07-10-2004 Brugge

Gouda, 7 oktober 2004

Na een lange tijd weer een brief. Van Ivan en anderen hoor ik iets van de advaita-bijeenkomsten. Fijn dat daarin ook de openheid wordt ervaren en dat deze steeds duidelijker wordt in het dagelijkse leven. Dat soms weer afgescheidenheid en afgeslotenheid ervaren wordt, is niet iets om zwaar op te nemen. Jullie merken dat de verschuiving naar meer ruimte doorgaat. Op een paar punten die in de verslagjes worden genoemd zal ik kort ingaan.

Grootse ervaringen die iedereen wel eens heeft
Zij zijn van grote waarde, voor zover je ervan bewust wordt dat die sfeer hier en nu aanwezig is. Die ervaring is niet geheel weg, zij is een deel van je eigen zijn, het is nog steeds een zijnservaring/ervaren zijnswijze. Ga de ervaring niet tot een plaatje maken in het verleden (´toen heb ik wat moois ervaren´). Dan zou je er weer naar willen streven ze opnieuw te krijgen. Zie dat er geen afstand is met die sfeer. Je bent al Zijn-Bewustzijn-Vreugde.
Het enige wat je kunt doen, is daarbij te blijven. Daarin zit aanvankelijk een ´ik-vind-dat-mooi´ en ´ik-wil´, maar dat is niet erg. De oriëntatie is zodanig dat dat ik vanzelf gaat oplossen. Dus in het begin mag er best volharding zijn, er is nu eenmaal een ik als uitgangspunt. Deze gaat, als het goed is, vanzelf over in een spontane Zelf-meditatie en zo in bevrijding.

Het ik en het zelf
Het ik is een beperkte vorm van zelf-zijn. Wat er verkeerd aan is, is de beperking, verder niets. Het ik heeft zelfs een groots potentieel, namelijk je bent het zelf, met daarin de oneindige essentie. Die kun je gaan ontdekken. In de dualiteit heb je niets anders dan het beperkte zelf, het ik, maar daarin kan de echte aard van het Zelf worden herkend. Daarom is er de vraag ´wie of wat ben ik?´ De beperking van het zelf, het ik, is niets anders dan een gevoelsmatig idee, dat kunstmatig en aangeleerd is. Die beperking en afscheiding leidt tot ellende. Zij zijn niet nodig, het geloof erin is een illusie. Als die illusie wordt opgeheven door een echte herkenning, is elke problematiek verdwenen. Voor zover er een spiegeling is, is de spiegel zuiver, als er geen conditionering meer is, als er geen ik meer is.
Wegvallen van ik en wereld
Als het ik doorzien wordt in zijn beperking en de herkenning er is van het grote zelf, is er geen ontkenning van de wereldse werkelijkheid. Er is juist dor het wegvallen van oogkleppen een ruimer en helderder bewustzijn gekomen, ook voor de schaduwkant, ook voor het leedvolle. Zolang als het leven doorgaat, is er de wereld. Maar, deze wordt doorzien in zijn betrokkenheid op de menselijke persoon in de wereld. In zoverre is die werkelijk. Voor zover je meer bent dan die ik-persoon in de wereld, zie je de betrekkelijkheid van dat ik en die wereld. Je bent de wereld, maar valt er niet mee samen, je bent niet identiek aan de wereld. Je bent primair de oorsprong van waaruit ik en wereld ontstonden.

Andere mensen helpen
In de non-dualiteit zijn er geen ´andere mensen´. Je bent niet verschillend van ´anderen´. Er is één sfeer, zoals in je eigen lichaam. Daarin gebeuren dingen, zolang als er een kosmos of wereld is, zonder een centrum (ik) van waaruit dingen worden gedaan. In die zin is er geen sprake van helpen. Maar, juist als er geen ego is, zullen mensen ervaren dat er vaak een helpen is.
Het kosmos-zelf is Goedheid. Daarin is een universele gevoeligheid en mededogen met het leed. Wat dan plaatsvindt, vindt natuurlijkerwijze plaats en dat is dan is goed. Mededogen, liefde, kent geen ´ander´, geen relatie met een ander, maar is een sfeer van ongescheidenheid, waarin vanzelf het goede plaatsvindt.

Op 7 november kom ik naar Brugge, waar we een dag hebben in het Stiltecentrum Minnehof..
Tot dan.
Alle goeds en een hartelijke groet,

Douwe


Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

  • De elf grote Upanishaden


    De Upanishaden vormen de grondslag van een groot gedeelte van de Indiase filosofie. Ze worden ‘Vedânta’ genoemd, dat is het einde en de culminatie van de Veda’s. De wijsheid die in de teksten naar voren komt is nog steeds een onschatbare bron, zowel in India als daarbuiten. Centraal staat daarin de visie en zijnservaring dat de kern van zelf-zijn identiek is aan de grondslag van wereld en universum.
    In dit boek is een groot gedeelte van de belangrijkste Upanishaden (8e-6e eeuw v.Chr.) opgenomen.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod