Relaties

Een interview met Douwe Tiemersma door Pia de Blok

In: InZicht. Wegen van radicaal zelfonderzoek

'Het probleem is dat mensen wel eenheid willen, maar zichzelf daar niet aan willen overgeven. Ze willen eenheid, zonder de eigen persoonlijke vormen te verliezen. Ze willen volledige liefde, maar ze beperken die meteen. Dat kan per definitie niet en dat geeft een groot conflict. Dat is het tragische van mensen'


Vrijwel iedereen zoekt een relatie waarin de eenheidservaring honderd procent is. Maar dat schijnt zelden of nooit te gebeuren.

Ja, iedereen zoekt die volledige eenheid. Blijkbaar is er een gemis en het gevoel dat dit aangevuld moet worden. Als er iets van eenheid wordt ervaren, is er vreugde. Mensen zoeken de oneindige vreugdevolle eenheid.
Het probleem is dat mensen wel eenheid willen, maar zichzelf daar niet aan willen overgeven. Ze willen eenheid, zonder de eigen persoonlijke vormen te verliezen. Ze willen volledige liefde, maar ze beperken die meteen. Dat kan per definitie niet en dat geeft een groot conflict. Dat is het tragische van mensen.

Eenzaamheid. Is dat de kern van de oerbehoefte aan een relatie?

Eenzaamheid is afgescheiden zijn. Mensen zoeken het probleem van eenzaamheid op te lossen door in contact te komen met anderen. Dat is een juiste weg. Er is dan een verruiming van de eigen sfeer, een overlapping met die van anderen.
Maar het is duidelijk: als de afscheiding niet volledig verdwijnt, blijft er eenzaamheid. Het samengaan met anderen vindt meestal plaats tot op een bepaalde hoogte. Mensen worden als sociale wezens gedefinieerd, ze staan in-relatie. Maar met deze definitie wordt de tragiek geschapen. ‘Relatie’ is altijd een verbinding tussen twee gescheiden eenheden. Ze hebben wel een verbinding, maar er blijft het gemis van eenheid. Dit gemis wordt als een algemeen menselijk gegeven gezien en zo in de filosofie opgenomen. ‘Je moet wel een gedeeltelijke scheiding hebben, want anders verdwijnt de menselijke situatie.’
In die voorstelling wordt het verschil in niveau niet gezien. Eenheid zou op het niveau van de mensen als ik-personen tot stand moeten komen en dat blijkt niet mogelijk te zijn. Dus blijft er, naast een klein stukje eenheid, scheiding. Maar eenheid is er altijd al op het niveau van zijn-zelf-zijn en die eenheid wordt niet doorbroken door ervaringen van dualiteit vanuit het standpunt van de ik-persoon. Dat standpunt geeft een beperkt en verbrokkeld perspectief, vanuit een beperkt en verbrokkeld zelf-zijn. Terugkerend naar je eigen zelf-zijn blijkt er een totaal open perspectief te zijn, waarin er geen scheidingen met anderen zijn. Die standpunten moeten niet door elkaar gehaald worden, anders ontstaat er verwarring en lijden.

Verlangen naar eenheid

Kan afhankelijkheid een probleem zijn in een leraar/leerling relatie,in man/vrouw en vriendschappelijke relaties. Wanneer iemand daar te lang aan vast blijft houden wat zeg je dan tegen hem of haar?

Afhankelijkheid perkt je zelf-zijn nog verder in dan je op ego-niveau al bent. Het levert een stuk van je ego-zelf uit aan een ander ego. Het gaat hier natuurlijk om projecties, maar zij werken in de ervaring beperkend.
Er is vaak een weerstand tegen afhankelijkheid en een zoeken naar of verdedigen van zelfstandigheid en dat is terecht. Op het vlak van persoonlijke relaties al zal er een zelfstandigheid van de betrokkenen moeten zijn, Pas vanuit een zelf-standigheid zijn goede relaties aan te gaan. Het kind zal zeker eerst een zelfbewust individu moeten worden bij het opgroeien, anders blijft er een onbewuste symbiose en afhankelijkheid bestaan.
Vanuit het bewustzijn kan duidelijk worden dat bewust-zijn-zelf-zijn altijd al zelf-standig is, onafhankelijk van wie of wat ook. Als dat door een grotere assertiviteit wordt gezocht op het vlak van het beperkte individu, blijken er problemen te komen. Terugkerend naar het zelf-zijn verdwijnen die.
Naar dat zelf-zijn zal een goede leraar altijd verwijzen. Natuurlijk, hij kan niet anders dan uitgaan van een bestaande situatie. Als daar een stuk afhankelijkheid bij de leerling zit, zal hij laten zien waarin werkelijk onafhankelijkheid en eenheid zit.
Deze beginvragen zijn heel fundamenteel. Het zijn vragen over relaties op het alledaagse menselijke vlak. Daar denkt men aan de ene kant zelfstandig te zijn en aan de andere kant is er het gemis en het verlangen naar eenheid. Daarbij komt de afhankelijkheid. Maar als men terugkeert naar het eigen zelf-zijn, wordt het duidelijk dat het oneindige verlangen betrekking heeft op het altijd aanwezige zijn-zelf-zijn dat niet ingeperkt wordt door de scheidingen die er op praktisch niveau lijken te zijn.

In uit elkaar gegane relaties blijft de ene partij soms aan de ander trekken. Je ziet vaak dat de één de ander blijft claimen. Dat werkt voor beiden verengend.

Je kunt het praktisch bekijken. Het werkt verengend, dus het is niet verstandig. Maar in ruime zin is het wel te begrijpen, want er blijft het verlangen naar de ruimere sfeer die werd ervaren toen het nog wel goed was. Dat is het verlangen naar eenheid.

Het zou mooi zijn als die ander dat ook zou weten.

Daar gaat het dus om. Mensen met relatieproblemen hebben te maken met de praktische situatie én met de principiële situatie. De echte oplossing kan pas komen vanuit het principiële perspectief. Alleen door het fundamentele inzicht in de non-dualiteit wordt de relatieproblematiek opgeheven, hoe de situatie zich ook ontwikkelt.

Verruiming

Communicatie. Soms is het beter om dingen niet uit te praten, want alles lost vaak vanzelf al op. Aan de andere kant kunnen ingehouden frustraties leiden tot een bom die ontploft. Dus: uitpraten of niet?

Dit is een praktische vraag. Als je je laat leiden door een liefdevolle instelling, zul je daar in de praktijk een vorm vinden die het beste is in die specifieke situatie. Het beste is dan dat er zoveel mogelijk duidelijkheid ontstaat zonder afsnijden van de relatie. Dan kan er natuurlijk best eens iets duidelijks gezegd worden.

Maar dan moet diegene die dat doet wel goed ‘ in zijn eigen vel zitten’.

Je ziet dat er vaak geen liefdevolle instelling is en dan stoten de harde koppen tegen elkaar. In de gegeven situatie moet je maar heel helder blijven om te zien wat mogelijk is en wat niet mogelijk is.

Mensen schijnen grenzen op te zoeken in een relatie.

Dat heeft te maken met het zoeken naar werkelijke eenheid en het verlangen om die eenheid werkelijk te beleven. En ja, als ze dat zoeken op het vlak van ik-personen, dan worden er grenzen ervaren.

Gaan mensen daarom relaties aan?

Op het niveau van de dualiteit heb je het gevoel van scheiding en het verlangen om die op te heffen. Je kunt het ook bekijken vanuit de ervaring van non-dualiteit en dan zeg je ‘Ja natuurlijk, het is het meest natuurlijke wat er is. Dat er geen scheidingen zijn’.

Het is heel belangrijk dat de niveaus niet door elkaar worden gehaald?

Ja, dat is wel de kernproblematiek die in al die vragen naar voren komt.

Vaak is jaloezie in een relatie aanwezig.

Als je merkt dat de ervaren eenheid wordt teruggedrongen doordat de ander zijn eigen sfeer naar een ander uitbreidt, bijvoorbeeld bij een omhelzing, dan voel je jezelf er buiten staan en je eigen sfeer beperkt worden. Dan voel je de scheiding, de eenzaamheid en de afhankelijkheid sterker. Daardoor ontstaat jaloezie.

Is het ook een concurrentiestrijd? Iedereen moet weg en jij mag blijven? Of angst, iedereen mag blijven en jij moet weg?

Vanuit de ik-positie is er dat authentieke verlangen naar eenheid. Vanuit die ik-positie wordt het vertaald als ‘ ik heb mijn belangen en ik wil daar die verruiming, ik wil die ruimte van die ander ook hebben’. Wanneer iemand er bij komt die de ander ook aardig vindt, krijg je meteen dus een conflict: ‘mijn verruiming die ik wil wordt ingeperkt’.

Een soort territorium.

Precies. Je hebt natuurlijk een eigen bestaan als leefsfeer. Energetisch, gevoelsmatig en die kan heel beperkt zijn. In een relatie met iemand anders krijg je dus een uitbreiding van die sfeer en dat wordt als heel positief ervaren. De ander kan dat ook ervaren en dan voel je: samen hebben we een veel ruimere sfeer en daarin kunnen we ons meer ontspannen dan in die afgescheiden individuele sfeer. Mensen zoeken daarom relaties vanuit hun eenzaamheid. Dat is een hele dynamiek en je kunt het op energetisch en ruimtelijk niveau bekijken. Energetisch is er het uitbreiden, samentrekken, afkappen van verruimingen, scheiden en pogen om te helen.
Alle verruiming geeft vreugde en iedereen vindt het prachtig. Het teruggeworpen worden op een beperkt zelf-zijn wordt als negatief ervaren. Zo heb je ook die hele dynamiek als er een derde persoon in het spel komt en je territorium beperkter wordt.


Karma

Onze kater Polle laat gewoon alle poezen toe in de tuin. Het jonge katertje van onze zoon was er even en ging blazen tegen Polle, maar hij deed helemaal niets.

Dat is een verlicht beest.

Dus bij verlichte mensen speelt dit ook geen rol.

Nee, de energetische ik-dynamiek speelt geen rol. Omdat er altijd al die oneindigheid van zelf-zijn is.
Het zit mooi in elkaar.

Als energieën zijn uitgewerkt stopt een relatie voor iemand terwijl het voor de ander nog wel een tijd door kan gaan. Waar komen die energieën om langere tijd aan één persoon vast te houden vandaan? Is dat soms karma?

Als twee energetische velden van zelf-zijn samen komen tot één groot veld, is het een heel positieve ervaring. Dat houdt mensen bij elkaar. Als iemand liever een scheiding heeft, gebeurt dit omdat hij of zij daarin een weg ziet om tot verdere verruiming te komen. Dan trekt zijn energie terug uit de eerdere gezamenlijkheid. Als die ander het samengaan met de ander nog steeds als positief ervaart, heb je natuurlijk een probleem.
Over de wijze waarop het doorgaat is weinig te zeggen. Je kunt zeggen dat het een zaak is van karma. Karma is een bepaalde structuur en kwaliteit van heel basale energieën.

Als je gelooft in karma.

Ik zie de energetische patronen bij mensen, die in hun geschiedenis gevormd zijn. Dat kun je karma noemen. De patronen van voelen, oriëntatie, verwachtingen, ideeën, gerichtheden, reacties spelen een rol wanneer twee mensen bij elkaar komen. Sommige patronenparen komen beter overeen dan andere combinaties. Als het klikt tussen twee verschillende mensen, zeg je ‘op elk potje past een dekseltje’. Zo kun je dat energetisch wel bekijken.

Ja in één leven, want zolang men gelooft in eerdere geboortes zou je weer over een zin gaan praten of over een doel.

Ja, dat laat ik maar open.


Ontspanning van het ego

Is uitgewerkt energie als van een vallende ster, een uitgewerkte ster

Dan bedoel je met die ster de extra energie die vrijkomt bij die combinatie van twee mensen, bij het samengaan. Dat geeft een enthousiasme, een energie, een vreugde en dat extra kan natuurlijk verdwijnen wanneer die energie niet meer als gemeenschappelijke energie ervaren wordt. Dan krijg je weer het terugtrekken op het eigen individuele territorium.
Dat heeft dan te maken met het karma van dit leven.
Je kunt zeggen dat er op energetisch niveau bepaalde resten overblijven van processen die er geweest zijn. Wanneer er een relatie aanwezig is geweest en het is op de een of andere manier afgekapt, dan blijven er altijd resten in de eigen energetische sfeer zitten, en dat noemen we karma.

Vaak zie ik dat het in de tijd ook wel oplost.

Ja, het is wel de vraag of het inderdaad honderd procent oplost of dat er ook nog niet iets blijft zitten.

Kunnen mensen daar zelf iets aan doen?

Dan kom je op het principiële punt terecht, dat is niet meer energetisch. Dat je werkelijk ervaart dat al die processen er eigenlijk niets toe doen. Dat er altijd al eenheid is. Dat is niet iets wat een mens kan regelen. Het enige is zoveel mogelijk bij dat besef te blijven.

Hebben mensen conflicten nodig?

Mensen houden conflicten zolang ze vasthouden aan zichzelf als een ik-persoon, als ego. Ego’s willen zichzelf altijd verruimen. Daar hebben we het over gehad, vooral over de mogelijkheid dat er een ontspanning van het ego komt in de liefde. Als er geen totale ontspanning en loslaten komt, blijft het ego zijn kracht gebruiken om zich te verruimen ten koste van anderen. Dat betekent dat het altijd in conflict met anderen is. Dit komt dan bij zijn innerlijke fundamentele conflict dat hij eigenlijk eenheid wil en zijn beperkte bestaan wil bewaren.

In non-dualiteit zijn er totaal geen energieën meer die beperkend werken. Zolang Openheid niet verwezenlijkt is zie je mensen achter relaties aanlopen die onmogelijk blijken te zijn. Soms vervreemden ze zelfs van de maatschappij door zich alleen op die ene onbereikbare relatie te storten. Wat zeg jij tegen die mensen?

Ze zullen moeten zien hoe het zit met henzelf. Zo’n fixatie komt voort uit een heel beperkt standpunt en door oogkleppen. Vanuit een iets grotere afstand bekeken zie je zo dat dat problemen oplevert. Natuurlijk, als het zo is dan is het zo. Je hebt het te accepteren. Alleen je hoopt dan dat dat lijden van die ander zal stoppen en dat kan alleen maar door zich te realiseren hoe het werkelijk zit. Dat dat beperkte standpunt niet nodig is, dat er een veel grotere ruimte is. In de loop van het leven heb je ook vaak dat bepaalde dingen slijten. Maar goed, moet je eens kijken wat voor lijden het intussen heeft veroorzaakt.


Non-dualiteit en eigen energieën

De dynamiek van de relaties tussen twee ik-personen kun je dus bekijken op het niveau van de gevoelsmatige energieën. Dan is het bestaan, de eigen levenssfeer, een soort territoriaal veld. Het ene veld kan contact maken met een ander en dan krijg je de dynamiek van een relatie. Als twee mensen bij elkaar komen, kan er nog een scheiding zijn, maar ze kunnen elkaar raken (Douwe pakt twee ronde onderzetters en legt de twee onderzetters net tegen elkaar aan). Zo hebben ze een communicatie. Ook op afstand ‘ik zeg iets tegen de ander’ (onderzetters gaan een stukje uit elkaar) kan er een communicatie en informatieoverdracht zijn. Zo wordt het meestal gesteld. Maar in feite is er bij echte communicatie altijd een zekere overlap (schuift de ene een stukje over de ander). En eigenlijk is een relatie pas mogelijk doordat er in de diepte een eenheid zit. (De ene hand legt de onderzetters een klein gedeelte over elkaar en de andere hand gaat naar de vloer om de diepte aan te geven). Die diepte van eenheid wordt meestal niet zo ervaren op het gebied van de dualiteit van de individuele personen. Dan willen mensen op het duale niveau een volledige eenheid bereiken. Maar dat blijkt op dít niveau nooit haalbaar te zijn. Je hebt daar altijd te maken met de ervaring van een praktische situatie met verschillen en scheidingen. Helemaal open komen is pas mogelijk als je die diepte herkent van eenheid (de onderzetters legt hij plat op elkaar en de andere hand diep naar de vloer gericht).
Er kan een derde persoon bij komen (pakt een derde onderzetter en legt die naast de twee die precies op elkaar liggen), die van één van de twee houdt en zoveel mogelijk een eenheid probeert te krijgen. Dat betekent concurrentie, want de tweede ander richt zich daar ook op. Dan gaan sterke energieën werken. Dat is een hele dynamiek.

Maar dat is allemaal op persoonlijk niveau.

Dat is allemaal op persoonlijk niveau; zo werkt het. Als je op deze wijze kunt gaan zien, krijg je er een duidelijker kijk op. Je herkent de processen. Je ziet dan ook dat de mogelijkheid van gedeeltelijke eenwording op dit niveau pas mogelijk is omdat daar die diepe basis zit van eenheid die er altijd al is (hand gaat nogmaals naar de grond). En dat je dus niet op dat persoonlijke niveau hoeft te blijven zitten.

Als er wél die zeldzame altijd doorgaande klik tussen twee mensen is, inclusief een honderd procent eenheidservaring, wat kun je daar nog over zeggen?

Dan is er blijkbaar de realisatie van volledig éénzijn, waarbij de vormen niet meer beperkend werken; dan is er totaal geen relatie en geen relatie-problematiek; dan is er overal universele liefde en Stilte die alles te boven gaat.

Als laatste, de stelling: Waar maken we ons druk om: mensen leven toch in een fictieve wereld?

Het fictieve van de wereld komt voort uit de eigen en gemeenschappelijke projecties. Als je dit doorziet, vallen de problemen weg die daardoor worden veroorzaakt. Voor zover er mensen zijn die in hun projecties vastzitten, lijden zij. Dat is triest, vooral omdat het niet nodig is. Een beetje meer inzicht kan dat lijden opheffen.


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Psychotherapie en non-dualiteit

    De psychotherapie en oosterse bevrijdingstradities zoals advaita vedânta en boeddhisme hebben in de laatste jaren een steeds grotere belangstelling voor elkaar gekregen. Ze hebben elk specifieke noties en werkwijzen, maar overlappen elkaar voldoende om een vergelijking mogelijk te maken.
    In dit boek worden diverse westerse psychotherapeutische stromingen en twee bevrijdingswegen die van oorsprong respectievelijk hindoeïstisch (Advaita Vedânta) en boeddhistisch zijn, met elkaar geconfronteerd.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod