21-01-2004 Brugge

21 januari 2004

Over de laatste bijeenkomst hoorde ik dat er geen dringende vragen naar voren zijn gekomen. Als het besef dat je vrij bent van condities en zo de zelf-standigheid centraal in de aandacht blijven, is dat ook voldoende. Dan gaat het proces door.

Toch is het goed om twee dingen naar voren te halen, waarover Ivan schrijft.

1. De relatie met de wereld Het afstand scheppen en de wereld observeren schept een zekere vrijheid van de wereld. Het is geen einddoel. Het is een middel dat bijdraagt aan het vrijkomen van hechtingen die onbewust het eigen zijn beperken. Als de terugtrekking in het bewustzijn doorgaat blijkt het eigen bewuste zijn vrijer te worden, meer te gaan openstaan voor alles wat zich aandient. Zo ontstaat een universele gevoeligheid, een universeel zijn. Dus het gaat niet om een isolement en om onverschilligheid, juist om het tegendeel. Maar, daarvoor is het nodig eerst de oude gewoontes en andere beperkingen los te laten. Hoe meer dat het geval is, des te meer ontstaat er eenheid.

2. ´Zelf´ In advaita-kringen wordt veel gesproken over ´zelf´ (mijzelf, jezelf, onszelf). De meeste mensen weten dat het persoonlijke zelf-zijn in de wereld een diepte heeft die daaraan voorbijgaat en kosmisch of universeel is. Als er sprake is van een groeiende zuiverheid en liefde, een groeiend begrip, geduld en geluk, betreft dit deze overgang. Maar wat gebeurt er bij deze overgang? Het persoonlijke zelf (ik) gaat zich dan als een kosmisch of universeel zelf ervaren. De persoonlijke elementen verdwijnen steeds meer. Op kosmisch niveau verdwijnen, als het goed is, ook nog eens de resten van de beperkingen van het zelf die daar nog aanwezig zijn. Zo is er een bewustwording en overgang naar Dat, de non-duale openheid, waar niets over te zeggen valt. Het is goed die diepte van zelf-zijn open te houden, ook al is er nog een spreken in persoonlijke termen over zelf en onszelf.

Ik hoop dat dit enige duidelijkheid geeft.

Iedereen een hartelijke groet,
Douwe


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

  • Satsang

    Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod