Sarvepalli Radhakrishnan



in: Eric Claus Eenentwintig filosofen van de twintigste eeuw verbeeld, Millenium editie 1999, p. 48 

Sarvepalli Radhakrishnan werd in 1888 in een dorpje bij Madras geboren. Na zijn studie filosofie in Madras vervulde hij professoraten in Mysore, Calcutta en Benares. Diverse perioden was hij in Groot Brittannië, waar hij college gaf in Manchester, Londen en Oxford. Deze colleges resulteer­den in The Hindu view of life  en An idealist view of life. Zijn tweedelige Indian philos­ophy werd in het Westen op ruime schaal als handboek gebruikt. Ook zijn vertalingen van The principle  Upanishads en van de Bhagavadgita, verklaren de filosofie van de Vedanta voor westerse mensen en zijn een bijdrage aan een transculturele filosofie. Radhakrishnan, die van 1962- 1967 president van India was, overleed in 1975.


Sarvepalli Radhakrishnan (1888-1975)


Zijn innerlijke blik verraadt de mysticus in hem. Niet de afstandelijke observatie en het logische redeneren, maar de intuïtie is de diepste grond van ons kennen. Daarin worden de sluiers van de uitwendige wereld doorbroken en wordt een hogere werkelijkheid geschouwd. Het gezicht breekt door het scherm van uitwendigheid heen. De vormen worden doorzichtig, het harde oppervlak van mens en cultuur (ook van de koe en van andere heilige zaken van het hindoeïsme) verdwijnt, gaat open. In deze intuïtieve aanschouwing ontsluit zich de uiteindelijke werkelijkheid. Deze werkelijkheid is het absolute zijn, bewustzijn en gelukzaligheid/vrijheid (sat-cit-ânanda), het Zelf (Âtman) dat identiek is aan de wereldgrond (Brahman). Ze is tevens de hoogste waarde als doel van alles. De religieuze mens heeft een zekere ervaring van deze werkelijkheid en is in al zijn aspecten erop gericht deze in haar volledigheid te vinden. Het doel van al het menselijke bestaan is dit samenvallen met de Werkelijkheid, met het diepste Zelf, de spiritualisering van de gehele mensheid, het bereiken van spirituele vrijheid door alle mensen. Het kennen dat hierbij een rol speelt is direct en laat geen twijfel over, het is een samenvallen van het eigene met het andere, van subject en object. Dat kennen is er ook als het niet om het uiteindelijke gaat: elk gekend object is een deel van het zelf geworden. In de intuïtie kan alles gaan samenvallen met het Zelf.



De gevleugelde haardos van Radhakrishnan toont zijn bevlogenheid om deze intuïtie aan anderen over te dragen, een grotere vrijheid mogelijk te maken en zo de wereldvrede te bevorderen. Deze intuïties krijgen de vorm van hindoeïstische ideeën, maar deze worden uitgelegd en besproken in termen van de westerse filosofie. Daardoor onstaat in het Westen een beter begrip van het hindoeïsme en speciaal van de Vedanta in de lijn van de Upanishaden. Omdat hij ook de rationaliteit, democratie en andere verworvenheden van het Westen in India propageert, heeft hij een belangrijke brugfunctie tussen Oost en West in beide richtingen. Uiteindelijk wil  hij komen tot een universele filosofie waarin elementen van Oost en West zijn geïntegreerd. Dat deze filosofie praktisch van aard is, is uit het bovenstaande duidelijk. Radhakrishnan heeft dit ook in zijn dagelijkse activiteiten laten zien, toen hij hoofd was van de Indiase delegatie bij de UNESCO en toen hij vice-president en president was van India. Ook in de politiek was hij gericht op het bevorderen van de vrijheid, de zelfstandigheid, de samenwerking en de vrede van individuen en van naties. "Ons doel is een wereldgemeenschap te vestigen die gefundeerd is op een universele morele orde."



Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

  • Advaita Vedanta - de vraag naar het zelf-zijn

    De actuele vraag ‘wie we eigenlijk zijn’ was het onderwerp van een symposium aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 18 september 2000, waarin vooral de oude Upanishaden en de Advaita Vedânta aan het woord kwamen.

  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod