Wat is verlichting?


Douwe Tiemersma

In: InZicht. Wegen van radicaal zelfonderzoek 7 nr. 3 (september 2005), p. 10-13



Iedereen heeft een besef van verlichting. Bij mensen die een spiritueel pad volgen, is dit besef bewuster geworden. Soms willen zij zo precies mogelijk weten waar het pad naar toe leidt. De redactie van InZicht stuurde hierover een aantal vragen. Voor het onderstaande zijn stukken tekst van advaitagesprekken in het Advaita Centrum in Gouda (www.advaitacentrum.nl) gebruikt.

Wat is verlichting?
Is er iets over verlichting te zeggen? Alleen in negatieve zin. Verlichting is de zijnservaring en de werkelijkheid van het wegvallen van alle scheidingen. Scheidingen verdwijnen bij wat verlichting wordt genoemd en daarmee de conflicten en eindeloze kringlopen. Het gaat dan vooral om het verdwijnen van de scheiding tussen ‘mijzelf’ en alles wat niet als eigen werd ervaren: het andere, de anderen, de wereld, de kosmos. Deze duale structuur wordt fundamenteel geacht voor het menselijk bestaan; zie de grammatica van de zinnen zoals ‘ik zie dat’, maar lost nu op. Bij dit samensmelten wordt alles wat eerst tot mijzelf werd gerekend een deel van het grote geheel, terwijl alles in dat geheel het aspect van zelf-zijn krijgt. Zelf-zijn en anders-zijn zijn dan niet verschillend meer. Er is geen begrenzing meer in vorm, kwaliteit en locatie voor het zelf-zijn.
Op de weg kan er de zijnservaring zijn dat het zelf-zijn vooral bewust-zijn is en dat jezelf als bewust-zijn de specifieke zaken waarmee ‘je’ was geïdentificeerd, loslaat. Dat betreft niet alleen het lichaam en de geest, maar ook de ik-wereld en ik-kosmos en uiteindelijk het ‘ik ben bewustzijn’ en ‘ik-ben’. Dan is er het besef van ‘Niets’, maar dan ook als er iets is, de zijnservaring van het samengaan van Niets en Alles.

De moeilijkheid iets over verlichting te zeggen
Een eerste moeilijkheid bij het beantwoorden van de vraag naar verlichting ligt in het gegeven dat begrijpen altijd in een kader plaatsvindt. Wat men ervaart of hoort, begrijpt men overeenkomstig het eigen standpunt en de reeds aanwezige kennis. Als iemand zegt, dat hij een heerlijke zoute haring heeft gegeten, weet je bij benadering welke ervaring hij daarbij had, als je zelf ooit zo’n haring at. Als je nog nooit een zoute haring hebt gegeten (alleen Japanners en Nederlanders eten rauwe vis), is het onmogelijk duidelijk te maken wat je bij het eten ervan ervaart. Voor het kunnen begrijpen van een ervaring is dus je eigen situatie doorslaggevend. Dat geldt heel sterk voor de zijnservaring van verlichting. Om iemand anders een zijnservaring te laten begrijpen via woorden, is des te moeilijker naarmate er minder gelijkheid van zijnservaringen is. Als het om ‘verlichting’ gaat, is het onmogelijk dit duidelijk te maken aan iemand die geen zijnservaring van verlichting kent en uitsluitend in een duale wereld leeft. Iemand die niet verlicht is, kan verlichting dan ook niet herkennen. Hij of zij ziet dan alleen wat het dualistische standpunt mogelijk maakt om te zien: een persoon. De herkenning die uitgaat boven de dualiteit valt buiten zijn of haar werkelijkheid.
Een tweede moeilijkheid is de aard van de verlichting. In de verlichting gaan de polen van alle tegenstellingen in elkaar op, terwijl je tegenstellingen nodig hebt om iets aan te duiden of te definiëren. De verlichte ‘staat’ is niet iets wat je kan aanwijzen, het is ‘niet dit, niet dat’. Over de verlichte ‘staat’ is principieel niet te spreken. Hij is niet te begrijpen. Als je denkt het te hebben begrepen, heb je Het niet begrepen (Kena Upanishad 2.3). Daarom zijn vanuit de dualiteit alleen verwijzingen te geven in negatieve termen, of naar grenssituaties waarin de grenzen van de dualiteit worden overschreden. Beschouw daarom alles wat hier over verlichting wordt gezegd alleen als een verwijzing, niet als een beschrijving.

Is verlichting wel te bereiken?
Verlichting kan nooit een positief punt zijn, want dan zou het een plaats hebben in de dualiteit. Je kunt er niet naartoe gaan, want dan zou het een eindpunt van de weg zijn in de dualiteit van het ‘je’. Je kunt je er niet aan vastklampen, want ‘je’ verdwijnt. Een persoon kan nooit verlichting bereiken of realiseren, omdat verlichting juist het wegvallen van de persoon is. Toch is er een zijnservaring van, hoewel die uiteindelijk niet in positieve termen is te beschrijven.

Is verlichting een eraring?
Als alle scheidingen wegvallen is dit een gebeuren dat plaatsvindt in de eigen zijnssfeer. Het is iets dat met jezelf gebeurt. Intern is er dan een zijnservaring van, ook al gaat daarin het eigen zijn samenvallen met het zijn van alles en is er geen begrensde ‘ik-ervaar’ meer. Het gaat dus om een zijnservaring van zelf-zijn dat oplost, een zijn dat intern wordt ervaren. Daarin gaan het kennen en het zijn samen. Iedereen is zichzelf, juist in zuivere zin. Als Zelf is Het te kennen (Kena Upanishad 2.4). Die bewuste herkenning is mogelijk. Kijk maar eens naar de interne ervaring van je eigen lichaam dat je van binnenuit ervaart én bent - deze gevoelsmatige zijnservaring wordt gemakkelijk onbegrensd. Word je eens bewust van je eigen leegtesfeer waarin geen vormen meer zijn, zoals in de diepe droomloze slaap, in de tussenperiodes tussen de gedachten, in het echte geluk. Er is wel degelijk een zijnservaring en een weten van de verlichte ‘staat’ mogelijk, ook al is daar niets meer over te zeggen. Er zijn talloze zijnservaringen die iets, tot op zekere hoogte, met verlichting hebben te maken en die iedereen wel kent, zo ook de diepe ontspanning en de eenheid met de natuur. Het gaat dan om een benadering van verlichting, om iets ervan duidelijk te krijgen vanuit het dualistische standpunt. De woorden wijzen dan in de richting. Ze wijzen op bepaalde zijnservaringen die voor de verdere bewustwording relevant kunnen zijn.

Gaat het om een plotselinge gebeurtenis? Zijn er verschillende fasen van verlichting?
Verlichtende ervaringen hebben de meeste mensen wel. Op het spirituele pad worden mensen zich steeds meer bewust van deze ervaringen en zien ze steeds duidelijker waar het om draait. Dit is een gradueel proces. Jean Klein noemde dit: het bouwrijp maken van de grond. Hierbij hoort ook nog het ‘ik weet hoe het zit’. Het cruciale element van de realisatie van het eigenlijke zelf-zijn, de hoogste waarheid, is het werkelijke en definitieve wegvallen van het grenzenmakende ik op een duidelijke, bewuste wijze, zonder een spoor van twijfel. Dit wegvallen en deze bewustwording is een proces waarvan het resultaat niet meer in de tijd is. Het is er ogenblikkelijk.
Wat de verlichtende ervaringen en de realisatie waard zijn, zal moeten blijken. Daarover is van tevoren geen zinnig woord te zeggen. Zolang het leven voortgaat, zijn er talloze situaties waarin maar moet blijken hoe het zit. Als de realisatie stabiel en volledig blijkt te zijn, kan van verlichting worden gesproken.
Het ik-zelf heeft allerlei aspecten of niveaus. De realisatie van het hoogste zelf, hoeft niet te betekenen dat het zelf-zijn op alle niveaus non-duaal is. De opening is wel definitief, maar vindt niet altijd direct op alle niveaus volledig plaats. Denk maar aan de diverse chakra-energieën, die bij degenen die als verlicht te boek staan of stonden niet altijd zuiver zijn. Denk maar aan de subtiele, ijle niveaus, waarop nog beperkte tendensen of neigingen (vâsana’s) werkzaam kunnen zijn en soms nog hun uitwerking krijgen op grovere niveaus van gevoelens en van handelingen. Realisatie heeft dus verschillende mogelijkheden. Er zijn verschillen bij ‘mensen’ die te boek staan als verlicht. Die verschillen zitten niet alleen in het karakter, dat zich min of meer voortzet zolang als er leven is. Zij zitten vooral in de mate waarin alle niveaus zijn gezuiverd, dat wil zeggen, in de mate waarin de non-dualiteit werkelijkheid is geworden op alle terreinen, in alle aspecten. Als dat volledig en definitief zo is, kan van verlichting worden gesproken.

Kan men naar de verlichting toewerken?
De dualiteit van ‘ik wil werken aan mijn verlichting’ heeft niets met verlichting te maken. ‘Verlichting’ is dan alleen een vaag besef van ‘iets’ dat belangrijk en wenselijk lijkt, een gevoel of gevoelsmatige notie. Men is er op gericht als een einddoel van de weg. Dat slaat niet op echte verlichting. Toch kan dat besef erg belangrijk zijn om de fixatie op wereldse zaken te verzwakken en om een gerichtheid en openheid te bevorderen. Hierdoor ontstaat een bewustwording die de ervaren situatie verandert. Het enige wat mensen in deze fase kunnen doen is bij die (relatieve) openheid te blijven. Hierbij kunnen middelen als yoga en meditatie (gericht op openheid) nuttig zijn. De open instelling laat de Openheid doorwerken. Die neemt op een gegeven moment het initiatief over. Vanuit de afgeslotenheid van een ik, is er geen ontsluiting van de Openheid.

Is een leraar nodig voor de verlichting?
Het is misschien mogelijk dat de verlichting doorbreekt zonder de hulp van een leraar. Voor vrijwel iedereen geldt dat een leraar noodzakelijk is. We spreken dan over de wereldse situatie waarin er iemand is die in iemand anders zo de openheid gaat ervaren dat deze terugslaat op hem- of haarzelf. Het is de concrete openheid van wat de leraar wordt genoemd die doorslaggevend is. Vooral wanneer het gaat om de meest subtiele processen bij de ‘leerling’, blijkt de zuiverheid, helderheid en radicaliteit van de openheid bij de ‘leraar’ van het grootste belang. Deze werken door in de ‘leerling’, ook als deze voor anderen een ‘leraar’ en satsang-gever wordt.

Hoe zit het met de explosieve groei van het aantal mensen dat verlicht zegt te zijn?
Als er een mens is die verlichting claimt, klopt daar niets van. Er is niemand die kan zeggen verlicht te zijn. Wel is duidelijk dat in het laatste decennium veel doorbraken tot realisatie voorkomen. Soms heb je het idee dat het zich als een griepepidemie verspreidt. Of die realisatie meer voorkomt dan vroeger is niet te zeggen. Dat denken in termen van tijd en ontwikkeling is ook niet belangrijk. Belangrijker is de vraag: hoe zit het met jezelf? Dat geldt ook nog na de realisatie voor zover er geen zuiver en stabiel ‘gevestigd blijven in Brahman’ is. Realisatie en verlichting moeten zich bewijzen voor wat ze waard zijn.

Is vermeende verlichting te onderscheiden van authentieke?
Niet dus door iemand die zelf geen weet heeft van verlichting. Het enige wat je kunt doen, is zo eerlijk en zo diep mogelijk bij jezelf te rade te gaan. Dan zit je al sterk in de richting van verlichting en dan zal het op een voor jou maximale wijze duidelijk worden hoe het zit me de openheid bij de ander. Er is één criterium dat men kan gebruiken om een zogenaamde ‘verlichte’ te diskwalificeren: de aanwezigheid van egoïsme. Egoïsme en verlichting sluiten elkaar per definitie uit. Als een ‘leraar’ ervan blijk geeft egoïstische tendensen te hebben, in welk opzicht dan ook, moet je weg wezen. Misschien is er dan iets te leren van hem of haar, maar niet iets dat met verlichting heeft te maken.

In hoeverre heeft verlichting een effect op de persoon?
Na verlichting is er geen persoon meer. Op die plaats is werkelijk leegte, geen ik en ik-plaats meer. Als er mensen zijn die een persoon zien die ze verlicht noemen, zal hen alleen maar duidelijk zijn dat in die schijnbare persoon geen ego is, maar openheid. Verder is er weinig meer over te zeggen dan dat die openheid zich zal tonen, gevoelsmatig en in de handeling. Dat zegt niets over het concrete gedrag, want een aanvallende houding, bijvoorbeeld, kan in dienst staan van het onderricht. Ook de karaktertrekken blijven zolang als er leven is. Het hangt af van de mate van zuivering op de diverse niveaus hoe zwaar zij een rol blijven spelen in het gedrag van de ‘persoon’. IJdelheid, bijvoorbeeld, kan zich nog doorzetten, ook al is er geen identificatie mee door een realisatie van de eigen ware aard. In de verlichte ‘staat’ zijn deze egoresten uitgewerkt. Herken dat in de bron van jezelf.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Satsang

    Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft.

  • Verdwijnende scheidingen

    Douwe Tiemersma
     

    Verdwijnende scheidingen

    Proeven van intercultureel filosoferen

    276 pagina’s, paperback

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod