4-6 Wat je kunt doen is je zijnsmogelijkheden en de dynamiek van zelf-zijn leren kennen


Jaargang 4 nr. 6 (17 maart 2003)

In het laatste (februari-) nummer van Inzicht stond een tekst van Douwe over 'Religie en advaita' en een bespreking van ‘Naar de Openheid’ door Paul Blok. Beide teksten zijn als bijlage bij deze Advaita Post opgenomen.

Het wekend op de Hoorneboeg (5 en 6 april) komt nu snel dichterbij. Het thema is ‘Stilte’. Het gaat dan om een precieze bewustwording met veel stilte van: de stille getuige, van de grote stilte en van de Stilte in het leven.

Tekst
Uit een gesprek op Schiermonnikoog, 14 juni 2002, deel 6
Wat je kunt doen is je zijnsmogelijkheden en de dynamiek van zelf-zijn leren kennen

Voor mij is de open oriëntatie rondom.
In welke zin je je aandacht ook laat uitbreiden, als dat werkelijk plaatsvindt, wordt het bewustzijn universeel. De uitbreiding naar voren in een rechte lijn vertaalt zich heel gemakkelijk in een uitbreiding in de breedte en achterwaarts. Er ontstaat een opening, niet alleen naar het oneindige voor je, maar helemaal rondom.

Het is duidelijk dat het onpersoonlijk is.
Ja, dat stel je vast. Ook al zit je ergens op een bepaalde plaats in de kosmos, je zit niet meer in de oude situatie. Dus er is niet meer de gewone persoon, want deze zit in de wereld tegen de dingen aan te kijken. Wanneer werkelijk alles open komt en terugkeert, ben jezelf veranderd. Dan is er niet meer de situatie van: ‘ik zie dat’, maar: ‘Zelf ben ik alles’, ook al is er ergens nog een bepaald standpunt.
Het is zinnig om dat allemaal precies te zien. Probeer het onder woorden te brengen, dan zie je des te duidelijker ook de mogelijkheden, de verschillende situaties, mentaal en boven-mentaal. Het is goed om daar een steeds duidelijker zicht op te krijgen, ervaring mee te krijgen, zodat je weet hoe je eigen situatie nu is en zodat je weet wat je kunt doen om die te laten openen. Dus, door een grotere kennis van de structuren van zelf-zijn en van de dynamiek van zelf-zijn weet je wat je kunt doen, hoe je je anders kunt oriënteren en wat daardoor verandert. Dan gaat de opening verder. Natuurlijk, al deze dingen blijven betrekkelijk, het blijft een wereld van verschijnselen. Toch is het goed daar kennis van te krijgen, omdat mensen daarin vaak blijven steken.

De kennis gaat door tot op de grens van wat je kunt vaststellen. Je komt dus wel op een rand terecht, waarop je merkt dat er steeds moeilijker iets vast te stellen en te verwoorden valt. Wanneer je daar op de grens bent, blijf dan daar maar zitten. Dan is er al heel veel opgelost, en dan is er een openheid voor wat daar bovenuit gaat, of terug, wat er aan de verschijnselen vooraf gaat. Dan kan het allerbelangrijkste gaan gebeuren.

Douwe, het is zo moeilijk te bepalen waar je blijft steken.
Wanneer je het hele terrein in kaart brengt, krijg je steeds gemakkelijker het vermogen om je eigen situatie vast te stellen. Je moet dus wel erg helder blijven, steeds weer vaststellen: waar zit ik op het ogenblik? Ik ben er op deze manier, ik zit daar op die plaats en ik heb zo’n opening van bewustzijn, ik heb hier nog wat verkrampingen maar daar en daar is het open, enzovoort. Nogmaals, het blijft hier gaan om het terrein van de verschijnselen. Dus het gaat om voorbereidende werkzaamheden die je zou kunnen uitvoeren zodat je niet in een vroege fase ergens blijft steken. Daardoor kan er een ontwikkeling op gang komen, waarbij je steeds minder gaat doen, waarbij je op een gegeven ogenblik helemaal niets meer kan doen. Maar, als je in een vroege fase ergens blijft steken, zonder dat je het doorhebt, dan blijft de sfeer van onwetendheid bestaan. Dus de advaita-benadering heeft daarom als belangrijke component: meer je bewust worden van je situatie, hier en nu; en jezelf verder leren kennen in alle mogelijkheden en de dynamiek, met de veranderingen en de krachten die werkzaam zijn. Nogmaals, hoe meer kijk je er op hebt, des te minder kans loop je om ergens met oogkleppen op te blijven zitten.

Ook als er veel is opengebroken, als je werkelijk de sfeer van vrij-zijn ervaart, dan nog is het bewustzijn van de wereldse situatie belangrijk. Blijf helder, zie wat er gebeurt en, voor zover er iets niet helder is, heb dat dan ook door. Wanneer er een doorbraak was, is dat prachtig, maar het moet nog maar blijken wat hij waard is. In het licht kun je vaststellen: daar zit nog een zekere spanning, een zekere beperking. Dat is niet erg, maar het moet wel duidelijk vastgesteld worden zodat je daar niet op een onbewuste manier aan vast blijft zitten. Als er nog van die zwarte brokken zijn, blijf er niet tegenaan kijken, maar laten de aandacht en het gevoel zich maar verlengen en uitbreiden. Dan krijg je ook daar de oneindigheidsdimensie. Dat betekent dat niet alleen de externe dingen, maar ook de interne verschijnselen heel betrekkelijk en doorzichtig worden, en dat je er niet meer aan vast zit. Het is goed om hier op Schiermonnikoog te zijn waar je werkelijk de ruimte hebt, waar je de horizon kunt zien, maar op een gegeven ogenblik is dit niet meer nodig want je ziet voortdurend de horizon, ook in de stad, ook wanneer je hier in een afgesloten ruimte bent.

Eerste bijlage
Religie en advaita
Douwe Tiemersma

Waarom zou je je bemoeien met religie? Advaita gaat verder dan de religieuze vormen. Ze gaat er aan vooraf. Het beste en enige wat je kunt doen, is blijven bij je intuïtief besef ervan en je niet laten afleiden. Toch is het goed vroeg of laat in je eigen sfeer de mogelijkheden en beperkingen van de religieuze ervaring precies te leren kennen.

De kern van de advaita-benadering is zelf-kennis: een levend inzicht in dat wat je niet bent en dat wat je bent. Voorwaarde voor die kennis is een heldere blik en herkenning van alles wat zich in de zelfruimte aandient. Dat zijn onder andere ervaringsverschijnselen in de religieuze sfeer.

Wat is de religieuze sfeer? Kijk eens naar de vele vormen. Alle culturen in alle tijden laten vormen zien die we religieus noemen: bouwwerken, voorwerpen, rituelen, teksten, kleding, gedrag, enzovoort. Deze hebben ook een ‘binnenkant’ van ervaring, van beleving. Maar, wat een bonte verscheidenheid. Toch hebben ze iets gemeenschappelijks, anders zouden we ze niet alle religieus noemen.

Bij alle uiterlijke en innerlijke religieuze vormen gaat het om mensen die een besef hebben van de beperktheid van hun eigen bestaan. Niet alles kan in je leven, je leefwereld is maar klein en het leven kort. Maar, meteen houdt dit besef van eindigheid een besef van een ruimere sfeer in, waarin die beperkingen niet gelden. Als je een ervaring of een idee van een grens hebt, betekent dit zowel dat je jezelf binnen de grens ervaart, als dat je weet dat er wat over die grens ligt. Religie is de relatie van mensen met dat wat over de grens ligt van de mensenwereld, wat transcendent is ten opzichte van deze wereld. Deze relatie behoort tot het meest fundamentele en intieme van het bestaan, zo vinden mensen.

Dat transcendente wordt voorgesteld in verschillende vormen en van verschillende namen voorzien. Zo zijn er de bovenmenselijke natuurverschijnselen en natuurkrachten, bovenmenselijke wezens, een almachtige en alwetende persoon. Gedeeltelijk hebben ze menselijke eigenschappen, zoals jalousie en toorn, gedeeltelijk zijn ze niet onderworpen aan de menselijke beperkingen zoals sterflijkheid. De godenwereld (de hemel, devaloka) wordt meestal voorgesteld als een oord waarin geen leed is, waarin men geniet van alles waarnaar hier op aarde wordt verlangd: onbeperktheid van licht, liefde, ruimte, tijd … Je kunt dat hier en nu al ervaren – je wordt opgenomen in het licht, de pracht, de zachtheid, het hemelse gezang, daar waar alles alleen maar goed is. Dat is ‘zalig’, prachtig, mooier dan woorden kunnen uitdrukken. Je hoeft nooit meer terug, de wereld verbleekt daarbij.

Maar, de hemel kan ook op aarde zijn, soms tenminste. Dan is er vrede bij de mensen van het welbehagen. Op een andere wijze werkt God of het goddelijke ook door in de wereld volgens de religieuze ervaring. Woorden als openbaring, schepping, voorzienigheid, genade, oordeel, slaan op deze werking.

In de Vedische tijd ontstond in India de notie van Brahman als Dat wat voorafgaat aan alle vormen en voorbijgaat aan alle vormen, als Dat wat in alle dingen en wezens aanwezig is als essentie en fundament, maar toch hiervan onafhankelijk is. In de Upanishaden worden lijnen gevolgd van de gewone dingen naar de goden en naar de kosmos, bijvoorbeeld de kosmische energie. Dan wordt gezegd dat Brahman voorbij de godenwereld en de kosmos ligt en eraan vooraf gaat.

De structuur van de religieuze ervaring laat vaak een scheiding zien tussen mens en God, het goddelijke. Deze dualiteit wordt vooral in het monotheïstische jodendom, christendom en islam duidelijk gesteld, hoewel er in het christendom één uitzondering voor Jezus wordt gemaakt. De scheiding betekent een afstand, waarbij de mens zich klein en zondig of ontoereikend voelt. Het Transcendente boezemt eerbied, huiver, soms angst in. Religie is dan het geheel van activiteiten om zich op een goede wijze te verhouden tot het Transcendente: devotie, aanbidding, ascese, zuivering, zich houden aan de Wet, enzovoort. Door de goede verhouding komt er voorspoed, vrede, een zalige sfeer, zaligheid.

Als er sprake is van religieuze mystiek wordt er ook een afstand tussen mens en God gesteld, maar een afstand die is te overbruggen. Er is een weg naar eenwording of tot een herkennen van eenheid met het transcendente. Een idee dat hier logisch bij hoort is dat de kern van de mens en het goddelijke niet geheel verschillend zijn. Dat is het geval in niet-westerse culturen waarin er geen scherpe scheiding bestaat tussen de mensenwereld en de godenwereld. Er zijn talloze overgangsvormen zoals halfgoden (mens-goden en godmensen), er zijn overgangen bij een goddelijke incarnatie of een opgaan in de godenwereld.

In de Advaita-traditie werd uitgegaan van het transcendente Brahman, het besef van een
Werkelijkheid die alles mogelijk maakt, draagt en doordringt, maar die er eerder was, die er zal zijn als onze kosmos is verdwenen, die er onafhankelijk ervan blijft. Dan wordt er vanaf de oude Upanishaden gezegd: ‘Dat ben Jij.’ De oneindigheid of het absolute dat je vindt als je doordringt tot het fundament van de kosmos is ook in jezelf te vinden. Een zelfonderzoek en zelfmeditatie laat dit zien. Dat wat je als Brahman intuïtief ervaart, herken je als je Zelf. Beide zijn identiek.

Voor degenen die de advaita-benadering volgen is het zinnig om religieuze ervaringen en verschijnselen in de eigen ervaringssfeer te herkennen in verband met de eigen beperkingen en mogelijkheden.

1) Tot op een zekere hoogte betekent religie een openbreken van de zelfgenoegzame ik-sfeer, het centraal stellen van ‘ik’ (egocentrisme), van de mens (antropocentrisme). Iets van buiten manifesteert zich, waardoor het ik-bestaan gerelativeerd wordt en een ruimere sfeer wordt ervaren. Dat is de waarde van religie.

2) De herkenning van religieuze aspecten van je bestaan maakt het mogelijk te zien in hoeverre je aan religieuze ideeën vastzit, hoezeer die ideeën je zelf-zijn beperken. Dat gaat tot op het niveau van subtiele gevoelens van klein-zijn, afhankelijkheid, bepaald worden en schuld. Vaak speelt daarbij de conditionering als kind een grote rol.

3) Vroeg of laat zal men bij de advaita-benadering een besef of ervaring hebben van Dat wat voorbij de grens van het menselijke gaat. Dat besef is er vaak niet en dan is er ook de diepgang niet die nodig is voor een werkelijk verlichtende doorbraak. In de traditie stelt de advaitaleraar de eis aan een nieuwe leerling dat hij of zij het onderscheid kent van het tijdelijke en het eeuwige. Op de advaita-weg van zelfonderzoek en zelfkennis is er een voortgaande herkenning van wat je bent in de peilloze dieptedimensie van zelf-zijn voorafgaande en voorbij aan de zelfbeelden. Daarom is ook het openstaan van deze dimensie religieus-mystiek van aard.

4) Wat werkzaam is bij de bevrijdende doorbraak is de Openheid. Deze manifesteert zich en doet de beperkte vormen van ‘ik’ en de ‘ik-leefwereld’ oplossen. Het is een werking van buitenaf. ‘Ik’ kan zichzelf niet bevrijden van zichzelf. Zelf kun je alleen bij die manifestatie van Openheid blijven, het gat in de ik-sfeer openlaten. Dan is er de mogelijkheid van het totaal oplossen, overgave.

5) In de advaita-realisatie zijn er geen knopen en beperkingen op het niveau van het religieuze meer. Dat wil niet zeggen dat het religieuze verdwenen is, maar dat ook die sfeer volledig is opengebloeid. De transcendentie heeft zich volledig verwerkelijkt, zodat er geen tegenstelling en scheiding tussen het absolute, het goddelijke en het menselijke meer zijn. In advaita is alles, ook het religieuze, volledig tot ontplooiing gekomen, omdat alle beperkingen zijn weggevallen.

Tweede bijlage
Douwe Tiemersma, Naar de openheid
Advaita Centrum, Leusden 2002, heruitgave van het in 1983 uitgegeven boek bij Mirananda

Douwe is inmiddels meer dan een kwart eeuw een traditionele advaitaleraar en dit feit zou
genoeg aanleiding zijn voor een jubileumuitgave van zijn eerste boek dat hij in 1982 schreef. Maar de heruitgave vond plaats in alle stilte.
Douwe zegt hier zelf over in het ‘Woord vooraf’ bij de herdruk: ‘…Al lange tijd is de eerste uitgave uitverkocht, maar twintig jaar later is er nog steeds vraag naar. Het is opvallend dat de inhoud van het boek geen aanpassing behoefde. Blijkbaar is zij niet erg afhankelijk van de tijdgeest en heeft zij een kern van waarheid die door alle maatschappelijke en geestelijke veranderingen staande blijft.’
Douwe Tiemersma is – mede door zijn onderwijservaring – een goed didacticus. In dit boek gebruikt hij sprekende voorbeelden uit de ons bekende wereld om die als introductie te gebruiken om ons telkens te begeleiden naar de wereld van de openheid.
Daarnaast is hij docent filosofie en dat vinden we terug in zijn meer algemene formuleringen rondom elk thema.
Maar bovenal is Douwe een traditioneel advaitaleraar en die benadering is in ieder behandeld thema goed herkenbaar. Het is het uiteindelijke waar het hem, vanuit alle diverse benaderingen, om te doen is.
Douwe schrijft vanuit zijn eigen gerealiseerde vrijheid, welke hij het liefst omschrijft als openheid.
Zo lijkt er een drietraps opbouw per thema te zijn ontstaan (welke overigens niet zo vast ligt als ik dat nu omschrijf) van introductie met een voorbeeld, vervolgens de algemene filosofische benadering en ten slotte de verwijzing naar het uiteindelijke.
Daarnaast is er ook in de gekozen thema’s een opbouw te ontdekken van het op weg gaan naar de verlangde openheid (thema 1 tot en met 9), terwijl er daarna direct naar het hoogste wordt verwezen.

Een voorbeeld van de opbouw bij het thema ‘vertrouwen’ (ingekort):
‘De bevrijdende ervaring niets en toch alles te zijn wordt vaak in de weg gestaan door de diepzittende angst zichzelf te verliezen. Deze angst, die eigenlijk angst is voor de eigen dood, verhindert de totale ontspanning.
Wanneer je gaat slapen vertrouw je erop dat alles goed is. Je hoeft niet meer waakzaam te zijn om je te handhaven. Wanneer je eet vertrouw je erop dat het voedsel gezond is.
Bij het leggen van een contact, open je je wereld, je eigen ik. Je laat de ander toe tot je zelf. Het betekent zich kwetsbaar durven opstellen Dit alles doe je in vertrouwen.
De bewustwording van dit vertrouwen is erg belangrijk. Door in het aanwezige vertrouwen te duiken wordt het vertrouwen en ook het geluk oneindig groot. Dit betekent dat het eigen zijn ook oneindig groot wordt. Dan is er alleen nog maar Sat-Chit-Ananda, waarvan het vertrouwen in het praktische leven een zwakke weerspiegeling was.’

De eerste negen thema’s zijn: Op weg, Verwondering, Intuïtie, Aandacht, Waardering en keuze, Verlangen, Willen, De leraar, en Energie, dan volgen Spel, Zuiverheid, Vertrouwen, Thuis-zijn, Liefde en geluk, Zekere kennis, Bewustzijn, Zijn-bewustzijn, Je hand - je lichaam, Stilte en Openheid.
De thema’s worden afgewisseld met gedichten die Douwe zijn bevrijdingservaringen weergeven en verder is het boek verluchtigd met tekeningen.
Het is knap hoe Douwe telkens vanuit een andere invalshoek de lezer bij de hand neemt en hem, bijna onopgemerkt binnen leidt in de wereld van de ultieme openheid.
[Paul Blok]

Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

  • Satsang

    Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft.

  • Meditatieboekje

    Korte teksten die je meenemen naar openheid

  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod