Spiritualiteit: bewuste verruiming en transformatie

Douwe Tiemersma

In: Koorddanser 26 nr. 263 (mei 2009), p. 13


De Koorddanser is een blad voor de spirituele tijd en voor spiritualiteit, zoals op de voorpagina staat. Maar wat is spiritualiteit?

Mensen die voor het eerst de artikelen en de agenda in de Koorddanser lezen, worden verbijsterd door de diversiteit van de onderwerpen. Op een willekeurige bladzijde staan de woorden massage, dans, aromatherapie, paranormale waarneming, beeldhouwen, emotie, healing, seksualiteit, levenskunst, yoga, meditatie, God, rechtvaardigheid, en nog heel veel meer. In het ‘KD-kompas’ worden de talloze onderwerpen alfabetisch opgesomd. Wat is het spirituele in al deze dingen? Het heeft zin om hiernaar te kijken, omdat een zekere bewustwording nodig lijkt om niet in de grote zee van het aanbod te verdrinken en beter te gaan zien wat voor jezelf echt van belang is.
Het woord spiritualiteit wordt blijkbaar op allerlei zaken toegepast en een duidelijke definitie ontbreekt. Het komt van het Latijnse ‘spiritus’, dat luchtstroom, adem, leven en geest betekent. De betekenis is steeds meer  ‘geest’ geworden. In de spiritualiteit leg je je toe op deze ‘spiritus’. Dat betekent in ieder geval een verruiming en een transformatie van je eigen bestaan. In de verruiming breidt je eigen sfeer zich uit over grenzen heen. Daarbij is er een transformatie: je wordt vrijer, zuiverder en ijler, minder zwaar materieel. Dat ervaar je als je je in de spirituele richting beweegt. Je hebt blijkbaar een ervaring van verschillende toestanden met een verschillende ruimte, vrijheid, zuiverheid en zwaarte/lichtheid. Ook heb je een besef van iets wat ruimer en zuiverder is dan de bestaande toestand. Die ‘spiritus’ trekt en er ontstaat een behoefte om in die richting uit te gaan, dus om te komen tot verruiming en spirituele omvorming. Op allerlei wijzen krijgt dat vorm.

De vele wegen – de ene essentie

In de religieuze spiritualiteit is er de ervaring van een goddelijke werkelijkheid, bijvoorbeeld van de Bijbelse God, Jezus en Maria, van Vishnu, Ganesha, Krishna. Deze werkelijkheid laat je in je doorwerken, zodat je er bewust deel aan krijgt. Dat wil zeggen dat je eigen bestaan een verruiming krijgt en lichter, zuiverder wordt. Dat geldt ook voor die spiritualiteit die zich niet richt op een persoonlijke God, maar op de Natuur, de Kosmos, een Oerbewustzijn, het Oorspronkelijke zonder beelden en mythen.
De ‘spiritus’ kan zich manifesteren in alle aspecten van het leven en samenleven. Enkele belangrijke zijn de zich kosmisch openende adem, de ruimte van de vrije beweging, de sfeer van vrij stromende gevoelens tegenover verstandelijke starheid, de ruimte van creativiteit, de wereld van de geest, verbeelding, denken, wiskunde, het heilige wonen en de heilige familie, de open relatie met de ander (Ich und Du), de seksuele vereniging (o.a. de Tantra, de bruiloftsmystiek), de betekeniswereld met diepgang en soepelheid tegenover de wereld van vaste regels en vormen (letter en geest), de wereld waarin rechtvaardigheid heerst en vrede is.
De verruimde en lichte werkelijkheid kan ook herkend worden in de natuur. Dan kun je er aan deelnemen of er zelfs in opgaan. Sommigen hebben dat met huisdieren (bijv. de paardenfluisteraar), anderen met wilde dieren zoals wolven, bizons, arenden (sjamanisme), maar ook met dolfijnen. Het landschap kan ervaren worden als heilig; het erin opgaan is als een mystieke vereniging. In de bloesem- en aromatherapie is de wereld van de essence een verruimde, zuivere en ijle sfeer en de deelname daaraan werkt helend. Ook in de alchemie is de ‘spiritus’ een fijnere toestand van een stof die je zelf in die richting meeneemt. Zoutzuur (HCl) werd vroeger ‘geest van zout (NaCl)’ genoemd, omdat het vluchtig is. In het algemeen is er de spiritualiserende lijn van de diverse aggregatietoestanden van de stof: aarde (vast), water (vloeibaar), vuur (energie), lucht (gasvormig) en ether. Verschillende tradities geven wegen om in deze lijn deel te krijgen aan een ruime, vrije sfeer. Steeds gaat het om een overgang naar een ruimere en lichtere werkelijkheid. Deze spiritualisering kan zich tot op de niveaus van het mentale niveau (voorstellen, denken), van het inzicht en van de kosmische bewust-zijn doorzetten. Ze kan in de mystiek een overgang betekenen naar een dimensie die we goddelijk noemen. De ervaren werkelijkheid wordt steeds ‘zuiverder’ en ‘ijler’, dat wil zeggen minder vermengd met zware materialiteit. Ze wordt steeds ruimer en de vrijheid wordt groter. Hierdoor is het begrijpelijk dat mystici gaan spreken van een totale vrijheid in God, als een grote sfeer waarin je bent opgenomen en waarin er geen beperkingen meer zijn die te maken hebben met een gebondenheid aan het materiële.

Helderheid van geest

Blijkbaar gaat het in alle zogenaamde spirituele activiteiten om verruiming en transformatie naar een lichtere en ijlere zijnssfeer. Als je die kern van spiritualiteit herkent en als die voor jou de hoogste waarde krijgt, zul je je steeds meer direct daarop richten, op verruiming en zuivering, op het openen van jezelf. Dat vereist een helderheid van bewustzijn, een tegenwoordigheid van geest, omdat dan pas de oriëntatie goed kan blijven. Dan is het duidelijk wat de goede oriëntatie is en wat afleidingen zijn. De neigingen om in een beperkte situatie mee te gaan, kan dan worden herkend, de aantrekkelijkheid ervan worden doorzien; de goede oriëntatie kan aanblijven en de afleiding zet zich niet door. Ook die helderheid van geest, waarin je voortdurend bewust blijft van je eigen situatie, hoort bij spiritualiteit.
Waarschijnlijk krijg je dan steeds meer door dat die helderheid, die eigen ruimte van openheid en licht, de kern is van spiritualiteit. Je toeleggen op spiritualiteit betekent dan deze helderheid zoveel mogelijk bevorderen door daarin te verblijven. Het is je eigen zijnssfeer van helderheid. In de verruiming ervaar je steeds minder scheidingen met anderen en al het andere. De dualiteit gaat over in een non-dualiteit. De transformatie betekent een vrijer worden van alles wat je eerst beperkte. Die beperkingen blijken vooral ontstaan te zijn, omdat je bent meegegaan in patronen van denken en voelen die dualiteit en afsluiting veroorzaakten. De spirituele weg van verruiming en transformatie betekent een openbreken, een bevrijding. De kern van spiritualiteit is openheid zonder tweeheid ( non-dualiteit).

Non-dualiteit van ‘spiritus’ en alledaagse wereld

Als yogi en mystici weer terugkomen in het dagelijkse bewustzijn, ervaren ze de wereld vaak harder dan ooit. Zolang er een materieel lichaam is, is er een materiële wereld en zijn er lichamelijke en geestelijke processen. Het openkomen is niet alleen de realisatie van een geestelijke werkelijkheid, maar ook de acceptatie van de materiële wereld. De verruiming en transformatie loopt uit op een volledig verdwijnen van elke dualiteit, ook die van materie en geest. Het is prachtig als je de spirituele of bewustzijnswereld ervaart. Je bent daarin vrij, zonder de beperkingen van het materiële lichaam en wereld. Maar zolang er een lichaam is, heb je wel met het materiële bestaan te maken. Zolang dat een tegenstelling blijft, laat die dualiteit het conflict en het lijden voortbestaan. De problemen kunnen alleen verdwijnen als beide opgaan in een non-dualiteit. Het spirituele proces heeft geen grenzen. De hele werkelijkheid krijgt een dieptedimensie die spiritueel en non-duaal is.
Dit is al te vinden in de oudste geschriften die we hebben: de Vedische literatuur van het oude India. Vooral in de laatste delen ervan (de Vedanta: de Upanishaden) wordt steeds die non-dualiteit van de kern van alles (Brahman) en zelf-zijn (Atman) gesteld. Er is één oneindige sfeer van zijn, bewust-zijn, gelukzalig-zijn. Die kan worden herkend en wel als iets wat je altijd al bent. Het wordt meestal niet gezien, doordat mensen bevangen zijn door beperkte zaken. Het kan worden gezien en daarvoor kan het leren kennen van de verschillende spirituele mogelijkheden nuttig zijn. In de actuele situatie kan er steeds een onderscheiding zijn van de mogelijkheden die meer en minder ruimte geven. Als je dit onderscheidende vermogen goed gebruikt zal je spirituele ontwikkeling op een goede wijze verder gaan. De verruiming en transformatie gaan door en daar blijf je je bewust van. Kennen en zijn gaan samen in dit proces, tot de oorspronkelijke en altijd blijvende non-dualiteit duidelijk wordt herkend.
De spiritualisering bestaat er alleen tijdens een weg die je als mens afloopt. Als je werkelijk wakker bent geworden, zie je dat het een droom was. In dat wakker zijn, ben je vrij, vrij van je beperkte zelf-zijn, vrij voor alles en iedereen. Dat is Liefde.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

  • Mediteren leren

    Dit boek geeft een handleiding bij het leren mediteren voor beginners en voor de gevorderden die nog eens bij het begin willen beginnen. Het uitgangspunt is de spontane meditatie, die iedereen af en toe heeft. 

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod