Dasbodh


“Dasbodh” is de titel van een spirituele tekst , geschreven in de 17e eeuw in het Marathi door Shri Samartha Ramdas. Marathi is de taal die gesproken wordt in Maharashtra, een deelstaat in het zuiden van India. Siddharameshwar, de guru van Nisargadatta, gebruikte vaak een vers uit Dasbodh ter inleiding van zijn satsanggesprekken. In 2010 is er een Engelse vertaling verschenen van Dasbodh bij Sadguru Publishing (www.sadguru.us). Onderstaande is een vertaling van hoofdstuk 9, paragraaf 2.

  1. Alles wat een vorm heeft zal vernietigd worden op het moment dat dit universum zijn einde vindt. Slechts de Ware Vorm (Swaroopa) van het Zelf bestaat eeuwig.
  2. Dat, wat eeuwig is en de Essentie van alles,  is niet onwaar. Het is Dat wat onafgebroken is en wat alles doordringt.
  3. Dat, wat de “Ware Aard van God” is, wordt ook de “Ware Aard van het Zelf” genoemd. Hiernaast kent Dat ook nog ontelbare andere namen.
  4. De naam wordt gebruikt als verwijzing om voorbeelden te kunnen geven, maar de vorm of natuur van het Zelf wordt niet gedekt door de naam.
  5. Dat is zowel binnen als buiten objecten, maar het verschuilt zich voor de wereld. Het is alsof het niet bestaat, terwijl het ons zeer nabij is.
  6. Als men op deze manier over God hoort spreken ontstaat het verlangen om God te zien. Wanneer men echter een poging doet om God te zien, ziet men slechts de zichtbare wereld om ons heen.
  7. Wanneer men Dat tracht te zien, dan worden slechts de objecten die zich aan de ogen voordoen waargenomen. Door op deze manier te zien verkrijgt men wel enige bevrediging, maar het is niet het ware zien van God.
  8. Al het zichtbare dat wordt gezien wordt uiteindelijk vernietigd. Daarom wordt er betreffende al datgene wat met de ogen wordt gezien in de Upanishaden gezegd dat dat niet de Ware Aard van iets is.
  9. De Natuur van het Zelf kent geen enkele verschijningsvorm en is niet te bevatten. Datgene wat zichtbaar is en een verschijningsvorm heeft, is zowel illusoir als onwerkelijk. De Vedanta leert ons dat alles wat verschijnt uiteindelijk vernietigd wordt.
  10. Als men een poging doet om te zien, dan worden er slechts zichtbare verschijningsvormen waargenomen. De Realiteit ligt voorbij datgene wat zichtbaar is. Als men het Zelf ervaart dan wordt er gezien dat de Realiteit zowel binnen als buiten al het zichtbare aanwezig is.
  11. Welke aanwijzing kan er worden gegeven ten aanzien van Dat wat niet te bevatten, onzichtbaar en zonder attributen is? Begrijp dat je Ware Aard je het meest nabij is.
  12. Op dezelfde manier als alles in de ruimte verschijnt en de ruimte alles doordringt, zo is ook de Heer van het Universum binnen en buiten alles.
  13. De Ware Natuur van God is zodanig dat hij in water aanwezig is zonder nat te worden, in aarde aanwezig is maar niet tot stof vergaat en in vuur aanwezig is zonder te verbranden.
  14. Het is aanwezig in een modderpoel maar verdrinkt niet, het is aanwezig in de lucht zonder weg te vliegen, en het is in goud aanwezig maar kan niet tot gouden ornamenten omgevormd worden.
  15. Op dezelfde manier doordringt het alles,  maar kan het niet bevat worden. Datgene wat verdelingen en onderscheidingen creëert in onverdeelde eenheid wordt trots, of het ego, genoemd.
  16. Nu worden er enkele kenmerken van de ware aard van deze trots opgesomd met de bedoeling dat deze trots gemakkelijk herkend kan worden. Luister goed naar deze uitleg.
  17. Trots doet een poging de Realiteit te bevatten alsof deze een onderdeel van de ervaring zou zijn en vervolgend tracht ze woorden te vinden om deze buitengewone ervaring te omschrijven.
  18. Trots zegt: “Ik ben nu de Realiteit”. Dat is zelf een vorm van trots. Het maakt uit zichzelf onderscheidingen in het vormloze.
  19. De misleiding van trots is zodanig dat het stelt: “Ik ben Brahman”. Dit wordt duidelijk door te kijken met de meest subtiele middelen om te zien.
  20. Het voorstellingsvermogen schept verlangens  en resulteert in een bepaalde interpretatie; de Realiteit ligt echter voorbij het voorstellingsvermogen. Daarom kan het einde van het eindeloze niet gevat worden.
  21. Zowel verklaringen die zich in een logische volgorde voltrekken als ingebeelde veronderstellingen bevinden zich beide op het niveau van de woorden. Het onderscheiden van de “woordloze stilte” moet echter inwendig worden volbracht.
  22. Luister eerst naar de ogenschijnlijke betekenis van woorden en herken vervolgens waar deze woorden naar verwijzen. Wanneer datgene waar de woorden naar verwijzen gezien is, dan verdwijnt de ogenschijnlijke betekenis.
  23. Beweringen als “Alles is Brahman” en “Niets dan Brahman” zijn slechts woorden die gebruikt worden om naar een diepere betekenis te verwijzen. Wanneer echter Dat waar naar verwezen wordt ontdekt is, dan verdwijnen de verwijzingen.
  24. “Alles”en “Niets” zijn slechts perspectieven met betrekking tot Brahman die enkel op het niveau van de woorden bestaan. Als de aandacht van iemand echter gericht blijft op Dat waar naar verwezen wordt, dan verdwijnen beide concepten (zowel dat alles Brahman is, als ook dat Brahman puur en niet bezoedeld door “dingen” is).
  25. Dat waar naar verwezen wordt moet worden ervaren. Dan hebben de woorden die gebruikt worden om er naar te verwijzen geen nut meer. Wanneer dat “diepste principe” ervaren is, steekt ook het verlangen om er over te willen spreken niet meer de kop op.
  26. Als de vier typen van spraak ( de innerlijke inspiratie tot geluid, geluid op het niveau van het hart, geluid in het gebied van de keel en geluid dat werkelijk wordt voortgebracht) verdwenen zijn, waar is er dan nog ruimte om taal te gebruiken en vaardigheden met woorden te demonstreren?
  27. Als een woord eenmaal uitgesproken is, dan is het voorgoed verdwenen. Waar vind je hier iets blijvends? Dit is zo en er is geen bewijs voor nodig om dit te constateren.
  28. Woorden zijn vergankelijk en derhalve worden ook alle meningen en argumenten uiteindelijk tot niets gereduceerd. Concepten als “Alles is Brahman” en “Niets dan Brahman” hebben geen plaats in de feitelijke ervaring zelf.
  29. Luister nu naar de kenmerken van deze ervaring. Begrijp dat deze ervaring inhoudt dat er “niets anders”is. Luister naar de kenmerken van deze Eenheid zonder iets anders.
  30. “Niets anders”betekent dat er geen enkel ander ding is. Bij overgave van jezelf worden alle gehechtheden losgelaten en alleen het Zelf blijft over.
  31. Voor het Zelf bestaat er niet zoiets als een afgescheiden zelf. Dit is op zichzelf een kenmerk van onthechting. Deze woorden worden slechts gebezigd in de hoop dat U tot inzicht zult komen.
  32. Want hoe kan Dat, waar naar verwezen wordt, uitgedrukt worden in woorden? Door te luisteren naar de grootse uitspraken (mahavakyas) van de zelfgerealiseerden kan men zeer gemakkelijk tot inzicht komen.
  33. Door te luisteren naar verklaringen omtrent de Realiteit kan men Brahman zonder attributen bereiken. Om tot inzicht te komen moet men zichzelf door zichzelf zien.
  34. Zonder woorden te gebruiken moet men telkens opnieuw de betekenis van Dat waar naar verwezen wordt in ogenschouw nemen, terwijl men er tegelijkertijd helemaal in opgaat. Dat is de reden dat men niet-spreken een sieraad van waarlijk grote mensen noemt.
  35. Woorden zijn tot stilstand gekomen en de Veda’s zijn sprakeloos door te zeggen “niet dit, niet dit” (neti, neti). Dit moet tot feitelijke Zelf-ervaring worden.
  36. Als men, nadat men een ervaring heeft ondergaan, toch doorgaat met zich overgeven aan  veronderstellingen  en speculaties, dan is dat een teken van hardnekkige trots. In feite komt dit neer op zeggen: “Ik ben onwetend en ik ben niet in staat om tot enig inzicht te komen”.
  37. Zeg in plaats daarvan: “Ik ben onwaar, mijn woorden zijn onwaar, mijn gedrag en lopen zijn onwaar. “Ik”en “mijn” zijn onwaar, alles is onwaar. Alles ontspruit slechts aan mijn voorstellingsvermogen.
  38. Voor “ik”en “mijn” is er helemaal geen plaats. Al mijn woorden zijn volkomen betekenisloos. Alle manifestaties zijn slechts illusie en onwaar.”
  39. Zowel de manifestaties (Prakriti) als  “ het Oorspronkelijk Zijnde dat voorafgaat aan elke vorm van manifestatie” (Purusha) zijn beide ertoe veroordeeld om weer te verdwijnen. Hoe kan er dan een op zichzelf bestaand individu bestaan?
  40. alles verdwenen is zonder iets achter te laten, hoe kan er dan iets overblijven? Dat zou zoiets zijn als de stilte verbreken door te zeggen “Ik ben stil”.
  41. Verbreek daarom de stilte niet. Als er gehandeld wordt, doe dan niets. Wees niets, terwijl je bestaat. Dit wordt slechts begrepen door je onderscheidingsvermogen ten volle te benutten.

(J.C.)


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Meditatieboekje

    Korte teksten die je meenemen naar openheid

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Mediteren leren

    Dit boek geeft een handleiding bij het leren mediteren voor beginners en voor de gevorderden die nog eens bij het begin willen beginnen. Het uitgangspunt is de spontane meditatie, die iedereen af en toe heeft. 

  • Pranayama

    Dit boek is een praktische handleiding bij het beoefenen van pranayama. Alle onderdelen van de traditionele pranayama komen hierbij aan bod.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod