Ida Gerhardt (1905-1997)


De gedichten van Ida Gerhardt worden veel gelezen. Dat is ook begrijpelijk. Ze schrijft over de natuur, vooral het rivierenlandschap van haar jeugd, de klassieke oudheid en diepgaande ervaringen. Ze schrijft op een creatieve, maar ook vrij klassieke wijze die bij velen een herkenning oproept. Onderstaande gedichten komen uit Hoefprent van Pegasus, Atheneum-Polak & van Gennep, Amsterdam 1996.

*
En volgend deze ronde in de nacht,
de cirkeling der wiggen om hun as,
nog tellende mijns ondanks èn alreeds
ervarende dat er geen tijd bestáát,
besef ik bij dit wijlen aan de grens
het raadsel van de hoge ouderdom:
het prijsgegeven zijn en alreeds vrij.
Het raken aan de zomen van het licht.

*

Het schip

Er kwam een schip gevaren;
het kwam van Lobith terug,
met grint en rivierzand geladen.
Het richtte zijn boeg naar de brug.
De scheepsbel was helder te horen,
de brugwachter kwam al in zicht;
een halfuurslag viel van de toren.
Het schip voer door schaduw en licht.
Met boegbeeld en naam kwam het nader,
De ophaalbrug ging omhoog;
een deining liep door het water
dat tegen de schoeiing bewoog.
Er stond een kind op de kade
- ik was het, ik was nog klein -
het had niets meer nodig op aarde
om volkomen gelukkig te zijn.

*
Het afscheid

Nu zwaarder worden der jaren last
verschijnt mij vaak een droomgezicht:
een haven waar een schoener ligt,
en ik: ik ben een varensgast.
En hoor: zij zingen al aan boord,
en taal wordt mij hun vreemde taal.
'Vaarwel, mijn liefste en mijn land;
ik ben het beste in het want.
Vaarwel, houdt mij geen ontrouw na;
ik ben het beste in de ra.
Vrienden, vaarwel! Ik ben het best
daarboven in het kraaiennest.'
Ik heb geen wensen meer: ik ben
een varensgast, en één van hen.
De horen meldt met grote stem
de afvaart en een nieuw begin.
De bootsman haalt de loopplank in.

*

Er is geen tweeheid

als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


  • Management en non-dualiteit

    In bedrijven en organisaties is meer aandacht gekomen voor de oriëntatie op samenhang, eenheid, heelheid, ongescheidenheid, kortom: non-dualiteit. Wat betekent deze ‘niet-tweeheid’ en op welke wijze kan zij in het eigen werk en in de organisatie doorwerken? Deze vragen staan in dit boek centraal.

  • De bron van het zijn

    ‘Wat was mijn toestand, voordat er ervaring was? Wie was er om op deze vraag te antwoorden? … dat Ik dat geen vorm heeft en zichzelf niet kent als ik ben.’

  • Openingen naar Openheid

    In dit boek zijn ruim 120 korte teksten verzameld die openingen bieden naar die openheid. Deze blijkt uiterst eenvoudig te zijn. De teksten zijn stukjes van leergesprekken, bedoeld als stimuli om de aandacht te richten op openheid, iets daarvan te laten zien en zo de realisatie van openheid een grotere kans te geven. Ze vormen samen de essentie van het onderricht in non-dualiteit.

  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als ‘de aard van het zelf’, ‘de mogelijkheid van communicatie’ (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), ‘de grondslagen van ons morele gedrag’ en ‘de ander als leraar’.

Boeken

Douwe schreef en redigeerde gedurende zijn leven boeken. Via onze uitgeverij zijn deze nog verkrijgbaar.

Bekijk het aanbod