, en dat leraren over onrust klagen, zou een voldoende reden moeten zijn om ontspanning en inzicht in het lesprogramma op te nemen. Ook los daarvan zou een herkenning van de ontspannen en heldere sfeer een reden kunnen zijn.

Praktisch gezien is er behoefte aan voorlichting aan opvoeders die het op de non-dualistische wijze willen benaderen.
De situatie van de ouder zelf is doorslaggevend voor het karakter van de opvoeding. Hoe meer de ouders in een sfeer van non-dualiteit aanwezig zijn, des te beter. Dus alles wat daar aan bijdraagt is positief. Ze doen er goed aan om steeds weer naar zichzelf kijken om te zien of hun sfeer nu de meest ideale voor de kinderen is.

Je krijgt kinderen, maar je hebt niets over opvoeden geleerd. Ook al ben je helemaal open, toch krijg je met van  alles te maken.
Hoe ruimer en bewuster het bij de opvoeders is, des te beter het is. Natuurlijk kun je dat niet van het gros verwachten. Zo is het ook bij mezelf gegaan. Je bent in een bepaalde ontwikkeling en er is je eigen drukte op het werk en dan heb je het gezin nog. Maar hoe meer je jezelf gevonden hebt, hoe opener je bent en des te beter het is. Dat daar wat meer aandacht voor komt, zou mooi zijn.

Vitale basis
Veel kinderen leven in de virtuele wereld van het internet. Sommigen worden er aan verslaafd en hebben geen werkelijke vriendjes meer. Ze leven in die virtuele wereld alsof dat de echte wereld is.
Als ze in de virtuele wereld leven, staan ze voor een groot gedeelte los van de primaire vitaliteit. Voor een kind is het normaal dat het beweegt, gaat voetballen met anderen, aan het schreeuwen is en aan het rennen. Dat hoort bij een kind. Nu zitten ze voor een computer waar die lichamelijke vitaliteit geen plaats heeft, behalve dan in die virtuele wereld terwijl ze op de stoel blijven zitten. Daar zijn wel angsten en de spanning van ‘ik wil dat bereiken; ik wil het volgende level bereiken’. Daarbij is er geen relatie met het primaire leven, want het is een heel kunstmatige wereld die vooral in het hoofd zit. De lichamelijke bewegingen worden minimaal, terwijl die nu juist de basis vormen van het gewone leven. Als die vitale basis niet meer tot zijn recht komt, is het begrijpelijk dat het leven wordt verstoord.

Onze jongste zoon zei laatst: ‘Vrijheid zit ook in beperking. Toen ik alsmaar voor de tv bleef hangen, zei jij steeds weer: “Ga er op uit en zoek een vriend op.” Ik baalde enorm maar moest van jou. Zo heb ik deels wel geleerd met mensen om te gaan en ook om alleen te zijn, om mezelf te vermaken en zelf initiatief te nemen.’
Als een kind maar blijft hangen en hij wordt naar buiten gestuurd, voelt het kind zich beperkt door de opdracht van de ouder. Maar daardoor krijgt hij wel een grotere vrijheid. Die moet je echter niet op hetzelfde niveau zien. Ergens op het niveau van bepaald gedrag komt een beperking en er is het verlangen alles te kunnen doen zonder beperking. Maar dat verlangen zit op het niveau waar een grote beperking zit, namelijk het niveau van blijven hangen en nergens zin in hebben. Dat is een situatie met een beperkte vitaliteit en inzicht van het kind. Dat het kind op dát niveau wordt aangepakt door te zeggen ’Jij gaat naar buiten’ is goed, omdat de ouder kijk heeft op een grotere vrijheid. Er zijn toch altijd beperkingen. Dus gebruik dan die beperkingen die leiden tot grotere vrijheid. Dan is die beperking waar het kind mee te maken heeft een weg naar vrijheid. Vanuit het hogere niveau is: ‘Jij gaat eruit’ dus geen beperking. Het is een normale gang van zaken dat een kind zijn vleugels uitslaat. Als dat niet gebeurt, blijft er de zware beperking.
Het was toen wel moeilijk om te doen, maar intuïtief wist ik dat dat het beste was. Ik zei wel dat ik van hem hield, maar dat dit zo moest. Eigenlijk weet je als opvoeder zelf al wat het beste is.
Daar komt het steeds op neer. Dat teruggaan naar de situatie van het eigen weten. Dat is ook de goede sfeer van de liefdevolle openheid. Die liefde én helderheid zijn het belangrijkste in de opvoeding.

Heb jij een concreet voorbeeld uit je eigen opvoeding?
Dat je, al is het achteraf, vaststelt dat de ouders van je houden. Dat is zo’n belangrijk element in het leven. Dat geeft rust aan het kind. Als je het hebt over een goed nest, dan geeft dit de doorslag. Dat een kind ervaart ‘mijn ouders houden van mij.’ Dat is een uitstekende basis voor het kind om zich ook later onbeperkt te kunnen ontspannen.

Als opvoeder moet je dus allereerst weer jeZelf  worden, voorafgaand aan al die aangeleerde begrippen. Is dat de clou van het hele verhaal?
Ja, die bewustwording en liefdevolle openheid.

Moeten we in deze tijd anders naar kinderen kijken?
Nee, want het gaat om principiële zaken die altijd al speelden en iedereen al weet: Helderheid, Openheid, Liefde. En dat zal altijd zo blijven.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Psychotherapie en non-dualiteit

    De psychotherapie en oosterse bevrijdingstradities zoals advaita vedânta en boeddhisme hebben in de laatste jaren een steeds grotere belangstelling voor elkaar gekregen. Ze hebben elk specifieke noties en werkwijzen, maar overlappen elkaar voldoende om een vergelijking mogelijk te maken.
    In dit boek worden diverse westerse psychotherapeutische stromingen en twee bevrijdingswegen die van oorsprong respectievelijk hindoeïstisch (Advaita Vedânta) en boeddhistisch zijn, met elkaar geconfronteerd.

  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • Naar de Openheid

    De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie. 
    Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod